Beeld: David Wasch

In de steeds kouder wordende maanden van het jaar brengt hard/hoofd korte verhalen die geschreven werden door onze lezers." />

Beeld: David Wasch

In de steeds kouder wordende maanden van het jaar brengt hard/hoofd korte verhalen die geschreven werden door onze lezers." />
Asset 14

Contact

In de steeds kouder wordende maanden van het jaar brengt hard/hoofd korte verhalen die geschreven werden door onze lezers. In de eerste aflevering maken we kennis met Gerda, een bijzondere rij-instructrice.

.

Beeld: David Wasch

Gerda droeg een zwarte zonnebril terwijl het regende. Dat vond ik vreemd. Je draagt zonnebrillen in de regen als je blind bent, stoned of crimineel, maar Gerda was mijn rij instructeur. Ze wees naar het contact sleuteltje. ‘Als je die omdraait, maak je contact. Doe maar even.’

Ik draaide het sleuteltje om. De motor sloeg aan.
‘Daar zit de koppeling, de rem en het gaspedaal. De koppeling gebruik je als je moet schakelen.’
Koppeling? Schakelen? Dat was erg veel informatie in één keer. ‘Sorry,’ zei ik tegen Gerda, ‘kun je dat nog eens herhalen? Wat schakel ik? De koppeling?’
Gerda keek me donker aan. ‘Heb je soms nog nooit in een auto gezeten?’ vroeg ze.
‘Jawel,’ zei ik dunnetjes, ‘maar ik heb nog nooit zo op een auto gelet.’
‘Ik leg het je uit,’ zei Gerda. Klonk ze nu al vermoeid? Of was het mijn bange verbeelding?

Gerda was een vrouw van weinig woorden.

‘Koppeling, rem,’ zei ze. ‘Gas. Koppeling. Twee. Drie.’
De zonnebril bleef op. Ze keek me nooit aan. Haar toon was vlak, alsof ze het had tegen iets in de verte. In een verwoede poging tot contact, keek ik steeds vaker naar haar. ‘Zo?’ vroegen mijn ogen. ‘Doe ik het zo goed?’

‘Let op de weg,’ zei Gerda dan, alsof ze ogen in haar oren had.

Waar ik veel moeite mee had, was sturen. ‘Als ik het stuur helemaal ronddraai, heb ik het gevoel dat de wielen naar achteren staan,’ zei ik nerveus tegen Gerda, toen ik de zoveelste bocht te wijd had genomen en weer op de linkerweghelft terecht kwam.
‘Dit is een auto,’ zei Gerda. ‘Geen fiets.’
‘O,’ zei ik. Waar had ze het over?
‘Je rijdt spook.’
‘Oh ja.’

Het bleef bij rijden, schakelen en sturen. Iedere week reed ik mijn doelloze ronde in Amsterdam. Gerda staarde voor zich uit. Het was alsof we samen wat tijd vulden totdat de volgende leerling kon worden opgehaald. Nieuwe dingen leerde ik niet. Misschien wachtte ze totdat ik het schakelen en sturen werkelijk onder de knie had.
Op een dag zei ik: ‘Gerda, hoe vind je het gaan?’
‘Niet zo goed,’ zei Gerda.
Wat had ik verwacht? Toch kwam haar oordeel hard aan. Ik klemde mijn handen om het stuur en slikte.
Gerda trapte hard op de rem.
‘Rood,’ zei ze.
Ik knikte.

Vanaf die dag hunkerde ik naar een compliment. Een klopje op mijn rug. Een glimlach van Gerda. ‘Je gaat goed vooruit! Ga zo door!’

Maar Gerda sprak geen woord teveel. Zeker geen woorden van troost of aanmoediging. Ze constateerde wat ik doen moest en wat ik niet goed deed. Daartussen vormden zich ijzige stiltes. Stiltes die steeds moeilijker waren te doorbreken, als een mist die zich verdichtte. Soms probeerde ik het nog, verzuchtte hoe druk ik het had, of dat het wel erg hard regende, maar Gerda’s commentaar bestond uit niet veel meer dan een knikje.

Ik had het gevoel dat Gerda een hekel aan me had.

Ik dééd ook veel fout.
‘Rem!’ zei Gerda.
Ik trapte per ongeluk hard op het gaspedaal. We schoten naar voren en Gerda redde ons van een botsing met de vrachtwagen voor ons.
‘Rood betekent remmen,’ zei Gerda nors. ‘De rem zit in het midden. Het gaspedaal zit rechts.’
‘Weet ik,’ piepte ik. Dat had ik na vijftien lessen ook wel door. Maar weten en doen zijn verschillende dingen.

Ik had nooit erg veel zin in autorijles gehad, alle beloftes van vrijheid ten spijt. Je vrij voelen in een auto leek me onwerkelijk. Ik zag een auto als een wild paard dat je moest leren temmen, dat je onder controle moest krijgen maar waar je nooit werkelijk op kon vertrouwen. Eén verkeerde beweging - een vergissing tussen rem en gaspedaal, een blik naar links in plaats van rechts - kon de dood tot gevolg hebben.

Mijn moeder, financier van mijn autorijlessen, had me op het hart gedrukt dat het na een tijdje beter zou gaan. Als ik tegensputterde wees mijn moeder naar zichzelf en zei: ‘Wil je soms eindigen zoals ik? Afhankelijk van de buurvrouw als je vader iets overkomt?’ Dus nam ik de lessen die mijn moeder nooit genomen had.

Tegen vrienden begon ik te liegen over de hoeveelheid lessen die ik had gehad. ‘Tien ofzo,’ zei ik weken achter elkaar.

Als ik thuis zat, wachtend op Gerda’s getoeter, hoopte ik op een reden die mijn rijles onmogelijk zou maken: een kleine val van de trap en dan iets onschuldigs als verzwikte enkels. Ik liep naar de auto met het gevoel een ijzeren bol achter me aan te slepen, zoals je ziet bij gevangen in tekenfilms.

Tussen Gerda en mij bleef het stil.

Al zei ik steeds vaker sorry.
Sorry dat ik die auto niet zag. Sorry dat ik vergat te schakelen. Sorry voor die te wijde bocht.

Het was in een donker kroegje, laat op de avond, in een samenzweerderige dronkenman stemming dat ik het aan een vriend van mij opbiechtte.

‘Ik kan er geen bal van,’ fluisterde ik tegen hem. ‘Autorijden. Ik kan er geen bal van. Elke imbeciel kan rijden. Mensen met een negatief IQ parkeren een auto. Gehandicapten kruipen achter het stuur. Maar ik kan het niet. Waarom? Waarom ik?’
‘Heb je wel een goede instructeur?’ vroeg hij.
Ik keek hem aan.
Sprakeloos.
Mijn hoofd, wat troebel van de alcohol, werd langzaam helder. ‘Nee,’ sprak ik uiteindelijk. ‘Nee. Het is een spook, mijn rij instructrice. Ze is er wel, maar ook weer niet.’
‘Je betaalt je blauw aan zo iemand,’ zei mijn vriend. ‘Kunnen ze maar beter goed zijn ook.’ Hij stond op en waggelde naar de w.c.
Ik keek hem na. Het was waar. Helemaal waar. Ik betaalde haar! Ik gaf geld aan een incapabele instructrice! Een spookrijder!

Zij zou zich moeten schamen...
De rest van de avond wentelde ik me in die gedachte, zo zoet en bevredigend. Door
mijn schaamte had ze me lange tijd op het verkeerde been kunnen zetten, had ze stil maar beschuldigend naar mij kunnen kijken. Eindelijk was de ware schuldige naar voren gekomen.

‘Gerda,’ wees ik, ‘het ligt aan jóu!’

De volgende dag belde ik de autorijschool. ‘Ik wil graag een nieuwe instructeur,’ zei ik tegen de onzichtbare dame aan de andere kant van de lijn.
‘Waarom?’ vroeg ze. ‘Klikt het niet?’
‘Niet zo,’ zei ik.
Een enkel telefoontje en Gerda was voor altijd uit mijn leven. Zo simpel kan het zijn.

Mijn nieuwe instructeur heette Fer.
‘Hallo!’ zei hij luidruchtig. ‘Ga zitten!’ Hij stond naast zijn auto en hield de deur voor me open. Zoveel hartelijkheid was ik niet gewend. Nog steeds onwennig maar blij – want vanaf nu werd alles anders! - reed ik weg.

Maar Fer maakte de fout mij zonder waarschuwing de snelweg op te sturen. Voordat ik er erg
in had raasde ik met wel honderd kilometer per uur over de weg. Het was winter, tegen een uur of zes, donker en druk.
‘Goed in je spiegel kijken,’ zei Fer. ‘Let op de andere auto’s.’
Ik keek in de spiegel. Ik zag lichtjes, heel veel lichtjes. Lichtjes die groter werden, en kleiner. Alleen maar lichtjes. Het zweet brak me uit. Ik wilde weg, maar ik kon nergens heen.
‘Niet remmen!’ zei Fer. ‘Honderd blijven rijden!’
Bleef ik honderd rijden?
Ik weet niet meer wat ik deed. Ik weet niet eens meer hoe ik uiteindelijk weer van de snelweg af kwam.

We parkeerden aan de kant van de weg.
‘Gaat het?’ vroeg Fer. Hij keek me onderzoekend aan.
Ik knikte. Ik zuchtte diep. Zuchtte nog eens. Maar mijn laatste zucht blies ik trillerig uit en ik voelde de tranen opkomen. ‘Eigenlijk niet,’ zei ik en toen begon ik te huilen.
‘Vond je het eng?’ vroeg Fer.
‘Ja.’ Ik veegde de tranen uit mijn ogen met mijn mouw.
‘Ik wist niet....’ zei Fer. ‘Als je gezegd had...’
‘Ik was nog... nooit op de.... snelweg geweest,’ schokte ik.
‘Maar ik hoorde dat je al achttien lessen...’ vroeg Fer verbaasd, maar hij maakte zijn zin
niet af. ‘Sorry.’
Hij opende het dashboard. ‘Wil je een mandarijntje?’ Fer begon een mandarijntje te pellen. ‘Hier.’
Langzaam at ik het mandarijntje op.
Fer graaide nog wat in het dashboard. ‘Ik heb geen zakdoekjes. Maar wacht even, iemand heeft zijn handschoen laten liggen. Snuit je neus hier maar in.’
Ik nam de handschoen van hem aan, droogde er mijn tranen mee af en snoot mijn neus daarna hard in de handschoen. ‘Dankjewel,’ fluisterde ik. Ik gaf hem de handschoen terug.
Fer propte hem in het zijvakje van zijn deur.
‘We gaan het heel rustig aan doen,’ zei hij. ‘Je leert het wel, maak je maar niet ongerust.’ En hij glimlachte, die glimlach van troost en aanmoediging waar ik bij Gerda zo op had gewacht.
Ik startte de auto. ‘Ja,’ zei ik zachtjes en ik meende het een heel klein beetje, wat toch vooruitgang
was.

Dit was een bijdrage van Lisa Boersen

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer