Asset 14

Google Glassvezel

Googles officieuze motto luidt 'don't be evil'. Dat klinkt goed, maar we moeten wel een beetje blijven opletten. En daarbij moeten we ons niet alleen concentreren op wat zich recht voor onze ogen bevindt.

Het fijne aan even niet opletten is dat allerlei zaken langs je heen gaan. Het vervelende aan even niet opletten is dat je dan weer van alles mist. Ik lette even niet op en vervolgens duurde het weken voordat ik besefte dat Google Glass niet zomaar een proefballonnetje was – een futuristisch leukigheidje dat het goed doet op een conferentie – maar een product dat daadwerkelijk op de markt wordt gebracht.

Google Glass is een product waarvan iedereen begreep dat het een keer ontwikkeld zou worden. Het is een uitvinding die tot de verbeelding spreekt van eenieder die ooit science-fictionfilms, boeken van Orwell, Bradbury of Huxley of comics over superhelden verslond. De toekomstfantasie, utopie of dystopie, is onweerstaanbaar en bijna altijd, sommige post-apocalyptische varianten uitgezonderd, speelt technologie een hoofdrol.

De toekomst is notoir moeilijk te voorspellen en ik ben er buitengewoon slecht in

De aantrekkingskracht van een nieuwe uitvinding is vooral gelegen in de (onbeantwoordbare) vraag of het de nieuwe norm zal worden. Is een 'smartbril' over tien jaar net zo normaal als de iPod tien jaar geleden plots was – of de smartphone nu is? Wie de persfoto's en promotievideo's ziet, of (leuker) het blog White Men Wearing Google Glass bezoekt, kan het zich moeilijk voorstellen: hoe voer je een gesprek met iemand die een scherm als een piratenooglap voor zijn gezicht draagt? Aan de andere kant: de toekomst is – dixit Niels Bohr – notoir moeilijk te voorspellen en ik ben er buitengewoon slecht in. Toen ik als achtjarige bij de vader van een klasgenoot in de auto stapte en zag dat hij een autotelefoon had, dacht ik: dat is toch wel de meest achterlijke uitvinding ooit. Een paar jaar daarna verstuurde ik mijn eerste sms'je, weer wat later was ik verslaafd aan mijn 3G-verbinding.

Uiteraard was de discussie over de gevolgen die Glass voor onze privacy zou kunnen hebben al losgebarsten op het moment dat ik nog zalig onwetend was. Een zeer terechte discussie natuurlijk: als plots een significant deel van de bevolking met een camera op z'n hoofd rondloopt, is dat niet iets om licht over te denken. Zeker wanneer de gemaakte beelden direct worden doorgestuurd naar een private onderneming. Een exponentiële groei van de hoeveelheid camera's, zoals we die het afgelopen decennium ook al hebben gezien, heeft gevolgen voor de manier waarop een maatschappij wordt gesurveilleerd. Onlangs omschreef een lid van de laatste Bush-regering Google Glass als “een drone voor op je hoofd”.

Illustratie: Gemma Pauwels

Maar uiteindelijk is Google Glass een product dat door een producent 'in de markt wordt gezet'. De producent heeft baat bij veel aandacht, want het product is weinig waard wanneer de consument niet in de gelegenheid wordt gesteld ernaar te verlangen. Hoewel de gevolgen van zo'n uitvinding zich niet direct laten bevatten (of überhaupt vastliggen natuurlijk) hoeven we niet heel bang te zijn dat er dingen gebeuren zonder dat we er erg in hebben: we zitten er bovenop. Een eindeloze stroom artikelen zal worden geschreven; debatten zullen worden gevoerd; rechtszaken zullen worden aangespannen; wetenschappers zullen onderzoek doen en gadget-blogs zullen middels livestreams hun lezers deelgenoot maken van het openen van een doos.

Selectieve opwinding

En toch bleef er iets knagen. Eerst dacht ik dat het de term “augmented reality spectacles” was, die me dwarszat. Het deed onwillekeurig denken aan het Hidden Sound System van Jiskefets reclamebureau Multilul: alsof ik het moment had gemist waarop iedereen doorkreeg dat het toch een grapje was. Maar toen ik terugdacht aan de ophef die ontstond toen Google de stekker uit zijn RSS-dienst trok – “Waarom Google Reader de nek omdraaien terwijl Google+ mag doorspartelen?”, vroegen de techies vol ongeloof – realiseerde ik me dat het knagende gevoel te maken had met waar onze prioriteiten liggen. Hoe selectief onze opwinding over technologische ontwikkelingen vaak is en hoe gemakkelijk we ons laten verleiden alleen nog maar te discussiëren over dat wat zich recht voor onze ogen bevindt. In dit geval wel erg letterlijk.

Het besef dat het er iets niet klopt aan de manier waarop we een bedrijf als Google kritisch benaderen, werd versterkt toen ik een paar weken terug iets las over Kansas. Ik hoor zelden iets over Kansas, hooguit kom ik de staat tegen in een oude Lucky Luke (zelden), of tijdens een gesprek over Dorothy en haar tovenaar uit Oz (zeer zelden). En er was tijdens mijn studie wel eens gerept van het boek What's the matter with Kansas. Iets met mensen die consequent tegen hun eigenbelang in op de Republikeinse Partij stemden.

Alles wat Googles hartje begeert

Een burgemeester sprong in ijswater, een ander zwom tussen de haaien

Ik las het volgende: de Amerikaanse Federal Communications Commission schreef in 2010 een 'National Broadband Plan', waarin werd betoogd dat om glasvezelnetwerken tot een succes te maken, de markt minder gereguleerd moest zijn. Met de filosofie van deze overheidsorganisatie als wind in de zeilen trok Google in 2011 naar Kansas City om de hele stad van glasvezel te voorzien. (Meer dan duizend andere steden deden ook een poging Google binnen te halen: een burgemeester sprong in ijswater, een andere zwom tussen haaien.) Volgens het onvolprezen tijdschrift Harper's staat in het contract dat werd afgesloten dat Google toegang moet krijgen tot “[the city's] underground conduits, fiber, poles, rack space, nodes, buildings, facilities and available land. [The city] cannot charge the company for 'access or use of any city facilities … nor impose any permit or inspection fees.'

Daarnaast kreeg Google gratis bedrijfsruimtes aangeboden en beloofde de gemeente de elektriciteitsrekening te betalen. Google hoefde in ruil voor die welwillendheid overigens niet te beloven de hele stad aan te sluiten op haar netwerk: het bedrijf deelde de stad op in 202 deelgebieden waarin minimaal 25 procent van de bevolking zich vooraf moest aanmelden voor het project (tien dollar inschrijfkosten en de verplichting een Google-account aan te maken). Gebieden waarin het quotum niet werd gehaald, zouden niet worden aangesloten. Gevolg was dat in de armere gebieden leraren en bibliotheekmedewerkers geld inzamelden om bewoners te steunen bij het betalen van de inschrijfkosten. Door deze krachtsinspanning, waarbij ambtenaren in feite vrijwillig de straat op gingen om geld op te halen voor Google, werd een meerderheid van de wijken aangesloten op het netwerk.

Uiteindelijk doet het bedrijf natuurlijk grote investeringen, misschien wel groter dan de overheid in deze tijd zou kunnen opbrengen. Maar wat krijgt Google ervoor terug? Harper's laat er geen twijfel over bestaan: veel. Mensen die ervoor kiezen het langzamere, gratis internet af te nemen staan iedere URL die ze bezoeken af aan het bedrijf (al is deze informatie geanonimiseerd). Gebruikers die kiezen voor sneller internet en digitale televisie betalen 120 dollar per maand voor de 'Full Google Experience'. Hun gedrag wordt nog gedetailleerder vastgelegd: “They will have their television-viewing habits individually tracked by Google's data-mining elves.

Het probleem was dat Kansas zo verdomd ver weg was

Dit artikel, amper zes alinea's verdeeld over twee pagina's, bleef na lezing door mijn hoofd spoken. Iedere keer dat ik naar google.com surfte, dacht ik eraan. Het probleem was dat Kansas zo verdomd ver weg was, zo'n plek waarvan je kunt zeggen: hoe meer ik erover nadenk, hoe minder ik ervan afweet. Het gevoel dat ik me zorgen moest maken begon net een beetje weg te ebben – niet omdat zorgen niet op hun plaats waren, eerder omdat ik ze vakkundig negeerde – toen ik een recente column van Maxim Februari las. Februari schrijft wel vaker over onze blindheid inzake de (morele) gevolgen van technologische ontwikkelingen, maar deze keer sloten de laatste twee alinea's wel heel goed aan bij hetgeen me dwarszat. Februari vertelde hoe het bedrijf PinkRoccade gratis de digitale dienstverlening voor de gemeente Haarlemmermeer opzet: “De burger krijgt contact met de gemeente in de omgeving van Facebook, waar reclame wordt gemaakt die individueel is afgestemd op iedere bezoeker. De officiële informatieverstrekking lijkt van de samenwerking niet bepaald opgeknapt, maar je weet nu als burger wel dat ambtenaar Miranda je hoogstpersoonlijk restaurant Las Palmas in Rotterdam aanbeveelt.”

Publiek/privaat

Het is niet dat een vermenging van de publieke en private sectoren inherent problematisch is. In tegendeel: samenwerkingen tussen bedrijven en de overheid kunnen bij hardnekkige problemen voor verrassende oplossingen zorgen. Het wordt pas gevaarlijk wanneer niet langer serieus wordt nagedacht over de keerzijden van dit soort samenwerkingen op technologisch gebied. Het gaat mis wanneer in het denken van de publieke partij, de overheid dus, het algemeen belang niet langer centraal staat. Of wanneer dat algemeen belang te nauw of eenzijdig wordt geïnterpreteerd, bijvoorbeeld in puur financiële termen. (De aanhoudende stroom berichten uit Engeland over Starbucks, Amazon en, jawel, Google is wat dat betreft veelzeggend: deze succesvolle bedrijven blijken al jaren weinig tot geen belasting te betalen. Daartoe worden ze uiteindelijk door overheden in de gelegenheid gesteld.)

Bestuurders houden van Grote Werken

Dat is het moment waarop de gevonden oplossingen voor nieuwe (grotere en meer fundamentele) problemen zorgen. In het geval van Googles activiteiten in Kansas City is dit duidelijk zichtbaar: in plaats van op te komen voor de belangen van haar burgers gaat de lokale overheid op haar knieën voor een grote investeerder. De belofte een hele stad aan te sluiten op een glasvezelnetwerk lijkt genoeg om de belangen van burgers ondergeschikt te maken aan de wensen van een bedrijf – om vervolgens desnoods genoegen te nemen met slechts een halve stad die wordt aangesloten op het netwerk.

Het is alleszins begrijpelijk: bestuurders houden van Grote Werken. Iedere minister of wethouder hoopt op een mooie nalatenschap, vaak iets tastbaars en liefst van gewapend beton, maar een of ander masterplan is ook al heel wat. (Mijn favoriete voorbeeld van een bestuurlijke erfenis is een afgelegen rotonde ergens op Goeree-Overflakkee: het Ted Jansen Plein.) De technologische vlucht naar voren biedt natuurlijk ook een goede kans op bestuurlijke onsterfelijkheid. Ik zal niet raar opkijken wanneer over een jaar of vijf iemand voorstelt alle gemeentelijke baliemedewerkers uit te rusten met Google Glass. “Dit gesprek kan worden opgenomen, met als voornaamste doel onze dienstverlening te verbeteren.” De informatie wordt ongetwijfeld opgeslagen in de cloud. Wat u en de overheid te bespreken hebben, is meteen Googles privébezit geworden.

De gevolgen van een uitvinding als Google Glass liggen niet vast. Zoals wijlen Jan Blokker ooit opmerkte over internet: “Er is niets fataals aan internet. Internet is een gemak. En het gemak dient de mens.” Dat geldt voor vrijwel alle nieuwe technologieën: ze zijn zelden inherent gevaarlijk. Wanneer ze wel gevaarlijk worden, is dat bijna altijd omdat ze op een bepaalde manier worden gebruikt. En daar hebben we als privépersoon, die een gebruiksovereenkomst wel of niet tekent, en als burger, die via een gekozen vertegenwoordiging wetgeving kan beïnvloeden, iets over te zeggen. Maar dan moeten we dat wel af en toe doen.

Mail

Jan Postma Jan Postma (Delft, 1985) is politicoloog, fotograaf, journalist, parttime einzelgänger en meer. Maar, voordat u zich een beeld denkt te kunnen vormen, toch vooral dat laatste.

Gemma Pauwels is freelance illustrator en woont in Amsterdam.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Niet aan denken

Niet aan denken

Aan de feesttafel zoekt Aafke van Pelt tussen de koetjes en kalfjes naar het contrast, de diepere laag in het banale. Lees meer

Illustreer jij de volgende cover van het Hard//hoofd Magazine?

Illustreer jij de volgende cover van het Hard//hoofd Magazine?

Voor ‘Ssst’, het voorjaarsnummer van 2025 van Hard//hoofd, zijn we op zoek naar illustrator die de cover van ons magazine willen maken. Lees meer

Een kus van een beer

Een kus van een beer

Nick Sens ontmoet een beer in de dierentuin en raakt gefascineerd door deze dieren. Wie of wat ervaren we als we oog in oog met een beer staan? Aan alle wezens van de metamorfose, hier en daarginds (Nastassja Martin) De bruine beer zet twee zware stappen in mijn richting en ik bevries. Het gegil en... Lees meer

Levensweg

Levensweg

Als Aisha een trouwerij op een Limburgse boerderij bezoekt, mijmert ze ineens over haar eigen bruiloft. Ach, trouwen is niks voor haar. Toch? Lees meer

Kunst maken in een wereld die naar de gallemiezen gaat

Kunst maken in een wereld die naar de gallemiezen gaat

Martine Bontjes doet verslag van een zoektocht naar duurzaamheid tijdens kunstresidentie SOPRA SOTTO. Lees meer

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Ssst’, het zesde Hard//hoofd Magazine!

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Ssst’, het zesde Hard//hoofd Magazine!

Op het moment dat je overweegt om iets te zeggen, hoor je: ‘Ssst!’ Wie fluistert dit naar je, en waarom? Fantaseer je met ons mee? Dien uiterlijk 24 augustus 2024 een pitch in voor het magazine ‘Ssst’! Lees meer

Kijken in de spiegel van de Gendermonologen

Kijken in de spiegel van de Gendermonologen

Wie zie jij als je in de spiegel kijkt? Voldoe je aan het beeld van ‘de gemiddelde mens’, of niet? Tom Kniesmeijer vraagt zich af waarom afwijken van het gemiddelde zoveel weerzin oproept en of hét gemiddelde wel bestaat. ‘Precies op het gemiddelde past niemand’. Ik sluit mijn ogen en ben terug in de Leidsestraat.... Lees meer

Marktplaatsgekkies

Marktplaatsgekkies

Marthe van Bronkhorst besluit de relatiemarkt opnieuw te betreden en vraagt zich af: ben ik een koopje, of een langetermijn-investering? Lees meer

Kunstverzamelaars opgelet! Interview met Hanane El Ouardani

Kunstverzamelaars opgelet! Interview met Hanane El Ouardani

Hanane El Ouardani (1994) is de fotograaf van het prachtige, nieuwe kunstwerk dat de kunstverzamelaars van Hard//hoofd thuis gaan ontvangen. De foto komt uit de serie The Skies are Blue, the Walls are Red (2018) en Jorne Vriens (onze Chef Kunst) heeft El Ouardani geïnterviewd over haar werk. Zij gaan met elkaar in gesprek over hoe zij als fotograaf te werk gaat, hoe deze foto tot stand is gekomen en praten over smaak, tegenstellingen en het hervinden van thuis. Lees meer

Galatea 1

Galatea

Een bezoek aan een Airbnb aan zee blijkt ook een bezoek aan asfalt, beton en een cementfabriek te betekenen. Andrea Koll plaatst dit beeld in dit door haar zelf geïllustreerde, tweestemmige gedicht tegenover het beeld van de door Pygmalion uit ivoor gemaakte Galatea. Lees meer

Nieuwe Barbaren 1

Nieuwe Barbaren

Met het essay 'Nieuwe barbaren' over de Kafkaëske, sci-fi serie Severance won Jacob Koolstra in 2024 de Drift Essaywedstrijd. Lees meer

Sluit je aan en verzamel kunst 7

Dit maakten onze 1.660 kunstverzamelaars mogelijk in 2023

Kunstverzamelaars dragen bij aan onze missie om nieuw talent te ondersteunen. We leggen graag uit hoe we de donaties in 2023 hebben besteed. Lees meer

:Dit is Europa: een half-ontspoorde trein

Dit is Europa: een half-ontspoorde trein

Marthe van Bronkhorst bekijkt Europa als een treinreis en stemmen voor de Europese Parlementsverkiezingen als het zijn van de conducteur op die rammelende trein. Lees meer

:Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 2) 7

Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 3)

Hoe kun je poëzie ook anders ervaren dan via de bundel of op het podium? Tachtig studenten illustratie van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie lieten zich inspireren door het werk van de dichters van het 54ste Poetry International Festival (6, 7, 8 en 9 juni in Rotterdam). Dat levert een verrassende verzameling nieuwe beelden op. Een dialoog tussen woord en beeld waarbij iedere tekenaar zijn eigen afslag nam. Lees meer

:Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 2) 6

Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 2)

Hoe kun je poëzie ook anders ervaren dan via de bundel of op het podium? Tachtig studenten illustratie van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie lieten zich inspireren door het werk van de dichters van het 54ste Poetry International Festival (6, 7, 8 en 9 juni in Rotterdam). Dat levert een verrassende verzameling nieuwe beelden op. Een dialoog tussen woord en beeld waarbij iedere tekenaar zijn eigen afslag nam. Lees meer

Nooit Verzonden - wacht op titel

Afscheidsbrief aan een waardeloze dokter

Er zijn nog steeds dokters die de gezondheidsklachten van hun patiënten niet serieus nemen. Luuk Schokker schreef een openhartige brief aan één van hen. Lees meer

:Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 1) 1

Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 1)

Hoe kun je poëzie ook anders ervaren dan via de bundel of op het podium? Tachtig studenten illustratie van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie lieten zich inspireren door het werk van de dichters van het 54ste Poetry International Festival (6, 7, 8 en 9 juni in Rotterdam). Dat levert een verrassende verzameling nieuwe beelden op. Een dialoog tussen woord en beeld waarbij iedere tekenaar zijn eigen afslag nam. Lees meer

Dubbelleven

Dubbelleven

Hoe kenmerkt het interieur van een multicultureel gezin zich? Emerald Liu onderzoekt hoe huiselijke voorwerpen een metaforische brug vormen met haar overzeese familieleden. ‘Het proces van achterlaten maakt alles wat je in je handen hebt extra betekenisvol, overgoten met een glazuur van kostbaarheid.’ Lees meer

Zo beweegt ze niet

Zo beweegt ze niet

Ze had zich er grondig op voorbereid. Spotify-playlists, het juiste jurkje, en zelfs een plan voor gespreksonderwerpen. Maar nu, in de rij voor de club, voelt alles vreemd en ongepast. Een audioverhaal van Lakaver (Werner de Valk en Roderik Maes). Lees meer

Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

"Ofwel we noemen mij voortaan een tokkie, en ik zal de titel met trots dragen. Of we stoppen met het gebruik van het woord tokkie en laten het weer alleen een familienaam zijn." In deze gastcolumn geeft Anne Schepers een ijzersterk pleidooi tegen het negatieve gebruik van het woord 'tokkie'. Lees meer

Hard//hoofd zoekt vóór 28 juli 2.000 trouwe lezers!

Hard//hoofd verschijnt weer op papier! In ‘Lief kutland’ klinken de begintonen van waaruit vrije utopieën werkelijkheid worden, of waarmee we ongelimiteerd verdriet en woede botvieren op alles wat er misgaat. Fantaseer je met ons mee? Schrijf je vóór 28 juli in voor slechts €2,50 per maand en ontvang ‘Lief kutland’ in september in de brievenbus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer