Asset 14

Oorlogsfotografie in virtuele tijden

Oorlogsfotografie laat zien wat sommigen liever verborgen hadden gehouden en in nieuwe tijden met nieuwe oorlogstechnieken is dit belangrijker dan ooit.

Het lot van Tim Hetherington en Robert Capa indachtig, zullen weinig ouders staan te springen van geluk bij de mededeling dat hun kind oorlogsfotograaf wordt. Op 25 juli 2013 is de Frans-Amerikaanse fotograaf Jonathan Alpeyrie tegen een losgeld van ruim 400.000 euro vrijgelaten door zijn Syrische gijzelnemers na een gevangenschap van ruim 81 dagen. Het toeval wil dat Alpeyrie enkele dagen voor zijn gevangenneming een academische conferentie over oorlogsfotografie in Parijs van praktische inhoud kwam voorzien en zijn mening gaf over het beeld als wapen in de strijd. Ik geloof dat hij de verschillende lezingen meewarig aanhoorde en er ondertussen het zijne van dacht. Bij het interview na afloop van de soms inderdaad weinig relevante praatjes over representaties van oorlog en vrede door middel van fotografie, brandde hij los. Schijnbaar onaangedaan vertelde hij over alle oorlogshaarden waarin hij de laatste tien jaar deelnemer was geweest, de keren dat hij in levensgevaar was geweest, de maaltijden die hij met soldaten genoot terwijl ze onder vuur lagen, en hoe hij als tegenpresentatie voor de bescherming door en de toegang tot het leger met zijn zoom-lens vijandelijke stellingen fotografeerde. Alpeyrie is ongeschonden uit zijn gevangenschap gekomen, maar zal voorlopig niet terugkeren naar het slagveld.

Dit is een winst voor strijdende partijen, voor hen die belang hebben bij een zo hoog mogelijke graad van onzichtbaarheid, een duister gebied dat niet plots oplicht door het flitslicht van een fotograaf, een grijze zone waarin geen oorlogsrecht geldt. Alpeyrie’s beslissing om zich voorlopig bezig te houden met ander journalistiek werk is echter een tragedie voor zijn publiek, burgers in Westerse landen, al generaties ongeplaagd door oorlog, die zich graag engageren met vreselijke oorlogen in landen die zo ver weg zijn, dat je je afvraagt of ze uberhaupt wel bestaan. Ik chargeer, maar het is een feit dat mensen, waar ook ter wereld, afhankelijk zijn van afbeeldingen, teksten en getuigenissen voor het beeld dat ze hebben van de wereld buiten hun van nature beperkte blikveld. Dit geldt evenwel en misschien bij uitstek voor oorlogen.

Het spanningsveld tussen zichtbaarheid, kennis en democratie staat aan de basis van dit stuk. Wat is het belang van het beeld en wat kan een beeld zeggen over een oorlog waar we slechts by proxy getuigen van zijn. Welke implicaties heeft de hedendaagse virtuele oorlogsvoering, zoals door middel van drones en hacking, voor onze toegang tot brandhaarden? Tast, allicht, de digitalisering van oorlog en fotografie onze toegang tot brandhaarden en daarmee onze mogelijkheid tot het vormen van een mening over een conflict aan, zodat we niet langer volledig in staat zijn onze overheden democratisch te controleren?

Belang van zichtbaarheid

De Vietnamoorlog. Punt. Er is een grote kans dat het woord ‘Vietnamoorlog’ een of twee beelden bij u oproept. Het naakte meisje dat schreeuwend wegrent van haar in brand gestoken dorp, waarschijnlijk, en de standrechtelijke executie van een Vietcong. Deze foto’s representeren inmiddels de verschrikkingen van deze oorlog, op een dusdanige manier dat er geen verdere kennis van context nodig is om deze foto’s te begrijpen. Ze zijn een eigen leven gaan leiden in ons collectieve geheugen. Een ander, meer recent, voorbeeld zijn de foto’s uit Abu Ghraib van martelingen van gevangenen door Amerikaanse soldaten. Het uitlekken van deze foto’s was een klap voor de Amerikanen. De eerdere geruchten over slechte behandeling van gevangenen werden pas serieus genomen na het leveren van fotografisch bewijs. Deze kiekjes bleken een grote klap voor Amerika’s (zelf)beeld. Maar de zichtbaarheid van deze afbeeldingen berust op toeval: de foto’s zijn door de daders gemaakt, voor in het familiearchief. Zij hadden nooit deze mate van wereldwijde zichtbaarheid mogen bereiken. De foto’s maken ons bewust van de marges van de zichtbaarheid, het duistere gebied waarin strijdende partijen denken te kunnen doen wat hen goed dunkt omdat niemand het ziet. Wij verliezen de mogelijkheid om te zien wat er door onze legers in onze naam uitgevoerd wordt; dit heeft een negatief effect op de democratische betrokkenheid van burgers alswel voor de legitimiteit van oorlogen zelf.

De afhankelijk van beelden voor onze kennis van oorlogen maakt het zo tragisch als er een fotograaf omkomt in een oorlog. Hij of zij vormt onze ogen op de grond. Wij, burgers, kunnen ook zelf besluiten de camera op te pakken: become the media. Dit is een grote verdienste van deze tijd, maar ook hier zit een schaduwzijde aan, zoals duidelijk is geworden door het conflict in Syrië. Vele onduidelijke, bewegerige youtube clips vormen ons beeld van bombardementen op Syrische steden, maar het is vaak onmogelijk te verifieren waar, waarom en door wie deze beelden gemaakt zijn.

Een foto zegt minder dan 1000 woorden, deelt geen feiten en indrukken, en brengt ons ook niet dichterbij het leed van anderen, dat altijd ongekend zal zijn. Toch daagt zij ons uit ons ethisch en kritisch te verhouden tot wat wij zien. Misschien is een foto voor de snelle nieuwsvolger de enige ingang tot een conflict, maar zelfs in een flits kan zij bijdragen aan een korte opvoeding tot burger, of het ze nou interesseert of niet.
Heden ten dage is er een grotere bedreiging voor oorlogsfotografie dan kogels of ontvoeringen: onzichtbaarheid. Niet de onzichtbaarheid die bij elke oorlog hoort, niet het geheimzinnge waarmee elke operatie omringd is, maar de letterlijke onzichtbaarheid van oorlogshandelingen. Volgens de vooraanstaande criticus Tom Mitchell vindt oorlog plaats op minstens twee slagvelden, het werkelijke slagveld waar de kogels links danwel rechts om je oren vliegen, en op het slagveld van het beeld. Deze oorlog vindt plaats binnen een werkelijke oorlog, en omvat propaganda, het ge- en misbruik van afbeeldingen voor allerlei doeleinden, en een spel met zichtbaarheid. De vraag die mij aan het denken houdt is de volgende: waarom hebben wij de dood van Saddam Hussein gezien, maar waarom is er geen fotografisch bewijs voor de dood van Osama bin-Laden? Hier zijn veel antworden op mogelijk, maar geen heeft mij tot op heden bevredigd. Waarom is de dood van bin-Laden het niet waard gezien te worden door de wereld? We hebben Saddam zien hangen, om over het tot pulp geslagen gezicht van Kaddafi maar te zwijgen. Wat zien we nog meer niet, en hoe verandert ons beeld van oorlog door het gebruik van nieuwe methodes en technieken?

Nieuwe technieken, nieuwe oorlogen

De oorlogsfotograaf is baken in duistere tijden en stelt ons in staat om democratische burgers te blijven. De Canadese denker Michael Ignatieff gaat in zijn boek Virtual War (1999) in op het steeds onwerkelijker worden van oorlogen: ze worden vanaf grote hoogte en soms zelfs van achter een computer gevoerd en (dit was in 1999, twee jaar voor 9/11, nog de verwachting) zullen weinig tot geen levens van Westerse soldaten meer eisen. Dit geldt in grote lijnen voor de Golfoorlog en voor alle conflicten in de Balkan. Deze oorlogen zijn zo virtueel geweest, dat de enige beelden die ik me er van kan herinneren night vision shots zijn van Baghdad of Sarajevo waar af en toe in de verte een flits te zien is. Een bom, nam ik aan. Zo kom je de nacht wel door, als je althans CNN kijkt en niet een inwoner van een stad bent die onder vuur ligt. Het grootste probleem van de beweging richting virtuele oorlogsvoering is volgens Ignatieff een democratisch probleem dat raakt aan de fundamenten van elke Westerse samenleving: "If violence ceases to be fully real to the citizens in whose name it is exercised, will they continue to restrain the executive resort to precision lethality?" Oftewel, wanneer voor ons, burgers in democratische samenlevingen, de oorlogen die in onze naam door onze regeringen gevoerd worden, onwerkelijk worden omdat er voor ons niks op het spel staat en omdat wij niet geconfronteerd worden met beelden van het leed dat onze wapens aanrichten, hoe kunnen wij onze plicht doen en kritisch blijven op de inzet van Westerse macht in wereldwijde conflicten?

Illustratie:Steve Bain ABIPP

Een groot probleem waarmee we vandaag geconfronteerd worden is de inzet van drones. Verschillende ministers hebben zich uitgelaten over het gebruik van drones in Nederland bij het opsporen van criminelen of verdachten en het vinden van wietplantages. In de Verenigde Staten is de discussie nog uitgebreider: mag een drone boven Hollywood foto’s maken van sterren, of mag de overheid door middel van drones privacy van burgers met voeten treden? Zou een vluchteling uit Mexico door een drone beschoten mogen worden, of een Amerikaans staatsburger die de wet overtreedt? Het Amerikaanse dorpje Deer Trail, Colorado, wil vergunningen verkopen om op drones te jagen: voor 25 dollar mag je drones uit de lucht schieten. In Texas is het inzetten van drones door beveiligingsbedrijven inmiddels verboden.

Hedendaagse oorlogsvoering houdt zich niet aan de grenzen van de natiestaat en ook is er geen oorlogsverklaring meer nodig om de soevereiniteit van een ander land te schenden. De Verenigde Staten voeren in elk geval drone operaties uit in Pakistan, Afghanistan, Somalië en Jemen. Dit zijn landen waar Amerika officieel niet mee in oorlog is. Drones worden gebruikt om menselijke doelen uit te schakelen (volgens Newsweek worden deze door Obama persoonlijk geaccordeerd). Zowel vermeende terroristen als burgers en kinderen, worden van een afstand uit de weg geruimd. Sinds 2002, en met een duidelijke piek na 2007 toen Nobelprijs voor Vrede-winnaar Obama president werd, zijn er tussen de 3000 en 4500 onbedoelde slachtoffers gevallen. Onbedoeld volgens mensenrechtenorganisaties, de CIA en het Amerikaanse leger zullen niet snel spreken van onschuldige of onbedoelde slachtoffers. Volgens memo’s is elke man tussen 18 en 50 jaar een potentiële vijand. Ook opvallend gedrag is genoeg om een aanval te rechtvaardigen: het in de lucht schieten (zoals wel eens bij een trouwerij gebeurt in bovengenoemde landen) of het met een groep mannen survivalen in de woestijn, bijvoorbeeld.

Drones nemen een centrale plaats in binnen oorlogen, maar bevinden zich in de marges van het zichtbare. We hebben nauwelijks beelden van bestuurders of slachtoffers. Deze dubbele onzichtbaarheid draagt in grote mate bij aan de relatieve onbekendheid met deze manier van oorlogsvoering. Gezien het hoge aantal onbedoelde burgerslachtoffers kan de mythe dat drones precies opereren ontkracht worden. Een ander argument dat vaak wordt gebruikt door voorstanders van de inzet van drones, is dat het in elk geval veilig is voor soldaten die ze besturen, heeft evenmin waarde. In een recent artikel in Time Magazine schrijft Lev Grossman het volgende: "Even though they work from the safety of air-conditioned bunkers and go home to their families every night, almost 30% of Air Force drone pilots suffered from burnout, and 17% were clinically distressed. They may not have been in danger, but some part of them was nevertheless in combat" (23). Anders dan hun collega’s op het werkelijke slagveld, hebben drone-operators geen wonden om bij terugkomst te laten zien en worden ze niet erkend als echte soldaten, maar wordt er gezegd dat ze een ‘playstation mentality’ hebben. Zij zijn niet bekend, onzichtbaar voor het grote publiek. Echter, zoals Grossman stelt, drone oorlogsvoering is misschien wel té echt voor de operators. Zij houden vaak dagenlang hun potentiele doelwit in de gaten, weten hoe laat ze opstaan, wanneer ze met hun vrouw vrijen en wanneer de kinderen op school zijn; na de assasinatie zien ze de begrafenis, ook die van hun onschuldige slachtoffers, kinderen soms.

De onzichtbaarheid van drone-slachtoffers is misschien nog opvallender. Waar in eerdere oorlogen het slachtoffer altijd een gezicht had, al was het maar omdat er een of twee foto’s representatief werden voor duizenden slachtoffers, is het slachtoffer van drones nergens te zien. Dit heeft verschillende redenen en onnoembare consequenties. Drone aanvallen vinden vaak totaal onverwachts plaats en vaak in onbegaanbaar gebied, journalisten kunnen hier vaak niet komen en de bewoners van deze plaatsen hebben vaak geen smart phones en camera’s. Een andere reden is het toegenomen gevaar voor journalisten sinds de drone; een drone werkt afschrikkend, ook voor journalisten. Erroll Morris interviewt in zijn baanbrekende Believing is Seeing: Observations on the Mysteries of Photography een fotograaf die vertelt dat hij bang is om erop uit te trekken in oorlogsgebieden omdat zijn camera er vanaf drone-hoogte wel eens kan uit zien als een wapen, terwijl hij ook nog eens ongewoon en onmenselijk gedrag vertoont door zo dicht mogelijk naar de strijd toe te trekken. In de toekomst, als meer landen toegang hebben tot drones, is het vanaf de grond waarschijnlijk onmogelijk om te weten of een drone van een jou welvallige mogendheid is, een die de persvrijheid niet per-se met voeten treedt, of van een deelnemer die het juist gemunt heeft op journalisten.

Zichtbaarheid is niet zaligmakend. Je ziet de vreselijkste dingen in kranten en op internet. Onzichtbaarheid is echter ook niet alles. Plato stelde ooit al de vraag of een boom die valt in een leeg bos, een gebeurtenis waarvan geen getuigen is, wel geluid maakt. In deze context kan Plato’s vraag opnieuw gesteld worden, maar op een andere manier: is een oorlogsslachtoffer dat niet gezien is, wel gevallen? Is iets, in deze tijden, wel gebeurt als we het niet zien?
Onzichtbare oorlogsslachtoffers kunnen geen rol spelenin publieke debatten, zoals de gemartelden van Abu Ghraib wel. Alle slachtoffers van 9/11 hebben met een foto en een korte levensbeschrijving in de krant gestaan: de maatschappij heeft op een dergelijke, symbolische manier eer bewezen aan slachtoffers die niet hadden mogen vallen. Zelfs Saddam Husseins dood was het waard om bij stil te staan, om met een zeker respect gezien te worden, en om duidelijk te maken dat een tijdperk definitief voorbij was. Slachtoffers van drones zijn niet alleen van hun leven beroofd, maar worden ook beroofd van de rol die hun dood hoort te spelen in politiek en maatschappij.
En dit zijn alleen nog drones, fysieke machines die je gewoon kunt zien. Andere manieren van hedendaagse oorlogsvoering zijn nog onrepresenteerbaarder: wat te denken van hacking? Hoewel we denken in visuele tijden te leven, in een cultuur van het beeld, moeten we waken voor alles dat wat zich aan ons zicht onttrekt, want daar komt de werkelijke dreiging vandaan.

Het is niet alles dood en onzichtbaarheid wat de klok slaat. Er worden initiatieven ontplooid door eenlingen die precies de consequenties van drone oorlogen willen laten zien, omdat ze het belang van zichtbaarheid begrijpen. Het zijn vaak geëangageerde, journalistiek ingestelde kunstenaars die dit doen, maar het is tevens denkbaar dat creatieve journalisten deze manier van verslaggeving oppikken. We leven in tijden waarin kunst en journalistiek naar elkaar toe kruipen dankzij intitiatieven van enkelingen die er met gevaar voor eigen leven op uit trekken. Ik wil kort twee prijzenswaardige voorbeelden geven: de eerste is Noor Behram (Wired Magazine), die de Ground Zero of the Drone War wil laten zien. Hij documenteert de nasleep van drone aanvallen in onbegaanbaar Pakistan. Een andere artiest is James Bridle, wiens Drone Shadow het publiek bewust maakt van de infiltratie van drones in de publieke ruimte. Beiden voorzien het nieuws over drones met de nodige beelden die, hoewel soms onderdeel van een kunstproject, een grote nieuwswaarde hebben.

Oorlogsfotografie ligt onder vuur, als het niet van strijdende partijen is, dan is het wel door technische ontwikkelingen die oorlog onzichtbaarder en ongrijpbaarder maken. Het is aan ons dit te beseffen, zélf de media te worden, maar vooral bewust te worden van het spel waarin het zogenaamd eenduidige beeld je probeert te betrekken.

___

Wilco Versteeg (1986) werkt aan de Université Paris Diderot aan een proefschrift over hedendaagse oorlogsfotografie, met speciale aandacht voor virtuele oorlogsvoering.

Mail

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
:Een lesje kapitalisme: door Shein betalen we straks dubbel bij Zara

Een lesje kapitalisme: door Shein betalen we straks dubbel bij Zara

Wanneer goedkoop steeds goedkoper wordt en luxe verder naar de sterren rijkt, rekt het middensegment zich onverstoorbaar op. In haar column toont Loïs Blank hoe ooit betaalbare merken via een facelift hun high-end ambities najagen. Wanneer zijn we uitgespeeld in dit kapitalistische spel? Lees meer

:Terugblik op de lancering van 'Harnas' in Museum Arnhem 13

Terugblik op de lancering van ‘Harnas’ magazine in Museum Arnhem

Afgelopen maand werd ons nieuwste nummer feestelijk gelanceerd in Museum Arnhem, want Hard//hoofd en Museum Arnhem bundelden de krachten! De tentoonstelling Naakt dat raakt vindt literaire en poëtische verdieping in een speciaal katern in Hard//hoofd magazine Harnas. We blikken terug op het evenement. Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

over samen niet weten

Anne Louïse van den Dool won met het essay 'Een middenwereld: over samen niet weten' de derde plaats van Hooray for the Essay 2026. Lees meer

Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Introverte mensen zijn awesome

Introverte mensen zijn awesome

In een wereld van schreeuwende extraversie, eert Marthe van Bronkhorst de introverten. 'Doe mij maar ‘raven’-energy. ' Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Tweede plaats Hooray for the Essay 2026 - Dat is dan jouw waarheid

Saar Lermytte won de tweede plek van Hooray for the Essay 2026 met het essay Dat is dan jouw waarheid Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

:De strijd om vorm: looksmaxxen met volume of bevrijding uit de vorige eeuw?

De strijd om vorm

Dior en Chanel grijpen terug op historische silhouetten, en dat wordt breed gevierd. In haar column onderzoekt Loïs Blank of we ons voldoende bewust zijn van de oude idealen die daarin meekomen, en wat het over onze tijd zegt dat we daar zo enthousiast applaus voor geven. Lees meer

Steen 1

Steen

Stel je eens voor hoe een relatie met een steen kan beginnen, hoe die eruitziet en waarin jullie elkaar zullen vinden. Sjoukje Kamphorst neemt je mee op een literaire reis langs verloren zwerfkeien, gebarsten geliefdes en zinloos geploeter. ‘Wat een steen te zeggen heeft, kan alleen maar van groot gewicht zijn.’ Lees meer

Oproep: De Stoute Stift

De Stoute Stift

Doe mee aan De Stoute Stift, een zoektocht naar vier Nederlandse en vier Vlaamse illustratoren die een beeld willen maken bij de beste verhalen van de erotische schrijfwedstrijd Het Rode Oor. Deadline: 1 mei 2026. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

:Podcast: Maandagavond – De uitnodiging

Podcast: Maandagavond – Het cadeau

Voor de één is het 't allerbelangrijkste onderdeel van een feest, voor de ander een leeg ritueel vol onnodige spulletjes. In de derde aflevering van dit Maandagavond-seizoen draait alles om ‘Het Cadeau’. Met Rebekka de Wit, die het publiek uithoort over pijnlijke ‘kutcadeaus’, Suzanne Grotenhuis, die getuige was van de perfecte aankoop, en Freek Vielen die trakteert op een tekst uit hun gloednieuwe jubileumboek. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

Hard//hoofd zoekt een nieuwe uitgever/zakelijk leider

Hard//hoofd zoekt een nieuwe uitgever (zakelijk leider) [deadline verstreken]

Maak jij een vrije ruimte voor experiment voor nieuwe schrijvers, makers en denkers mogelijk? Word de nieuwe uitgever van Hard//hoofd! Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Melissa Dhondt won de eerste prijs van Hooray for the Essay 2026, met haar essay ‘Wat zo is’ waarin ze haar moeders relatie tot alcohol op een invoelende manier beschrijft. De wedstrijd is een samenwerking tussen DeBuren, Rekto:Verso en Hard//hoofd. Lees meer

Demystificeren en normaliseren: 'Naakt dat raakt' in Museum Arnhem

Demystificeren en normaliseren: 'Naakt dat raakt' in Museum Arnhem

Kijk, voel, denk opnieuw. In Naakt dat raakt tonen kunstenaars dat naakt meer is dan bloot: het is een middel voor autonomie, identiteit en verzet. Sanne de Rooij gidst je met een kunsthistorische blik door de tentoonstelling van Museum Arnhem en gaat in gesprek met conservator Manon Braat: ‘Ik wil blijven geloven dat kunst een verandering teweeg kan brengen.’ Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

Als Jetten I je rechten afpakt, antwoord je dan met nóg een petitie?

Als Jetten I je rechten afpakt, antwoord je dan met nóg een petitie?

Na de zoveelste genegeerde petitie constateren Marthe van Bronkhorst en Savriël Dillingh dat het anders moet: een nieuwe vorm van verzet. 'Wat zijn we in de afgelopen dertig jaar in die klassestrijd nou eigenlijk opgeschoten? Moeten we niet eens escaleren?' Lees meer

Hard//hoofd lanceert 'Harnas' in Museum Arnhem!

Kom naar de lancering van ‘Harnas’ magazine in Museum Arnhem!

Kom naar de feestelijke lancering van Hard//Hoofd magazine Museum Arnhem! We gaan in gesprek met Museum Arnhem over naakt in tekst en beeld, en schrijvers uit ‘Harnas’ magazine geven literaire rondleidingen door de tentoonstelling Naakt dat raakt. Vier de lancering van dit magazine en deze bijzondere samenwerking met ons tijdens een speciale Hard//hoofd-rondleiding door de... Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!