Asset 14

Oorlogsfotografie in virtuele tijden

Oorlogsfotografie laat zien wat sommigen liever verborgen hadden gehouden en in nieuwe tijden met nieuwe oorlogstechnieken is dit belangrijker dan ooit.

Het lot van Tim Hetherington en Robert Capa indachtig, zullen weinig ouders staan te springen van geluk bij de mededeling dat hun kind oorlogsfotograaf wordt. Op 25 juli 2013 is de Frans-Amerikaanse fotograaf Jonathan Alpeyrie tegen een losgeld van ruim 400.000 euro vrijgelaten door zijn Syrische gijzelnemers na een gevangenschap van ruim 81 dagen. Het toeval wil dat Alpeyrie enkele dagen voor zijn gevangenneming een academische conferentie over oorlogsfotografie in Parijs van praktische inhoud kwam voorzien en zijn mening gaf over het beeld als wapen in de strijd. Ik geloof dat hij de verschillende lezingen meewarig aanhoorde en er ondertussen het zijne van dacht. Bij het interview na afloop van de soms inderdaad weinig relevante praatjes over representaties van oorlog en vrede door middel van fotografie, brandde hij los. Schijnbaar onaangedaan vertelde hij over alle oorlogshaarden waarin hij de laatste tien jaar deelnemer was geweest, de keren dat hij in levensgevaar was geweest, de maaltijden die hij met soldaten genoot terwijl ze onder vuur lagen, en hoe hij als tegenpresentatie voor de bescherming door en de toegang tot het leger met zijn zoom-lens vijandelijke stellingen fotografeerde. Alpeyrie is ongeschonden uit zijn gevangenschap gekomen, maar zal voorlopig niet terugkeren naar het slagveld.

Dit is een winst voor strijdende partijen, voor hen die belang hebben bij een zo hoog mogelijke graad van onzichtbaarheid, een duister gebied dat niet plots oplicht door het flitslicht van een fotograaf, een grijze zone waarin geen oorlogsrecht geldt. Alpeyrie’s beslissing om zich voorlopig bezig te houden met ander journalistiek werk is echter een tragedie voor zijn publiek, burgers in Westerse landen, al generaties ongeplaagd door oorlog, die zich graag engageren met vreselijke oorlogen in landen die zo ver weg zijn, dat je je afvraagt of ze uberhaupt wel bestaan. Ik chargeer, maar het is een feit dat mensen, waar ook ter wereld, afhankelijk zijn van afbeeldingen, teksten en getuigenissen voor het beeld dat ze hebben van de wereld buiten hun van nature beperkte blikveld. Dit geldt evenwel en misschien bij uitstek voor oorlogen.

Het spanningsveld tussen zichtbaarheid, kennis en democratie staat aan de basis van dit stuk. Wat is het belang van het beeld en wat kan een beeld zeggen over een oorlog waar we slechts by proxy getuigen van zijn. Welke implicaties heeft de hedendaagse virtuele oorlogsvoering, zoals door middel van drones en hacking, voor onze toegang tot brandhaarden? Tast, allicht, de digitalisering van oorlog en fotografie onze toegang tot brandhaarden en daarmee onze mogelijkheid tot het vormen van een mening over een conflict aan, zodat we niet langer volledig in staat zijn onze overheden democratisch te controleren?

Belang van zichtbaarheid

De Vietnamoorlog. Punt. Er is een grote kans dat het woord ‘Vietnamoorlog’ een of twee beelden bij u oproept. Het naakte meisje dat schreeuwend wegrent van haar in brand gestoken dorp, waarschijnlijk, en de standrechtelijke executie van een Vietcong. Deze foto’s representeren inmiddels de verschrikkingen van deze oorlog, op een dusdanige manier dat er geen verdere kennis van context nodig is om deze foto’s te begrijpen. Ze zijn een eigen leven gaan leiden in ons collectieve geheugen. Een ander, meer recent, voorbeeld zijn de foto’s uit Abu Ghraib van martelingen van gevangenen door Amerikaanse soldaten. Het uitlekken van deze foto’s was een klap voor de Amerikanen. De eerdere geruchten over slechte behandeling van gevangenen werden pas serieus genomen na het leveren van fotografisch bewijs. Deze kiekjes bleken een grote klap voor Amerika’s (zelf)beeld. Maar de zichtbaarheid van deze afbeeldingen berust op toeval: de foto’s zijn door de daders gemaakt, voor in het familiearchief. Zij hadden nooit deze mate van wereldwijde zichtbaarheid mogen bereiken. De foto’s maken ons bewust van de marges van de zichtbaarheid, het duistere gebied waarin strijdende partijen denken te kunnen doen wat hen goed dunkt omdat niemand het ziet. Wij verliezen de mogelijkheid om te zien wat er door onze legers in onze naam uitgevoerd wordt; dit heeft een negatief effect op de democratische betrokkenheid van burgers alswel voor de legitimiteit van oorlogen zelf.

De afhankelijk van beelden voor onze kennis van oorlogen maakt het zo tragisch als er een fotograaf omkomt in een oorlog. Hij of zij vormt onze ogen op de grond. Wij, burgers, kunnen ook zelf besluiten de camera op te pakken: become the media. Dit is een grote verdienste van deze tijd, maar ook hier zit een schaduwzijde aan, zoals duidelijk is geworden door het conflict in Syrië. Vele onduidelijke, bewegerige youtube clips vormen ons beeld van bombardementen op Syrische steden, maar het is vaak onmogelijk te verifieren waar, waarom en door wie deze beelden gemaakt zijn.

Een foto zegt minder dan 1000 woorden, deelt geen feiten en indrukken, en brengt ons ook niet dichterbij het leed van anderen, dat altijd ongekend zal zijn. Toch daagt zij ons uit ons ethisch en kritisch te verhouden tot wat wij zien. Misschien is een foto voor de snelle nieuwsvolger de enige ingang tot een conflict, maar zelfs in een flits kan zij bijdragen aan een korte opvoeding tot burger, of het ze nou interesseert of niet.
Heden ten dage is er een grotere bedreiging voor oorlogsfotografie dan kogels of ontvoeringen: onzichtbaarheid. Niet de onzichtbaarheid die bij elke oorlog hoort, niet het geheimzinnge waarmee elke operatie omringd is, maar de letterlijke onzichtbaarheid van oorlogshandelingen. Volgens de vooraanstaande criticus Tom Mitchell vindt oorlog plaats op minstens twee slagvelden, het werkelijke slagveld waar de kogels links danwel rechts om je oren vliegen, en op het slagveld van het beeld. Deze oorlog vindt plaats binnen een werkelijke oorlog, en omvat propaganda, het ge- en misbruik van afbeeldingen voor allerlei doeleinden, en een spel met zichtbaarheid. De vraag die mij aan het denken houdt is de volgende: waarom hebben wij de dood van Saddam Hussein gezien, maar waarom is er geen fotografisch bewijs voor de dood van Osama bin-Laden? Hier zijn veel antworden op mogelijk, maar geen heeft mij tot op heden bevredigd. Waarom is de dood van bin-Laden het niet waard gezien te worden door de wereld? We hebben Saddam zien hangen, om over het tot pulp geslagen gezicht van Kaddafi maar te zwijgen. Wat zien we nog meer niet, en hoe verandert ons beeld van oorlog door het gebruik van nieuwe methodes en technieken?

Nieuwe technieken, nieuwe oorlogen

De oorlogsfotograaf is baken in duistere tijden en stelt ons in staat om democratische burgers te blijven. De Canadese denker Michael Ignatieff gaat in zijn boek Virtual War (1999) in op het steeds onwerkelijker worden van oorlogen: ze worden vanaf grote hoogte en soms zelfs van achter een computer gevoerd en (dit was in 1999, twee jaar voor 9/11, nog de verwachting) zullen weinig tot geen levens van Westerse soldaten meer eisen. Dit geldt in grote lijnen voor de Golfoorlog en voor alle conflicten in de Balkan. Deze oorlogen zijn zo virtueel geweest, dat de enige beelden die ik me er van kan herinneren night vision shots zijn van Baghdad of Sarajevo waar af en toe in de verte een flits te zien is. Een bom, nam ik aan. Zo kom je de nacht wel door, als je althans CNN kijkt en niet een inwoner van een stad bent die onder vuur ligt. Het grootste probleem van de beweging richting virtuele oorlogsvoering is volgens Ignatieff een democratisch probleem dat raakt aan de fundamenten van elke Westerse samenleving: "If violence ceases to be fully real to the citizens in whose name it is exercised, will they continue to restrain the executive resort to precision lethality?" Oftewel, wanneer voor ons, burgers in democratische samenlevingen, de oorlogen die in onze naam door onze regeringen gevoerd worden, onwerkelijk worden omdat er voor ons niks op het spel staat en omdat wij niet geconfronteerd worden met beelden van het leed dat onze wapens aanrichten, hoe kunnen wij onze plicht doen en kritisch blijven op de inzet van Westerse macht in wereldwijde conflicten?

Illustratie:Steve Bain ABIPP

Een groot probleem waarmee we vandaag geconfronteerd worden is de inzet van drones. Verschillende ministers hebben zich uitgelaten over het gebruik van drones in Nederland bij het opsporen van criminelen of verdachten en het vinden van wietplantages. In de Verenigde Staten is de discussie nog uitgebreider: mag een drone boven Hollywood foto’s maken van sterren, of mag de overheid door middel van drones privacy van burgers met voeten treden? Zou een vluchteling uit Mexico door een drone beschoten mogen worden, of een Amerikaans staatsburger die de wet overtreedt? Het Amerikaanse dorpje Deer Trail, Colorado, wil vergunningen verkopen om op drones te jagen: voor 25 dollar mag je drones uit de lucht schieten. In Texas is het inzetten van drones door beveiligingsbedrijven inmiddels verboden.

Hedendaagse oorlogsvoering houdt zich niet aan de grenzen van de natiestaat en ook is er geen oorlogsverklaring meer nodig om de soevereiniteit van een ander land te schenden. De Verenigde Staten voeren in elk geval drone operaties uit in Pakistan, Afghanistan, Somalië en Jemen. Dit zijn landen waar Amerika officieel niet mee in oorlog is. Drones worden gebruikt om menselijke doelen uit te schakelen (volgens Newsweek worden deze door Obama persoonlijk geaccordeerd). Zowel vermeende terroristen als burgers en kinderen, worden van een afstand uit de weg geruimd. Sinds 2002, en met een duidelijke piek na 2007 toen Nobelprijs voor Vrede-winnaar Obama president werd, zijn er tussen de 3000 en 4500 onbedoelde slachtoffers gevallen. Onbedoeld volgens mensenrechtenorganisaties, de CIA en het Amerikaanse leger zullen niet snel spreken van onschuldige of onbedoelde slachtoffers. Volgens memo’s is elke man tussen 18 en 50 jaar een potentiële vijand. Ook opvallend gedrag is genoeg om een aanval te rechtvaardigen: het in de lucht schieten (zoals wel eens bij een trouwerij gebeurt in bovengenoemde landen) of het met een groep mannen survivalen in de woestijn, bijvoorbeeld.

Drones nemen een centrale plaats in binnen oorlogen, maar bevinden zich in de marges van het zichtbare. We hebben nauwelijks beelden van bestuurders of slachtoffers. Deze dubbele onzichtbaarheid draagt in grote mate bij aan de relatieve onbekendheid met deze manier van oorlogsvoering. Gezien het hoge aantal onbedoelde burgerslachtoffers kan de mythe dat drones precies opereren ontkracht worden. Een ander argument dat vaak wordt gebruikt door voorstanders van de inzet van drones, is dat het in elk geval veilig is voor soldaten die ze besturen, heeft evenmin waarde. In een recent artikel in Time Magazine schrijft Lev Grossman het volgende: "Even though they work from the safety of air-conditioned bunkers and go home to their families every night, almost 30% of Air Force drone pilots suffered from burnout, and 17% were clinically distressed. They may not have been in danger, but some part of them was nevertheless in combat" (23). Anders dan hun collega’s op het werkelijke slagveld, hebben drone-operators geen wonden om bij terugkomst te laten zien en worden ze niet erkend als echte soldaten, maar wordt er gezegd dat ze een ‘playstation mentality’ hebben. Zij zijn niet bekend, onzichtbaar voor het grote publiek. Echter, zoals Grossman stelt, drone oorlogsvoering is misschien wel té echt voor de operators. Zij houden vaak dagenlang hun potentiele doelwit in de gaten, weten hoe laat ze opstaan, wanneer ze met hun vrouw vrijen en wanneer de kinderen op school zijn; na de assasinatie zien ze de begrafenis, ook die van hun onschuldige slachtoffers, kinderen soms.

De onzichtbaarheid van drone-slachtoffers is misschien nog opvallender. Waar in eerdere oorlogen het slachtoffer altijd een gezicht had, al was het maar omdat er een of twee foto’s representatief werden voor duizenden slachtoffers, is het slachtoffer van drones nergens te zien. Dit heeft verschillende redenen en onnoembare consequenties. Drone aanvallen vinden vaak totaal onverwachts plaats en vaak in onbegaanbaar gebied, journalisten kunnen hier vaak niet komen en de bewoners van deze plaatsen hebben vaak geen smart phones en camera’s. Een andere reden is het toegenomen gevaar voor journalisten sinds de drone; een drone werkt afschrikkend, ook voor journalisten. Erroll Morris interviewt in zijn baanbrekende Believing is Seeing: Observations on the Mysteries of Photography een fotograaf die vertelt dat hij bang is om erop uit te trekken in oorlogsgebieden omdat zijn camera er vanaf drone-hoogte wel eens kan uit zien als een wapen, terwijl hij ook nog eens ongewoon en onmenselijk gedrag vertoont door zo dicht mogelijk naar de strijd toe te trekken. In de toekomst, als meer landen toegang hebben tot drones, is het vanaf de grond waarschijnlijk onmogelijk om te weten of een drone van een jou welvallige mogendheid is, een die de persvrijheid niet per-se met voeten treedt, of van een deelnemer die het juist gemunt heeft op journalisten.

Zichtbaarheid is niet zaligmakend. Je ziet de vreselijkste dingen in kranten en op internet. Onzichtbaarheid is echter ook niet alles. Plato stelde ooit al de vraag of een boom die valt in een leeg bos, een gebeurtenis waarvan geen getuigen is, wel geluid maakt. In deze context kan Plato’s vraag opnieuw gesteld worden, maar op een andere manier: is een oorlogsslachtoffer dat niet gezien is, wel gevallen? Is iets, in deze tijden, wel gebeurt als we het niet zien?
Onzichtbare oorlogsslachtoffers kunnen geen rol spelenin publieke debatten, zoals de gemartelden van Abu Ghraib wel. Alle slachtoffers van 9/11 hebben met een foto en een korte levensbeschrijving in de krant gestaan: de maatschappij heeft op een dergelijke, symbolische manier eer bewezen aan slachtoffers die niet hadden mogen vallen. Zelfs Saddam Husseins dood was het waard om bij stil te staan, om met een zeker respect gezien te worden, en om duidelijk te maken dat een tijdperk definitief voorbij was. Slachtoffers van drones zijn niet alleen van hun leven beroofd, maar worden ook beroofd van de rol die hun dood hoort te spelen in politiek en maatschappij.
En dit zijn alleen nog drones, fysieke machines die je gewoon kunt zien. Andere manieren van hedendaagse oorlogsvoering zijn nog onrepresenteerbaarder: wat te denken van hacking? Hoewel we denken in visuele tijden te leven, in een cultuur van het beeld, moeten we waken voor alles dat wat zich aan ons zicht onttrekt, want daar komt de werkelijke dreiging vandaan.

Het is niet alles dood en onzichtbaarheid wat de klok slaat. Er worden initiatieven ontplooid door eenlingen die precies de consequenties van drone oorlogen willen laten zien, omdat ze het belang van zichtbaarheid begrijpen. Het zijn vaak geëangageerde, journalistiek ingestelde kunstenaars die dit doen, maar het is tevens denkbaar dat creatieve journalisten deze manier van verslaggeving oppikken. We leven in tijden waarin kunst en journalistiek naar elkaar toe kruipen dankzij intitiatieven van enkelingen die er met gevaar voor eigen leven op uit trekken. Ik wil kort twee prijzenswaardige voorbeelden geven: de eerste is Noor Behram (Wired Magazine), die de Ground Zero of the Drone War wil laten zien. Hij documenteert de nasleep van drone aanvallen in onbegaanbaar Pakistan. Een andere artiest is James Bridle, wiens Drone Shadow het publiek bewust maakt van de infiltratie van drones in de publieke ruimte. Beiden voorzien het nieuws over drones met de nodige beelden die, hoewel soms onderdeel van een kunstproject, een grote nieuwswaarde hebben.

Oorlogsfotografie ligt onder vuur, als het niet van strijdende partijen is, dan is het wel door technische ontwikkelingen die oorlog onzichtbaarder en ongrijpbaarder maken. Het is aan ons dit te beseffen, zélf de media te worden, maar vooral bewust te worden van het spel waarin het zogenaamd eenduidige beeld je probeert te betrekken.

___

Wilco Versteeg (1986) werkt aan de Université Paris Diderot aan een proefschrift over hedendaagse oorlogsfotografie, met speciale aandacht voor virtuele oorlogsvoering.

Mail

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Geef de hoop niet op. Elke graad is er een.

Geef de hoop niet op. Elke graad is er een.

Mannen die leven in luxe en vrede vertellen ons dat we de klimaatapocalyps moeten accepteren in plaats van ertegen te vechten. Onzin, vindt Harriët Bergman. Elke graad is er een, en elke graad is onze vrijheid waard. Lees meer

Sommige dagen kun je niet oplossen

Sommige dagen kun je niet oplossen

Twee geliefden die niet in elkaar opgaan blijven individuen en in Duo Penotti is eigenlijk best veel van jezelf terug te vinden. Marthe van Bronkhorst neemt een kijkje in haar ijskast, denkt na over wat je bewaart in je vriezer en komt tot de conclusie dat er voor sommige dingen geen oplossing bestaat. Lees meer

Blauwe maandagen

Blauwe maandagen

Max Beijneveld neemt de gevolgen van de coronamaatregelen onder de loep en observeert het gevoel van uitzichtloosheid dat hij zelf ervaart. Lees meer

Hoe je de maanden op je knokkels telt en andere vragen

Hoe je maanden op knokkels telt en andere vragen

Voor welke simpele zaken heb jij nooit meer opnieuw naar uitleg durven vragen? Voor Vivian MacGillavry was het maanden tellen op haar knokkels. Maar toen ze dat aan een vriendin durfde op te biechten, ontdekte ze iets moois. Lees meer

Automatische concepten 50

Eigen haard is fijnstof waard?

Bijna een kwart van de fijnstofuitstoot in Nederland wordt veroorzaakt door houtkachels. Daarmee zijn ze de voornaamste bron van uitstoot. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Inkijkjes

Inkijkjes

Deze week worden onze redacteurs blij van een documentaire over Egypte, een succesvolle Zoomvoorstelling en een geheime tuin. Lees meer

Voltooid Herstelde Tijd 1

Voltooid Herstelde Tijd. Voorbij de schaamte rondom slachtofferschap

Beelden die we doorgaans te zien krijgen van intiem geweld zijn vaak oppervlakkig en sensationeel. Tessel ten Zweege deed mee aan het kunstproject van Lara van Gaalen, dat laat zien dat het ook anders kan. Lees meer

Interfriention

Interfriention

Eva van den Boogaard viert een vriendschapsjubileum met vriendin I. en blikt terug op een andere vriendschap, die kort daarvoor ten einde moest komen. Lees meer

Kleine witte slang (reptiel

Kleine witte slang (reptiel)

Drie mensen zorgen samen voor een kleine witte slang. De slang lijkt alleen niets van hen aan te willen nemen. Is dat iets ergs, of wordt er een probleem gemaakt waar geen oplossing voor is? Een kort verhaal van Eva Salman over een advertentie op marktplaats, een stoel waarin nooit iemand zit en over hoe soms je best doen niet alles oplost. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Ongehinderd door waarheid

Ongehinderd door waarheid

Deze week werden onze redacteurs blij van alternatieve werkelijkheden. Lees meer

Nieuws in beeld: Jongeren zijn moe en moedeloos

Jongeren zijn moe en moedeloos

Illustrator Simcha van der Veen zag het al in haar eigen vriendengroep, en haar vermoeden wordt nu steeds vaker in de media bevestigd: jongeren staan massaal op omvallen. Lees meer

Kinken in een ruggengraat

Kinken in een ruggengraat

''We liggen samen in bed en ik vraag je om een herhaling van de tijd.
‘Herhaling bestaat niet,’ zeg je, ‘alleen verandering.’''
Een kort verhaal van Welmoed Jonas over hoe nachtvlinders elkaar kunnen vinden in het donker en het wachten op een nieuwe huid. Lees meer

Hard//talk: Er schuilt een superkracht in autisme

Er schuilt een superkracht in autisme

Autisme wordt vaak gezien als een ingewikkelde afwijking. Sofie Hees vraagt zich af wie bepaalt wat normaal is. Het is tijd voor meer neurodiversiteit. Lees meer

Het Hoofd//stuk: Een ongepland moederboek

Een ongepland moederboek

Helena Hoogenkamp vertelt over hoe haar debuutroman helemaal geen verhaal over moeders moest worden, maar over liefde. Uiteindelijk schreef ze óók over moeders, maar vooral over een verlangen dat zo groot is dat niet uitgesproken kan worden. Maar wat laat je weg en wat vertel je juist wel als je wil vertellen over het onzegbare? Lees meer

Vervolgzomer

Vervolgzomer

In de rubriek Luister Even vragen we Hard//hoofd-makers om een kort stukje audio te maken over de toekomst, wanneer er weer feest kan zijn, of reizen, of drukte. Het is een proeftuin voor het maken van audio, maar ook voor onze werkelijkheid. De eerste aflevering is van Annelies van Wijk. Lees meer

Tip van Else Boer Wees een meeloper

Wees een meeloper

Soms is een meeloper zijn gewoon een heel goed plan. Schrijver Else Boer legt uit waarom aan de hand van haar nieuwste niet-originele hobby: schaken. Lees meer

Nieuws in beeld: Zij speelt met kanker (en wint)

Zij speelt met kanker (en wint)

Na de dood van een goede vriend en mentor, besloot een Tsjechische speltheoreticus haar kennis in te zetten in de strijd tegen kanker. Lees meer

Joost Oomen wil de maan bezielen 3

Joost Oomen wil de maan bezielen

Onlangs verscheen Het Perenlied, de eerste roman van Joost Oomen. Roos Wolthers ging met hem in gesprek over vrolijkheid en twinkelende schuimspanen. Lees meer

Tijdens de avondklok

Tijdens de avondklok

Deze week geven onze redacteurs een inkijkje in wat zij doen als je na 21.00 uur niet meer op straat mag komen. Lees meer

Maken worsten echt de man?

Maken worsten echt de man?

De mannelijkste manier om direct bij te dragen aan een duurzame planeet is het vermijden van dierlijke producten. Maar voornamelijk mannen vinden de overstap naar een veganistisch dieet lastig. 'Echte' mannen eten immers vlees, toch? Tijd om met die genderverwachtingen te spelen, vindt Esther Lamberigts. Lees meer

De geruchten zijn waar. Lees Hard//hoofd nu ook op papier!

Bestel op tijd je eigen exemplaar van de eerste editie, met als thema: ‘Ik’. We hebben drie covers ontworpen. Kies je favoriet.

Bekijk de covers