Asset 14

De val

In een hete zomer wordt een volkstuinencomplex opgeschrikt door de komst van een onbekende man. Een verhaal in zeven delen. Deze week: De cocon komt uit. Nel valt in het washok.

De cocon

Avar werkte in zijn tuin. Hij was een nieuw hek aan het bouwen. Hij had ijzer verzameld en laste nu de ijzeren zonnestralen aan het frame. Hij maakte altijd hekken met zonnen. Het was het einde van de middag, maar het was nog warm in de tuinen. De kikkers in de sloot naast het huisje kwaakten. Achter de sloot was prikkeldraad, daarachter was de spoorlijn.
Avar had alleen groene planten in zijn tuin gekweekt. Hij had hooikoorts en als de lente begon en het stuifmeel uit de bloemen door de tuinen waaide, begonnen zijn ogen te kriebelen en zijn neus te lekken. Onder een van de grote groene bladen had hij een rups gevonden die ging verpoppen. Hij had hem in een doorzichtig bakje gedaan en op de tuintafel gezet. Sunshine volgde het proces al dagen. ‘s Ochtends was het eerste wat ze deed naar buiten lopen en naar de pop kijken. Ze maakte elke dag een tekening van de vorderingen. Dat vond hij het prettigste moment van de dag, als hij naar zijn dochter keek die geconcentreerd over haar tekening gebogen zat.
Avar staarde naar de cocon. De cocon was verdroogd en aan de bovenkant afgebladderd. Er stak een donkerbruin stukje uit.
‘De cocon komt uit,’ zei Avar hardop.
Hij sprong op en riep Sunshine. Ze was niet in het huis. Hij rende door het huis naar buiten, over de grindpaden van de tuinen, richting de speelplaats en riep zijn dochter. Ze zou waarschijnlijk gillen. Dat had ze van haar klasgenoten. Gillen en met haar handen zwaaien.
Avar grijnsde. Hij liep bijna tegen Nel Schenk aan.
‘Ik zoek Sunshine,’ zei hij. ‘De cocon komt uit.’
‘Welke cocon?’ vroeg Nel Schenk, maar Avar was weer door gelopen. Hij rende over de speelplaats, langs de toiletblokken naar de kantine. Toen hoorde hij het gegiechel, gegiechel in de tuin van de vreemdeling. Was er nu ook een vrouw?
Avar liep terug en keek van achter de heg naar de tuin van de vreemdeling.
Hij zag Sunshine in de tuin zitten. De tuin stond vol met bloemen, kronkelende bloemen, die over het paadje groeiden. Sunshine zat op haar knieën. Ze trok onkruid uit de aarde. Ze droeg een geel jurkje dat te strak zat bij haar armen. Avar staarde naar zijn dochter. Ze was geconcentreerd en zag hem niet. De vreemdeling zat naast haar op de grond.
Sunshine keek op. ‘Wat is er pap?’
Avar zei niks. Hij keek naar de vreemdeling die de aarde van zijn dochter’s handen borstelde met een stoffer.
‘Pap, je staart.’ Sunshine keek hem boos aan. ‘Wat is er nou?’
‘De pop,’ zei Avar. ‘De pop komt uit. Kom mee.’
Hij stak zijn hand uit maar Sunshine pakte hem niet.
‘Ik blijf even hier,’ zei ze.
‘Ze helpt me in de tuin,’ zei de vreemdeling.
Avars blik schoot naar de vreemdeling. Het was de eerste keer dat hij zijn stem hoorde. Het was een hele normale stem, wat vreemd was, bij zo’n abnormaal iemand.
Avar richtte zich tot Sunshine. ‘Straks mis je het. Ik dacht dat je het wel wilde zien.’
Zijn dochter keek naar haar handen. Ze haalde wat aarde onder haar nagels vandaan.
‘Het kan heel snel gaan,’ zei Avar.
‘Ik kom zo wel,’ zei ze. ‘Oké?’
Avar wist niet wat hij moest zeggen. Hij wilde ook niet weggaan. Hij keek de tuin rond. Zonnebloemen waren uit de grond geschoten en torenden boven het huisje uit. Anemonen en viooltjes stonden door elkaar naast het tuinpad. Het watervalletje in de vijver klaterde.
‘Tot zo, pap,’ zei Sunshine dwingend.
De vreemdeling was op de grond gaan zitten en keek glimlachend naar Avar en Sunshine. Hij kijkt naar ons alsof hij naar de televisie kijkt, dacht Avar. Hij schraapte zijn keel.
‘Nou,’ zei hij. Hij knikte. ‘Dan haal ik je zo wel. Want het kan heel snel gaan.
Ze zwaaide. Daarna bukte ze zich weer over de bloembollen.
Avar liep de tuin uit. Hij hoorde de vreemdeling iets tegen Sunshine zeggen maar hij wist niet wat. Hij kon er niet tegen dat hij niet wist wat die man tegen zijn dochter zei. Het was niet goed. Avar liep richting de kantine en stopte bij de speelplaats. Het was warm, erg warm voor deze tijd van het jaar. Hij maakte een rondje om de speelplaats en stond weer even stil. Daarna liep hij de tuin van de vreemdeling weer in.
‘Hij komt uit!’ riep hij. ‘Hij komt er echt uit!’ Hij pakte Sunshine bij haar arm en trok haar omhoog. ‘Kom!’ zei hij. ‘De vlinder is prachtig!’
Sunshine trok haar arm los. ‘Je schreeuwt,’ zei ze verwijtend, maar hij had niet geschreeuwd, hij was enthousiast. ‘Laat me los.’
Sunshine trok haar arm los uit Avars hand. De huid was rood. Avar zag dat de vreemdeling naar haar arm keek, naar de afdruk van zijn vingers op Sunshine’s lichte huid.

Illustratie: Bette Adriaanse

‘Ik kwam je halen omdat ik dacht dat je de cocon wilde zien.’ Avar ging tussen Sunshine en de vreemdeling staan en probeerde haar aan te kijken. ‘Je wilt onze vlinder toch zien,’ zei hij zacht.
‘Nee,’ zei Sunshine. Ze stond op en gooide de schep neer. ‘Bekijk het maar.’
Met een ruk draaide ze zich om en liep weg, het slingerende grindpad op.
De vreemdeling glimlachte met opgetrokken wenkbrauwen.
Avar zei niks. Hij wist niet meer wat hij moest zeggen. Hij draaide zich om en liep naar huis, waar hij aan de tuintafel wachtte tot Sunshine thuiskwam voor het avondeten. Toen ze kwam lag de cocon al als een droog velletje op de grond en had de vlinder allang zijn bruine vleugels opengevouwen en was de tuinen ingevlogen.

De val in het washok

Peter had het geschreeuw van Nel Schenk als eerste gehoord. Zijn huisje was tegen de witte zijmuur van de washokken aangebouwd en als hij binnen was kon hij de douches horen aan en uit gaan. Volgens Peter kon hij zelfs aan de lengte van de douche horen wie degene was die onder de douche stond. Jaap douchte kort, Avar deed de douche tussendoor uit om zich in te zepen en Sunshine douchte het langst van iedereen. Dat beweerde Peter in ieder geval te kunnen horen, maar hij beweerde wel meer te kunnen horen, zoals de zonnestralen die volgens hem een laag drenzend geluid maakten als elektriciteit, en wat de vogels zeiden.
Maar Nel Schenk was gevallen en ze had zo hoog en zo hard gegild dat Peter onmiddellijk zijn huisje uit rende. Omdat er geen mannen in de dameswashokken mochten rende hij naar Sunshine en Avar. Het was de eerste keer sinds Fernando’s dood dat hij zijn huis uit kwam. Nu stond hij met Avar in de deuropening te kijken naar Nel Schenk die in een oranje handdoek op de zwarte tegeltjes in het douchehok lag. Sunshine hielp haar overeind.
De washokken hadden een mannen en vrouwen gedeelte, gescheiden door een wit gekalkte muur.
Nel Schenk legde haar hoofd achterover tegen de muur. Naast haar stond een krukje. Ze kermde. Sunshine klom op het krukje en keek over de rand van het washok. Ze keek in de mannendouches, recht in het gezicht van de vreemdeling, die omhoog keek.
Ze lachte.
De vreemdeling lachte ook.
Sunshine klom weer van het krukje af.
‘Was je Kees aan het bespioneren?’ vroeg ze.
‘Wat,’ zei Nel Schenk. Ze duwde zich overeind tegen de muur. ‘Ik was degene die begluurd werd, ik was degene wiens naakte lichaam werd onteerd!’
Avar knikte. ‘Hij was jou juist aan het begluren.’
‘Ik was net mijn haar aan het uitspoelen,’ zei Nel, ‘toen ik overvallen werd door een heel vreemd gevoel. Ik voelde ogen over mijn lichaam glijden.’
‘Het is alsof hij overal is,’ zei Avar tegen Peter. ‘Het is als paardenbloemen waarvan de zaden uitwaaieren en overal terechtkomen.’
‘Ik heb de handdoek gepakt en ben op de kruk geklommen om te kijken of mijn gevoel klopte. En daar stond hij, aan de andere kant van de muur door een gaatje te kijken!’
Nel Schenk wees op klein rond gaatje in de muur en keek triomfantelijk naar Sunshine. ‘Ik schrok zo dat ik van het krukje afgleed. Ik denk dat ik mijn rugwervel heb gekneusd.’
Op dat moment liep de vreemdeling door de deuropening het dameswashok binnen.
‘Mannen mogen niet in het dameswashok,’ zei Peter, maar het kon de vreemdeling niets schelen. Hij liep de doucheruimte in en ging voor Nel Schenk staan. Om zijn middel had hij een handdoek geknoopt. Druppels liepen van zijn haren over zijn rug naar beneden.
‘Waarom zou ik jou bespioneren?’ vroeg hij aan Nel Schenk.
De vreemdeling draaide zich om naar Avar en Peter.
‘Kan iemand mij vertellen waarom ik haar zou willen bespioneren?’
Hij wees met zijn vinger naar Nel Schenk die in de oranje handdoek tegen de muur zat, haar haren tegen haar voorhoofd geplakt.
Peter en Avar zeiden niets. Ze keken naar de glooiing in de handdoek die strak om de heupen van de vreemdeling zat gewikkeld. Onwillekeurig schudde Avar zijn hoofd.
‘Precies,’ zei de vreemdeling. Hij draaide zich om naar de spiegels die boven de wasbakken hingen. Even keek hij naar zijn reflectie die eindeloos vermenigvuldigd werd door de spiegels die tegenover elkaar hingen. Daarna liep hij langs Peter en Avar het washok uit.
-

Bette Adriaanse is schrijfster en beeldend kunstenaar. Ze maakt tekeningen, schrijft fabels, verhalen, en heeft net haar eerste boek af. Ze publiceert in Engeland en Nederland. www.betteadriaanse.nl

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer