Asset 14

Het creatieve kamp

Ik moest mee naar het creatieve kamp. Jarenlang was het mij gelukt om onze vakantieplannen een andere richting op te sturen, maar ditmaal was mijn vrouw onverbiddelijk.
‘‘In een bosrijke omgeving met leuke mensen je creativiteit de vrije loop laten, je zal verbaasd zijn hoe goed dat jou zal doen,’’ had ze bemoedigend gezegd.
‘‘Maar het combineert alles waar ik op tegen ben: kamperen, creativiteit, bossen en mensen,’’ wierp ik dan tegen. Ik probeerde kracht in mijn stem te leggen, maar voelde aan alles dat het een verloren strijd was.
‘‘Ben je ook tegen mij dan?’’ vroeg mijn wederhelft vervolgens, die van haar vijftiende tot haar twintigste elke zomer naar het creatieve kamp was gegaan. ‘‘Ik heb je al zo vaak gezegd dat het creatieve kamp mij gevormd heeft. In feite ben jij ook een beetje met het creatieve kamp getrouwd.’’
Ze voegde eraan toe dat ik tenminste onze dochter deze vorming moest gunnen. Bij het creatieve kamp werden activiteiten voor alle leeftijden georganiseerd, ook voor de allerkleinsten.
Met een zucht gaf ik mij gewonnen. Teder werd er over mijn rug geaaid.
‘‘Je hoeft echt niet bang te zijn, lieverd. Als jij dat niet wil, hoef je niet eens aan de activiteiten daar mee te doen. Je kan ook gewoon lekker de hele dag bij de tent zitten en boekjes lezen. Annika en ik vermaken ons wel.’’
Als ik van twee dingen hou zijn het zitten en lezen, zelfs als het bij een tent is. Het creatieve kamp begon er haast aantrekkelijk door te klinken.

Annika wordt om half tien op het Peuterveld verwacht. ‘‘Breng jij haar maar, dan kan ik mij nog even omdraaien,’’ had haar moeder vanaf het luchtbed gebromd. Het duurt even voordat ik het Peuterveld gevonden heb. Het creatieve kamp bestaat onder meer uit een Dreumesdorp, een Kleutertuin en een Kinderplein. Als we eindelijk de juiste plek bereikt hebben, zitten alle peuters al in een kring. In het midden van de kring staat een man met een petje achterstevoren op zijn kale hoofd een lied te zingen, zichzelf begeleidend op een ukelele. Ik til Annika op en stap over het rode touw dat om het Peuterveld gespannen zit. De man staakt zijn lied en roept: ‘‘O nee! O nee! Wat doen jullie nou, dommerikjes? Dat is toch een muuuuuuuuuur.’’
‘‘Een muur?’’ vraag ik geschrokken en stap snel terug naar de andere kant.
‘‘Een onzichtbare muur. Zie je dat dan niet?’’
De man kijkt met grote ogen de hele kring rond.
‘‘Hij ziet het niet,’’ fluistert hij vol ongeloof.
‘‘Sorry,’’ glimlach ik, ‘‘ik heb mijn bril in de tent laten liggen. Nu zie ik het.’’
Het is mij onduidelijk welk spel er gespeeld wordt, maar het lijkt mij verstandig om het maar mee te spelen.
‘‘Maar papa,’’ zegt Annika vol verbazing, ‘‘jij hebt toch helemaal geen bril?’’
Ik kijk naar de kring aan de andere kant van het touw. De peuters houden in opperste concentratie het gesprek in de gaten.
‘‘En hoe heet jij dan?’’ vraagt de man aan mijn dochter.
‘‘Annika,’’ lacht Annika, met een blik van verlegen gelukzaligheid.
‘‘Ik ben Rik,’’ zegt de man. Hij steek zijn hand naar haar uit, maar trekt hem halverwege weer terug.
‘‘Au! Au! Heb ik me tegen de muur gestoten. Nou ben ik bijna zo dom als die papa van jou.’’
Annika komt niet meer bij van het lachen. Ook de kring giert het uit. Daarna wijst Rik ons de doorgang.

De verschillende activiteiten voor volwassenen staan omschreven op een groot prikbord. We kunnen kiezen uit onder andere: ‘‘Ontdek de trommelaar in jezelf’’, ‘‘Droombomen aquarellen’’, ‘‘George Michaels Faith a capella koorzang,’’ en ‘‘In de ruimte met je lichaam rollen’’. Mijn vrouw en ik hebben van tevoren afgesproken om niet hetzelfde te gaan doen, maar daar komen we toch maar op terug. Er is maar een ding dat ons beiden een beetje aanspreekt. ‘‘Relationele spanningen,’’ is de naam van deze workshop in de categorie improvisatietheater.

Voor het toneeltentje staat een lange jongen met zijn handen in zijn kontzakken ons op te wachten. Verwachtingsvol wordt er gekeuveld door de ruim dertig deelnemers. De jongen tuurt in de verte om te zien of zich nog meer mensen aan zullen sluiten. Na enkele minuten haalt hij zijn rechterhand tevoorschijn, veegt hiermee wat denkbeeldige roos van zijn linkerschouder, en legt het op zijn hart.
‘‘Goedemorgen,’’ galmt hij, alsof hij voor een gevuld stadion staat.
Hij wijst met zijn vinger naar een plek achter de bomen waar een echo vandaan moet komen en er verschijnt een krampachtige grijns op zijn gelaat.
‘‘Goedemorgen,’’ zegt hij nog een keer, maar nu fluisterzacht.
Met de mouw van zijn vest wrijft hij over zijn stoppelbaardje, alsof zich daar opeens een vreselijke jeuk aandient. Hij stopt daar weer net zo plotseling mee, alsof de vermeende jeuk er nooit geweest is, en laat zijn rechterhand weer in zijn kontzak glijden.
‘‘Ik ben Gerben. Ger-ben. Voor wie mij nog niet kent, ik ben acteur.’’
Hij laat weer een stilte vallen en kijkt aandachtig rond. Het lijkt erop dat hij met iedereen oogcontact wil maken, maar de meeste mensen staan voor elkaar.
‘‘Voordat wij gaan beginnen, heb ik een mededeling die sommigen niet leuk zullen vinden, maar die toch noodzakelijk is. Zoals jullie weten gaan we ons vandaag in de relationele spanningen storten, en dat doen wij met overgave. Het gaat ontzettend intens worden. Ont-zet-tend intens. Maar er mogen geen mensen meedoen waar al een intieme relatie tussen bestaat. Dat zou namelijk voor ruis zorgen.’’
Wanneer Gerben het woord ‘ruis’ uitspreekt, geeft hij met palm van zijn rechterhand kleine klapjes op de rug van zijn linker.
‘‘Dus kijk elkaar even goed aan. Kijk jezelf ook even goed aan. Er schijnt nog plek te zijn bij ‘‘In de ruimte met je lichaam rollen,’’ daar kan je je nu nog bij aansluiten.’’
Er wordt in mijn nek geaaid.
‘‘Dit lijkt me nou echt iets voor jou, lieverd. Ik ga lekker bij de tent zitten, boekjes lezen,’’ zegt mijn vrouw in mijn oor en ze loopt weg van de groep.

Illustratie: Merlijn van Bijsterveld

Uit de toneeltent moeten we stoeltjes pakken en daarmee een kring vormen op het zompige gras. Het heeft de hele nacht geregend, maar nu schijnt de zon.
‘‘Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is tussen jou en de persoon naast je, zodat je de energie van de ander net niet voelt,’’ instrueert Gerben peinzend.
Daarna worden er plakkertjes doorgegeven. Daarop moeten we de naam schrijven van de persoon die we vandaag zullen zijn. Ik kies voor Alfons.

‘‘Theater is een ander mogen worden. Een naam is een hulpmiddel, een handvat, een nieuw begin. Maar natuurlijk blijf je jezelf meedragen. En dat moet ook. Heb daar oog voor... Of niet. Theater is geen rolletje spelen. Theater is....’’
Het lijkt wel alsof Gerben steeds zachter gaat praten naarmate het bongospel van het veld achter ons in volume toeneemt. Van het veld ter rechterzijde stijgt met steeds kortere tussenposes een kakofonische koorzang op, waaruit met enige moeite de tekst ‘‘Well I guess it could be nice, if I could touch your body,’’ te herkennen valt. Het veld tegenover ons is het Peuterveld. Ik zie Annika met haar medepeuters rondjes rennen om Rik, die een soort kozakkendans lijkt te doen. Een wind suist door de dennenbomen. Enkele straaljagers scheren in oostelijke richting.
‘‘Verplaats dus de stilte in jezelf en probeer de stilte van de ander op te vangen,’’ concludeert Gerben met samenvouwende handen zijn instructie. Iedereen staat op. Ik heb bij god geen idee wat de bedoeling is.

Zou ik de enige zijn die voor het eerst op het creatieve kamp is? Meisjes met gekleurde dreadlocks, gespierde kerels, een omaatje op klompen, een heertje met een vlinderdas.... ze lijken het hier allemaal zo vanzelfsprekend te vinden. Iedereen begint door elkaar te lopen. Met mijn hart bonzend in mijn keel doe ik mee.
‘‘Accepteer geen uitnodiging voordat je haar ontvangen hebt. Wacht met beïndrukken tot een blik in je stilte kan worden toegelaten. Pak de omgeving die de ander in jou creëert,’’ prevelt Gerben, alsof hij een boodschappenlijstje dicteert, om er na een kort denkmoment aan toe te voegen: ‘‘Of niet.’’

Na ons een klein kwartier zo te hebben laten ronddolen, pakt Gerben een golfballetje uit zijn borstzak en werpt die onderhands in onze richting. Iedereen houdt stil, blijkbaar is dit afgesproken. We volgen het balletje met onze ogen. Het rolt tegen de punt van mijn schoen. Gerben loopt naar mij toe. De andere mensen moeten terug naar hun stoelen.
‘‘Wie ben jij?’’ vraagt hij ernstig.
‘‘Kasper,’’ zeg ik verlegen.
Gerben schudt zijn hoofd. Ik slik. De mensen kijken mij aanmoedigend aan. Dan begrijp ik wat ik moet zeggen.
‘‘Oh, stom. Alfons natuurlijk.’’
‘‘En wie is Alfons?’’
‘‘Nou, ik denk...’’
‘‘Niet denken. Weten.’’
‘‘Een hele gewone jongen. Banketbakker.’’
‘‘Kinderen?’’
‘‘Nog niet.’’
Gerben strijkt met zijn rechterhand over zijn linkerdij en tekent met zijn linkerhand cirkels in de lucht.
‘‘Dit vind ik mooi,’’ zegt hij ontroerd. ‘‘Zagen jullie wat er hier gebeurde?’’
‘‘Hij werd het echt even,’’ kreunt het omaatje op klompen.
Gerben legt zijn hand op mijn wang en zegt plechtig: ‘‘Hij is het nog steeds.’’

De volgende oefening bestaat eruit dat we tegenover een partner tien minuten moeten zwijgen, om zo te ontdekken wat onze relationele spanning is. Een gespierde kerel heeft mij uitgekozen. Hij houdt zijn ogen dicht en maakt af en toe een schokkende beweging, alsof hij tegen tranen vecht.
‘‘Papa!’’ hoor ik opeens. Vanaf het Peuterveld zie ik Annika onze kant op rennen. Twee papieren bekertjes zitten met een touw op haar hoofd bevestigd.
‘‘Papa, papa, ik ben een slakje.’’
‘‘Lieverd, je mag helemaal niet van het Peuterveld,’’ sis ik.
Gerben komt tussen ons in staan.
‘‘Dat is jouw papa helemaal niet,’’ zegt hij. Voor het eerst houdt hij zijn handen stil terwijl hij spreekt.
‘‘Ja, sorry, dat is mijn dochter,’’ wil ik zeggen, maar Gerben legt een vinger op mijn lippen.
‘‘Alfons heeft geen kinderen. Nog niet. Hij heeft het ons zelf verteld.’’
‘‘Dat is mijn papa hoor,’’ stampvoet Annika.
Rik komt naar ons toegerend.
‘‘Jij kan toch niet over de muur heen, gekkiebekkie,’’ zegt hij buiten adem.
‘‘Rik, dat slaat nergens op,’’ lacht Gerben. ‘‘Ze is toch een slak? Hoe kan jij dan een muur voor haar creëren? Die muur moet uit haarzelf komen... Of niet.’’
‘‘Zullen we ons alsjeblieft niet met elkaars activiteiten bemoeien?’’ zegt Rik, zijn ukelele dreigend in de lucht houdend.
‘‘Is het niet al tijd voor de lunch?’’ mompelt het heertje met de vlinderdas.
‘‘Juist,’’ kucht Gerben. ‘‘Jullie mogen voor de komende twee uur weer jezelf zijn... Of niet.’’

‘‘En? Hoe hebben jullie het gehad?’’ straalt de vrouw op het klapstoeltje. Er liggen broodjes, een halve fles wijn en een stapel boeken op het picknickkleed.
‘‘Ik moet plassen.’’ Het meisje zegt het alsof ze een vreselijk geheim opbiecht.
‘‘Oh, je papa gaat wel even met je mee,’’ bepaalt haar moeder geruststellend.
‘‘Dat is mijn papa niet. Ik wil mijn papa!’’ snikt het meisje.
‘‘Huh? Wat is er met haar aan de hand?’’
Ik zucht en wijs naar het plakkertje op mijn shirt.
‘‘Maar de komende twee uur mag ik weer mezelf zijn.’’ Ik hou er niet van om een film uit te leggen aan iemand die er middenin valt en schakel daarom maar over op een ander onderwerp.
‘‘Heb jij nou al een halve fles wijn weggewerkt? Het is één uur ’s middags.’’
Mijn geliefde kijkt me streng aan.
‘‘Het is vakantie, lieverd. Vakanties zijn er om je helemaal aan over te geven. Dat zou jij ook eens moeten leren, overgeven.’’
Nog zes dagen voor ik weer naar huis toe mag.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Merlijn van Bijsterveld is illustrator. Zijn illustraties zijn vaak humoristisch van aard waarbij hij een andere draai aan de context geeft.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer