Anna van Leeuwen laat zich graag inspireren door de oproepen op het prikbord in jouw supermarkt. Heb je een bijzondere oproep gezien, en wil je dat Anna het verhaal daarachter bedenkt? Stuur haar dan een scherpe foto van het kaartje, en wie weet verwerkt zij het in een van haar verhalen.
Ik bekijk de aderen op zijn hand. Zachtjes strijkt Paul langs Micky's oren. Ze doet haar ogen dicht. Mijn handen heb ik op mijn bovenbenen gelegd. Ik durf niet te bewegen. 'Dat is wel lekker hè?' zegt hij. Micky begint te spinnen. Tussen mijn benen wordt het warm. Heel warm. Hij blijft aaien. Op Micky's kop, langs haar rug, zelfs haar pootjes aait hij een voor een. Hij praat tegen haar. Traag en zachtjes: 'Zooo, dat is wel fijn, vind je niet? Jaaa...'
Ik hoor hoe Joost in de keuken met de mixer de chocolademousse maakt, mijn lievelingstoetje.
Hij blijft haar aaien. Ik voel het bloed naar mijn hoofd stijgen. Op mijn hals kan hij nu vlekken zien. Maar Paul kijkt niet naar mijn hals, hij blijft aaien. En zachtjes praten. Mijn dijen lijken haast te branden nu. 'Wat een lieve lieve poes,' zegt hij.
'Kan ik helpen?' roep ik naar de keuken, te hard. Micky spitst haar oren eventjes, maar ontspant en spint meteen weer verder als Paul zijn lange halen vervolgt. Ik kijk naar zijn trouwring. De zwarte haartjes op zijn ringvinger wijken voor de ring uiteen. 'Hij hoort je niet,' zegt hij. En dan: 'Mooie mooie poes...'
Ik probeer te ontspannen. Dit gevoel, deze warmte, de zachte trilling in mijn schoot, de geur van zijn deodorant plus een vage sigarettenlucht, ik zou ervan moeten kunnen genieten. Als dat me eens lukte.
Ik kijk naar de tafel. De kaarsen zijn bijna opgebrand. Het diner ging trager en stroever dan we hoopten. Joost liet onze vakantiefoto's zien. Er zat zelfs een foto tussen waarop ik op een ezeltje zit. Paul lachte om die foto.
De hitte is vanuit mijn kruis, via mijn buik en mijn borsten naar mijn hoofd gestegen. Ik voel me duizelig. Ik weet dat ik moet opstaan voordat de chocolademousse klaar is. Ik zou de tafel kunnen gaan afruimen, maar het voelt alsof ik zo diep in de bank ben gezakt dat ik nooit meer overeind kan komen.
Ik kijk op zijn horloge, het is al half elf. Terwijl ik aftel om op te staan, buigt hij naast me voorover en kust Micky tussen haar oren. Ik kijk op zijn kruin en denk even dat ik doodga. Hier nu op deze bank ga ik dood. Zijn hoofd in mijn schoot.
Dan staat hij op, zegt: 'Waar is het toilet ook al weer?' en ik wijs met een arm die bijna te slap is om op te tillen naar de gang. Als hij zich omdraait, verbeeld ik me dat ik in zijn zwarte broek een erectie zie.
Terwijl hij de wc-deur op de gang opent, komt Joost de kamer binnen en zegt: 'Tadaa!' en meteen erna teleurgesteld: 'Waar is hij nou?' Ik wijs nog een keer slapjes naar de gang.
'We hadden hem het cadeau moeten geven,' fluistert Joost, 'toen we de foto's deden, dat was perfect geweest!' Ik kijk hem niet-begrijpend aan. 'Dat ding, weet je nog, van dat marktje? Datte, hè fuck, je weet wel, dat ding!' 'Die presse-papier?' vraag ik. 'Ja dat!' zegt Joost terwijl hij de borden opstapelt. 'Maakt niet uit, dat komt een andere keer wel,' mompel ik, terwijl ik Micky met een ruw gebaar van mijn schoot duw.