Illustratie: Joost Stokhof

Start van een nieuwe serie door De Jagers. Jan van Mersbergen bijt het spits af." />

Illustratie: Joost Stokhof

Start van een nieuwe serie door De Jagers. Jan van Mersbergen bijt het spits af." />
Asset 14

bijna negen

We verwelkomen De Jagers terug met een nieuwe serie, ditmaal met het thema 'kinderen'. Jan van Mersbergen trapt af: Als de machine die de koekjes maakt weer door een andere machine is gemaakt, wie heeft die machine dan gemaakt?

Mijn vader vraagt me wie die mond en die ogen op dat koekje heeft gemaakt. Voor me op mijn bord liggen een broodje hagelslag en een koekje dat ik uit de verpakking heb gehaald, een koekje met een gezicht er op. De ogen zijn twee lichtbruine rondjes en de mond is een streepje.
Ik zeg: Een machine heeft dat gemaakt.
Hij lacht. En wie heeft die machine dan gemaakt? vraagt hij.
Dat is moeilijk. Soms stelt hij moeilijke vragen. Ik zeg: Een andere machine, en dan moet ik nadenken.
Als de machine die de koekjes maakt weer door een andere machine is gemaakt, wie heeft die machine dan gemaakt?
Misschien is er een rij machines en als je die volgt dan kom je uiteindelijk bij de machine die alles heeft gemaakt. En de machine die alles heeft gemaakt, dat is God.
Dus ik zeg tegen hem: Eigenlijk zijn de ogen en die mond gemaakt door God.
Hij zegt: Jij geloofde toch niet in God.
Nu wel, zeg ik.

Kroepoek is gemaakt van garnalen. Veel mensen weten dat niet. Ik kan het voelen. Ik leg een stukje kroepoek op mijn tong en voel het zuigen. Het zuigt aan mijn tong als een garnaal.
Ik heb een bakje met kroepoek en op mijn bord heb ik nasi. Eigenlijk heb ik zin in knakworst. Ik weet dat er een blik op de plank staat, in de keuken, maar als ik dat zeg dan zegt mijn pa: Je hebt toch een knakworst.
Dat soort dingen zegt hij vaak. Dan kijkt hij zo.
Ik zeg hem dat ik eigenlijk gehaktballen wil en hij zegt: Die heb je ook.
Ik moet lachen. Ik wijs naar mijn broek, naar mijn kruis. Dan zeg ik dat ik geen kleine knakworst wil maar een grote en ik wijs naar hem, en ik zeg dat ik grote gehaktballen wil, hele dikke, maar als ik dat laatste wil zeggen dan stopt mijn stem en kijk ik naar mijn bord, naar de nasi.
Geeft niks, zegt hij.
Eén gehaktbal dan, zeg ik.
Ja, zegt hij. Hij heeft zijn eten al op.
Hij vraagt me of ik weet waarom hij maar één bal heeft. Ik weet het wel. Hij had een bobbel op zijn bal en toen is hij zo naar het ziekenhuis gegaan, en ik sta op van tafel en laat zien hoe hij toen moest lopen, met zijn benen een eind uit elkaar, en toen heeft hij die bobbel aan de dokter laten zien en die heeft die hele bal er met een mes zo afgehakt. Ook weer opgelost.
Hij is stil. Hij zegt: Kom even hier.
Ik ga bij zijn stoel staan. Hij legt een arm tegen mijn rug.

Illustratie: Joost Stokhof

’s Ochtends maakt hij brood met hagelslag. Het is zwart-witte hagelslag. Er bestaat donkere, bruine en witte hagelslag. Allemaal uit een fabriek. Ze hebben rode verpakkingen waar ze de donkere hagels in doen, blauwe verpakkingen voor de bruine hagels, en groene verpakkingen voor de zwarte en witte door elkaar.
De boter is hard. Hij doet nooit boter op zijn brood, bij mij eigenlijk ook niet, alleen bij hagelslag, om het vast te plakken, als lijm.
Ik heb een bord op mijn kamer waarmee ze in een café de stand met biljarten bij kunnen houden. Er zitten draaiknoppen aan en openingen en als je draait aan zo’n knop dan veranderen de cijfers. Ik gebruik het bord om de datum aan te geven. De bovenste twee cijfers voor de dag, die daaronder voor de maand en de onderste voor het jaar, die gaat het langzaamst. Die beweegt eigenlijk niet.
Hij zei een keer tegen me: Het is acht jaar geleden nu.
Dat was een dag na mijn verjaardag. Hij moest onder het mes, dat zei hij en ik begreep hem niet. Ik dacht aan een heel groot mes, veel groter dan met botte mes waarmee hij brood smeert en ook veel groter dan het zware hakmes waarmee hij vlees en groentes snijdt.
Dat is een uitdrukking, zei hij. Minder erg dan het klinkt. Het is zoiets als: Op handen gedragen worden.
Wat is dat? vroeg ik.
Dat mensen je leuk vinden, zei hij. Of: Een veer in je reet krijgen.
Die heb ik wel eens gehoord. Ik vind hem gek maar ook grappig. Het kriebelt, alleen al als ik eraan denk.

Hij brengt me naar school en haalt me weer op. Ik draai aan de knop van het bord, maak er negentien van. Het is vandaag de negentiende.
Om drie uur gaat de school uit, dan staat hij bij het muurtje, altijd op dezelfde plek.
Ik heb een blauwe fiets die eigenlijk te klein is en de spatborden zijn verbogen en hij rammelt, maar ik vind het een goeie fiets. Hij heeft brede banden en hij trapt lekker.
Voorbij de markt ga ik sneller en ik steek mijn hand uit, ik wil linksaf want in die straat is er vlak naast een putdeksel een diepe kuil in het asfalt en daar wil ik doorheen fietsen.
Hij fietst achter me. Hij zegt: Eerst goed kijken, en ik kijk naar de trambaan, naar de fietsers die van de andere kant komen en ik ga langs een vrouw met een kinderwagen en dan langs de taxi’s, en dan zie ik de kuil. Mijn voorwiel bonkt erin, ik voel hem. Goed dat stuur vasthouden. Dan fiets ik verder.
Het putdeksel is nog nooit open geweest. Daaronder drijft poep en pies van alle mensen die hier wonen. Soms hoor je het bruisen bij zo’n put, als iemand de plee doortrekt. Als de put open is en ik zie het niet en ik rij er zo in met mijn fiets, dan val ik in de poep en pies en mijn fiets ook.
Bij de lantaarnpaal maakt hij mijn slot vast. Zijn fiets in het rek, in het hoge halfronde ding waar het voorwiel in past. Mijn fiets aan de zijne, met het slot.
Straks gaan we naar karate. Of eigenlijk ga ik naar karate en gaat hij alleen maar even kijken.

--

Jan van Mersbergen debuteerde in 2001 met de roman De grasbijter. Hierna schreef hij meerdere romans waaronder Naar de overkant van de nacht, welke op de Shortlist Libris Literatuurprijs 2012 en op de longlist van de Gouden Uil 2012 staat.

Mail

De Jagers

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer