Asset 14

Wat als mijn broodrooster Alfred Hitchcock is?

Jan houdt er een gespannen relatie met zijn broodrooster op na: hij eet graag geroosterde boterhammen, maar het apparaat is onbetrouwbaar en jaagt hem regelmatig de stuipen op het lijf.

I

Wat precies de aantrekkingskracht van mijn broodrooster is, wat het ding zo bijzonder maakt dat ik erover zou willen schrijven – laat staan waarom iemand erover zou willen lezen – is een zaak die vooralsnog in diepe duisternis is gehuld. Ook na uitvoerig gepeins.

Toch is duidelijk dat ik iets moet met het apparaat. De broodrooster zit me dwars op die vreemde manier van dwarszitten die ik inmiddels herken: de 'hier moet ik iets mee'-manier. Dat knagende gevoel waarvan ik weet dat het alleen kan worden opgelost door lang en diep nadenken en het schrijven van veel vergeefse zinnen. Het is vreemd te beseffen dat je als mens zo ver bent gezonken; zo ver dat je een innerlijke noodzaak voelt wanneer je een paar keer uit balans bent gebracht door een broodrooster. 'Inertie en Emotie: Levenloze objecten en hun gevolgen', het zou een goede boektitel zijn. Maar in hoeverre zie ik het apparaat wel als levenloos? Maak ik me niet juist steeds meer schuldig aan antropomorfisme wanneer ik peins over mijn broodrooster, dicht ik het ding geen menselijke kwaliteiten toe?

Het begon allemaal een paar weken terug. Ik drentelde wat door keuken – ik veegde hier en daar wat koffievlekken van het aanrecht en gooide etensresten van de vorige avond in de prullenbak – zoals ik dat wel vaker doe wanneer ik brood in de rooster heb gestopt. Brood roosteren is in de eerste plaats een kwestie van wachten. In die zin is het symbolisch voor de vooruitgang die enkele eeuwen van kapitalisme ons hebben gebracht. De oneindige poging druppels zweet in te ruilen voor piepkleine beetjes verveling. Wie het zweet wel inlevert maar de verveling niet wil toelaten, zal het met iets anders, meestal stress, moeten doen.

Voordat ik verder afdwaal: ik hing dus wat in de keuken, wachtend op twee boterhammen. Er heerste rust maar op het moment waarop ik die gewaar werd, had ik niet kunnen vertellen of de stilte net was gevallen of al dagen aanhield. Waren de moeilijk opvoedbare kinderen van de school die aan onze tuin grenst al lang op vakantie? Het jaar liep inmiddels toch echt op z'n einde. En hoe lang was het geleden dat de kat niet om eten had gezeurd? De stilte was zo hevig dat ik de broodrooster hoorde zoemen. Wat hoor je wanneer je een broodrooster hoort? Is het de hitte die de lucht doet trillen? Of komt er geluid vrij bij het omzetten van elektriciteit naar warmte? Het zijn vragen waarop andere mensen ongetwijfeld een antwoord weten. Waarschijnlijk zijn er zelfs intelligentere mensen met meer praktische kennis die het hierover op een fundamenteel niveau oneens zijn. Dat is vaak zo, en het is een gekmakende gedachte.

Terwijl ik me nestelde in de stilte, een stilte waarvan het leek alsof hij het gehele voorbije jaar had ontbroken, sprong een tweetal boterhammen met het schelle geluid van metaal dat langs metaal glijdt, en een knal op het moment dat metaal op metaal stuit, uit de rooster.

Ik schrok. Meer dan dat: mijn binnenste zeeg ineen. Ik voelde van alles wegvallen: alsof hart, longen en maag onderdelen van een kaartenhuis waren geweest en het geheel collectief had besloten de geest te geven. De verschillende organen stuiterden op mijn darmen en vonden op de tast de weg terug. Ik moest godverdomme kalmeren voordat ik mezelf ertoe kon bewegen te kijken waar de boterhammen waren geland.

Dit, dat ik me wezenloos schrik van de broodrooster, gebeurt regelmatig. Ik weet niet of het betekent dat ik een wandelende zenuwinzinking ben, een nervous wreck, of dat dit eigenlijk heel normaal is.

Er zijn naar verluidt mensen die zelden of nooit een boterham roosteren. Ik heb het niet over mensen die daar door tragische omstandigheden niet toe in staat zijn, ik heb het over hen die hun brood welbewust nooit roosteren, soms zelfs wanneer ze een broodrooster in huis hebben. Onvoorstelbaar. En niet in de overdrachtelijke zin van dat woord: ik kan me gewoon geen voorstelling maken van zo'n leven. Dit zijn de mensen die ik, als ik de mensheid in twee heldere groepen moest verdelen, onder het kopje “mensen die ik niet begrijp” zou laten vallen. In mijn geval is de gedachte aan geroosterd brood met jam genoeg om speeksel te laten opwellen uit alle klieren en gaten. Zelfs wanneer een of andere onverlaat 'Pump up the jam' opzet, loop ik het gevaar ongemerkt te kwijlen.

II

Mijn broodrooster: enkele feiten en associaties.

1. Mijn broodrooster was ooit een cadeau van een goede vriend – die ik tegenwoordig niet zo heel vaak, maar nog altijd graag, zie – en het leukste meisje dat ik gedurende mijn gehele middelbare schoolperiode kende. Helaas vonden zij elkaar.

2. De broodrooster komt uit de 'premier' reeks van het merk ProLine. Ik durf wel te beweren dat dat een merk is waaraan een mens relatief weinig denkt. Op willekeurige momenten, bedoel ik dan. Maar ook wanneer je naar de broodrooster kijkt, roept het kleine logo op de zijkant weinig associaties op.

3. De broodrooster heeft een snoer van 70 centimeter. Dat lijkt misschien veel maar het laat verbazingwekkend weinig keuzeruimte over voor de plaatsing van het apparaat.

4. De broodrooster miste een pootje. Het plastic staafje was een jaar geleden ineens gebroken. Het zat weliswaar nog vast via een piepklein navelstrengetje, maar het was voor alle betrokkenen duidelijk dat het een hopeloze zaak was. Ik heb het pootje geamputeerd. De rooster gaf geen kik. Hoewel de rooster nog drie pootjes over heeft, en ik krukjes ken die daarmee heel goed uit de voeten kunnen, is het ding sindsdien erg instabiel.

5. Sinds de broodrooster fysiek instabiel werd, is hij bijna ongemerkt ook steeds onvoorspelbaarder geworden.

6. Als het niet om een levenloos object ging, zou ik deze ontwikkeling als wraak voor de wrede amputatie, die ik verkoos boven een lijmpoging, interpreteren. Nu doe ik dat niet. (Maar onbewust misschien toch wel.)

7. Onvoorspelbaarheid is een slechte eigenschap voor een broodrooster. Zeker wanneer het apparaat eigendom is van een zenuwpees als ik. Ik heb mijn broodrooster eens omschreven als 'mijn persoonlijke Hitchcock'. Sindsdien wantrouw ik het apparaat nog net iets meer: wat als Alfred echt is gereïncarneerd als broodrooster? Wantrouwen, angst, paniek en, vooruit, genot: mijn broodrooster is een emotional rollercoaster.

8. De kleur van de broodrooster is het best te omschrijven als 'chromig'. Als je hem goed poetst, met rabarber bijvoorbeeld, glimt hij. Maar doorgaans zitten er overal vingerafdrukken op het ding en wanneer het licht op een bepaalde manier binnenvalt, glimt hij op sommige plekken blauwig terwijl de randen van die blauwe vlekken doen denken aan regenbogen. De broodrooster is als een olievlek op straat. Deze kleur brengt de geur van benzine in herinnering. De gedachte daaraan leidt op zijn beurt naar tankstations en voor ik het weet zie ik mezelf terug als tienjarige achterop een volgeladen motor met zijspan, weer een zomervakantie vol vrolijke blikken van voorbijgangers naar dat jonge gezin op twee bejaarde motorfietsen.

9. Toen ik tien was, hadden we thuis zo'n ouderwetse broodrooster met een bakelieten stekker, een gestoffeerd snoer en klepjes aan de zijkanten. Je moest goed opletten en de boterhammen op tijd omdraaien, anders vlogen ze in de hens. Je moest trouwens ook opletten dat je je vingers niet brandde. Meestal lette ik goed op. Pas later, toen ik gewend was geraakt aan moderne broodroosters, ging het vaak mis. (Die nieuwe dingen sneuvelden met een zekere regelmaat, waarna het oude apparaat met de klepjes weer uit een kast werd gehaald.) Vooruitgang bestaat, zeggen jonge denkers steeds vaker (of is het dezelfde persoon die zichzelf herhaalt?) maar met iedere broodroosterinnovatie gaat iets verloren. Toewijding, concentratie, dat soort dingen. Ook lijkt iedere innovatie vooral een nieuwe manier waarop iets stuk kan gaan op te leveren. Op Twitter zag ik gisteren hoe iemand zich in alle ernst afvroeg waarom zijn wasmachine piepte in plaats van hem gewoon een sms'je te sturen.

10. Er zitten vier kleine knopjes op mijn broodrooster: ééntje is rood, de andere drie zijn zwart. Onder ieder knopje zit een symbool waarvan ik nooit heb proberen te achterhalen wat het precies betekent. Het rode knopje is de schietstoelfunctie. In de werking van de andere knopjes heb ik nooit veel vertrouwen gehad. Ook zit er een draaiknop op. Om de draaiknop zijn de getallen 1, 2, 3, 4 en 5 gerangschikt op een manier die de indruk moet wekken dat er sprake is van rust, orde en regelmaat in het binnenste van de rooster: de gedachte dat het ding zich op rationele wijze laat sturen. Ik geloof niet dat het draaien aan deze knop ooit invloed heeft gehad op de staat waarin een boterham uit een van de twee sleuven sprong.

11. De broodrooster is ongeveer acht jaar oud. Dit betekent dat het apparaat zich geen raad weet met het het platte yuppenbrood dat ik tegenwoordig bij een hippe bakker haal. Dit brood zit dikwijls vol gaten, gaten verbranden paradoxaal genoeg sneller dan brood.

12. Het kruimelopvangbakje is al jaren zoek, daarom lag er altijd een hoopje kruimels op het aanrecht. Tegenwoordig staat de rooster op de wasmachine, nu ligt het hoopje kruimels daar. Wanneer je het ding oppakt, is het zaak hem weer op dezelfde plek terug te zetten zodat het hoopje kruimels weer aan het zicht wordt onttrokken. In mijn vorige huis had ik in plaats van een kat muizen, toen moest ik de kruimels vaak opruimen om te voorkomen dat ze zich vermengden met keutels.

13. De broodrooster staat dus op de wasmachine. Die wasmachine is bekleed met een blauw-wit-geruit zeiltje. Ik zet vaak koffie op dit zeiltje, waarna er wat bruine vlekken en kringen achterblijven. Dit tot ergernis van mijn vriendin.

14. Ik ben er onlangs achtergekomen dat mijn vriendin het woord wasmachine niet kan uitspreken. Of in ieder geval weigert dat te doen op de 'normale' manier. Ze zegt steevast 'wasjmasine'. Alsof je er de de wasj mee zou doen. Ze heeft verder geloof ik geen echt spraakgebrek of iets dergelijks. Ik moet wel iedere keer lachen wanneer ze het zegt. Nu ik erover nadenk, houd ik misschien wel het meest van haar wanneer ze wasjmasine zegt. Minder coulant ben ik wanneer ze gestofzogen zegt, dat kan ik niet laten gebeuren zonder haar te verbeteren. Ik besef nu dat het lijkt alsof zij het huishouden voor haar rekening neemt terwijl ik haar taalgebruik scherp in de gaten houd. Ik geloof dat dat beeld niet terecht is. Althans, dat hoop ik.

15. Afgelopen herfst heb ik een korte periode verbrande boterhammen verzameld. Mijn verzameling dijde al snel uit tot drie exemplaren, met ieder een unieke 'tekening'. Als ik dubbele exemplaren had gehad, of exemplaren met Jezus of Maria erop, dan had ik die zeker op Marktplaats gezet. Nu had dat weinig zin. Mijn drie exemplaren hebben een tijdje op het balkon gelegen: de verzameling begon toen ik de eerste uitbundig rokende, nasmeulende stinkbom vlug naar buiten bracht, om te voorkomen dat het hele huis blauw zou staan en de vacht van de kat zou gaan ruiken.

16. Na drie boterhammen vond mijn vriendin het welletjes. “Dat gaat niet goed”, zei ze. “Er komt ongedierte op af. Of anders wel een vogel of zo, die wordt dan natuurlijk gepakt door de kat.” We hebben toch geen kattenluik, dacht ik, en als er een dooie vogel in de tuin ligt, is de kans groot dat ik hem moet opruimen. Maar ik gaf haar gelijk en donderde mijn verzameling in de prullenmand. Verbrande boterhammen stinken tenslotte. De kat is trouwens ook nogal gehavend. Hij mist nog geen pootje, maar hij heeft met de week iets minder oor. Eerder deze week kwam hij ook thuis met een gescheurde wenkbrauw. Raging-Bullstijl.

17. Dit is een foto van mijn verzameling zwartgeblakerde boterhammen op haar hoogtepunt:

18. Ergens tussen versie 1 en versie 2 van deze tekst werd ik herinnerd aan het gedicht 'Message', van de Engelse toneelschrijver Harold Pinter. Het is van die poëzie die op een grootse manier alledaags is. Of groots op een alledaagse manier, ik weet niet of er een verschil is. Stralend middelpunt is de goede raad van een moeder die weet hoe deze wereld werkt: Don't let the fuckers get you down, / Take the lid of the kettle a couple of minutes, / Go on the town, burn someone to death. De volgende keer dat mijn rooster besluit een van zijn inwoners te verbranden om mij daarna de stuipen op het lijf te jagen, zal ik zachtjes mompelen “Don't let the fucker get you down” en doorgaan met waar ik mee bezig was: in alle stilte door de keuken drentelen, misschien hier en wat koffievlekken en kruimels wegvegend.

-

Naschrift: kort nadat ik deze tekst schreef, ontdekte ik dat geroosterd brood aan populariteit wint. Sterker nog: 'toast' dreigt hip te worden. De gedachte dat zo'n simpel genot tot lifestyle-keuze zou verworden, stemt me treurig.

Mail

Jan Postma Jan Postma (Delft, 1985) is politicoloog, fotograaf, journalist, parttime einzelgänger en meer. Maar, voordat u zich een beeld denkt te kunnen vormen, toch vooral dat laatste.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer