Asset 14

Sommige dingen mogen alleen echte, echte, echte eilanders

Vlieland, dat is toch dat eiland van dat festival? In aanloop naar Into The Great Wide Open ging hard//hoofd-redacteur Jozien alvast kijken en ze sprak een groepje eilandkinderen.

Isa, Jort, Koen en Daphne zijn tien en elf jaar en eilanders. Jort ook, benadrukt hij, ook al is hij eigenlijk in het ziekenhuis in Leeuwarden geboren. Hij was binnen een paar uur weer terug op het eiland, dus dat telt. De school is al een tijdje weer begonnen, want kinderen op Vlieland krijgen een extra week vakantie in de herfst, in het laagseizoen. Tijdens Into The Great Wide Open werken ze mee aan de Kolderkrant, daarna wordt het weer rustiger.

K: “Mijn vader werkt bij de KNRM.”
I: “Ik weet wat dat is! De Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij! Daar werkt die van mij ook.”
J: “De mijne ook.”
K: “Echt niet.”
J: “Echt wel. Hij werkt bij de Radio Medische Dienst, gast.”

Bij de KNRM en in de horeca, waar de ouders van Daphne werken, is het vooral druk in de zomer. In de grote vakantie gaan de vier dus vooral naar het strand.

I: “Maar niet aan die kant, daar is de Wadkant. De Noordzeekant is beter.”
K: “Wist je dat je bij heel erg eb naar Texel kunt lopen?”
J: “Echt niet, daar zit een vaargeul tussen, dan moet je zwemmen.”
K: “Echt wel, het kan wel, maar dan zak je wel tot je middel in het zand. Volwassenen dan, he. Wij gaan kopje onder.”

Lopend of niet, vaak gaan ze niet naar de andere eilanden.

I: “Weet je hoe we die noemen?”
D: “Langharige befteckel, Teleurstelling, Apenland en Schiet-in-je-oog, haha!”
J: “Wij zijn gewoon Vlieland. Hier wonen de Geitenbreiers, wij maakten vroeger alles van geitenwol. Terschellingers zijn Vingerbieters. Er spoelde ooit een man aan en toen beten ze zo zijn vinger af om de ring eraan te stelen.”
K: “Wie deed dat dan?”
J: “Zij allemaal.”
D: “Pasgeleden zei een jongetje op de camping tegen mij dat alle eilanders behaard zijn. Maar hij had echt zo’n bekakte ‘r’, dus ja…”

Vlieland kinderen

Beeld: Paula Lina

Ze zijn bekender met de boot naar Harlingen, die nemen ze regelmatig.

D: “Voor leuke kinderfeestjes moet je echt naar de wal. Hier kun je wel zwem- en slaapfeestjes houden of zo, maar als je echt een goed feestje wil moet je naar Aeolus gaan. Dat is een heel groot speelpark voor binnen en buiten.”
I: “Dat ligt in Sexbierum, haha!”
K: “Ik moet elke zaterdagmorgen om kwart voor zes opstaan om te gaan voetballen in Harlingen, bij de Zeerobben. Ze hadden ooit voetbalplaatjes van die club bij de Jumbo, maar die winkel hebben we hier niet, dus daarvoor moesten we ook naar de wal.”
D: “Voor de middelbare school gaan we uiteindelijk ook daarheen. Je kunt hier namelijk maar drie of vier jaar van je school doen. Dan kopen ouders samen een huis aan de wal en gaan ze daar om de beurt op de kinderen passen. In het weekend komt iedereen dan weer gewoon op Vlieland terug.”
I: “Er komt in november een brede school, waar alle leeftijden worden samengevoegd. Ook de Kokkeltjes, van de peuterspeelzaal.”
D: “Daar blijven we dan voor eeuwig en voor altijd, tot er weer een nieuwe school komt.”

Aan de wal kunnen ze nieuwe mensen leren kennen, daar zien ze wel naar uit. En, zeggen Koen en Isa, zij willen voetballer en actrice worden. “Daarvoor moeten we toch naar Leeuwarden of Amsterdam.” Verder zeggen ze dat het wonen op een eiland toch vooral voordelen heeft.

K: “Het is hier rustig en je kunt gewoon fatsoenlijk fietsen.”
D: “Je kunt hier ook heel veel hutten bouwen. Er staan hier geloof ik wel een miljoen bomen.”
J: “Echt niet!”
D: “Wel. Dat kan best!”
I: “Sssst, een auto-alarm!”
“…”
D: “Dat vinden wij altijd bijzonder, want dat gebeurt nooit. Wij hebben hier namelijk geen snelwegen. En je mag ook niet je eigen auto meenemen vanuit Harlingen, dat mogen alleen de echte, echte, echte eilanders.”

Andere voordelen van wonen op Vlieland zijn de botten van potvissen die je volgens Isa onder het schoolplein kan vinden (“dan moet je wel eerste je handen vies maken”), het feit dat je iedereen kent (“Maar ik ben niet met iedereen vrienden!”) en de gekke dingen die je kunt jutten.

K: “Er is hier ooit een vrachtschip vergaan, toen spoelden er allemaal pakken sigaretten aan. Daar hebben mensen wel gebruik van gemaakt. Ik heb er een aan mijn vader gegeven.”
D: “In Bomenland is een keer een vliegtuig neergestort en daar heb ik restjes van thuis.”
K: “Ik ook.”
J: “Aan de andere kant had je vroeger nog een dorpje, dat was West-Vlieland. Dat is onder water vergaan en ik weet daar heel veel van.”
I: “En ik heb thuis heel veel drijvertjes van boten!”

Tijdens de zomer maken ze vrienden en vriendinnen die niet op Vlieland wonen. De vraag hoe dat dan gaat, is volgens Jort een beetje dom. “Je ontmoet gewoon mensen en dan neem je hun nummer.” Sommigen komen ieder jaar terug.

D: “Jet, Gijs, Nienke…”
I: “Ik heb ook vrienden op de camping en uit België!”
K: “Het is wel leuk als hier veel andere mensen zijn, maar toeristen fietsen wel vaak midden op de weg.”
D: “Weet je wie hier een huis heeft? Marco Borsato. Maar hij heeft een drone, dat vind ik vet irritant. Als er veel toeristen zijn hebben onze ouders wel meer moneys.”

Tijdens Into The Great Wide Open (I: “Itgewoo noemen we dat. Ik kon de echte naam vroeger nog niet zeggen.”) komen er wel veel “hippies”. Maar verder vinden ze het festival leuk, en dan vooral het maken van de Kolderkrant.

D: “Ik wil Kenny B interviewen! Of Typhoon.”
J: “Het meeste aan ITGWO vind ik wel leuk. Alleen vind ik de typemachine nogal zwaar typen.”
I: “Vorig jaar, toen alle kinderen op het podium mochten komen bij Typhoon, zat ik net met een paar andere kinderen op het Stout Konijn. Toen heb ik dat gemist.”
D: “Wist je dat Kenny B al 53 jaar is?”
I: “Niet!”

Mail

Jozien Wijkhuijs is altijd journalist, schrijver, en radiomaker. Af en toe is ze ook hobbybarvrouw, literatuurwetenschapper, stadsgids en de irritante idealist op je feestje.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer