Asset 14

Terug in de tijd

Rutger schreef onlangs over de tijd waarin hij verhuisde naar het lelijke Berlijn. Nu het vervolg. We gaan terug in de tijd, naar zijn jeugd en nog wat verder.

Berlijn was als Doornroosje, die honderd jaar slaapt terwijl buiten haar kasteel de wereld door draait. Andere Europese hoofdsteden hadden zich ontwikkeld tot flitsende metropolen, waar het leven nauwelijks betaalbaar was en altijd op de rand van een nieuw tijdperk geleefd werd. In Londen ging het leven zo snel dat je niet eens tijd had om kleren aan te doen voordat de dag alweer voorbij geracet was. In Berlijn had de tijd stilgestaan, en gingen de seconden nog steeds traag voorbij. Het was een vreemde uitzondering in het Europa van de eenentwintigste eeuw. Maar tegelijk liep Berlijn voor op tal van gebieden – muziek, mode, kunst – juist vanwege die achterstand. Door het ontspannen levenstempo en de lage huren trok het talloze vrijdenkers aan, bij wie in andere steden door de onzichtbare hand van de vrije markteconomie de strot afgeknepen zou zijn.

Dit kwam natuurlijk door de vreemde en treurige voorgeschiedenis. Duitsland werd pas in 1871, na de gewonnen Frans-Pruisische Oorlog, officieel een eenheid. Vervolgens was het land de aanstichter van twee wereldoorlogen, waarna het als strijdveld voor de Koude Oorlog diende. Als je alleen de Duitse vredesjaren telde, bestond Berlijn pas 80 jaar. Toen in 1989 de Muur viel, werden twee steden één, waardoor alles op z’n kop werd gezet. Neem mijn wijk Kreuzberg. Deze buurt was tijdens de Koude Oorlog verpauperd omdat het in West-Berlijn precies naast de afscheiding lag, maar nu was dit plotseling een centraal punt in de stad, met spotgoedkope huisprijzen. De grote drang naar vrijheid en feesten viel ook te verklaren door de vele trauma’s die de inwoners te verduren hadden gehad: het was een decennialang uitgesteld orgasme.

Dan was er de ruimte, die eveneens een ellendige oorzaak had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Berlijn meerdere malen gebombardeerd, en in de laatste fase van de oorlog vormde de stad het toneel voor grondgevechten met de Russen. In 1945 was zo'n 70% van de stad verwoest, en keerden slechts 2,8 miljoen van de oorspronkelijke 4,3 miljoen inwoners terug naar hun huizen. Nog steeds zie je in bijna elk huizenblok de gaten van de gebombardeerde panden. Na de oorlog werd de stad verdeeld in een Franse, een Amerikaanse, een Engelse en een Russische sector, maar al snel escaleerde de spanning tussen de Geallieerden en de Sovjet-Unie, zodat er sprake was van de bekende verdeling tussen Oost en West. Tussen 1949 en 1961 vluchtten zo’n 2,6 miljoen mensen van de DDR naar de Bondsrepubliek, waar de economische omstandigheden gunstiger waren. Berlijn, dat in de DDR lag, vormde een geheime doorgang naar een betere wereld, een doorn in het oog van de Russen. Zodoende werd in de nacht van 12 op 13 augustus (een zondag) zonder aankondiging een blokkade opgeworpen, die in de weken daarna tot een betonnen Muur zou uitgroeien. Mensen die in de buurt van de grens woonden, werden uit hun woning gezet. De gebouwen werden gesloopt of voor militaire doeleinden gebruikt. Zodoende was de stad vol wonden en littekens.

Tijdens mijn tijd in Berlijn was de stad nog lang niet opgebouwd; overal stonden hijskranen bewegingloos op financiering te wachten. De chaotische geschiedenis werd afgespiegeld in de stadskaart, waar hypermoderne gebouwen naast slooppanden stonden en de straten onlogisch in elkaar over gingen. Soms hield een wijk opeens op en stond je aan de rand van een stedelijke krater. Het was niet moeilijk om een woning te vinden; er woonden nog steeds minder mensen dan aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De gemeente had een opvallende oplossing voor de grote leegstand en open plekken bedacht: Zwischennutzung, oftewel tussengebruik. Zolang er voor een bepaalde locatie geen concrete plannen waren, mochten buurtbewoners of kleine ondernemers er iets van maken, tegen een kleine huurprijs. Zo ontstonden er in de gebombardeerde of verlaten leegte speelplaatsen, volkstuinen, clubs en cafés. Het vliegveld Tempelhof werd na een lange strijd tussen investeerders en buurtbewoners opengesteld voor publiek, zodat Berlijners over kilometerslange landingsbanen konden wandelen, een unieke leegte midden in de stad.

Ook in de bestaande stadsbouw en architectuur was overal rekening gehouden met de menselijke behoefte aan ademruimte, of Lebensraum zoals een in Berlijn gestorven kunstschilder dat zo mooi noemde. Er was gekozen voor relatief hoge gebouwen aan brede straten: van de communistische Karl-Marx-Allee tot de commerciële Kurfürstendamm. Alle woningen werden gekenmerkt door hun ruime trappenhuizen en hoge plafonds. In het benauwde stadsdorp Amsterdam kon je geen stap in het centrum zetten zonder een bekende tegen te komen, hier kon je fijn anoniem dwalen zonder maar een mens te zien. Internationale studentes vertelden me met een gelukzalige blik dat ze dat ze voor het eerst zonder make-up hun huis uit durfden. Omdat het grote oppervlak van Berlijn door relatief weinig inwoners bevolkt werd en voor die groep een enorm uitgaansaanbod bestond, was er bovendien sprake van een prettige spreiding. In Amsterdam stond een goed nieuw café na twee weken al stampvol, hier kon je in de hipste bar met je armen zwaaien zonder je zorgen te maken over de testikels van je buurman. De bekende uitgaans-paranoia, waarbij je je voortdurend afvraagt of je wel op het leukst mogelijke feest bent, bleef ook achterwege. Geconfronteerd met zo'n ruime keuze, leek elke poging tot beheersing van je lot onzinnig en onnodig.

Lokaal 16

Mijn liefde voor Berlijn lag niet in de lijn der verwachtingen, omdat ik ben opgegroeid met een vanzelfsprekende hekel aan Duitsland. Mijn ouders meden het land zoveel mogelijk (waardoor we op weg naar Italië op een achterlijke manier via Frankrijk omreden) en spotten op het strand meteen de Oosterburen die weer bezig waren met het graven van een kuil. Ik herinnerde me vaag de beelden van Ronald Koeman en Ruud Gullit, die in 1988 na de gewonnen halve finale van het EK hun billen met de shirts van de Duitse tegenstander afveegden. De Duitse voetballers stonden nog steeds symbool voor de lelijke hardheid van een volk en haar taal. Lothar Mathäus. Michael Ballack. Bastian Schweinsteiger. De Duitse zinnen en woordjes die ik kende, kenmerkten de schijnheiligheid van de moffen: Schwalbe. Wir haben es nicht gewusst.

Mijn leraar Duits op de middelbare school bevestigde dit beeld. Meneer Grasland was een kleine gedrongen man, halverwege de veertig, met kortgeknipt haar op zijn kalende hoofd. Hij droeg een montuurloze bril, een leren aktetas, een tweedjasje en soms een hoed. Hij was van de oude stempel, zou je kunnen zeggen. Zijn lessen werden gekenmerkt door het ritme en de autoriteit van een ervaren docent, waarbij hij de touwtjes stevig in handen hield. Een vriend van mij was bijvoorbeeld altijd erg druk in de les. Bij Grasland moest hij aan een apart tafeltje op het podium zitten, met zijn bovenlichaam plat op tafel. Hij stond dan uit. Wanneer er een bepaalde naamval aan de klas gevraagd werd, drukte Grasland op een denkbeeldige knop op zijn bureau waarmee hij mijn vriend weer aan zette. Deze schoot overeind en zei: ‘Die KindER spielen mit ihrEM Vater!’ Waarna hij weer levenloos op het tafelblad neerviel. De mooiste Duitse woorden moesten we klassikaal reciteren, waarbij Grasland als een dirigent met zijn vinger heen en weer zwiepte. ‘Imbissstube. Eins, zwo, drei!’ ‘IMBISSSTUBE.’ Een woord met drie S’en achter elkaar, dat lees je niet vaak.

Grasland was ongetwijfeld een leraar met goede bedoelingen, maar in deze periode zat er een beetje venijn in zijn stijl. Hij had steeds minder geduld voor de grote balorigheid van mijn onhandelbare klas, en gaf bijna elke week een onverwachtse overhoring. De verrassing was er al snel van af en de banken in zijn lokaal 16 stonden permanent uit elkaar. Ik begon een hekel aan hem te krijgen, maar bleef misschien wel juist daardoor goed de lessen voorbereiden en haalde prima cijfers.

Op een dag in de derde klas deelde Grasland de beoordeelde proefwerken uit, maar ik werd overgeslagen en in plaats daarvan gesommeerd om na de bel bij hem te komen. De rest van de les staarde ik angstig naar de klok, die tergend langzaam zijn rondes maakte. Na afloop meldde ik me bij zijn bureau. Hij keek me aan en zei: ‘Je hebt je proefwerk niet ingeleverd.’ Het zweet brak me uit; ik was zeker niet de braafste leerling, maar dit zou ik nooit doen. ‘Je hebt nu een 1,’ vervolgde hij, ‘Maar je haalt goede cijfers, dus als je voor de rest een 8 gemiddeld blijft staan, schrappen we die 1.’ Ik ging trillend naar huis en vertelde het verhaal. Dit was koren op de molen van mijn ouders, klassieke rechtvaardigheidsstrijders. Zij stuurden lange gewichtige brieven naar de school en belden met de ouderraad, de decaan, de conrector en de conciërge.

Ik was doodsbang voor lokaal 16. Een week na het incident zette Grasland me opeens op de gang om het proefwerk opnieuw te maken. ‘Viel Erfolg,’ baste hij me toe. ‘Moederskindje,’ las ik in zijn minachtende blik. Ik weigerde de pen op te pakken, tot zijn grote woede. Na een lange strijd werd er een datum geprikt om de toets over te doen. Na dat jaar keerde Grasland niet terug. Hij was overspannen.

Illustratie:Lisa-Marie van Barneveld

Drie jaar later volgde ik Duits-2, waarbij de inspiratieloze lerares me nog veel meer ergerde dan de discipline die in de tweede klas op ons drukte. Grasland was al een tijdje terug van zijn verlof en een deel van mijn klasgenoten volgde hetzelfde vak bij hem. Ze waren unaniem enthousiast, en nadat ik een keer illegaal zijn les had bijgewoond, vroeg ik meteen om overplaatsing. Er leek iets van hem afgevallen. De combinatie van zijn sarcastische, met baritonstem uitgesproken grappen en zijn grote toewijding aan het overbrengen van de stof maakten zijn les onweerstaanbaar. Er heerste orde, maar die werd met pretoogjes opgelegd. Hij had een heel prettige dynamiek met de leerlingen gevonden. We waren allemaal wat ouder geworden.

Ik keek uit naar de blokuren in lokaal 16, de enige momenten waarop ik echt deed wat op school de bedoeling was: in stilte mijn werk doen. Soms zette Grasland muziek van Wagner op om onze arbeidsethos te stimuleren. De melodramatische achtergrondmuziek vormde een vreemd maar verrassend prettig contrast met ons droge huiswerk. Hij had voor een aantal van ons een bijnaam; ik was ‘het journaille’ omdat ik bij de schoolkrant zat. ‘Dames en heren, laten we wel op onze woorden passen: het journaille is aanwezig,’ zei hij dan. Ons favoriete onderdeel was poëzie, waarbij Grasland met veel liefde Rilke en Goethe voorlas en ons geduldig de betekenissen uitlegde. Het was een van de weinige keren in mijn leven dat mijn medeleerlingen en ik onze luiheid vergaten en oprechte interesse in een vak toonden. Een goede leraar, dat maak je niet vaak mee.

Toen we in de vijfde klas op Romereis waren, ging Grasland mee als begeleider. In Pompeii was het snikheet. Mijn vrienden en ik hadden de gewoonte opgevat om in de Italiaanse supermarkt om de hoek van ons verblijf potten olijven te kopen, om daar gedurende de dag uit te eten. Ik bood Grasland een olijf aan, en hij ging op het aanbod in. ‘Die zou ik niet nemen, daar zit een beetje uitslag op,’ zei ik. Maar Grasland stak het ding al in zijn mond, kauwde en zei: ‘Het is wel een lekkere uitslag hoor.’ ‘Ja,’ zei ik, gretig op zoek naar een grap, ‘5-0 meneer Grasland. Echt een lekkere uitslag, 5-0.’ Hij keek me quasigeschokt aan en fluisterde: ‘Rutger, dit is de Romereis! Dit is niet het moment om over een stijve lul te beginnen.’ Met een kleine glimlach liep hij weg, ons verbijsterd achterlatend. Even later stond ik tegen een tweeduizend jaar oude pilaar geleund, toen er een rijke Italiaanse man met zijn dertig jaar jongere vrouw voorbij kwam. De dame werd nauwelijks bedekt door de smalle strook roze stof die een jurk moest voorstellen, en strak om haar lijf gewikkeld zat. Ik staarde haar na. Plotseling hoorde ik de stem van Grasland in mijn oor: ‘5-0 Rutger; 5-0.’ Ik keek om en zag de kleine man wegwandelen, met een vrolijk hupje in zijn tred.

Porselein

Op een dag in ons eindexamenjaar las Grasland het gedicht Todesfuge van Paul Celan voor. Hij doet dit elk jaar, en vertelde me later dat hij altijd weer zenuwachtig is, de avond van tevoren. Het gedicht herhaalt beelden uit een concentratiekamp in verschillende variaties, als een muzikale fuga. Het kamporkest, de gravende gevangenen, de melk die zwart is van de crematierook, de lucht met ruimte voor de doden, de bewaker die aan zijn geliefde schrijft, het gouden haar van Margarete, het veraste haar van Sulamith.

Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts
wir trinken dich mittags und morgens wir trinken dich abends
wir trinken und trinken
ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete
dein aschenes Haar Sulamith er spielt mit den Schlangen
Er ruft spielt süßer den Tod der Tod ist ein Meister aus Deutschland
er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft
dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng

‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland.’ Het is van een hypnotiserende, hartverscheurende schoonheid. Nadat Grasland het gedicht had voorgelezen, bleef het lange tijd doodstil in de klas.

Tijdens mijn eerste maanden in Berlijn moest ik vaak aan Grasland denken. Het Duits is heel geschikt om bevelen te blaffen, maar ook voor poëzie. Bovendien waren er nauwelijks mooie vrouwen te vinden, en als ze er al waren, verborgen ze zich onder vele lage winterkleding. Van '5-0' was geen sprake. Elke keer als ik een boekwinkeltje betrad, vroeg ik in mijn beste Duits of ze een bundel van Paul Celan hadden. Maar omdat ik nog niet goed durfde, mompelde ik het zinnetje binnensmonds. ‘Was sagen Sie?’ vroeg de boekverkoper. ‘Paul Celan.’ ‘Ah, ich habe noch etwas, glaube ich.’ Verheugd volgde ik hem door zijn zaak. Helemaal achterin haalde hij een boekje over porselein tevoorschijn.

Dit is een voorpublicatie uit Rutgers essaybundel, die in februari 2015 zal verschijnen bij De Bezige Bij.
Dit is het tweede van vier delen. Wordt dus vervolgd. Eerste deel gemist? Het is hier te lezen. Snak je naar meer? Kijk dan hier voor deel 3.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Lisa-Marie van Barneveld is editorial illustrator. Ze houdt van korte deadlines en moeilijke onderwerpen. Haar geheime superkracht is meer verf op haar handen/kleren/tafel/kat krijgen dan op het papier.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Tmettigh x tseghnas 8

Tmettigh x tseghnas

'Ontvreemd en onthéémd,' schrijft Imane Karroumi El Bouchtati over Riffijnse sieraden. Wat betekent dit zilver voor haar en haar identiteit? Lees meer

Hard//hoofd zoekt een nieuwe chef Kunst

Hard//hoofd zoekt een nieuwe chef Kunst

We zoeken een nieuwe chef Kunst! Reageren kan tot zondag 22 februari 2026. Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Mijn AI-persona staat alles beeldig, maar waarom vertelt ze me niet dat die trui kriebelt? 2

Mijn AI-persona staat alles beeldig, maar waarom vertelt ze me niet dat die trui kriebelt?

Het is de AI-era. Terwijl modemerken paraderen met virtuele modellen en digitale pasvormen, wordt het lichaam steeds minder relevant in hoe kleding wordt verkocht. Loïs Blank vraagt zich af wat er van mode overblijft als het lichaam niet langer nodig is. Lees meer

Vrijheid is geen taart

Vrijheid is geen taart

Wat te doen wanneer het je allemaal even te veel wordt in dit leven? Sharvin Ramjan bezocht in 2023 maar liefst tweemaal Isaac Juliens tentoonstelling What Freedom Is To Me. Ook Juliens oudere werk lijkt weinig aan relevantie te verliezen. ‘Hoe mooi zou het zijn als we de fantasierijke wereld en visie van Isaac Julien met beide handen uit het scherm trekken en met ons meedragen in de dagelijkse sleur van het leven?’ Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

Wat als je ogen werken, maar je de patronen niet herkent? Marthe van Bronkhorst kijkt terug op een week van sneeuw en ICE. Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

 1

Beste Dimitri

In november 2025 organiseerden fotofestivals BredaPhoto en Pride Photo samen met Tilt de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’. Daarin onderstreepten en vierden we het belang om in alle vrijheid te kunnen zijn wie je wilt zijn. Vier queer auteurs schreven een brief aan een van de geportretteerden. Lees meer

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

In een wereld waarin talen verdwijnen en technologie oprukt, stelt Axel Van den Eynden de vraag: kan AI een dode taal weer tot leven wekken? In een reflectieve zoektocht onderzoekt hij de (on)macht van digitale vooruitgang, en de verbindende kracht van taal, verhalen en woorden. Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Wat is magie? Een mysterieuze familiering gaf Marthe van Bronkhorst een ander perspectief. Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

De dubbele bodems van Blommers & Schumm

De dubbele bodems van Blommers & Schumm

In fotografiemuseum Foam bezoekt Caecilia Rasch de tentoonstelling Mid-Air, en deze roept vragen op over contrasten: kunst en commercie, ironie en eerlijkheid. Lees meer

Een klein manifest voor tierelantijntjes

Een klein manifest voor tierelantijntjes

Pantone stelt dat de wereld gebaat is bij meer visuele zuiverheid, een esthetische keuze die midden in deze tijd allesbehalve apolitiek is. In reactie op de nieuwe kleur van het jaar laat Loïs Blank zien hoe kleur, macht en uitsluiting met elkaar verweven zijn. Haar column is een oproep voor meer kleur, meer geluid en meer weerstand. Lees meer

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Sporen’, het negende Hard//hoofd Magazine!

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Sporen’, het negende Hard//hoofd Magazine!

Maak jij een bijdrage die een nieuwe weg inslaat? Stuur vóór 1 februari je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine ‘Sporen’. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

Lees dit boek vooral niet

Lees dit boek vooral niet

Wat doe je als je een boek leest dat totaal schuurt met je wereldbeeld, maar wel goed geschreven is? Dit overkwam boekenblogger Maartje van Tessel, toen ze een berichtje kreeg van een debutant met de vraag of ze zijn boek wilde lezen. Het zet haar aan het denken over wat literatuur kan en mag zijn. Lees meer

César Rogers 4

César Rogers maakt een print voor onze kunstverzamelaars: ‘De spanning tussen mechanisering en het lichaam vind ik belangrijk’

Word vóór 1 januari kunstverzamelaar bij Hard//hoofd en ontvang een unieke print van César Rogers! In gesprek met chef Kunst Jorne Vriens licht hij een tipje van de sluier op. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in maart je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!