Asset 14

Musée

Jan bezocht het Magiemuseum in Parijs. "Heeft u het Spektakel al gezien?" "Nee."

Wat zijn de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan wil men van een museum kunnen spreken? Google definieert het begrip als volgt: "A building in which objects of historical, scientific or cultural interest are stored and exhibited." Dat lijkt een behoorlijk solide definitie, het is ongeveer wat je je voorstelt bij het woord museum. Zeg het hardop, ‘museum’, en je ziet de gebouwen nokvol objecten van historisch, wetenschappelijk, artistiek en cultureel belang aan je geestesoog voorbij trekken. Het Rijks, het Stedelijk, het MoMA, Tate Modern, afgezien van het eerste – dat ik nooit bezocht – roepen die woorden fijne herinneringen op. Maar ik ben in Parijs, dus: d'Orsay, Palais de Tokyo en – het zal niet als een verrassing komen – het Louvre, ze hijsen zichzelf moeiteloos op uit mijn geheugen. Ik moet mezelf wel direct corrigeren, het Palais de Tokyo heb ik zelfs van buiten nog nooit gezien. Maar ik weet dat ik word geacht dat een fijn museum te vinden. Moderne kunst voor de moderne jongen.

Vandaag niets van dat alles. Ik ben door the powers that be op vriendelijke doch dringende toon verzocht een bezoek te brengen aan het Musée de la Magie en verslag uit te brengen van mijn bevindingen. Magie, ik heb er weinig mee. In plaats van genieten van het mysterie irriteren trucs van goochelaars me doorgaans: ik kan niet vergeten dat het gewoon om een handigheidje gaat. Mijn ergernis groeit naarmate de goochelaar omslachtiger te werk gaat, zijn trucje aankleedt met allerlei quasimysterieuze dikdoenerij. Ik wil aan het einde weten wat het geheim was, maar geen boek open te hoeven slaan of een man met een cape en een vlinderdas aan zijn enkels over een brugleuning te laten bungelen om hem een verklaring waar ik eigenlijk niet echt om geef te ontfutselen. En toch: ik koester torenhoge verwachtingen van het Musée de la Magie. Hoe rasser de schreden waarmee het uur van mijn bezoek nadert, en het uur nadert met schijnbaar steeds rassere schreden, hoe indrukwekkender het museum in mijn verbeelding wordt.

Het Musée de la Magie is gevestigd in de Rue Saint-Paul. Ik wilde het clichématige "in de schaduw van de Basilique de Saint-Paul" al schaamteloos uit mijn pen laten vloeien (vooruit, toch een cliché), maar het is twee uur 's middags en er is geen streepje schaduw te bekennen. Het is gewoon snikheet dans la rue en ik kan dat hele musée niet eens vinden. Het is te warm voor al te diepe wanhoop en de gedachte aan museumairco houdt me op de been. Wanneer ik de straat voor de derde keer doorloop, zie ik boven de ingang van een kelder de woorden "Academie de Magie" staan. Ik zou zweren dat op diezelfde plek zojuist nog een cafeetje met vele soorten koud bier zat. Is een kelder een gebouw? Volgens mij niet. Kan het Musée de la Magie dan wel een museum zijn? Zonder al te lang bij dit soort vragen stil te staan, daal ik af, de catacomben in.

Houdin

Onderaan de trap blijkt dat het Magiemuseum de kelder deelt met het Musée des Automats. Bij de kassa bedank ik vriendelijk voor een dubbelticket en sla ik rechtsaf omdat ik in die richting een 3D-schilderij van Robert Houdin zie hangen. Het duurt niet lang voordat ik bedenk dat dat Houdini moet zijn. Het duurt iets langer voordat ik besef dat het toch niet om Houdini gaat. Dat is spijtig, want Houdini is iemand wiens bestaan geen ontembare woede in mij doet ontwaken. Jean Eugène Robert-Houdin blijkt een Franse magiër uit de negentiende eeuw, hij geldt als de geestelijke vader van deze onschuldige vorm van oplichterij.

Harry Houdini (links) en Robert-Houdin (rechts), verwarring alom.

Van Houdini weet ik ook een en ander af. De boeienkoning was ooit bevriend met Sherlock Holmes-schrijver Arthur Conan Doyle. De bedenker van de grootste literaire rationalist en deductie-specialist geloofde de laatste jaren van zijn leven vol overgave in het bestaan van elfjes en andere spirituele nonsens. Conan Doyle weigerde naar verluidt zelfs te geloven dat Houdini geen magische krachten bezat. Houdini ergerde zich groen en geel aan de onzin die zijn vriend uitkraamde en de twee kregen ruzie. Nog iets dat ik weet: Houdini kon een naald oppakken met zijn wimpers. Althans, dat hoorde ik Stephen Fry ooit beweren. Ik geloofde hem meteen.

Naast het 3D-schilderij van Robert-Houdin hangen enkele ingelijste posters van mij onbekende magiërs uit het begin van de twintigste eeuw. Deze illustraties worden stuk voor stuk gekenmerkt door een opvallende lichtval en scherpe contrasten. Het licht valt van beneden of boven, harde schaduwen in het gezicht zijn het onvermijdelijke resultaat. Schaduwen zijn verhullend en dus mysterieus. Het ligt allemaal behoorlijk voor de hand. Terwijl ik een beetje langs de posters slenter, komt er een man in een rood pak op me af. Als ik zeg "rood pak" bedoel ik ook precies dat, een rood pak in drie delen. Plus een rode vlinderdas.

"Vous avez vu le Spectacle?", vraagt hij.

"Non", antwoord ik naar eer en geweten.

Zijn dorst naar kennis is niet gelest.

"Have you seen the Show?"

"No."

"It starts now. Afterwards, the magician will give a speech."

Ik knik en neem de man goed in me op. Hij laat zich voorstellen als een kruising tussen Ronald Plasterk en de dwerg uit Twin Peaks die achterstevoren praat. Op dat beeld hoef je alleen nog twee komisch borstelige wenkbrauwen te plakken en je hebt de man in het rode pak met de rode vlinderdas.

Gedwee laat ik me in de richting van het spektakel duwen. Ik was net zo lekker bezig met het duiden van de lichtval op de posters van de mij onbekende magiërs uit het begin van de twintigste eeuw.

Spectacle

Het Spektakel vindt plaats in een hoek van de kelder. Achter een groot kamerscherm zijn een paar kleine tribunes (drie rijen, geen stoelen) gebouwd. Als ik zit, merk ik dat ik mijn nek licht moet buigen om om een pilaar heen het podium te kunnen zien. Het belooft allemaal weinig goeds. Wanneer ik om me heen kijk, zie ik dat ik de enige persoon in ons gezelschap ben (ik vorm inmiddels met ongeveer vijfentwintig anderen een heus gezelschap) die noch een kind noch een ouder bij zich heeft. Ik ben de enige free agent die op het punt staat het Spektakel te aanschouwen.

De man in het rode pak staat ineens op het podium, dat lachwekkend klein is. Hij brabbelt wat in het Frans waarna blijkt dat hij niet de magiër is waarop ik en de vijfentwintig ouders en kinderen zitten te wachten. Dat is niemand minder dan Pierre Switon. Het duurt even voordat ik besef dat het onmogelijke onmogelijk onwaar kan zijn: Pierre is de vijftien jaar oudere tweelingbroer van de Nederlandse acteur Ruben van der Meer. Switon nodigt ons, of vooral de kinderen in ons gezelschap, uit het zaallicht te doven door middel van een gezamenlijke stemverheffing. Terwijl de kinderen uit volle borst krijsen, denk ik: je zult van betere huize moeten komen om mijn interesse te wekken. Dit is te doorzichtig. Helaas, Pierre besluit zijn act te vervolgen met enkele kaarttrucs. Terwijl hij een verhaal houdt over de zoveelste geweldige kaarttruc, dwalen mijn gedachten af naar niks. Ik schrik op uit deze peilloze diepte wanneer hij zegt "C'est pas grave". Ik ben dankbaar voor zijn vergevingsgezindheid en besluit weer even op te letten. Pierre roept een kind naar voren: Elian (3), een klein donker jongetje met kroeshaar en een tong die permanent uit zijn mond hangt. Het is werkelijk geen gezicht. Elian mag de kaarten die op de grond zijn gevallen opruimen. Als hij dat gedaan heeft mag hij weer gaan zitten en is het de beurt aan Raffaël (11). Raffaël mag enkele ringen vasthouden. Om een lang verhaal kort te maken gaan ze wel in en uit elkaar wanneer Pierre ze vasthoudt, maar niet wanneer Raffaël zijn handelingen minutieus nadoet: quelle surprise. "Tu twist", zegt Pierre. "Mais pas comme Brigit Bardot en 1969", vervolgt hij met een knipoog die de ouders in het hoekje van de kelder in lachen doet uitbarsten. Hoewel ik de aantrekkingskracht op ouders en kinderen gelijk kan begrijpen, vind ik dat hele goochelen met de minuut minder interessant worden. Het spektakel loopt op z'n einde, al zat de vaart er vanaf het prilste begin nooit echt in. Pierre eindigt zijn demonstratie met een kleine uiteenzetting, ik doe geen moeite zijn verhaal te volgen, maar ben opgelucht dat de speech korter duurt dan het spektakel.

Maffioso

We klappen, staan op en worden onder lichte dwang door een deur achter het podium geleid. Daar blijkt een andere werknemer van de museumkelder ons op te wachten. Dit exemplaar lijkt weggelopen uit The Sopranos. Als hij ons allen verzoekt een kring te vormen, begrijp ik dat de door de man in het rode pak (met de rode vlinderdas) aangekondigde speech nu nog moet beginnen. De maffioso spreekt een onverstaanbaar kelderdialect. Wanneer hij praat trillen zijn wangen, net als twee van zijn drie onderkinnen die zich aan de greep van zijn gele stropdas hebben weten te ontworstelen als kleine puddinkje aan zijn gezicht hangen. Ik besluit niet langer te luisteren en kijk wat naar de vitrines die staan opgesteld in de kelder. Er staat een veelheid aan goochelmateriaal uitgestald, al ontstijgt het merendeel het balletje-balletjeniveau niet. Opvallend is de hoeveelheid tollen, die op de een of andere manier vooral lijken op seksattributen uit de oudheid. Ik maak een foto van een van de bordjes met een uitleg over de herkomst van een van de seksspeeltjes, in de hoop bij thuiskomst het Frans te kunnen ontcijferen. De maffioso onderbreekt zijn verhaal om mij met een corrigerend vingertje te wijzen op het fotografieverbod dat in de hele kelder van kracht is: "Pas de photo." Ik mompel "pardon" en besluit geen verdere pogingen te doen het museum te doorgronden. Het museum? Niet alleen is een kelder geen gebouw, het is ook nog maar de vraag of de hier tentoongestelde objecten "interessant" genoemd kunnen worden. Niet iedere verzameling spullen verdient het een ‘collectie’ te heten.

Terwijl de maffioso zijn speech vervolgt, dwaal ik een beetje door de kelder. De Houdin-obsessie kent geen grenzen, overal staan bustes van de beste man. De geschiedenis van de meeste objecten is op de een of andere manier tot de boeienkoning te herleiden. Mijn geheugen laat me waarschijnlijk enigszins in de steek, maar ik herinner me een bordje waarop melding werd gemaakt van de perfectionering van een bepaalde truc door iemand die vaak optrad in een theater dat eigendom was van de man van een nicht van Houdin. Of zoiets.

Uil

In een zijkamertje staan enkele lachspiegels. Deze lijken zelfs de meest onnozele kinderen niet te kunnen imponeren. In een donker hoekje, naast een lachspiegel die van bol naar hol beweegt – toegegeven, dat had ik nooit eerder gezien – staat op een klein tafeltje een opgezette uil. Althans, het is een apparaat waarover iemand de huid en het verendek van een bruine uil heeft getrokken. Het mechaniek zorgt ervoor dat de uil geluid produceert en zijn hoofd kan ronddraaien. Het heeft er alle schijn van dat men de techniek heeft ontwikkeld voordat de uil was afgeschoten, want het beest is onvoorstelbaar groot en nogal hoekig uitgevallen.

De maffioso heeft de kinderen inmiddels toestemming gegeven zich te verspreiden en binnen de kortst mogelijk tijd is de kelder vergeven van geschreeuw. Zou het zo voelen wanneer je als volwassen mens in een IKEA-ballenbad belandt? De optische instrumenten zijn bezet, andere apparaten zijn uitgerust met een bordje "Mettez une piece de €2 et tournez le bouton en maximum." Op het moment dat ik me echt wat verloren begin te voelen, ruik ik een onbestemde geur. Eerst denk ik dat het misschien een origineel lichaamsdeel van Houdin is, in een vitrine die ik moet hebben gemist, maar dan zwelt de geur aan. Een van de kinderen heeft uit het niets wat merde in zijn broek getoverd. Voordat mijn bewondering voor deze truc een kans krijgt zich te ontwikkelen, trek ik een sprint naar de uitgang. Ik scheer langs de museumwinkel en zie in het voorbijgaan nog net de aanprijzingen voor magiecursussen van Georges Proust, een print-on-demand-boekje met trucs van Pierre Switon en Une vie de magie, de biografie van David Copperfield, op het omslag afgebeeld als een Calvin Klein-model. Zonder in te ademen haal ik de trap. Bovengekomen hap ik naar lucht. De zon voelt goed op mijn huid en ik ga op het terras van een klein café pal naast het museum zitten. Ik rommel even in mijn tas, op zoek naar een boek. Wanneer ik opkijk staat er, als uit het niets, een glas bier voor mijn neus.

-

Dit artikel ontstond op basis van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre

Mail

Jan Postma Jan Postma (Delft, 1985) is politicoloog, fotograaf, journalist, parttime einzelgänger en meer. Maar, voordat u zich een beeld denkt te kunnen vormen, toch vooral dat laatste.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

'Als je je psycholoog écht een brevet van onkunde wil geven, moet je haar uitnodigen voor je euthanasiefeest.' Lees meer

Neoliberaal Lang Covid 2

Neoliberaal Lang Covid

Voor ons 'Aaah'-magazine, schreef Harriët Bergman een essay over hoe long covid-patiënten vallen tussen pech en onrecht. "Er is iets grondig mis met hoe we in Nederland omgaan met mensen met een beperking en chronisch zieke mensen." Lees meer

Zo het begon 1

Zo het begon

Nele Peeters schreef een ontroerend verhaal, vol treffende zinnen en beelden. Het is dromerig verhaal, over eenzaamheid, hoop, zorgzaamheid en zwaarte. Lees meer

Ik ook op jou

Ik ook op jou

Op een avond zegt iemand tegen Eva dat hij verliefd op haar is. Terwijl hij wacht op een antwoord, denkt Eva na over wat verliefd zijn eigenlijk is. Lees meer

 1

Het model

De hoofdpersoon in dit verhaal van Feico Sobel poseert op een doordeweekse avond naakt voor een schilderklasje in Spijkenisse. De sessie ontaardt in een bizarre erotische nachtmerrie waarin onze verteller zich totaal verliest. Lees meer

Waarom het over mij gaat als het over trans literatuur gaat

Waarom het over mij gaat als het over trans literatuur gaat

In dit persoonlijke essay reflecteert Tom Kniesmeijer op queer activisme en literatuur, oftewel: de reden dat we strijden en schrijven. Lees meer

:Oproep: nieuwe Chef Illustratie en Beeldredacteur online

Oproep: nieuwe Chef Illustratie en Beeldredacteur online

Hard//hoofd zoekt twee getalenteerde, assertieve, breed onderlegde beelddenker (x/v/m) die de beeldredactie willen komen versterken! Lees meer

Herhaalrecept

Herhaalrecept

Op een ochtend wordt Aisha Mansaray wakker in een parelmoeren bubbel. Ze onderzoekt hoe ze met haar depressie op de randen van de realiteit kan leven, zonder de grip erop te verliezen. ‘Mijn aandoening was een zuigend ding geweest dat zich om mij heen had gewikkeld, lelijk, en meer levend dan ik.’ Lees meer

Stop met het onderschatten van de gevolgen van het slavernijverleden

Stop met het onderschatten van de gevolgen van het slavernijverleden

Zelfs 150 jaar na de afschaffing van de slavernij, zijn de gevolgen daarvan nog steeds voelbaar. Veel Nederlanders zien helaas niet in hoe de koloniale geschiedenis het heden heeft vormgegeven. Pas als je de bloedrode draad door de Nederlandse geschiedenis begrijpt, kun je de huidige ontwikkelingen echt begrijpen stelt Jazz Komproe. ‘Een onzichtbare wond laat zich immers moeilijk genezen.’ Lees meer

:Het voorleesuur heeft geslagen: een essay over morele paniek

Het voorleesuur heeft geslagen: een essay over morele paniek

In april 2023 werd een onschuldige dragqueen-voorleesmiddag plots het middelpunt van ophef. Opgefokt door radicaal-rechtse groeperingen, werd er die middag luid geprotesteerd tegen het initiatief. Op het verkeerde tijdstip, maar toch: de morele paniek was niet te overzien. Reden genoeg voor Rijk Kistemaker om na te gaan: die paniek, waar komt die vandaan? En wat zit er eigenlijk achter? Lees meer

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Marthe van Bronkhorst maakt de balans op tussen S en M, die beide alles kwijt zijn: de een is ingebed in het zorgsysteem, de ander moet niks hebben van de verzorgingsstaat. Lees meer

Navelstaren als rebellie

Navelstaren als rebellie

Voor ons vorige magazine, schreef Lena Plantinga een essay over waarom het revolutionair is als vrouwen schrijven over emoties, liefde, alledaagse dingen en seks. ‘Ik schrijf omdat ik boos ben terwijl iedereen me altijd lief noemt.’ Lees meer

Weke delen

Weke delen

Op de laatste dag van de zomervakantie bedenken vier vrienden een ultieme streek om ‘de Pedofiel’ in het dorp te leveren. Maar tussen Reinout en Jordan is iets anders aan de hand. Een coming of age- verhaal van Nelson Morus over vriendschap, angst, en schaamte. Lees meer

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

Grootgebracht met het idee dat 'natuurlijke' oplossingen de voorkeur hebben boven synthetische medicatie stond Eva niet te springen om angstremmers te gaan gebruiken. Maar wat als het nou gewoon werkt? Lees meer

De kieuwbogen kleuren zalmroze

De kieuwbogen kleuren zalmroze

In de zomer van 2022 voltrok zich een milieuramp in de rivier de Oder. Honderdduizenden dode vissen dreven toen naar het oppervlak van de rivier. Emma Zuiderveen schreef een gedichtenreeks waarin ze de oorzaken en gevolgen van deze ramp op zowel individuele als collectieve schaal onderzoekt. Lees meer

Wie blijft? De kennisvlucht in Suriname

Het Sranantongo leeft

Het Sranantongo wordt steeds meer gesproken in Suriname om de massa aan te spreken. Toch is het Nederlands nog steeds de enige officiële taal van het land. Voor het drieluik dat Kevin Headley schrijft over hoe het koloniale verleden nog voortleeft in Suriname, gaat hij in dit derde en laatste deel in op de geschiedenis... Lees meer

De vrouw met de rode haren (ILY)

De vrouw met de rode haren (ILY)

Een verhaal van Ida Blom over de beklemming van verlies en herinnering en het zoeken naar het verleden in het heden. Lees meer

Wie blijft? De kennisvlucht in Suriname 1

Wie blijft er over na de kennisvlucht in Suriname?

Hoogopgeleiden trekken steeds vaker weg uit Suriname. In dit tweede deel van een drieluik over hoe het koloniale verleden doorleeft in Suriname, gaat Kevin Headley in op hoe de kennisvlucht zich verhoudt tot de economische staat van het land. Lees meer

Eenzaamheid trekt me niet, maar ik heb er behoefte aan

Eenzaamheid trekt me niet, maar ik heb er behoefte aan

Eva van den Boogaard schreef een brief aan Roland Barthes, die in zijn dagboeken over eenzaamheid en vrijheid schreef wat zij zelf niet kon verwoorden. ‘Je hebt me lang gerustgesteld, maar waar ik de herkenning eerst geruststellend vond, vind ik haar de laatste tijd steeds verontrustender.’ Lees meer

Suriname is één groot slavernijmuseum

Suriname is één groot slavernijmuseum

Een slavernijmuseum is niet genoeg. Kevin Headley stelt de vraag hoe Nederland Suriname tegemoet kan komen op gebied van cultureel erfgoed rondom het koloniale verleden. ‘Ik denk dat de belangrijkste vraag die Nederland aan Suriname moet stellen is: “Wat heb je nodig?”’ Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer