Asset 14

Zes tekenlessen en een hedendaags klooster

Floris is in Berlijn voor zijn promotieonderzoek. Hij leest in de U-Bahn en dwaalt door de straten met zijn schetsblok. Vanuit een soort hedendaags klooster kijkt hij terug naar hoe hij hier is gekomen.

Ik lees in de U-Bahn. Er is weinig anders te doen. Het is een kwartier naar het Haus der Festspiele, een half uur naar Potsdammer Platz, drie kwartier naar Hamburger Bahnhof. Meestal lees ik, zoals gebruikelijk, vakliteratuur. Maar de eerste dagen in Berlijn las ik Six Drawing Lessons van William Kentridge; het zijn de lezingen die Kentridge gaf in Harvard terwijl hij bezig was met de multimediale installatie The Refusal of Time.

In Six Drawing Lessons probeert Kentridge, in woord en beeld, zich rekenschap te geven van hoe hij als kunstenaar met het beladen Zuid-Afrikaanse verleden omgaat. Hij vraagt zich aan het begin af wat hij als kunstenaar eigenlijk over geschiedenis te melden heeft, en zijn antwoord zit ergens verscholen in een passage die ik niet terug kan vinden: recht doen aan de kakafonie van de ervaring. Historische verbanden en associaties waaieren alle kanten op, en The Refusal of Time vangt dat in een indrukwekkende maalstroom van beelden. Het was de eerste keer dat ik als historicus jaloers was op een kunstenaar.

"Het hoofd van een Florentijnse edelman is veranderd in dat van een brandwonden-
slachtoffer."

Meestal heb ik mijn schetsblok bij me. Dat is mijn manier om beter te kijken. Lang vertelde ik mezelf dat ik in vreemde steden moest kijken alsof ik het allemaal moest onthouden; tegenwoordig teken ik het na. Al zolang als ik me kan herinneren heb ik een preoccupatie met ‘schuldig landschap’: plekken die door de geschiedenis besmet zijn. Wat dat betreft zit ik goed in Berlijn. De stad is een monument voor zijn verdwenen zelf. Zelfs in het centrum zijn grote kale plekken, alsof het een kwart eeuw na de val van de muur nog altijd niemandsland is.

In mei 1945, enkele dagen na de capitulatie, ging het deel van de Berlijnse museumcollecties dat was opgeslagen in de Flakturm Friedrichshain in vlammen op. Van honderden schilderijen resteren alleen de foto’s, sommige beelden zijn uit de puinhopen naar boven gekomen als verminkte lichamen. Het Bode-museum wijdt er op dit moment de tentoonstelling Das Verschwundene Museum aan. Het merendeel van die doeken en beelden had me weinig gedaan als ze niet verdwenen of verminkt waren. De levensgrote foto’s daarentegen, maken pijnlijk duidelijk dat je niet meer naar de details en de textuur kunt kijken. Het hoofd van een Florentijnse edelman is veranderd in dat van een brandwondenslachtoffer.

Illustratie: Floris Solleveld

Waste Land

Ooit las ik boeken wel vijf keer. Wat ik in de vorige eeuw heb gelezen, is me dan ook beter bijgebleven dan daarna. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan een roman van Thea Beckmann denk, hele rijtjes jaartallen zijn in mijn hoofd gegrift door de Sesam Atlas voor Wereldgeschiedenis, tientallen Donald Duck-pockets en de Dune-boeken van Frank Herbert raak ik ook niet meer kwijt.

Tijdens mijn Eerste Romantische Periode – de jaren voor en na de eeuwwisseling – klampte ik me vast aan de gedichten van T. S. Eliot en Rainer Maria Rilke alsof het mantra’s waren, en las Ulysses in een zomer dat ik de slaap niet kon vatten. Een jaar lang heb ik erbij gelopen als een soort Stephen Dedalus, met een donkere jas en een vilten hoed in Quartier Latin-stijl. Nog altijd kan ik The Waste Land uit mijn hoofd voordragen.

"Mijn Grote Romantische Bevliegingen werden allengs een Publieke Slechte Grap"

Die ervaring houdt natuurlijk ergens op. Mijn Grote Romantische Bevliegingen werden allengs een Publieke Slechte Grap en nadat je met zoveel Sturm und Drang de grote modernistische klassiekers hebt doorgeploegd, blijft er weinig over dat zich daar mee kan meten. Na mijn twintigste heb ik nauwelijks meer romans gelezen en ontdek ik hooguit sporadisch nog wel eens een dichter die me aanspreekt.
Dat er een flinke dosis intellectuele zelffelicitatie in die leeservaring zat, daarvan was ik me destijds terdege bewust. Pas later stelde ik vast dat er ook een vrij banaal sentiment meespeelde. Stephen Dedalus uit Ulysses, en vooral Adrian Leverkühn uit Dr. Faustus zijn intens eenzame figuren. De poëzie van Eliot en Rilke is gedrenkt in eenzaamheid.

2326 kilo boeken

Mijn vader hamsterde boeken. Behalve drinken en bijstand trekken deed hij verder niet veel. Naarmate hij dikker en slonziger werd, las hij ze steeds minder en kocht er meer. Nadat hij alle wanden van zijn huiskamer gevuld had, bracht hij ze onder in zijn slaapkamer, de logeerkamer, de gangkast en uiteindelijk op de vloer. Tegen de tijd dat de alcohol zijn brein had verwoest en hij in verwarde staat van straat werd geschraapt, kwamen de stapels boeken tot in de keuken. Ik heb geprobeerd om er zoveel mogelijk weg te geven of te verkopen, en er zelf zo’n honderd gehouden, maar uiteindelijk bleef er niks anders over dan de boedelruimer inschakelen.

2326 kilo aan boeken is naar de versnipperaar gegaan.

Er is een foto van mijn vader als jongeman in rokkostuum, op straat in Nijmegen. Nijmegen is een familieziekte. Het witte ding in zijn hand is waarschijnlijk zijn propedeusebul; het jaar zou dan 1965 zijn en hijzelf twintig. Hij lijkt daar meer op mij dan op de man die ik gekend heb; je ziet op die foto niet dat hij maar 1 meter 65 was. Pas uitgemergeld op zijn sterfbed kwam dat gezicht weer terug, alsof ik naar mijn eigen dodenmasker keek. Eenmaal opgebaard en opgepoetst, in het pak dat ik voor hem had gekocht, was hij onherkenbaar en leek hij kleiner dan ooit. Het leek haast alsof we een pop begroeven in effigie.

'Leo in Nijmegen, ca. 1965'. Beeld: privé-collectie Floris Solleveld

Achteraf gezien waren er signalen dat zijn brein achteruit ging. Hij begon Harry Potter te lezen en nam een abonnement op NRC Next. Ik dacht dat het kwam omdat hij niks deed met zijn richtingloze belezenheid; ter compensatie grasduinde hij in de esoterie om zich extra intellectueel superieur te kunnen wanen. In het verzorgingstehuis, waar hij boeken op hun kop hield en hallucineerde over de Armada in de Sloterplas en de brandy van Henri Quatre, hield hij nog altijd tirades over domme en gemene HBO-ers.

Je zou mijn vader kunnen zien als de ontaarding van een vroegmodern geleerdheidsideaal, een laatmoderne versie van Casaubon uit Middlemarch. Ik heb er zelf ook een tik van meegekregen. Maar ik drink minder en doe meer.

Hedendaags klooster

Het instituut waar ik deze maanden verblijf is een combinatie van een klooster, een kasteel en een college in Oxford, maar dan hypermodern. Van buiten is het grijs beton, van binnen staal, hout en glas. De deuren gaan open met een keycard. Het is een vierkant gebouw met een binnenplaats en hoekpunten die ‘torens’ genoemd worden; de bibliotheek loopt onder het hele gebouw door en is verboden terrein voor bezoekers.
Inhoudelijk is het de plek waar ik moet zijn: nergens anders op de wereld is zoveel wetenschapshistorische kennis geconcentreerd. Maar vooralsnog verlang ik niet naar het kloosterleven.

Ik bestudeer veranderende geleerde idealen en praktijken omstreeks 1800. Dat betekent dat ik mijn dagen doorbreng tussen soms angstaanjagend dikke oude boeken in vier, zeven of twaalf delen. Allengs ben ik steeds meer op mijn onderzoeksobjecten gaan lijken: iemand die tussen Verlichting en Romantiek zwengelt, die nog altijd een soort alomvattende eruditie nastreeft, graag in goed gezelschap converseert met causerieën en bon mots, net iets te gereserveerd is om een geëngageerde intellectueel te worden, en die een verstokt celibatair bestaan leidt. Eigenlijk was ik dat alles al voor ik er aan begon. In die zin is mijn proefschrift zelfonderzoek.

Illustratie: Floris Solleveld

Dat alles past slecht in het academische bestel anno 2015. Mijn aandacht is altijd versnipperd tussen filosofie, geschiedenis, linguïstiek, kunst en journalistiek; Floris rijmt niet op focus. Rusteloosheid is mijn normale toestand - en ik vraag me af of ik ooit zou kunnen functioneren zonder.

Charles Baudelaire omschreef ooit het dandyisme als een ‘ascetische religie, veeleisender dan de strengste kloosterregel’, een voortdurende plicht tot aspirer à la sublime sans interruption. Ik ben maar een halve dandy en met de bijbehorende decadentie heb ik niet veel, maar verder vat die zin mijn ongemak met academia goed samen.

Een staat van resignatie

De U-Bahn is mijn connectie met het leven extra muros. In de villawijk Berlin-Dahlem - waar het Max Planck Institut für Wissenschaftsgeschichte gevestigd is - staat welgeteld één keurig rood geverfd anarchistisch huisje, op de binnenplaats van de universiteitsbibliotheek. De metrostations in Dahlem zijn Wilhelminische Jugendstilpaleizen.

Ook in het Berlijnse equivalent van Bloemendaal ontkom je niet aan de presence of the past: voor sommige villa’s liggen Stolpersteine. De Freie Universität is hier gebouwd omdat de Humboldt-Universität in Oost-Berlijn terechtkwam. In het gebouw naast het instituut heeft Heisenberg aan de Duitse atoombom gewerkt, en onderweg naar de hypermoderne Philologische Bibliothek stuitte ik op een in de oorlog kapotgeschoten villa die tot kunstkot getransformeerd was, de Ruine der Künste. Die was er al voordat Berlijn hip werd en gegentrificeerd raakte. In Dahlem valt niks te gentrificeren.

Bij het festival MaerzMusik kon je naar boeken luisteren. Boeken die, in navolging van Fahrenheit 451, door acteurs uit hun hoofd waren geleerd. Four Quartets van T. S. Eliot stond ook op de lijst: een serie lange, filosofische gedichten die hij twintig jaar na The Waste Land schreef. Helaas bevatten de Four Quartets, naast fantastische beschouwelijke passages, ook veel neoclassicistisch en/of religieus geouwehoer.

Four Quartets, via: Rare Books

Eliot beschrijft erin hoe hij zelf, na een flink getormenteerd en eenzaam bestaan, tot een soort half-mystieke resignatie komt. Wat hij er niet bij zegt is dat hij ondertussen reactionair en high society was geworden. Misschien had ik een boek moeten kiezen dat ik nog niet kende, maar het leek me des te toepasselijker om mijn eigen geheugen na te luisteren, en de gaten daarin. Dus koos ik Four Quartets, en luisterde een half uur toe hoe iemand anders gedichten voordroeg die ik zelf een half leven geleden had verslonden.

So here I am, in the middle way, having had twenty years —
Twenty years largely wasted, the years of l'entre deux guerres
Trying to learn to use words, and every attempt
Is a wholly new start, and a different kind of failure.

Daarna moest ik weg omdat het concert begon. Het leek teveel op een Betekenisvol Moment om dat daadwerkelijk te zijn. Al verkeer ik zelf ook op het moment wel in een staat van resignatie, ik ben beter op mijn plek in The Refusal of Time.

-----------------------------------------

Op 25 april opent in EYE de tentoonstelling 'William Kentridge: If we ever get to heaven'. Meer over Floris' onderzoek kun je hier en hier lezen.

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Verdomme, ik heb wel geleefd

Maar verdomme, we hebben wel gelééfd

Marthe van Bronkhorst schreef in 2019 een toneelstuk dat bijna volledig werkelijkheid is geworden. Kan ze de slotscène nog weren uit de realiteit? Lees meer

AI: Nooit meer eenzaamheid?

AI: Nooit meer eenzaamheid?

Ferenz Jacobs bespreekt het futuristische kunstproject van Alicia Framis. Deze zomer trouwt Francis met een hologram gebaseerd op haar eerdere relaties. AI en liefde: een gelukkig huwelijk? Lees meer

Bericht vanaf de Biënnale van Venetië

Bericht vanaf de Biënnale van Venetië

Afgelopen woensdag opende het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Onze chef kunst Jorne Vriens zag hoe kunstenaar Renzo Martens in huilen uitbarstte toen hij sprak over zijn samenwerking met zijn Congolese medekunstenaars. Lees meer

:Het is een ondiepe sloot voor een fantasyschrijver: deel 1

Het is een ondiepe sloot voor een fantasy-schrijver: deel 1

Bijna een kwart van de Nederlandse volwassenen leest het liefst fantasy of sciencefiction. Toch verschijnt er bijna geen Nederlandstalige fantasy. In dit eerste deel van een tweeluik onderzoekt Ida Hondelink waarom fantasy als volwassen literair genre zo ondergeschikt is in Nederland. Lees meer

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Wanneer Eva op bezoek is bij haar zus, vraagt die of Eva haar eicellen al in heeft laten vriezen. Het laat Eva nadenken over hoe ze de vraag 'Wil ik een kind?' überhaupt kan beantwoorden. 'De vraag omtrent het ouderschap is bij uitstek een gevoelskwestie, en mijn gevoel volgen is nooit mijn sterkste punt geweest.' Lees meer

De buschauffeur

De buschauffeur

'Kijk door me heen als door de voorruit'. In deze gedichtenreeks van Angelika Geronymaki probeert een buschauffeur krampachtig de kortstondigheid - in tijd, plaats, interactie - te behouden die eigen is aan zijn baan. Lees meer

Niet

Niet

'Naarmate die vakantie vorderde, begon ik die ‘niet’ te bezien in het licht van een oude angst die soms omhoogkomt. Wanneer namelijk mijn vriendin zei: ‘dat is een lantaarnpaal’ en ik zei ‘niet’, begon ik me af te vragen of we inderdaad wel dezelfde lantaarnpaal zagen.' In deze column schrijft Anne Schepers over het woord 'niet' en de gevolgen die het kan hebben voor een discussie. Lees meer

Waarom nog schrijven na ChatGPT?

Waarom nog schrijven na ChatGPT?

Waarom blijven we schrijven als kunstmatige intelligentie dat straks beter kan dan wij? In dit essay bespreekt Shimanto Reza de verbinding die teksten bieden. Ze gaan in dialoog met elkaar, met onszelf, met anderen. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Mijn week met morele ambitie: wat ik leerde ondanks Rutger Bregman

Marthe van Bronkhorst probeerde morele ambitie een week uit en leerde ervan - ondanks Rutger Bregman. Lees meer

Vacature Lid Raad van Toezicht

Vacature Lid Raad van Toezicht

Hard//hoofd wil per 1 juni de driekoppige Raad van Toezicht uitbreiden met twee nieuwe leden waaronder een voorzitter. Mocht je willen reageren dan ontvangen wij graag voor 1 mei een reactie. Lees meer

:Oproep: Wie illustreert de erotische verhalen van het Rode Oor?

Oproep: Wie illustreert de erotische verhalen van het Rode Oor?

De Stoute Stift is de gloednieuwe illustratiewedstrijd van deBuren, Stripgids, Hard//hoofd en Stichting Nieuwe Helden. Meedoen? De deadline is 1 mei 2024 (10:00). Lees meer

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva nodigt twee vrienden uit om bij haar te komen eten. Ze hoopt dat dit het begin zal zijn van een nieuwe vriendengroep. Lees meer

Witte tranen

Witte tranen

Vaak kan geconfronteerd worden met een racistische misstap veel losmaken in witte vrouwen. Waar komt dat door? Fleur den Boer onderzocht het perfectionisme van witte vrouwen en hoe zogeheten 'witte tranen' racisme in de hand werken. Lees meer

Stieren en vrouwen hebben iets gemeen

Stieren en vrouwen hebben iets gemeen

Wat hebben stieren en vrouwen gemeen? In dit essay ziet Barbara Haenen tijdens het bezoeken van een stierengevecht gelijkenissen met haar eigen ervaringen. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn 1

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Marthe van Bronkhorst bekijkt hypocrisie als spectrum: hoe hypocriet ben jij op een schaal van Frans Bauer tot Johan Derksen? Lees meer

Bijsturen 1

Bijsturen

In dit essay legt Belle de Rode de vinger op de zere plek. Ze beschrijft hoe zij de rol van bijsturende kapitein op zich moet nemen omwille van haar zieke vader, terwijl ze juist afscheid had willen nemen van de kritische kapitein die in haar huisde. Lees meer

In je eentje achterblijven

In je eentje achterblijven

Als vriendin K. op een date gaat, denkt Eva van den Boogaard na over hun onuitgesproken pact. Zo lang ze beiden ongelukkig in de liefde zijn, hebben ze elkaar. Maar wat als er iemand dat pact uitstapt? Lees meer

Gelukkig zien jonge mensen het verband tussen toen en nu

Durf te leren van het verleden

Op Dag 150 van de wrede vergeldingsactie van Israël is een eind van de ‘slachting’ van Palestijnen nog niet in zicht. Schrijver Marte Hoogenboom vestigt haar hoop op activisten en journalisten die het verband tussen ‘toen’ en ‘nu’ durven zien. Lees meer

Fatma Shanan: de lichtelijke melancholie van het zomerse alleen zijn 1

Fatma Shanan | De lichtelijke melancholie van het zomerse alleen zijn

Een oase van rust midden in Berlijn. De kleine geschilderde landschappen en zelfportretten in de natuur van Fatma Shanan (1986, Israël) komen goed tot hun recht in de expositieruimte van Dittriech en Schlechtriem. De tentoonstelling ‘The Inn River’ bestaat uit een bescheiden aantal van negen schilderijen. Aucke Paulusma laat zien dat een aandachtige observatie loont, maar dat de schilderijen laten niet per se een vrolijke indruk achterlaten. Lees meer

Reden tot paniek

Reden tot paniek

In dit droomachtige en persoonlijke essay blikt Wouter Degreve terug op zijn jeugd, en hij onderzoekt de effecten daarvan op het heden. Want 'de kracht van de plek waar je bent opgegroeid mag je nooit onderschatten.' Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer