Asset 14

Het lot en het kwaad

Het kwaad is niet meer een zaak van de duivel, maar volgens wetenschappers een gebrek aan empathie. Mensen doen slechte dingen omdat hun hersenen nu eenmaal zo staan afgesteld. Jan verzet zich tegen dit beeld van het kwaad met zijn lezing van Shirley Jacksons korte verhaal 'The Lottery'.

Eerst een disclaimer. De kans is groot dat je dit stuk beter niet kunt lezen. Of liever: nog niet. Dat klinkt misschien als een flauwe poging interesse te wekken, maar ik meen het wel degelijk. Dit stuk gaat namelijk over het korte verhaal 'The Lottery' (1948), van de Amerikaanse schrijfster Shirley Jackson (1916 - 1965). Wanneer je dat verhaal nog niet kent, wil ik je met klem verzoeken het te lezen voordat je hier terugkomt.

Zelf kan ik het nog steeds niet verkroppen dat iemand ooit de clou van Roald Dahls 'Genesis and Catastrophe: A True Story' verklapte, en ik ben nog steeds dankbaar dat ik J.D. Salingers 'A Perfect Day for Bananafish' las voordat een onverlaat me kon vertellen hoe dat verhaal afloopt. Ik wil zoiets simpelweg niet op mijn geweten hebben. Dus vanaf de stippellijn alleen doorlezen wanneer je bekend bent met de inhoud van het verhaal. Het is hier te lezen. Maar misschien is het nog wel fijner hier te luisteren hoe de Amerikaanse auteur A.M. Homes het voorleest.

Illustratie: Rosanne Groeneweg

Voordat ik 'The Lottery' een paar jaar geleden bij toeval ontdekte - het was het eerste verhaal dat voorbijkwam toen ik me abonneerde op een podcast van The New Yorker - had ik nog nooit van Shirley Jackson gehoord en ik moet bekennen dat ik sindsdien ook niets van haar heb gelezen. Behalve dit ene verhaal, dat ik sinds die eerste keer nog vaak heb herlezen en herluisterd. Het nestelt zich in je bewustzijn, en maakt onverbloemd duidelijk dat het niet van plan is ooit nog te vertrekken.

De stippellijn:

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Welkom, mensen die het verhaal hebben gelezen. De ongelukkige die mijn advies in de wind sloeg, negeer ik verder. Dat gemoedelijke woord 'nestelen' van hierboven dekt bij nader inzien de lading niet helemaal. Het lijkt me beter die metafoor te vervangen door een beeld van permanente weefselschade en inwendige bloedingen. De eerste keer dat ik het hoorde, herinner ik me namelijk als een onverwachte stomp in mijn maag. De tweede keer, en alle keren daarna, was het effect eerder een langzaam aanzwellende misselijkheid.

Tot dan toe was mijn beeld van Afrika vooral gebaseerd op vage ideeën over ‘echte armoede’ en ‘altijd zon'.

Nu ik woorden probeer te vinden om dit gevoel te omschrijven, komt een herinnering bovendrijven. Ik zit tussen mijn ouders in op de bank en we kijken naar het 8-uur journaal. Ik zal een jaar of negen zijn. Ineens begint een verslag vanuit Rwanda, een waarschuwing dat de reportage beelden bevat die als “schokkend kunnen worden ervaren”, kan ik me niet heugen. Het enige dat me is bijgebleven, is het beeld van een man die hardhandig een andere man tegen de railing van een brug duwt en hem er zelfs overheen werkt. Nadat de tweede man van een onzichtbare hoogte naar beneden is gevallen, pakt de eerste een kalashnikov van zijn schouder en schiet hij achteloos een aantal salvo's in het water. Althans, ik heb altijd me altijd ingebeeld dat daar beneden water moet zijn geweest. Tot dan toe was mijn beeld van Afrika vooral gebaseerd op de kindervoetbalfilm Le Balon d'Or en vage ideeën over 'echte armoede' en 'altijd zon'. Maar de reden dat ik het nooit ben vergeten, was niet het feit dat dat beeld geweld werd aangedaan. Het zal namelijk de eerste keer zijn geweest dat ik een mens een ander mens moedwillig kwaad zag doen - echt kwaad, geen ouderlijke ruzie of pesterijtjes op het schoolplein - en ik was dagenlang van slag.

De herinnering komt naar boven omdat ik over het effect van het lezen van 'The lottery' nadenk, maar het is vooral toepasselijk omdat ook dit verhaal gaat over ‘normale’ mensen die kwaad doen.

Het verhaal

Het begint allemaal zo zorgeloos. De zon schijnt en de verzamelde dorpelingen lijken uitgelaten. Er wordt veel gelachen en gegrapt. Pas als de loterij begint, zet de ceremoniemeester een serieus gezicht op en worden de mensen stil, “wetting their lips, not looking around.” Bij een loterij hoort een beetje zenuwpezen. Vreemd is wel dat niemand rekening houdt met de mogelijkheid dat hij het winnende lot trekt. Bij een normale loterij moeten mensen hun kansen stelselmatig overschatten, anders deden ze waarschijnlijk niet mee.

“Bill Hutchinson was standing quiet, staring down at the paper in his hand.” Pas dan begint het verhaal te kantelen: dat klinkt niet als iemand die zijn geluk niet op kan. En wanneer zijn vrouw Tessie hysterisch roept dat haar man geen eerlijke kans kreeg, slaat de kou echt om het hart.

Met een mooie cirkelredenering zou je kunnen zeggen dat het verhaal zelfs op het meest gruwelijke moment geloofwaardig is, omdat er tot op dat moment bijna niets gebeurt dat direct als ongeloofwaardig opzij valt te schuiven.

Empathieloos

In mijn boekenkast staan welbeschouwd twee (non-fictie) werken die zich expliciet met het Kwaad bezighouden. Het eerste is een overzichtswerk van de Duitse filosoof Rüdiger Safranski, het tweede een hip wetenschappelijk werkje van de Engelse neuropsycholoog Simon Baron-Cohen. Beide auteurs beseffen dat het Kwaad niet langer tot het domein van de religie behoort, maar waar dit voor Safranski betekent dat het Kwaad een prijs is geworden die we betalen voor onze vrijheid, wil Baron-Cohen helemaal van het begrip af. Hij hoopt dat we de term kunnen vervangen door een concept van 'zero degrees of empathy'. Individuele slechtheid en wrede daden zijn volgens de wetenschapper vrijwel altijd te herleiden tot een bepaalde staat waarin de hersenen verkeren of een vaste eigenschap van een individueel brein, waardoor mensen voor kortere of langere tijd niet in staat zijn empathie te voelen.

Eerst was het Kwaad een zaak voor theologen en van de duivel, toen voor de filosofen en van onze gedwongen vrijheid, daarna voor de sociologen en psychologen en van een slechte jeugd, nu zijn we aanbeland in het tijdperk van de breinvorsers met hun MRI-scanners, normale verdelingen en afwijkende patronen.

Het verhaal laat zien hoe ontoereikend de theorie is die het kwaad als niet meer dan een gebrek aan empathie beschouwt.

Waarom het bovenstaande? Omdat ik denk dat de ideeën van Baron-Cohen aan de ene kant een deel van de gruwelijkheid van Jacksons verhaal verklaren en dat, aan de andere kant, het verhaal laat zien hoe ontoereikend een theorie die het kwaad als niet meer dan een gebrek aan empathie beschouwt, werkelijk is.

Alles in Jacksons verhaal dwingt de lezer de omgeving, sociaal en fysiek, voor te stellen als empathisch. Een klein dorp associëren we met sterke sociale verbanden, spelende en lachende kinderen roepen vertedering op, een loterij is altijd een klein feestje, en een ceremoniemeester die ook verantwoordelijk is voor de teen club, square dances en het Halloween-programma, dat moet wel een alom gerespecteerd en betrokken figuur zijn. Het gegrap van de aanwezigen en gemopper van de oudste man van het dorp, het zijn allemaal zaken die een enorme gemoedelijkheid uitstralen. Ze impliceren een hechte gemeenschap, close-knitted. Wat volgt is van zo'n wreedheid dat spreken van een 'gebrek aan empathie' lachwekkend wordt.

Kwaad in de zin

Je zou kunnen beweren dat de dorpelingen niet kwaadwillend zijn. Hun handelen lijkt op het eerste gezicht het gevolg van een schrijnend gebrek aan kennis: een goede oogst wordt gegarandeerd door de loterij en ze hechten veel waarde aan traditie. Maar die lezing is volgens mij niet vol te houden. Ten eerste is er geen enkel moment van twijfel, geen reflectie op hetgeen dat plaatsvindt. Sterker nog, wanneer het lot het slachtoffer eenmaal heeft bepaald, lijken de dorpelingen eerder gevuld van een gretigheid die nergens doet denken aan gewijd ritueel dat een goede oogst moet brengen. Ten tweede valt het met die traditie ook wel mee. Gaandeweg wordt duidelijk dat allerlei gebruiken verloren zijn gegaan, dat de ceremonie is aangepast, en dat men elders, in soortgelijke gemeenschappen, de loterij zelfs al heeft afgeschaft. Toch een gegeven dat te denken zou moeten geven.

Blijft over dat de dorpelingen kwaad in de zin hebben. De wil om het slechte te doen. Ze hebben de stenen verzameld: mooie ronde exemplaren, vergelijkbaar met een bot martelwerktuig, zo stel ik me voor. Wanneer ze Mrs. Hutchinson insluiten stopt iemand zelfs een paar stenen in de hand van haar zoontje.

Mrs. Hutchinson op haar beurt is ook niet het toonbeeld van onschuld. Net als haar enige literaire naamgenoot die ik ken, Tess van de d'Urbervilles, is ook zij schuldig en komt ze slecht aan haar eind. Ze komt vooral naar voren als een slechte verliezer, en is op het moment dat haar kansen nog groot zijn zelfs bereid haar getrouwde dochters mee te laten trekken. Een houding die door iedereen als ongepast wordt ervaren. Het vreemde is dat Mrs. Hutchinson, wanneer ze het vege lijf probeert te redden, de loterij zelf nog altijd niet in twijfel trekt. Haar bezwaren zijn volledig procedureel: haar enige verweer is dat haar man geen eerlijke kans kreeg, een evidente onwaarheid. “Get up there Bill”, zegt ze nog. Ook zij is empathieloos. Eigenlijk komt niemand er genadig vanaf, zelfs de lezer niet: die mag opgelucht ademhalen wanneer duidelijk wordt dat de kinderen worden gespaard.

Het kwaad is een veel te fijn concept om te kunnen omschrijven wat ik zie.

De dorpelingen zijn stuk voor stuk empathieloos. Waarom kan ik Baron-Cohens bewering dat we het kwaad moeten vervangen door een concept van empathieloosheid dan zo moeilijk onderschrijven? Er zijn meer bezwaren te verzinnen, maar in dit geval beperk ik me tot het verhaal en luidt het antwoord heel simpel: omdat het kwaad een veel te fijn concept is om te kunnen omschrijven wat ik zie. Daarin ligt de fout die een neuropsycholoog als Baron-Cohen maakt: hij beschrijft de term 'het Kwaad' alsof men het gebruikt om een verklaring te geven voor een bepaald soort handeling. Dat is inderdaad wat er honderden jaren onder dat begrip werd verstaan: het was de hand van de duivel. Maar inmiddels zijn we verlost van die plaaggeest en is het kwaad een zaak van onszelf geworden en heeft het begrip een descriptieve lading gekregen. Het kwaad is dat wat we niet kunnen bevatten, ook wanneer we er een wetenschappelijke verklaring voor hebben. Een term als het kwaad gebruiken we wanneer we een waardeoordeel willen uitspreken. En waardeoordelen hebben zo hun eigen functie. Ik kan me niet voorstellen dat Baron-Cohen, wanneer hem een groot onrecht wordt aangedaan, niet de aandrang voelt de boosdoener als slecht in plaats van als empathiearm te omschrijven.

'The Lottery' is het beste korte verhaal dat ik ken. Het is een kabbelend beekje, waar je in staat in de hoop op verkoeling, totdat je ineens een onderstroming voelt. Een ijzige stroming die aanzwelt en aan je enkels trekt, op een prettige manier. En dan realiseer je je dat het aanzwellen zo snel gaat dat je geen tijd meer hebt om de oever te bereiken. Het is een verhaal als een verdrinkingsdood. Maar misschien het meest angstaanjagende is nog wel de gevolgen die de publicatie in de echte wereld had. Het is zo'n gerucht waarvan ik niet weet of het waar is, maar het schijnt dat The New Yorker nooit eerder in de geschiedenis zoveel post ontving als na de publicatie van dit verhaal. Vrijwel alle brieven waren boos, en er waren vele opzeggingen, maar er waren ook mensen die zich afvroegen waar ze zo'n loterij een keer konden bijwonen.

Mail

Jan Postma Jan Postma (Delft, 1985) is politicoloog, fotograaf, journalist, parttime einzelgänger en meer. Maar, voordat u zich een beeld denkt te kunnen vormen, toch vooral dat laatste.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer