Asset 14

Oorlogsfotografie in virtuele tijden

Oorlogsfotografie laat zien wat sommigen liever verborgen hadden gehouden en in nieuwe tijden met nieuwe oorlogstechnieken is dit belangrijker dan ooit.

Het lot van Tim Hetherington en Robert Capa indachtig, zullen weinig ouders staan te springen van geluk bij de mededeling dat hun kind oorlogsfotograaf wordt. Op 25 juli 2013 is de Frans-Amerikaanse fotograaf Jonathan Alpeyrie tegen een losgeld van ruim 400.000 euro vrijgelaten door zijn Syrische gijzelnemers na een gevangenschap van ruim 81 dagen. Het toeval wil dat Alpeyrie enkele dagen voor zijn gevangenneming een academische conferentie over oorlogsfotografie in Parijs van praktische inhoud kwam voorzien en zijn mening gaf over het beeld als wapen in de strijd. Ik geloof dat hij de verschillende lezingen meewarig aanhoorde en er ondertussen het zijne van dacht. Bij het interview na afloop van de soms inderdaad weinig relevante praatjes over representaties van oorlog en vrede door middel van fotografie, brandde hij los. Schijnbaar onaangedaan vertelde hij over alle oorlogshaarden waarin hij de laatste tien jaar deelnemer was geweest, de keren dat hij in levensgevaar was geweest, de maaltijden die hij met soldaten genoot terwijl ze onder vuur lagen, en hoe hij als tegenpresentatie voor de bescherming door en de toegang tot het leger met zijn zoom-lens vijandelijke stellingen fotografeerde. Alpeyrie is ongeschonden uit zijn gevangenschap gekomen, maar zal voorlopig niet terugkeren naar het slagveld.

Dit is een winst voor strijdende partijen, voor hen die belang hebben bij een zo hoog mogelijke graad van onzichtbaarheid, een duister gebied dat niet plots oplicht door het flitslicht van een fotograaf, een grijze zone waarin geen oorlogsrecht geldt. Alpeyrie’s beslissing om zich voorlopig bezig te houden met ander journalistiek werk is echter een tragedie voor zijn publiek, burgers in Westerse landen, al generaties ongeplaagd door oorlog, die zich graag engageren met vreselijke oorlogen in landen die zo ver weg zijn, dat je je afvraagt of ze uberhaupt wel bestaan. Ik chargeer, maar het is een feit dat mensen, waar ook ter wereld, afhankelijk zijn van afbeeldingen, teksten en getuigenissen voor het beeld dat ze hebben van de wereld buiten hun van nature beperkte blikveld. Dit geldt evenwel en misschien bij uitstek voor oorlogen.

Het spanningsveld tussen zichtbaarheid, kennis en democratie staat aan de basis van dit stuk. Wat is het belang van het beeld en wat kan een beeld zeggen over een oorlog waar we slechts by proxy getuigen van zijn. Welke implicaties heeft de hedendaagse virtuele oorlogsvoering, zoals door middel van drones en hacking, voor onze toegang tot brandhaarden? Tast, allicht, de digitalisering van oorlog en fotografie onze toegang tot brandhaarden en daarmee onze mogelijkheid tot het vormen van een mening over een conflict aan, zodat we niet langer volledig in staat zijn onze overheden democratisch te controleren?

Belang van zichtbaarheid

De Vietnamoorlog. Punt. Er is een grote kans dat het woord ‘Vietnamoorlog’ een of twee beelden bij u oproept. Het naakte meisje dat schreeuwend wegrent van haar in brand gestoken dorp, waarschijnlijk, en de standrechtelijke executie van een Vietcong. Deze foto’s representeren inmiddels de verschrikkingen van deze oorlog, op een dusdanige manier dat er geen verdere kennis van context nodig is om deze foto’s te begrijpen. Ze zijn een eigen leven gaan leiden in ons collectieve geheugen. Een ander, meer recent, voorbeeld zijn de foto’s uit Abu Ghraib van martelingen van gevangenen door Amerikaanse soldaten. Het uitlekken van deze foto’s was een klap voor de Amerikanen. De eerdere geruchten over slechte behandeling van gevangenen werden pas serieus genomen na het leveren van fotografisch bewijs. Deze kiekjes bleken een grote klap voor Amerika’s (zelf)beeld. Maar de zichtbaarheid van deze afbeeldingen berust op toeval: de foto’s zijn door de daders gemaakt, voor in het familiearchief. Zij hadden nooit deze mate van wereldwijde zichtbaarheid mogen bereiken. De foto’s maken ons bewust van de marges van de zichtbaarheid, het duistere gebied waarin strijdende partijen denken te kunnen doen wat hen goed dunkt omdat niemand het ziet. Wij verliezen de mogelijkheid om te zien wat er door onze legers in onze naam uitgevoerd wordt; dit heeft een negatief effect op de democratische betrokkenheid van burgers alswel voor de legitimiteit van oorlogen zelf.

De afhankelijk van beelden voor onze kennis van oorlogen maakt het zo tragisch als er een fotograaf omkomt in een oorlog. Hij of zij vormt onze ogen op de grond. Wij, burgers, kunnen ook zelf besluiten de camera op te pakken: become the media. Dit is een grote verdienste van deze tijd, maar ook hier zit een schaduwzijde aan, zoals duidelijk is geworden door het conflict in Syrië. Vele onduidelijke, bewegerige youtube clips vormen ons beeld van bombardementen op Syrische steden, maar het is vaak onmogelijk te verifieren waar, waarom en door wie deze beelden gemaakt zijn.

Een foto zegt minder dan 1000 woorden, deelt geen feiten en indrukken, en brengt ons ook niet dichterbij het leed van anderen, dat altijd ongekend zal zijn. Toch daagt zij ons uit ons ethisch en kritisch te verhouden tot wat wij zien. Misschien is een foto voor de snelle nieuwsvolger de enige ingang tot een conflict, maar zelfs in een flits kan zij bijdragen aan een korte opvoeding tot burger, of het ze nou interesseert of niet.
Heden ten dage is er een grotere bedreiging voor oorlogsfotografie dan kogels of ontvoeringen: onzichtbaarheid. Niet de onzichtbaarheid die bij elke oorlog hoort, niet het geheimzinnge waarmee elke operatie omringd is, maar de letterlijke onzichtbaarheid van oorlogshandelingen. Volgens de vooraanstaande criticus Tom Mitchell vindt oorlog plaats op minstens twee slagvelden, het werkelijke slagveld waar de kogels links danwel rechts om je oren vliegen, en op het slagveld van het beeld. Deze oorlog vindt plaats binnen een werkelijke oorlog, en omvat propaganda, het ge- en misbruik van afbeeldingen voor allerlei doeleinden, en een spel met zichtbaarheid. De vraag die mij aan het denken houdt is de volgende: waarom hebben wij de dood van Saddam Hussein gezien, maar waarom is er geen fotografisch bewijs voor de dood van Osama bin-Laden? Hier zijn veel antworden op mogelijk, maar geen heeft mij tot op heden bevredigd. Waarom is de dood van bin-Laden het niet waard gezien te worden door de wereld? We hebben Saddam zien hangen, om over het tot pulp geslagen gezicht van Kaddafi maar te zwijgen. Wat zien we nog meer niet, en hoe verandert ons beeld van oorlog door het gebruik van nieuwe methodes en technieken?

Nieuwe technieken, nieuwe oorlogen

De oorlogsfotograaf is baken in duistere tijden en stelt ons in staat om democratische burgers te blijven. De Canadese denker Michael Ignatieff gaat in zijn boek Virtual War (1999) in op het steeds onwerkelijker worden van oorlogen: ze worden vanaf grote hoogte en soms zelfs van achter een computer gevoerd en (dit was in 1999, twee jaar voor 9/11, nog de verwachting) zullen weinig tot geen levens van Westerse soldaten meer eisen. Dit geldt in grote lijnen voor de Golfoorlog en voor alle conflicten in de Balkan. Deze oorlogen zijn zo virtueel geweest, dat de enige beelden die ik me er van kan herinneren night vision shots zijn van Baghdad of Sarajevo waar af en toe in de verte een flits te zien is. Een bom, nam ik aan. Zo kom je de nacht wel door, als je althans CNN kijkt en niet een inwoner van een stad bent die onder vuur ligt. Het grootste probleem van de beweging richting virtuele oorlogsvoering is volgens Ignatieff een democratisch probleem dat raakt aan de fundamenten van elke Westerse samenleving: "If violence ceases to be fully real to the citizens in whose name it is exercised, will they continue to restrain the executive resort to precision lethality?" Oftewel, wanneer voor ons, burgers in democratische samenlevingen, de oorlogen die in onze naam door onze regeringen gevoerd worden, onwerkelijk worden omdat er voor ons niks op het spel staat en omdat wij niet geconfronteerd worden met beelden van het leed dat onze wapens aanrichten, hoe kunnen wij onze plicht doen en kritisch blijven op de inzet van Westerse macht in wereldwijde conflicten?

Illustratie:Steve Bain ABIPP

Een groot probleem waarmee we vandaag geconfronteerd worden is de inzet van drones. Verschillende ministers hebben zich uitgelaten over het gebruik van drones in Nederland bij het opsporen van criminelen of verdachten en het vinden van wietplantages. In de Verenigde Staten is de discussie nog uitgebreider: mag een drone boven Hollywood foto’s maken van sterren, of mag de overheid door middel van drones privacy van burgers met voeten treden? Zou een vluchteling uit Mexico door een drone beschoten mogen worden, of een Amerikaans staatsburger die de wet overtreedt? Het Amerikaanse dorpje Deer Trail, Colorado, wil vergunningen verkopen om op drones te jagen: voor 25 dollar mag je drones uit de lucht schieten. In Texas is het inzetten van drones door beveiligingsbedrijven inmiddels verboden.

Hedendaagse oorlogsvoering houdt zich niet aan de grenzen van de natiestaat en ook is er geen oorlogsverklaring meer nodig om de soevereiniteit van een ander land te schenden. De Verenigde Staten voeren in elk geval drone operaties uit in Pakistan, Afghanistan, Somalië en Jemen. Dit zijn landen waar Amerika officieel niet mee in oorlog is. Drones worden gebruikt om menselijke doelen uit te schakelen (volgens Newsweek worden deze door Obama persoonlijk geaccordeerd). Zowel vermeende terroristen als burgers en kinderen, worden van een afstand uit de weg geruimd. Sinds 2002, en met een duidelijke piek na 2007 toen Nobelprijs voor Vrede-winnaar Obama president werd, zijn er tussen de 3000 en 4500 onbedoelde slachtoffers gevallen. Onbedoeld volgens mensenrechtenorganisaties, de CIA en het Amerikaanse leger zullen niet snel spreken van onschuldige of onbedoelde slachtoffers. Volgens memo’s is elke man tussen 18 en 50 jaar een potentiële vijand. Ook opvallend gedrag is genoeg om een aanval te rechtvaardigen: het in de lucht schieten (zoals wel eens bij een trouwerij gebeurt in bovengenoemde landen) of het met een groep mannen survivalen in de woestijn, bijvoorbeeld.

Drones nemen een centrale plaats in binnen oorlogen, maar bevinden zich in de marges van het zichtbare. We hebben nauwelijks beelden van bestuurders of slachtoffers. Deze dubbele onzichtbaarheid draagt in grote mate bij aan de relatieve onbekendheid met deze manier van oorlogsvoering. Gezien het hoge aantal onbedoelde burgerslachtoffers kan de mythe dat drones precies opereren ontkracht worden. Een ander argument dat vaak wordt gebruikt door voorstanders van de inzet van drones, is dat het in elk geval veilig is voor soldaten die ze besturen, heeft evenmin waarde. In een recent artikel in Time Magazine schrijft Lev Grossman het volgende: "Even though they work from the safety of air-conditioned bunkers and go home to their families every night, almost 30% of Air Force drone pilots suffered from burnout, and 17% were clinically distressed. They may not have been in danger, but some part of them was nevertheless in combat" (23). Anders dan hun collega’s op het werkelijke slagveld, hebben drone-operators geen wonden om bij terugkomst te laten zien en worden ze niet erkend als echte soldaten, maar wordt er gezegd dat ze een ‘playstation mentality’ hebben. Zij zijn niet bekend, onzichtbaar voor het grote publiek. Echter, zoals Grossman stelt, drone oorlogsvoering is misschien wel té echt voor de operators. Zij houden vaak dagenlang hun potentiele doelwit in de gaten, weten hoe laat ze opstaan, wanneer ze met hun vrouw vrijen en wanneer de kinderen op school zijn; na de assasinatie zien ze de begrafenis, ook die van hun onschuldige slachtoffers, kinderen soms.

De onzichtbaarheid van drone-slachtoffers is misschien nog opvallender. Waar in eerdere oorlogen het slachtoffer altijd een gezicht had, al was het maar omdat er een of twee foto’s representatief werden voor duizenden slachtoffers, is het slachtoffer van drones nergens te zien. Dit heeft verschillende redenen en onnoembare consequenties. Drone aanvallen vinden vaak totaal onverwachts plaats en vaak in onbegaanbaar gebied, journalisten kunnen hier vaak niet komen en de bewoners van deze plaatsen hebben vaak geen smart phones en camera’s. Een andere reden is het toegenomen gevaar voor journalisten sinds de drone; een drone werkt afschrikkend, ook voor journalisten. Erroll Morris interviewt in zijn baanbrekende Believing is Seeing: Observations on the Mysteries of Photography een fotograaf die vertelt dat hij bang is om erop uit te trekken in oorlogsgebieden omdat zijn camera er vanaf drone-hoogte wel eens kan uit zien als een wapen, terwijl hij ook nog eens ongewoon en onmenselijk gedrag vertoont door zo dicht mogelijk naar de strijd toe te trekken. In de toekomst, als meer landen toegang hebben tot drones, is het vanaf de grond waarschijnlijk onmogelijk om te weten of een drone van een jou welvallige mogendheid is, een die de persvrijheid niet per-se met voeten treedt, of van een deelnemer die het juist gemunt heeft op journalisten.

Zichtbaarheid is niet zaligmakend. Je ziet de vreselijkste dingen in kranten en op internet. Onzichtbaarheid is echter ook niet alles. Plato stelde ooit al de vraag of een boom die valt in een leeg bos, een gebeurtenis waarvan geen getuigen is, wel geluid maakt. In deze context kan Plato’s vraag opnieuw gesteld worden, maar op een andere manier: is een oorlogsslachtoffer dat niet gezien is, wel gevallen? Is iets, in deze tijden, wel gebeurt als we het niet zien?
Onzichtbare oorlogsslachtoffers kunnen geen rol spelenin publieke debatten, zoals de gemartelden van Abu Ghraib wel. Alle slachtoffers van 9/11 hebben met een foto en een korte levensbeschrijving in de krant gestaan: de maatschappij heeft op een dergelijke, symbolische manier eer bewezen aan slachtoffers die niet hadden mogen vallen. Zelfs Saddam Husseins dood was het waard om bij stil te staan, om met een zeker respect gezien te worden, en om duidelijk te maken dat een tijdperk definitief voorbij was. Slachtoffers van drones zijn niet alleen van hun leven beroofd, maar worden ook beroofd van de rol die hun dood hoort te spelen in politiek en maatschappij.
En dit zijn alleen nog drones, fysieke machines die je gewoon kunt zien. Andere manieren van hedendaagse oorlogsvoering zijn nog onrepresenteerbaarder: wat te denken van hacking? Hoewel we denken in visuele tijden te leven, in een cultuur van het beeld, moeten we waken voor alles dat wat zich aan ons zicht onttrekt, want daar komt de werkelijke dreiging vandaan.

Het is niet alles dood en onzichtbaarheid wat de klok slaat. Er worden initiatieven ontplooid door eenlingen die precies de consequenties van drone oorlogen willen laten zien, omdat ze het belang van zichtbaarheid begrijpen. Het zijn vaak geëangageerde, journalistiek ingestelde kunstenaars die dit doen, maar het is tevens denkbaar dat creatieve journalisten deze manier van verslaggeving oppikken. We leven in tijden waarin kunst en journalistiek naar elkaar toe kruipen dankzij intitiatieven van enkelingen die er met gevaar voor eigen leven op uit trekken. Ik wil kort twee prijzenswaardige voorbeelden geven: de eerste is Noor Behram (Wired Magazine), die de Ground Zero of the Drone War wil laten zien. Hij documenteert de nasleep van drone aanvallen in onbegaanbaar Pakistan. Een andere artiest is James Bridle, wiens Drone Shadow het publiek bewust maakt van de infiltratie van drones in de publieke ruimte. Beiden voorzien het nieuws over drones met de nodige beelden die, hoewel soms onderdeel van een kunstproject, een grote nieuwswaarde hebben.

Oorlogsfotografie ligt onder vuur, als het niet van strijdende partijen is, dan is het wel door technische ontwikkelingen die oorlog onzichtbaarder en ongrijpbaarder maken. Het is aan ons dit te beseffen, zélf de media te worden, maar vooral bewust te worden van het spel waarin het zogenaamd eenduidige beeld je probeert te betrekken.

___

Wilco Versteeg (1986) werkt aan de Université Paris Diderot aan een proefschrift over hedendaagse oorlogsfotografie, met speciale aandacht voor virtuele oorlogsvoering.

Mail

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Tmettigh x tseghnas 8

Tmettigh x tseghnas

'Ontvreemd en onthéémd,' schrijft Imane Karroumi El Bouchtati over Riffijnse sieraden. Wat betekent dit zilver voor haar en haar identiteit? Lees meer

Hard//hoofd zoekt een nieuwe chef Kunst

Hard//hoofd zoekt een nieuwe chef Kunst

We zoeken een nieuwe chef Kunst! Reageren kan tot zondag 22 februari 2026. Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Mijn AI-persona staat alles beeldig, maar waarom vertelt ze me niet dat die trui kriebelt? 2

Mijn AI-persona staat alles beeldig, maar waarom vertelt ze me niet dat die trui kriebelt?

Het is de AI-era. Terwijl modemerken paraderen met virtuele modellen en digitale pasvormen, wordt het lichaam steeds minder relevant in hoe kleding wordt verkocht. Loïs Blank vraagt zich af wat er van mode overblijft als het lichaam niet langer nodig is. Lees meer

Vrijheid is geen taart

Vrijheid is geen taart

Wat te doen wanneer het je allemaal even te veel wordt in dit leven? Sharvin Ramjan bezocht in 2023 maar liefst tweemaal Isaac Juliens tentoonstelling What Freedom Is To Me. Ook Juliens oudere werk lijkt weinig aan relevantie te verliezen. ‘Hoe mooi zou het zijn als we de fantasierijke wereld en visie van Isaac Julien met beide handen uit het scherm trekken en met ons meedragen in de dagelijkse sleur van het leven?’ Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

Wat als je ogen werken, maar je de patronen niet herkent? Marthe van Bronkhorst kijkt terug op een week van sneeuw en ICE. Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

 1

Beste Dimitri

In november 2025 organiseerden fotofestivals BredaPhoto en Pride Photo samen met Tilt de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’. Daarin onderstreepten en vierden we het belang om in alle vrijheid te kunnen zijn wie je wilt zijn. Vier queer auteurs schreven een brief aan een van de geportretteerden. Lees meer

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

In een wereld waarin talen verdwijnen en technologie oprukt, stelt Axel Van den Eynden de vraag: kan AI een dode taal weer tot leven wekken? In een reflectieve zoektocht onderzoekt hij de (on)macht van digitale vooruitgang, en de verbindende kracht van taal, verhalen en woorden. Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Wat is magie? Een mysterieuze familiering gaf Marthe van Bronkhorst een ander perspectief. Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

De dubbele bodems van Blommers & Schumm

De dubbele bodems van Blommers & Schumm

In fotografiemuseum Foam bezoekt Caecilia Rasch de tentoonstelling Mid-Air, en deze roept vragen op over contrasten: kunst en commercie, ironie en eerlijkheid. Lees meer

Een klein manifest voor tierelantijntjes

Een klein manifest voor tierelantijntjes

Pantone stelt dat de wereld gebaat is bij meer visuele zuiverheid, een esthetische keuze die midden in deze tijd allesbehalve apolitiek is. In reactie op de nieuwe kleur van het jaar laat Loïs Blank zien hoe kleur, macht en uitsluiting met elkaar verweven zijn. Haar column is een oproep voor meer kleur, meer geluid en meer weerstand. Lees meer

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Sporen’, het negende Hard//hoofd Magazine!

Schrijvers en beeldmakers gezocht voor ‘Sporen’, het negende Hard//hoofd Magazine!

Maak jij een bijdrage die een nieuwe weg inslaat? Stuur vóór 1 februari je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine ‘Sporen’. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

Lees dit boek vooral niet

Lees dit boek vooral niet

Wat doe je als je een boek leest dat totaal schuurt met je wereldbeeld, maar wel goed geschreven is? Dit overkwam boekenblogger Maartje van Tessel, toen ze een berichtje kreeg van een debutant met de vraag of ze zijn boek wilde lezen. Het zet haar aan het denken over wat literatuur kan en mag zijn. Lees meer

César Rogers 4

César Rogers maakt een print voor onze kunstverzamelaars: ‘De spanning tussen mechanisering en het lichaam vind ik belangrijk’

Word vóór 1 januari kunstverzamelaar bij Hard//hoofd en ontvang een unieke print van César Rogers! In gesprek met chef Kunst Jorne Vriens licht hij een tipje van de sluier op. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in maart je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!