Asset 14

Engel

Engel

Door een bizar voorval raakt een man begaan met het lot van gevallen engelen. Vanaf dat moment merkt hij hun aanwezigheid overal op en smeedt een plan om ze te helpen.

Mail

Er valt een man uit de lucht. Je ligt te zonnen in de achtertuin en luistert naar geluiden van de zomer: stemmen van spelende kinderen een paar huizen verder, kletterend servies, het ronken van een grasmaaier en het sissen van gazonsproeiers. Kate heeft je ingesmeerd. De geur van zonnebrandcrème roept beelden bij je op die je onderzoekt in het donker achter je oogleden: warme lichamen, bakkende billen, blote borsten, de randen van bikinibroekjes.

Hij komt vlak naast je neer, slaat een krater in de tuin. Je hoort een doffe plof, het geluid van barstend steen. Kate gilt en je opent je ogen. Wit weggetrokken staat ze in de deuropening te kijken naar het bloed dat tussen de voegen van jullie terrastegels de aarde in trekt.

De rechercheurs komen, het forensisch team, de opruimdienst, de journalisten.

Het gebeurt, dit soort dingen, zeggen ze. De man had zich verstopt in de laadruimte van een vliegtuig bij het landingsgestel. Hij was helemaal bevroren, misschien was hij daarom nog redelijk in takt toen hij in jullie tuin belandde.

Jullie huis, met politielint afgezet, staat op de voorpagina van iedere krant. Dronebeelden. Google Streetview. Het is elke avond op de televisie.

Ze overspoelen ons land, roept een witte politicus in een blauw pak.

Ze zijn wanhopig, zeggen de hulpverleners.

Ze schrijven over jou, niet over de man die uit de lucht viel.

Het is een ramp, schrijven de journalisten. Ze vallen nu ook al uit de lucht.

Maar jij hebt gezien wat zij niet zagen. Je zag hem van dichtbij, zag de vleugels op zijn rug en hoe die langzaam verschrompelden.

Heb je het ook gezien? vraag je aan Kate.

Stel je voor, zegt ze terwijl ze een kop thee voor je neerzet op een onderzetter. Ze heeft een tijdschrift gekocht en leest het aan je voor. Ze schrijven over jou, niet over de man die uit de lucht viel. Er staan berekeningen in. Er staat: hij heeft geluk gehad, hij had wel dood kunnen zijn. Een kwestie van seconden, van centimeters.

Stel je voor, zegt ze. Ze kijkt naar jou en dan weer naar het tijdschrift.

In de avond, vlak voordat de slaap haar lichaam zwaar maakt zegt ze het nog een keer. Stel. Je. Voor.

Jij staart naar het plafond, naar het donker dat zich ophoopt in de hoeken van de kamer.

Sinds het gebeurd is, droom je met je ogen open. Je ligt op de tegels van het terras, kijkt naar boven. Een veer dwarrelt naar beneden, en dan nog één en nog één. Ze landen zacht op je, kriebelen in je neus, je nek, de binnenkant van je ellenbogen. Je probeert niet te bewegen, blijft liggen tot je helemaal bedekt bent. Tot alles wit ziet van de veren.

Je ziet ze plotseling overal: op de stoep, in de berm, op de pleinen en op straat, in de kleine steegjes van de binnenstad. Ze liggen tussen stapels vuil die de veegwagens naar de randen van de weg hebben geduwd: de platgetrapte patatbakjes, de sigarettenfilters, de afgekloven botjes. Je hebt ze eerder gezien, dat moet haast wel maar je hebt je nooit echt afgevraagd waar ze vandaan komen, die veren. Ze zijn niet wit als in je dromen. Ze zijn donkergrijs en groezelig. Vettig, verregend, afgeschud. Ze liggen tussen snoepverpakkingen en koffiebekerdeksels. Je pakt de veren tussen duim en wijsvinger, neemt ze mee naar huis, legt ze in lauwwarm water. Daarna leg je ze te drogen op een schone theedoek.

Het duurt even voordat je doorhebt wat er aan de hand is, maar dan zie je het.

Je ziet ze dralen door de straten. Ze slepen versleten plastic tassen met zich mee, sjouwen met stukken karton, leunen tegen de voet van betonnen wolkenkrabbers, liggen op oude klamme matrassen vol donkere kringen, op bankjes in het park, onder bruggen en fietstunnels waar de muren naar vocht en urine ruiken. Ze schuilen in portieken, tramremises en op busstations. Ze staan gebogen over prullenbakken, graaien tussen de afvalresten. Je ziet dat ze hun vleugels missen.

Ik weet het, wil je zeggen. Ik weet wat jullie zoeken.

De rochel ligt daar als een glibberig weekdier.

Op het journaal zie je ze ook, met hun opgezwollen buiken, uitstekende ribbenkassen, smekende gezichten naar de camera gericht. Ze zitten verslagen tussen hopen puin, slaan vliegen bij hun uitgemergelde kinderen weg, staan in de rij voor water, eten, medicijnen. Zonder hun vleugels zijn ze weerloos.

We moeten helpen, zeg je. Er moet echt iets gebeuren.

Kate haalt haar schouders op, zet de televisie uit. Het is te veel, zegt ze. Ik kan er niet naar kijken.

Op het plein bij de supermarkt zie je de vrouw voor het eerst. Ze draagt een wollen muts ondanks de hitte die als een dikke deken over de stad ligt. Ze vraagt nergens om maar houdt haar hand naar je op. Vuile nagelriemen, droge huid vol smoezelige kloofjes. Er hangt een zure lucht rond haar. Je vraagt of ze hier vaker is. Ze knikt. Hoe heb je eerder door haar heen gekeken?

Ik heb geen kleingeld, zeg je. Je hebt ook écht geen kleingeld, wie heeft er ooit nog kleingeld bij zich?

Ze blijft je aankijken. Haar blik raakt je ergens onder in je buik.

Sorry, stamel je. Sorry.

Ze spuugt. De rochel landt op de stoep vlak voor je voeten, ligt daar naakt als een glibberig weekdier.

Nog even volhouden, fluister je, ik heb een plan.

Ze draait zich om. Op haar rug zie je twee stompjes die zich aftekenen door de stof van de versleten trui.

En je weet opeens wat je moet doen om haar te helpen.

Nog even volhouden, fluister je, ik heb een plan.

Je hebt ze allemaal bewaard, ook de kleverige en de rafelige veren, de veren die geknakt zijn, de veren die niet schoon werden. Twee vuilniszakken vol met veren. Het is genoeg, denk je. Hiermee moet het lukken. Je weet alleen niet hoe je moet beginnen. Hoe maak je van losse veren vleugels?

Je googelt: afbeeldingen, patronen, filmpjes van Amerikaanse moeders die Halloween kostuums maken voor hun kinderen.

Bij de bouwmarkt haal je ijzerdraad en kippengaas. In de naaiwinkel koop je kaasdoek, sterk garen, dikke kromme naalden.

Je werkt ‘s nachts als Kate ligt te slapen. Het is niet makkelijk om het gaas in vorm te buigen, het doek te spannen, de juiste steken te op de juiste plaats te zetten. Het is niet makkelijk om de veren op hun plek te krijgen.

Elke ochtend loop je even naar de supermarkt. De vrouw dwaalt over het plein, draalt heen en weer voor de schuifdeuren die koele lucht uitblazen, wacht tot iemand haar wat geeft: geld, koffie, sigaretten, een beurse mandarijn. Wanneer ze je ziet grijnst ze samenzweerderig haar bruine tanden bloot, houdt haar hand op. Ook nu.

Het is bijna zover, zeg je. Het duurt echt niet lang meer.

Je pakt haar hand vast. Ze stribbelt tegen.

Dan is het af. Het is behoorlijk goed gelukt. Ze zijn wat zwaarder uitgevallen dan je had verwacht maar je moet ergens beginnen.

Ik kan het aanpassen, denk je. Het kan altijd nog anders. Als het de eerste keer niet lukt dan kun je andere dingen uitproberen: kunststof, hout of visdraad. Vliegen moet je leren. Dit is een goed begin.

Het is gelukt, fluister je als je naast Kate in bed kruipt, haar warme slapende lijf vastpakt. Morgen is het zover. Het donker lijkt niet meer zo donker. Eindelijk droom je weer met je ogen dicht: over vallen. Over hoe het is om los te laten.

Kom mee, zeg je wanneer de vrouw haar hand uitsteekt. Ik heb iets voor je.

Je pakt haar vast. Ze stribbelt tegen.

Vertrouw me, zeg je, we gaan iets moois proberen.

Ze maakt haar lichaam zwaar. Je trekt en sjort aan haar arm. Ze gromt, laat haar gele tanden aan je zien. Dit gaat zo niet.

Twintig euro, zeg je. Doe je het voor twintig euro? Dan staakt ze haar verzet en laat zich meevoeren. Ze zal het je vergeven als ze ziet wat je voor haar hebt gemaakt, hoe hard je voor haar hebt gewerkt. Je verheugt je op die samenzweerderige blik die jullie in de afgelopen weken zo zorgvuldig hebben opgebouwd, die ze je vast zal geven zodra je haar haar vleugels geeft.

Onwennig staat ze in de woonkamer. Haar aangetaste lijf, de wollen muts, het ruwe van haar huid steekt vreemd af tegen het moderne meubilair: het crème-wit van de bank, het gladde oppervlak van de salontafel.

Kate kijkt jullie vragend aan. In haar nek verschijnen rode vlekken.

Ik wil dat je erbij bent, ik wil dit met je delen.

Wacht hier, zeg je, en rent naar boven.

Voordat je de vleugels oppakt strijk je ze zorgvuldig glad, buigt ze nog één keer goed in vorm.

Als je de trap afloopt ruisen de veren, alsof ze al weten dat ze snel weer zullen vliegen. Bij iedere stap stel je je voor hoe het zal zijn als je beneden komt.

Je stelt je voor hoe ze daar zitten op de bank. Zíj een glas huisgemaakte limonade in haar verweerde handen, de ijsblokjes die kraken in de kan die Kate nog vasthoudt. Jouw Kate: altijd netjes, altijd hoffelijk. Lieve Kate, zal je zeggen. Ik wil dat je erbij bent, ik wil dit met je delen.

Je stelt je voor hoe ze lachend hun gezichten naar de trap toe wenden als zonnebloemen naar de zon, hoe ze zullen blijven kijken in de richting van jouw ritselende voetstappen.

Ik zie het nu, zullen ze zeggen als ze je vleugels zien. Ik zie nu wat er moet gebeuren.


Leonieke Baerwaldt is geboren in 1985 en heeft filosofie gestudeerd. Ze won in 2018 de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd en korte verhalen van haar werden gepubliceerd in NRC, Kluger-Hans, de Revisor en op de website van de J.M.A Biesheuvelprijs. Ze werkt nu aan haar debuutroman bij uitgeverij Querido.

Olivier Heiligers (1982) is illustrator en maakt zijn tekeningen in een hedendaags klare lijn-stijl, als het kan met een vleugje humor. Naast zijn autonome tekenprojecten werkt hij regelmatig voor o.a. de Volkskrant, VPRO Gids en Het Parool.

Lees verder Lees verder

Steun ons en word kunstverzamelaar

Hard//hoofd is al tien jaar een vrije ruimte voor talentvolle makers. Elke dag verschijnen op onze site artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties. Zonder advertenties en helemaal gratis.

Maar zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. Steun ons en ontvang speciaal geselecteerde kunstwerken van veelbelovende kunstenaars. Én een Hard//hoofd-tasje. Je eerste kunstwerk is van Hard//hoofd-maker Nastia Cistakova.

Steun ons
het laatste
Voor Valentina Tereshkova

Voor Valentina Tereshkova

Merel van Slobbe schreef een gedicht over Valentina Tereshkova, walvissen en voor de laatste keer een kamer uitlopen. Lees meer

Vuur

Vuur

Eind deze maand verschijnt Max Hermens' chapbook Toch zonken ze niet. Lees hier alvast het korte verhaal ‘Vuur’, over een dochter, een werkloze vader en de krullende schilfers van een berkenbast. Lees meer

Waterlanders

Waterlanders

Annelies van Wijk beschrijft een tragische familiegeschiedenis in de vorm van een kort verhaal. Lees meer

Gedichten geïnspireerd op Long in the Tooth 3

Gedichten geïnspireerd op Long in the Tooth

Yentl van Stokkum schreef drie gedichten ter gelegenheid van de tentoonstelling Long in the Tooth van Josse Pyl. Joëlle de Ruiter maakte er illustraties bij. Lees meer

Tsunami

Tsunami

De vakantie in Frankrijk is anders dan andere zomers, want Katja's opa is overleden. Met haar zus en neef doodt ze de tijd aan de hete kust, tot het noodlot toeslaat. Lees meer

Een zomer op de Wallen (IIII): Voor de show

Voor de show

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? In... Lees meer

Zomerzucht (V): Franse kaas

Franse kaas

De Franse kaas loopt de kamer binnen en kijkt me strak aan. Lees meer

Automatische concepten 24

Kus me, doop me

Gecontroleerd legt hij me in de badkuip, moeite om mijn jurkje uit te doen neemt hij niet. Lees meer

Een zomer op de Wallen (III): Boven het geklaag

Boven het geklaag

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? ‘Het... Lees meer

Zomerzucht (III): 1

Goed dat je bent gekomen

'Druppels zweet komen onder mijn borsten vandaan en uit mijn knieholtes. Kaas glijdt door mijn mond.' Lees meer

Zomerzucht (II): 1

Brandend verlangen

Rose Doolan smelt haast door de hitte. De ijsman op zijn beurt door haar. Lees meer

Vast in het café

Vast in het café

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? ‘Ze... Lees meer

Druipend lichaam

Druipend lichaam

Het is zomer en zo heet dat je van je strandstoel afglijdt. Lees meer

Ik heb nog nooit

Ik heb nog nooit

'Ik heb nog nooit iemand vermoord. Hoe zouden ze kijken als ik dat zeg?' Lees meer

Sea, Sex en Witlof

Sea, Sex en Witlof

Iedereen heeft er weleens last van: het gevoel vast te zitten in de dagelijkse sleur. Tijdens een bezoek aan de plaatselijke supermarkt besluit Hilde om de teugels van haar leven eens flink te laten vieren. Mijn leven is een appel, dacht Hilde Hartsuikers toen ze met haar boodschappen naar huis terugfietste, rond en saai, een... Lees meer

Voorbij de ramen

Voorbij de ramen

Leon van de Reep woont al jaren in Amsterdam, maar zoekt zijn vertier altijd buiten de stad. En dat terwijl de halve wereld juist naar zijn stad toe trekt! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat doen die mensen hier? Lees meer

Instagrampoëzie

Instagrampoëzie

Is Instagrampoëzie slechts een zelfhulptekst in een literair jasje? Neerlandica Else Boer volgt verschillende dichtende Instagrammers. In dit essay onderzoekt ze hoe ze hun werk moet lezen. Op Instagram verschijnen er regelmatig gedichten in mijn feed. Of nou ja, gedichten – het lijken eerder zelfhulpteksten in een literair jasje. Op het toilet scroll ik dagelijks... Lees meer

Gedicht: Vuurwerk

Vuurwerk

Je zegt dat er geen vonk was / en het lukt weer eens niet om boos te zijn. Lees meer

Flitsverhaal: De geur van rookworst 1

De geur van rookworst

P. van Stingelande beschrijft in een flits een openbaring van een kind: ons brein is een winkel. Lees meer

Glow in the dark 1

Glow in the dark

Nooit alleen naar binnen gaan bij mensen die je een lidmaatschap probeert aan te smeren. Sofia weet het wel. Toch vindt ze zichzelf nu terug op de bank bij een man in een gekreukt overhemd. Maar ja, ze moet haar target halen. Lees meer

Steun ons en verzamel kunst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor talentvolle makers. Zonder advertenties en helemaal gratis. Dankzij onze kunstverzamelaars. Steun ons en ontvang speciaal geselecteerde kunstwerken. Én een Hard//hoofd-tasje. Je eerste kunstwerk is van Hard//hoofd-maker Nastia Cistakova.

Steun ons