Asset 14

Geef de dag een naam

Geef de dag een naam

Zijn vader stond hem op te wachten in de aankomsthal. Felipe zag hem meteen tussen alle mensen, hij viel op omdat hij helemaal in het bruin was gekleed: zijn broek, zijn T-shirt en zelfs zijn leren jack. Hij had pas door dat Felipe er was, toen de grondstewardess hem aansprak. Zij wisselde wat woorden met hem, hij moest zijn paspoort laten zien. De stewardess knikte en zei gedag tegen Felipe.
Felipe keek op naar zijn vader, die hem aankeek zonder uitdrukking op zijn gezicht. Hij zag er anders uit dan Felipe zich herinnerde, kleiner en donkerder, met ingevallen jukbeenderen en behaard. Het was alsof zijn vader was vergeten voor zijn gezicht te zorgen terwijl hij hier in Spanje was.
‘Dag, Felipe.’
Felipe sloeg zijn armen om het grote, gespierde lijf en hij voelde zijn vaders hand tegen zijn achterhoofd. Zijn vader rook zuur, als een pot augurken of de azijndressing die zijn moeder door de salade deed. Een paar seconden bleven ze zo staan, midden in de aankomsthal tussen het rumoer van mensen met bagagekarretjes en rolkoffers. Zijn vader liet hem los, pakte zijn koffer op en liep naar de uitgang van de terminal. Hij keek niet meer achterom, niet naar Felipe, die met zijn korte benen snelle passen moest zetten om hem bij te kunnen houden.

Alle deuren in het appartementencomplex waren dezelfde kleur rood. Felipe liep achter zijn vader aan de trap op naar de eerste verdieping. Bij een deur waar met witte verf een vier op was geschilderd, bleven ze staan. Felipe keek toe hoe zijn vader de deur opende en zijn koffer naar binnen droeg.
Voorzichtig liep hij achter zijn vader aan. De muren van het appartement waren wit, op sommige plekken bladderde de verf af. Op het plafond zaten gele vlekken. Tegen de muur stond een grote houten wandtafel met een rieten mand waar sleutels, kaartjes, opgefrommelde bonnetjes en gevouwen briefjes in lagen. Aan het einde van de gang stond een enorme bloempot gevuld met bruine korrels waar een kleine boom in stond. In de woonkamer zag hij een tv-kastje, een salontafel, twee stoelen en een bank staan.
Zijn vader liet hem de logeerkamer zien. Er stond een grijze stoel, een houten bureau en er lag een luchtbed met een laken en een kussen. Er hing niks aan de muren, elk geluid dat Felipe maakte galmde. Hij ging op het luchtbed zitten, zijn billen raakten heel even de vloer.
Zijn vader was in de deuropening blijven staan en keek naar zijn telefoon.
‘Ben even weg,’ zei hij. ‘Zet de tv maar aan.’
Felipe zei niets, kneep zijn ogen dicht toen hij de bons hoorde waarmee de deur van het appartement dichtsloeg, de spieren in zijn hele lichaam spanden zich aan. Het was hetzelfde gevoel als wanneer hij van zijn moeder in de auto moest wachten als zij naar de kapper ging, hetzelfde gevoel als wanneer de telefoon ging en zijn moeder zei dat hij op zijn kamer moest gaan spelen, hetzelfde gevoel als wanneer hij uit school werd opgehaald door zijn opa en oma, die zeiden dat hij vanavond bij hen ging logeren.
Hij liep voorzichtig door het appartement, luisterde naar het gestommel van de bovenburen dat door het plafond naar beneden zonk. Hij ging naar de keuken om een glas water te pakken. Het aanrecht lag vol met vieze borden, mokken, lepels en ontbijtschaaltjes. In de hoek naast de koelkast stonden lege bierflesjes. Felipe trok een voor een alle kastdeurtjes open op zoek naar een schoon glas. Hij vond alleen een pak rijst, een potje suiker en een zak chilivlokken. Hij pakte een van de vieze glazen van het aanrecht en spoelde het schoon. Om bij de kraan te kunnen, moest hij op zijn tenen staan. De kraan piepte en het water kwam er met onregelmatige stoten uit. Het smaakte anders dan in Nederland, bitter bijna, en hij kneep zijn ogen dicht terwijl hij het doorslikte, slok na slok. Het lege glas zette hij neer op het aanrecht naast een asbak met halfopgerookte sigaretten.

Met zijn mond bleef hij continu geluiden maken zodat hij de andere geluiden van het appartement niet zou horen

Hij bleef een paar tellen staan in de keuken die rook naar de kleine prullenbak van thuis, waar hij van zijn moeder zijn bananenschillen in moest doen. Hij luisterde naar de geluiden die hij niet kende, waarvan hij de bron niet kon herleiden, en hij dacht aan al het speelgoed dat nog thuis lag, dat hij was vergeten aan zijn moeder te geven zodat zij het in zijn koffer kon stoppen.
Hij voelde in zijn broekzak, haalde de blauwe Volkswagen eruit en fantaseerde dat de keuken een raceparcours was: het startpunt was een mes dat op het aanrecht lag. Hij telde af, riep Pang! en reed met het autootje over de rand van het keukenblad. Hij reed over de bruine kastjes, over de deuren en hendels, liet de speelgoedauto een salto maken in de lucht en neerkomen op de eettafel. Via de muren racete hij naar de woonkamer. Hij reed over de salontafel en de rugleuning van de bank. Het parcours ging door in de badkamer: de wasbak werd een halfpipe en de badkuip een schans. Met zijn mond bleef hij continu geluiden maken zodat hij de andere geluiden van het appartement niet zou horen.
De finish was in de logeerkamer, waar hij deed alsof het autootje uit de bocht vloog en in de lucht een driedubbele salto maakte. Felipe plofte neer op het luchtbed en liet de Volkswagen crashen in het kussen. Hij fantaseerde dat de motor van het voertuig was ontploft, dat het autootje volledig in de fik vloog en de bestuurder niet kon ontsnappen. Het was een groot drama, een grande accident, zou zijn moeder zeggen.
Hij gaapte, moe van de lange reis van die dag. Het was nog geen bedtijd, hij wilde in elk geval wakker blijven tot zijn vader terug was. Hij ritste zijn koffer open en zag dat zijn moeder boven op zijn kleren een boek had gelegd. De Grijze Jager, stond op de cover. Toen hij het opensloeg rook hij een frisse geur, alsof de boom waar het boek van was gemaakt nog maar net was gekapt, alsof het papier nog maar net was bedrukt en direct in zijn koffer was gelegd. Het rook heel anders dan de boeken uit de bibliotheek, die zijn moeder voor hem meenam en die hij verslond alsof het roze koeken waren.
Hij las door tot zijn maag rommelde en zijn armen moe waren van het vasthouden van het boek boven zijn hoofd. De schaduwen in de kamer waren lang geworden. In de keuken vulde hij zijn glas onder de kraan en dronk het leeg. Weer rommelde zijn maag. Hij keek in alle kastjes, hij opende zelfs de laatjes en keek in de koelkast. Nergens lag een zak met boterhammen en nergens stond een pot pindakaas.
Het was stil en donker in het huis, zelfs de geluiden van de bovenburen waren weggestorven. Hij liep naar de woonkamer, vond een lichtknopje. Toen hij die naar beneden duwde, gebeurde er niets. Hij keek naar het plafond, waar een paar kabels uit kwamen en aan een van die kabels hing een peertje, dat niet reageerde.
Hij ging op de bank zitten en zette de tv aan, zapte langs programma’s en films waar hij niets van verstond. Op een van de zenders waren beelden van een troep leeuwen te zien. Ze deden niet veel, lagen in het gras, de oude leeuwinnen likten de kleintjes over hun vacht. De welpjes trippelden wat rond, gooiden zich tegen hun moeders aan en strekten zich uit: Zie mij! Zie mij!
Hij deed de tv weer uit, bleef een tijdje zitten luisteren naar de stilte, die ruw werd onderbroken door zijn knorrende maag. Toen pakte hij zijn boek en liep langzaam door het donkere appartement, voelde met zijn handen aan de meubels en de muren tot hij bij de voordeur was. Hij deed de deur open en de lamp in het trappenhuis knipte aan.

Hij herhaalde de naam als een vraag: een naam die ergens wel vertrouwd klonk, maar meer als de naam van een achterbuurjongen, niet als de naam van zijn vader

Recht tegenover de deur van zijn vader was eenzelfde deur, net zo rood en met een hetzelfde kijkgaatje erin, alleen zaten het sleutelgat en de deurknop aan de andere kant. Felipe liet de deur van het appartement van zijn vader open staan, stak de hal over, twijfelde even omdat hij bang was dat de buren hem niet zouden begrijpen en hem weg zouden sturen. Toch belde hij aan.
Het duurde lang voor iemand de deur opendeed. Eerst hoorde Felipe gestommel en toen verscheen er een oude man met een sierlijke krulsnor en een klein, verfrommeld gezicht. De man keek Felipe verbaasd aan en vroeg iets in het Spaans. Felipe wees naar de deur achter hem, naar de donkere entree, naar het appartement dat erachter verscholen lag. Met zijn hand wreef hij over zijn buik, draaide cirkels, en precies op dat moment – alsof het leven even meezat en medelijden met hem had – borrelde zijn maag.
De man was een paar seconden stil, de frons op zijn gezicht werd dieper. Hij noemde de naam van de vader van Felipe. Hij zei de naam eerst hardop tegen zichzelf, daarna keek hij Felipe aan en herhaalde hij de naam als een vraag: een naam die Felipes moeder bijna nooit gebruikte, een naam die Felipe zelf misschien nog nooit had uitgesproken, een naam die ergens wel vertrouwd klonk, maar meer als de naam van een achterbuurjongen, niet als de naam van zijn vader.
Felipe antwoordde het enige wat in hem opkwam, het enige waarvan hij hoopte dat het zou werken. Hij haalde zijn schouders op en zei: ‘I don’t know.’
De oude man keek nog eens naar hem, naar Felipe, die het boek dat hij in zijn handen had stevig vastkneep. Hij knikte en wenkte Felipe naar binnen.

De buurman heette Manuel en de buurvrouw Elisa, dat hadden ze duidelijk gemaakt door naar zichzelf te wijzen en hun naam te noemen. Daarna hadden ze naar hem gewezen en had hij zijn naam gezegd.
Voor Elisa deed het er weinig toe dat ze elkaar niet verstonden, ze sprak gewoon Spaans tegen hem, in snel tempo en bijna zonder adem te halen. Ze liep naar Felipe toe en legde haar beide handen even tegen zijn wangen. Ze vroeg iets aan hem, toen hij geen antwoord gaf knikte ze zelf maar, pakte zijn bovenarm vast en trok hem zacht, maar dwingend mee naar de keuken.
Hij moest aan tafel gaan zitten en zij zette een bord voor zijn neus met daarop drie kleine empanadas die ze uit de koelkast had gehaald en opgewarmd in de magnetron. Felipe nam grote happen. Elisa moest lachen om zijn eetlust en wreef ruw met haar hand over zijn rug. Manuel zat tegenover hem, zei niet veel, liet Elisa praten en las de krant. Af en toe keek hij op naar Felipe die zat te eten. Toen Elisa tussen al die snelle, vliegende woorden Felipes naam liet vallen, keek Manuel hem even aan en gaf hij hem een knipoog.

Felipe wist niet hoe laat het was. Hij had zijn bord leeggegeten en Manuel had een deken en twee kussens uit een andere kamer gehaald, waarmee hij van de bank in de woonkamer een bed maakte. Manuel stopte hem in en wenste hem welterusten. Elisa trok de deken nog strakker over Felipe heen. Op een klein lampje in de hoek van de kamer na, deed ze alle lichten uit. Ze wees naar het lampje en keek Felipe aan.
Si o no?’
‘Si,’ antwoordde hij.
Ze aaide hem over zijn hoofd en zei: ‘Buenas noches, Felipe.’
Felipe keek naar de schaduwen van het lichtje op het plafond terwijl hij door de muur heen Elisa nog druk hoorde praten. Af en toe was ze even stil, dan hoorde hij heel zacht Manuels bromstem. Felipe tekende in de lucht boven zijn hoofd, trok de lijnen van de schaduwen over tot hij moest gapen. Nog voor hij twintig schapen had geteld, viel hij in slaap.

Dit is een fragment uit Geef de dag een naam, een afstudeernovelle over het verleden proberen los te laten, het leven ruimte geven en adolescent worden. Met dit werk studeerde Tiemen Hageman deze zomer af bij de opleiding Creative Writing aan ArtEZ.
Op een hete zomerdag wordt Felipe zwetend wakker. De vorige avond is hij zonder iets te zeggen weggeslopen uit het bed van zijn vriendin en heeft hij zich voorgenomen alles anders te gaan doen. Maar nu er een nieuwe dag is aangebroken, vraagt hij zich af wat hij moet doen. Hij denkt terug aan benauwende vakanties bij zijn vader in Spanje en het begin van zijn relatie met Lot. Deze dag, die heet en broeierig is, brengt hem uit evenwicht, tot hij uiteindelijk doet wat hij gezworen had nooit te doen: hij begint te drinken.
Klik hier voor meer informatie en om de novelle te bestellen.

Mail

Tiemen Hageman (2000) (hij/hem) is schrijver en podcastmaker. Zijn werk gaat over eenzaamheid en mensen die worstelen met hun identiteit. Zijn personages leren zichzelf kennen door heel goed naar de wereld om hen heen te kijken. Daarnaast schrijft hij over klimaatverandering en activisme. Hij heeft podcasts gemaakt voor de Volkskrant en Hard//hoofd. Geef de dag een naam is de novelle waarmee hij afstudeert van Creative Writing aan ArtEZ Arnhem.

Jeltje de Koning (zij/haar) is een illustrator uit Utrecht. Ze geeft kleur en vorm aan ons gevoelsleven, hoe we liefhebben, lachen, huilen, vieren, rouwen, stilstaan, reflecteren en weer doorgaan. Gevoel, emotie en contact met elkaar, onszelf en alles wat je ooit geweest bent staat centraal. Wat zie je als je verder kan kijken dan dat er op het eerste ogenblik zichtbaar is?

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
De buschauffeur

De buschauffeur

'Kijk door me heen als door de voorruit'. In deze gedichtenreeks van Angelika Geronymaki probeert een buschauffeur krampachtig de kortstondigheid - in tijd, plaats, interactie - te behouden die eigen is aan zijn baan. Lees meer

Kür op muziek

Kür op muziek

”Onlangs las ik over wezentjes die alleen bestaan in de droom van een slapende vrouw.” Nelson Morus schreef een kort verhaal over geforceerde gezelligheid, chatbotgesprekken over lievelingsgerechten, hectiek en de alledaagse sleur. Lees meer

Zo het begon 1

Zo het begon

Nele Peeters schreef een ontroerend verhaal, vol treffende zinnen en beelden. Het is dromerig verhaal, over eenzaamheid, hoop, zorgzaamheid en zwaarte. Lees meer

 1

Het model

De hoofdpersoon in dit verhaal van Feico Sobel poseert op een doordeweekse avond naakt voor een schilderklasje in Spijkenisse. De sessie ontaardt in een bizarre erotische nachtmerrie waarin onze verteller zich totaal verliest. Lees meer

Weke delen

Weke delen

Op de laatste dag van de zomervakantie bedenken vier vrienden een ultieme streek om ‘de Pedofiel’ in het dorp te leveren. Maar tussen Reinout en Jordan is iets anders aan de hand. Een coming of age- verhaal van Nelson Morus over vriendschap, angst, en schaamte. Lees meer

De kieuwbogen kleuren zalmroze

De kieuwbogen kleuren zalmroze

In de zomer van 2022 voltrok zich een milieuramp in de rivier de Oder. Honderdduizenden dode vissen dreven toen naar het oppervlak van de rivier. Emma Zuiderveen schreef een gedichtenreeks waarin ze de oorzaken en gevolgen van deze ramp op zowel individuele als collectieve schaal onderzoekt. Lees meer

De vrouw met de rode haren (ILY)

De vrouw met de rode haren (ILY)

Een verhaal van Ida Blom over de beklemming van verlies en herinnering en het zoeken naar het verleden in het heden. Lees meer

Roku City/heterotopie/spiegels

Roku City / heterotopie / spiegels

Mel Kikkert schreef een multimedia verhaal over Roku een streamingdienst die in de VS ontstaan is. In 2017 bracht Roku een screen saver uit, die je zag als je niets aan het kijken was op hun service. Lees meer

De sofaconstante

De sofaconstante

Uschi Cop schreef een claustrofobische verhalenbundel over zes levens die getekend zijn door een verlangen naar zingeving. De sofaconstante is een voorpublicatie van een van die verhalen uit haar bundel 'Zwaktebod'. Lees meer

Voesten

Voesten

"Misschien is dat man zijn hier: hetzelfde bewegen als de anderen." Voesten van Werner de Valk is een kort verhaal over een eiland met een duistere traditie en over het moeten bewijzen van mannelijkheid. Lees meer

Muze

Muze

Loren Snel schreef een roman over hoe samen te zijn met een ander en intussen trouw te blijven aan jezelf. Haar debuut verschijnt 25 oktober bij uitgeverij Prometheus. Hier lees je een voorpublicatie. Lees meer

Jari

Jari

Dave Boomkens schreef een verhaal over troosteloosheid, onmacht en opgroeien. Over hoe je in een treurig flatgebouw, tussen de nieuwsprogrammering en sportwedstrijden door, een vriend kunt vinden en verliezen. Lees meer

Tussen de randen van een aquarium

Tussen de randen van een aquarium

Wie ben je als je alles kunt zijn? In het fragmentarische afstudeerwerk van Ettie Edens veranderen mensen onder andere in een hoopje, een steen, een natuurkundedocent, water, iemand die limonade drinkt en een lantaarnpaal. Lees meer

Mycelium

Mycelium

Wat als schimmelsporen zich met iedere adem dieper in je longen graven? Met ‘Mycelium’ won Olga Ponjee de juryprijs van Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

Bösendorfer 1

Bösendorfer

Bij Snelders blinkt de piano van het poetsen en de handen van de vijftigjarige eigenaar zijn door ouderdom stram geworden. Wat gebeurt er als een twintiger op bezoek komt om de Bösendorfer te bezichtigen? Met ‘Bösendorfer’ won Nick De Weerdt Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

In mijn droom besta ik uit pixels

In mijn droom besta ik uit pixels

Terra van Dorst keek maandenlang naar livestreams van pleinen en stranden. Dit vertaalde ze naar gedichten over een straat waarin ze haar ouders vindt, een man die haar een sjaal wil verkopen waar je in kan wonen en de zee. Het resultaat is de bundel 'in mijn droom besta ik uit pixels' waarmee ze deze zomer afstudeerde bij de opleiding Creative Writing aan ArtEZ. Lees meer

Pulpa

Pulpa

Ileen Rook schreef een afstudeernovelle over autoriteit, de supermarkt en een teveel aan tanden. Wie is Aline, waar komen al die tanden vandaan en hoe kan ze grip krijgen op een realiteit die steeds verder van haar verwijderd raakt? Lees meer

:Voorpublicatie Magazine Aaah: Mijn vader de eendenmosseljager

🎧 Mijn vader de eendenmosseljager

‘Dat zijn de zenuwen, die horen erbij. Een goede percebeiro is altijd bang.’ Een voorpublicatie uit Aaah!, het nieuwe magazine van Hard//hoofd. Lees meer

Ik kan u nergens vinden

Ik kan u nergens vinden

In dit verhaal van Werner de Valk, praten twee huisgenoten onder het genot van een glas wijn over het bestaan van God. Nooit een goed idee als je je ergert aan elkaar. Lees meer

Biecht

Biecht

‘Ik ben buschauffeur en ik rijd altijd expres de halte een paar meter voorbij zodat alle wachtende mensen een drafje moeten inzetten om de bus toch te halen.’ Een verhaal van Hanne Craye dat je leidt langs zonden, intieme geheimen en de juridische voorwaarden van een biecht. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer