Asset 14

Ontuig

Vruchtvlees

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen.

Ik begeef me op straat en mensen kijken naar me. Ook al kijk ik weg, ze kijken. Of ik denk dat ze naar me kijken. Naar mijn felgekleurde kleren misschien, de kleuren die ik nodig heb om me mezelf te voelen. Ken je rupsen die een slang nadoen om hun vijand te verjagen?

Ik begeef me in openbare ruimtes en mensen blijven stil. Ze negeren me of negeer ik hen? Er hangt iets in de lucht, iets dat bij elke inademing in mijn longen prikt. En net als ik voel dat ik een beetje begin te stikken, beginnen ze te praten. En als ze eenmaal beginnen, stoppen ze niet meer. De woorden vallen uit hun monden, de letters vullen de ruimte, krassen vervaarlijk in mijn huid. De taal die nog in me zat, sijpelt via de sneden naar buiten.

Een strook gloeiend, rood vlees. Warm, kloppend, zoals hun schreeuwende koppen

Ik ben mijn stem al lang geleden verloren. De bastonen werden steeds dieper en dieper, tot alleen de trilling in mijn keel nog voelbaar was. Als mensen me echt willen begrijpen, leg ik hun hand op de zachte huid die over mijn adamsappel spant. Het doet me denken aan braille lezen. Het doet me denken aan alle vingerafdrukken die op mijn lichaam staan, hoe je ze zichtbaar kan maken met cacao. Poeder klevend aan huidvet.

De stemmen van de mensen blazen me heen en weer. Harde adem in mijn gezicht, spetters in mijn oren. Ze knakken mijn nek in ongemakkelijke posities. Ik grom laag en diep, geleid de trillingen naar beneden via mijn borst, mijn benen, de straattegels. Tot ik aardbevingen onder hun voeten veroorzaak, tot hun gekwijlde woorden wegstromen tussen de gebarsten klinkers.

Onder mijn huid vindt een reorganisatie plaats. Spieren wringen zich naar de oppervlakte, vet sijpelt naar nieuwe plekken. Ik denk dat ze het zien gebeuren, dat ze daarom tegen me schreeuwen. Krijsen eerder, als pasgeboren vogeltjes met natte veren. Ze krijsen en het slijm loopt uit hun monden, druipt van hun gloeiende gezichten.

 

De voordeur nog steeds gesloten. Buiten vogelkuikens, nieuwe knoppen.

 

Mijn huis kan de drukkende warmte niet buiten houden. Ik trek mijn kleren uit, zak door mijn benen tot mijn billen de verkoelende tegels raken. Een stuk losse huid aan de rand van mijn nagel.

Ik hou mijn vinger voor mijn gezicht, stel scherp op het uitgedroogde stukje huid. Ik beweeg het topje van mijn vinger richting mijn mond, laat het rusten op mijn lippen. Ik bevochtig het vel met speeksel, zet mijn tanden er voorzichtig in. De zachte huid geeft mee, scheurt.

Een strook gloeiend, rood vlees. Warm, kloppend, zoals hun schreeuwende koppen. Ik lik het met het puntje van mijn tong, het prikt aangenaam. Aan het einde van de scheur opnieuw een stuk losse huid. Ik denk aan de vingerafdrukken, haak mijn nagel erachter, trek het in één keer los als een pleister. Een schelle pijn schiet vanuit het bovenste kootje door mijn lichaam, een pulserend bonzen.

Ik pel de huid verder af, zoals ik een stuk sinaasappel pel. Moeizaam, met een mesje. Vocht drupt op mijn handen, mijn naakte lichaam, de keukenvloer. Het plakt mijn vingers aan elkaar, ik lik de druppels weg. Proef ijzer, een stroperige smaak. Het sappige vruchtvlees blootgelegd.

Ik heb de afgepelde huid in het raamkozijn gehangen, het werpt een gekleurd licht op het grauwe keukenblok. Ik hoop dat de buren mijn nieuwe vitrage zien, hoop dat ze het niet zien. Ik hoop dat ze aanbellen, niet aanbellen. Mijn lichaam voelt rauw aan, mijn hele oppervlak een schaafwond. De gefilterde zon schroeit, het stof dat van het plafond naar beneden valt prikt.

Toen ik kind was, voor mijn stem verdween, krabde ik alle korsten weg. Tot bloedens toe, tot er een nieuwe korst groeide en de hele cyclus opnieuw begon. De achtergebleven littekens bedekken mijn huid, ik zie de verdikkingen duidelijk hangen in het raamkozijn. Ze houden het felle licht tegen, tekenen patronen op de vloer, gaan een interactie aan met het raster van de tegels.

Ik droom over littekens als ingekapselde wormen onder mijn huid. Ze eten zich een weg door mijn vlees. Wanneer ik ze probeer te pakken, knijp ik ze kapot, vermenigvuldigen ze zich. De wormen praten tegen me, ze zeggen: geef ons vet, we zuigen het op, we willen meer. Als ik wakker word, smeer ik vaseline op de huid in het kozijn, mijn pulserende vleeslichaam drupt op de vloer. Bloed stroomt in de voegen, het vloeibare deel opgezogen door het cement. Donkerrode, haast zwarte, klodders op het glazuur.

Over mijn rauwe vlees groeit een doorzichtig vlies, mijn armen tegen mijn torso geklemd. Ik kan ze er hooguit een handbreedte vanaf bewegen. Er landen vliegen op de huid in het raamkozijn, ik zie ze eitjes leggen. Ik protesteer glibberend, strek mijn tong uit richting het raam, stuit op de barrière van het smakeloze, me omhullende membraan.

Uit mijn elleboog groeit een extra onderarm, uit de bobbel op mijn pols een tweede hand, uit elke knokkel een nieuw vingerkootje

Maden eten zich een weg door de gespannen huid, samen met de priemende ogen van de buren. Mijn tranen blijven hangen onder het vlies. Zout prikt in het zachte vlees van mijn wangen. Ik hoor geen geluid, het membraan zal over mijn oren gegroeid zijn. Ik voel de vibratie van de dikke vliegen, het doet me denken aan de braille, aan een taal die ik versta. Ik voel hoe de sappen onder mijn lichaam zijn gestold, hoe er een korst is gegroeid, een bed waar ik op lig. Zonlicht schijnt door de weggevreten plekken, snijdt in mijn ogen zonder oogleden.

De lucht tintelt, ik zie grillige zichzelf herhalende patronen. Krioelende bacteriën onder een microscoop die steeds verder inzoomt. Het cacaoblik in mijn keuken, met daarop een cacaoblik, met daarop een cacaoblik. De vloer vibreert, het ruwe oppervlak van de matraskorst penetreert het vlies.

Uit mijn elleboog groeit een extra onderarm, uit de bobbel op mijn pols een tweede hand, uit elke knokkel een nieuw vingerkootje. Mijn tenen verkrampen, groeien door de scheurtjes in het vlies, tussen de tegels de platgedrukte aarde in. In de door wormen gegraven gangen kom ik ontspruitende tenen tegen, ik haak de mijne erin.

 

Ze herkennen ons niet, de mensen, de buren, maar wij zijn ze niet vergeten. We weten precies wie er op ons spuugden, wie er naar ons staarden. We groeien uit hun muren, plafonds en daken, tussen de stoeptegels in hun tuinen. Onze lichamen klauwen zich tussen de stenen omhoog. Soms staan onze knieën niet in de juiste hoek, zijn onze heupen of juist onze schouders te breed. We zijn met veel, er is altijd iemand die past.

In paniek willen ze ons wegpoetsen, bestrijden, verdelgen. We drinken met smaak het kokende water, het gif, de chemicaliën. We hopen het op en spugen het terug. Wanneer ze met twee vingers in ons middel knijpen, ons naar boven trekken, rekken we als taaie stukken kauwgom uit. Als we toch afbreken, groeien we als wormen nieuwe delen aan onze lichamen. We schieten sneller op dan ze ons weg kunnen halen, onze tenen vervlochten.

Mail

Moni Zwitserloot is schrijver en performer. Belangrijke elementen in diens werk zijn lichamelijkheid, transformatie en community. Vreemd, vies of raar zijn wordt bevraagd en opnieuw belicht met behulp van gore- en bodyhorror-elementen. Huidige obsessies: insecten, citrusvruchten en glimmend metaal. Moni werkt aan een chapbook dat in november 2026 wordt gepresenteerd op het Wintertuinfestival.

Puck Rietveld (1999) verwerkt haar dagelijkse innerlijke wereld - vol dromen, gedachtes, fantasieen, geheimen en emoties - in tekeningen, schilderijen, foto's en teksten, die allen bij elkaar een grote verbeelding zijn van hoe het vrouwelijke en het vrouw-zijn zich overal mee verwerft voor haar.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

 1

Schrijfwedstrijd: door de ogen van Palomar

Stuur vóór 19 juli in voor de schrijfwedstrijd van Hard//hoofd en uitgeverij Cossee. Neem de lezers van jouw kortverhaal bij de hand en laat hen opnieuw kijken en luisteren naar (voelen en denken over) situaties, mensen, objecten, beelden die we allemaal kennen. Of toch niet? Lees meer

Baka bana

Baka bana

‘Papa haatte ik omdat hij meer tijd met mama had gekregen dan ik. Mama haatte ik omdat ze me in de steek had gelaten én zwart had gemaakt.’ In dit verhaal van Sophia Blyden komt de hoofdpersoon na een lange tijd zonder contact voor het eerst haar vader weer tegen. Ze besluiten om op een vader-dochterweekend te gaan, op zoek naar verzoening, herinneringen, wie ze geworden zijn zonder elkaar, en de juiste bereidingswijze van baka bana. Lees meer

CAPTCHA

CAPTCHA: Can Anyone Prove They’re Clearly Human Anyway?

De relatie tussen mens, dier en internet staat centraal in dit verhaal van Leonie Moreels. De hoofdpersoon balanceert een zieke teckel en een afstandelijke partner die diens identiteit via het internet probeert te achterhalen. Dit alles leidt tot een reflectie over wat echt is en wat niet, en vooral over wat ‘leven’ in verhouding tot het internet betekent. Lees meer

Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

Hard//hoofd zoekt vóór 31 juli 150 nieuwe lezers!

Hard//hoofd verschijnt weer op papier! In ‘Sporen’ verkennen we waar we vandaan komen en wat we achterlaten: digitaal, ecologisch en sociaal. Ben jij ons al op het spoor? Word vóór 31 juli trouwe lezer voor slechts €3 per maand en ontvang in september 120 pagina’s literatuur op de mat. Veel leesplezier!

Word abonnee!