Waarom Nederlanders zo belachelijk klinken als ze Engels spreken." /> Waarom Nederlanders zo belachelijk klinken als ze Engels spreken." />
Asset 14

Accenten

folklore_01

In de maand dat ik nu in Londen woon, hebben er al veel verschillende vormen Engels de revue gepasseerd. Allereerst is het Britse Engels behoorlijk andere koek dan het Amerikaanse Engels dat we in Nederland gewend zijn te horen. Als je dat ‘Aryourightluv?’ een beetje onder de knie begint te krijgen opent zich een deur naar de wereld der accenten en dialecten. Aangezien London een enorme mengelmoes van verschillende nationaliteiten herbergt, wordt er Engels gesproken in alle denkbare kleuren en vormen. En het lullige voor al die zelfverklaarde wereldburgers is dat bij de meesten al vrij snel hun geboorteland te herleiden valt. De Fransen komen er sowieso niet onderuit dat ze geen Engels kunnen; ‘Ello, au ar joe? Ai ev urd zo meni ziengs abaut joe’. Dat is vlak voordat ‘Ze Dzjurmunz komm’. En onze eigen kikkertjes kunnen er natuurlijk ook wat van met hun ‘Doe joe want toe sjit on dis plees? Ai em riellie riellie fain, sjenks.’. Hoe kan het toch dat het zo moeilijk is om het accent van een vreemde taal onder de knie te krijgen? En waarom zijn sommigen er aanzienlijk slechter in dan anderen?

Accenten ontstaan doordat mensen uit een groep op elkaar willen lijken en elkaar imiteren, ook in hun manier van spreken. Dit is ook op kleine schaal te merken: als je een lange tijd met een vriendin doorbrengt die een karakteristieke manier van spreken heeft , neem je dat over zonder dat je er erg in hebt. Bovendien veranderen accenten met de tijd; het Nederlands uit de jaren ’30 is behoorlijk anders dan de taal die we nu spreken. Hoe langer groepen van elkaar verwijderd zijn, hoe groter de kloof wordt tussen hun accenten. Op lange termijn ontstaan zo verschillende talen, die elke generatie weer onbeholpen omverge’slang’t ziet worden door haar kinderen.

Het gemak waarmee kleine kinderen zich hun moedertaal eigen maken is nog steeds een van de grootste mysteries binnen de neurowetenschappen. De beheersing van een taal maakt aanspraak op zo veel verschillende hersenonderdelen dat het bijna ondenkbaar is dat de hersens dat zomaar aanleren. Iets simpels als antwoord geven op een vraag vergt al bijzonder veel van je taalsysteem: je moet de woorden horen, hun betekenis verwerken, een respons bedenken en er de juiste woorden bij zoeken, de woorden omzetten in ‘spreek-eenheden’, en vervolgens je mondspieren en stembanden aansturen om de juiste klanken eruit te krijgen. Geen kattenpis dus.

Het is bekend dat je een taal sneller aanleert als je jong bent. Er bestaat een zogeheten kritieke fase waarin je een taal leren kan. Sterker nog, als je tot je vierde levensjaar helemaal niet met taal in aanraking bent gekomen zal je het ook nooit meer vlekkeloos leren. Mowgli zou dus eigenlijk niet meer goed kunnen functioneren in de mensenwereld. Voor het leren van een vreemde taal geldt ook dat je deze zo vroeg mogelijk moet leren om hem accentloos en grammaticaal correct te kunnen spreken. Blijkbaar verliezen je hersens na een tijdje de flexibiliteit of mogelijkheid om een andere taal in al haar facetten te kunnen beheersen.

In den beginne kan een kind elke mogelijke taal leren. Om dit te kunnen doen bedient het zich met de geluiden die het om zich heen hoort. Al na een paar maanden is een kind in staat klanken van elkaar te onderscheiden. Voor het aanleren van een taal is het van belang is dat ze ook klanken die sterk op elkaar lijken kunnen onderscheiden. De ‘e’-klank in het Engelse ‘bed’ en ‘bad’ bijvoorbeeld, of de ‘o’ klank in het Nederlandse ‘dor’ en ‘door’. Het zijn juist deze subtiele verschillen die je als volwassene erg moeilijk aanleert en je verraden als nonnative speaker. Het vermogen van zes maanden oude baby’s om al deze klanken in hun diversiteit te onderscheiden is des te indrukwekkender daar dit later verdwijnt. De reden dat Chinezen moeite hebben met de ‘l’ en ‘r’ klank is dat ze de ‘r’ niet in hun eigen klankenspectrum hebben. Chinese baby’s kunnen deze klanken nog wel onderscheiden, maar bij gebrek aan herhaaldelijke aanbieding horen oudere kinderen het verschil al niet meer. De volwassen hersens zijn dus fysiologisch gezien niet meer in staat bepaalde klanken uit te spreken, en zijn in zo verre gevormd naar een taal.

Na zo’n zes maanden zijn baby’s in staat hun moedertaal te onderscheiden van een vreemde taal. Hierbij maken ze gebruik van het ritme, de intonatie, klemtonen en klankeenheden. De delen van je hersens die belangrijk zijn voor taal, hebben ook een belangrijke functie in muziekperceptie. Gezien de relevantie van melodie en toonhoogte in het gebruik van een taal is dit niet verrassend, en verklaart het misschien ook waarom muzikaliteit en het goed kunnen spreken van talen (wat accenten betreft) vaak samengaan. Je hebt immers een goed gehoor nodig om je eigen uitspraak te kunnen vergelijken met het beoogde accent, en het daar vervolgens op aan passen.

Het (on)vermogen van mensen om zich op latere leeftijd het accent van een vreemde taal eigen te maken, hangt dus samen met de klanken waar je in je vroege leven aan blootgesteld bent en met muzikaliteit. Een advies aan ouders in deze globaliserende wereld: stuur je kind naar een tweetalige school, en laat ze vooral veel muziek spelen. Mochten jouw ouders je deze kans hebben ontnomen is er altijd nog een geluk bij een ongeluk mogelijk: er zijn een paar gevallen bekend van mensen die een beroerte hebben gehad en bij het ontwaken opeens met een ander accent spraken. Goet luk!

Mail

Brankele Frank

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer