Asset 14

Tabak en rooksignalen

Tabak en rooksignalen

De hoofdpersoon van dit korte verhaal leeft al meer dan twee jaar teruggetrokken in een blokhut in het bos, tot op een dag zijn voorraad tabak op is. Er zit niks anders op dan terug te keren naar de bewoonde wereld. Maar daar blijkt in de tussentijd een crisis te zijn uitgebroken...

Al twee dagen zit ik zonder sigaretten. Vandaag moet ik mijn bos uit, voor het eerst in meer dan twee jaar. Ik probeer een uitweg te bedenken, een manier om de aandacht te trekken. Rooksignalen. Geweerschoten. Niemand zou het opmerken. Ze zouden de knal horen, de schouders ophalen en verdergaan met hun leven. De mensen uit de stad  zijn me allang vergeten. Het bos in brand steken zal zeker hun aandacht trekken, maar dat is te drastisch. Mijn blokhut mag niet verloren gaan.

Joren brengt me normaal gezien iedere maand wat ik nodig heb om te overleven. Bloem, boter en gist. Rijst en melk. Twee kratten bier, een paar flessen wijn. En het belangrijkste: tabak. In al die tijd heeft hij maar één afspraak overgeslagen. Zijn vriendin heeft toen de boodschappen gebracht. Haar smalle taille bracht me even aan het wankelen.

Zonder het te beseffen werd ik voortdurend overprikkeld. En plots viel ik stil.

Vandaag is het meer dan twee maand geleden dat hij voor het laatst de heuvel opgereden is. Misschien ligt hij in het ziekenhuis? Of heeft hij zijn auto total-loss gereden? Er zit niets anders op dan zelf onder de mensen te komen. Eten heb ik niet nodig. In de rivier zit genoeg vis. Mijn kippen leggen dagelijks eieren. En ik kan voldoende oogsten uit mijn moestuin. Maar tabak drogen is me vooralsnog niet gelukt.

Op de oever van de rivier tel ik tot drie en duik ik in het water. Een rilling rolt over mijn ruggengraat. Ik kom boven, hap naar adem en duik opnieuw onder. Met enkele bladeren schrob ik de aangekoekte aarde van mijn armen. Mijn natuurlijke tint is opnieuw zichtbaar. Wanneer het meeste vuil weg is, loop ik in mijn blote lijf naar binnen om kleren aan te trekken.

Ik neem de sok vanonder de matras en haal er genoeg geld uit voor boodschappen en de bus. Pak een paar extra briefjes omdat ik niet weet hoeveel alles ondertussen kost. Er staat genoeg geld op mijn rekening, maar Joren heeft mijn bankkaart en Joren is er niet. 

Koda kijkt op wanneer ik de verlaten grindweg opwandel, maakt aanstalten om met me mee te gaan. Ik aai hem even over de kop en draag hem op goed voor de blokhut te zorgen. Een groene specht vliegt op uit een boom. Het is bijna lente, dat is aan het gedrag van de vogels te zien. Ze vullen de lucht met zangpartijen. Maken nieuwe nesten. Aan de rand van het bos blijf ik even staan. Trek in grote teugen de zuurstof van de bomen naar binnen, extra energie om onder de mensen te komen. Met soepele tred sla ik de asfaltweg in.

Verlies ik mijn gevoel voor tijd? Ik schat dat ik hier al minstens twee uur sta. Nog steeds is er geen bus voorbijgekomen. Ik controleer nogmaals het uurrooster. Er staan geen werken aangekondigd. Tenzij het vandaag toch zondag is. Een egeltje steekt gehaast de weg over. Dan maar twaalf kilometer naar de stad wandelen. Vogels fluiten op de achtergrond. Wie heeft er componisten nodig, als je deze prachtige symfonieën kunt beluisteren. Vroeger leidde ik een gehaast leven. Alles draaide om het saldo op mijn bankrekening. Hier en daar een losse flirt. Niets van betekenis. Zonder het te beseffen werd ik voortdurend overprikkeld. En plots viel ik stil. Het begon toen ik ’s morgens niet meer uit bed raakte. Me vaker ziek meldde op het werk. Er moest iets gebeuren. Dus kocht ik een huisje buiten de stad. Naar mijn loft ben ik nooit meer teruggekeerd. Tot nu.

De anders zo drukke weg is verlaten. Geen wandelaars. Geen fietsers. Geen jagers. Ik weet niet wat rondom mij gebeurt. Mijn bos is als een glazen stolp die niets van de buitenwereld doorlaat. Soms probeert Joren wel een krant tussen de boodschappen binnen te smokkelen, maar die verscheur ik meteen in repen om het vuur mee aan te steken. Er is geen verwarming of elektriciteit.

Aan de horizon rijst de stad op. Ik schat dat het nog een uur wandelen is voor ik de stadsrand zal bereiken. Hier en daar kom ik al een huis tegen. Alle rolluiken zijn naar beneden gelaten. Lege opritten. De haartjes op mijn armen rechten zich. Deze ochtend was ik zenuwachtig om mensen te ontmoeten. Nu besluipt me een naar gevoel omdat ik nog steeds niemand gezien heb.

In de gracht ligt een winkelkar, met ernaast een verpakking waar ooit toiletpapier in zat. Handig om de boodschappen naar huis te brengen. Met al mijn macht trek ik de kar uit de gracht. Het ijzer vertoont beginnende roest. Alle wielen hangen er nog aan. Stroef rollen ze over het asfalt. Ik stop en probeer het vuil ervantussen te schoppen. Versnel mijn pas.

God sluit zijn deuren niet, zelfs niet voor mensen als ik.

Het eerste grootwarenhuis is gesloten. Ik kruip onder het blauwe politielint door. Het lijkt alsof een orkaan over de parking geraasd is. Overal afval. Winkelkarren. Dichtgetimmerde ramen. Op de panelen staat, in rode drukletters, het woord ‘gesloten’ te lezen. Binnen is de ravage nog groter. De vloer is bezaaid met keutels van ongedierte. Twee ratten rollen over elkaar heen. Vechten om een stukje plastic. De kassa’s liggen opengebroken op de grond. Het lijkt me geen goed idee naar binnen te gaan. Tabak zal ik er toch niet vinden.

Langs de brug trek ik de stad binnen. In het midden van de straat liggen rollen prikkeldraad. Een muur van zandzakjes. Het lijkt wel een barricade uit een goedkope oorlogsfilm. Een benauwd gevoel omknelt mijn borstkas. Geconcentreerd peil ik de omgeving, waan me een volleerd jager. Langs de kant van de weg staan enkele wagens. Het neonlicht van een nachtwinkel flikkert onregelmatig. De deur is ook hier dichtgetimmerd.

In mijn linkerooghoek zie ik beweging. Aan de overkant loopt een vrouw die schichtig om zich heen kijkt en langs de huizen sluipt. Haar mond is bedekt met een masker, om haar handen zitten rubberen handschoenen. Onze blikken ontmoeten elkaar. Ze verstijft. We verstijven, allebei. Ik roep naar de vrouw. Wil weten wat er gebeurd is, zeker weten dat ik dit niet droom. De vrouw maakt grote gebaren met haar armen. Schreeuwt dat ik niet dichterbij mag komen. Toch nader ik. Ik moet antwoorden krijgen. De vrouw draait zich om en verdwijnt achter de hoek. Ik roep. Blijf roepen. Loop de vrouw achterna. Om de hoek is ze nergens meer te bespeuren. 

Voor het eerst in lange tijd denk ik terug aan moeder. Mis haar. Vroeger gingen we iedere zondag naar de ochtendmis. Ze was diepgelovig, ik niet. Ik stap naar de kerk. Hoop daar antwoorden te vinden. God sluit zijn deuren niet, zelfs niet voor mensen als ik. Ik zwaai de poort open. Gek genoeg is hier alles onaangeroerd. Ik ga voor het altaar zitten. Overloop wat ik zonet daarbuiten gezien heb. Probeer verklaringen te vinden. Die zijn er niet. En God, die blijft stil.

Waarom heb ik mijn bos verlaten? Was ik maar daar gebleven. Dan zouden de angstige ogen van de vrouw niet op mijn netvlies gebrand staan.

Ik ontsteek een kaarsje.

Ik twijfel om even naar mijn oude loft te gaan. Misschien is er daar nog een spoor van Joren te vinden? Verder op de verlaten straat staat een jonge versie van mijn dierbare vriend. Wanneer ik dichterbij kom, lost hij in de lucht op. Het besef dat ik ook in mijn loft geen stap verder zal komen, verstikt me. Ik wil zo snel mogelijk terug naar mijn bos. Vergeten dat ik dit ooit gezien heb. Ik besluit een kleine omweg te nemen langs het stadhuis, de laatste kans op een uitleg. Aan de ramen hangen enkele verweerde posters met daarop het logo van de overheid. De meeste teksten zijn onleesbaar geworden door de regen. Sommige stukken zijn afgerukt door de wind. Op één affiche kan ik nog een zin ontcijferen.

Was regelmatig uw handen en hou afstand van elkaar.

Mail

Thomas Jacques is schrijver en kunstenaar. Hij is gefascineerd door mensen die in de marge van de maatschappij leven. Waar de grens tussen normaliteit en waanzin vervaagd. Taal ziet hij als een instrument om onze identiteit op te bouwen. Hij is de coördinator van 'Het Lijsternest', het oude huis van de Vlaamse schrijver Stijn Streuvels.

Micha Huigen is een Zwolse illustrator. Wat in zijn werk veel terugkomt is een spel met de werkelijkheid, waardoor in één oogopslag nog lang niet alles gezien is.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
Lees meer
test
het laatste
Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!