Asset 14

De architect en zijn fetisj

Wat zien architecten wanneer zij door de stad lopen? Wat valt hen op, waar kijken ze naar? Hard//hoofd vroeg architecten naar hun fetisj.

Jasper van den Boogaard: Een zeer dwingende bezigheid van veel architecten is het streven naar een ‘mooie’, zo mogelijk symmetrische, plattegrond. En dan vooral zonder rare hoekjes. Op het neurotische af moeten muren en openingen ten opzichte van elkaar stroken, ook als er geen fysieke relatie is tussen beide onderdelen. Helderheid boven alles! Soms zorgt deze eenheid ervoor dat er sneller en goedkoper gebouwd kan worden, maar bij kleine projecten blijft het bij een voordeel op papier: de esthetische waarde van een plattegrondtekening versterkt haar overredingskracht. Dat helpt bij het overtuigen van een eventuele opdrachtgever of jury, of je collega’s op het architectenbureau. Het is ook gewoonweg fijner is om naar iets moois te kijken tijdens het ontwerpproces. De tegenstrijdigheid is dat de gemiddelde architect het liefst in een vooroorlogs huis woont in een, bij voorkeur, organisch gegroeide binnenstad welke overladen is van rare hoekjes, nisjes en op het eerste gezicht verborgen plekken. Dus waar die zuivere plattegrondenfetisj precies vandaan komt…

Plattegronden van verschillende woningen gebouwd en niet gebouwd in Almere, met en zonder rare hoekjes, ontworpen door studioDAT voor verschillende particuliere opdrachtgevers.

Guido Giglio: Slapen lijkt me het ultieme persoonlijke gebaar. Als je slaapt ben je helemaal alleen. Het is waarschijnlijk een van de laagste vormen van bewustzijn die je kunt bereiken (behalve natuurlijk wanneer je onder narcose bent). De openbare ruimte wordt zo onverbiddelijk geprivatiseerd dat er volgens mij geen grotere tegenstelling bestaat dan wanneer iemand besluit om in deze ruimte een slaapplek te zoeken. Slapende mensen in publieke ruimtes geven mij het idee dat in elke onmogelijkheid een mogelijkheid schuilt. Niet alleen in de openbare ruimte, maar in elke vorm van ruimte.

Een slaper in de publieke ruimte.

Please don't wake me
No don't shake me
Leave me where I am
I'm only sleeping
(…)
Please don't spoil my day
I'm miles away
And after all
I'm only sleeping

The Beatles - 'I’m Only Sleeping'. Revolver. EMI, 1966.

Michael Defuster: Een obsessie kun je het niet noemen, maar het is wel merkwaardig dat ik al wandelend op straat heel vaak de meest merkwaardige voorwerpen vind. Eigenlijk moet ik zeggen dat die voorwerpen mij vinden. Ik ben er namelijk nooit naar op zoek. Terwijl ik bijvoorbeeld druk pratend met mijn vrienden over straat loop, dwaalt mijn blik onwillekeurig naar beneden en zie ik iets onbestemds liggen waarvan het duidelijk is dat het daar niet hoort. Of beter gezegd, een voorwerp dat het niet verdient daar te liggen, tussen alle ordinaire troep die de Amsterdamse straten rijk zijn. Heel vaak zijn het sieraden als oorbellen, maar ook broches en armbanden. Hoe ze van de pols of blouse van de eigenaar gesprongen zijn? Ik heb geen idee, zelf draag ik namelijk nooit sieraden en ik heb er ook geen interesse in.

Door de jaren heen heb ik een hele plastic tas vol verzameld. Het is echt verbluffend hoeveel er zomaar op straat ligt. Waarschijnlijk is die blik van mij een overblijfsel van mijn opleiding in de architectuur, maar waarom ik die kleinoden opraap is mij een beetje onduidelijk. Mijn eigen fascinatie ligt namelijk bij gewone voorwerpen die, door het ongemerkte maar toch ruwe geweld dat zich op de straatstenen afspeelt, een eigen vorm hebben gekregen die nooit zo bedoeld was. Dat zijn de voorwerpen die op deze foto staan. De rest van mijn straatschatten ligt in de la van mijn bureau.

 

Denieuwegeneratie: Niet kunnen omgaan met imperfectie. Het is een verschrikkelijke eigenschap en leidt ook - niet verwonderlijk - tot zeer rancuneuze, cynische en soms paranoïde mensen: architecten. Zolang we in het ontwerp blijven, blijft ook de perfectie overeind. Op papier en op de computer is alles perfect. Imperfectie is een basiselement van onze omgeving. De stad is eigenlijk een toevallige en soms tijdelijke samenstelling van miljarden kleine elementen, een perfecte chaos. Het is een wonder dat het functioneert. De samenkomst van al die kleine onderdelen in de vorm van gebouwen zijn eigenlijk kleine wonderen. Waar architecten getraind zijn om de perfectie te simuleren, is het heerlijk om soms een toevalligheid te ontdekken, die weer even onderstreept dat het om een klein wonder gaat. Een hiaat in de soms perfect geplande compositie van concept, vorm, ruimte en materiaal. Een teken van menselijkheid. Een miscommunicatie. Een foutje. Een moment, waarop een radertje in de machinerie even voor zichzelf moest denken, en creatief werd. Op zo’n moment ontstaat schoonheid. Een schoonheid die de vernuftigheid van een vakman verraadt en tegelijkertijd de onmacht van de ontwerper. Het is echt.

Jan-Paul Koning (werkzaam bij Schmidt Hammer Lassen Architects): Als architect ontwerp je meestal ruimten voor menselijk gedrag. Dat gedrag is echter onvoorspelbaar en dat leidt vaak tot grappige, fascinerende situaties. Vooral de gedragingen die zich niets aantrekken van de (goede) bedoelingen van de ontwerpers. Olifantenpaadjes bijvoorbeeld. Reguliere paden in een park of plantsoen zijn vaak rechte lijnen van A naar B. Rechte lijnen komen echter vrijwel nooit overeen met de weg die mensen dagelijks afleggen. Daarbij worden ook nog eens hekken en andere obstakels ingezet om fietsers en voetgangers te blokkeren. Spontaan ontstaan hier omheen dan informele paadjes door het gras. Een extreme vorm van olifantenpaden tekent zich ‘s winters af in Detroit. De binnenstad is al vele jaren in verval. In sommige wijken staan de huizen al jaren leeg en er wordt veel gesloopt (vaak omdat er brand is gesticht). Sommige straten in het centrum bevatten daarom nog maar enkele huizen. In de winter is Detroit vaak voor lange tijd bedekt met een dik pak sneeuw. Bewoners nemen, net zoals in de zomer, sluiproutes. Deze olifantenpaden (in het Engels: Desire paths) zijn zo nadrukkelijk aanwezig in de sneeuw dat de busmaatschappij vaak pas na het invallen van de dooi ontdekt dat sommige buslijnen al weken deze olifantenpaden volgen, in plaats van het stratenpatroon.

Dante Borgo: Onder soevereiniteit verstaan we het volledige monopolie van een bepaalde macht over elke instelling en persoon binnen een bepaald territorium. Politieke systemen zoals staten, monarchieën of dictaturen hebben architectuur altijd gebruikt om hun macht uit te oefenen.

Paul Noble, Heaven. Foto: Paul Noble, Gagosian Gallery

Architectuur is een daad van uitsluiting en segregatie. Ze verandert een ruimte in een territorium, een controleerbaar en beheersbaar gebied waarbinnen soevereine macht kan worden uitgeoefend. Binnen dit theoretische kader kan de muur gezien worden als de puurste en meest uitgeklede vorm van architectuur. De muur maakt het onderscheid tussen de bondgenoot en de indringer, en schept hiermee de mogelijkheid tot confrontatie. Deze constante spanning en het feit dat een conflict altijd op de loer ligt, is volgens Carl Schmitt precies wat de staat in stand houdt.

De muur representeert het private domein. Binnen haar grenzen is alles bekend en zeker, er is geen ruimte voor speculatie, binnen haar grenzen kan de soevereine macht worden uitgeoefend. Daarbuiten, in de onbestuurbare, onhandelbare en onmeetbare publieke ruimte, is alles mogelijk en is alles een mogelijke bedreiging. Dit versterkt onze behoefte om onszelf op te sluiten en te onderwerpen aan het private domein.

Danny van Kessel: Ik had ooit een fetisj, althans dat dacht ik. Als architect vond ik het prachtig dat materialen soms iets speciaals laten zien wanneer er licht op valt. Vaak gaat het om kleine dingen, details, bijvoorbeeld wanneer een betonnen balk gegoten is in een mal van ruwe houten planken. Diezelfde balk zal in normale omstandigheden in een gebouw nauwelijks opvallen. Maar wanneer het zonlicht in de namiddag vanuit een scherpe hoek op het beton valt, komt de balk ineens tot leven. De textuur van het hout die bijna in het beton verborgen lijkt, werpt allerlei kleine schaduwen. Opeens weet je niet meer waar je naar aan het kijken bent. Zelf probeerde ik in mijn gebouwen ook zulke momenten te verwerken. Alsof het gebouw een geheim gezicht heeft dat zich heel sporadisch aan een toevallige voorbijganger laat zien. Misschien was ik de enige die het kon waarderen, maar dat maakte niet uit.

Ruim een jaar lang was ik op die manier bezig met textuur. Zo'n fascinatie is voor een architect niet heel vreemd, maar een jaar is wel erg lang. Ik had er op een gegeven moment dan ook helemaal genoeg van. In ieder materiaal maar blijven zoeken naar een tweede betekenis. Het voelde geforceerd. Juist op een moment dat ik er helemaal niet meer mee bezig was, stapte ik in een dorpje in Italië een kleine kerk binnen. Ineens was ík die toevallige toeschouwer. Al die lagen, die eeuwenoude afgebrokkelde zandstenen, die vloerankers, dat licht... Sinds dat moment ben ik weer verliefd.

Jasper van den Boogaard: Een huis zonder vide is een huis zonder ziel. Elke opdracht weer proberen we het: de opdrachtgever ervan overtuigen dat een vide geen weggegooide ruimte is waar niet tegenaan te stoken valt. Ook al is het iets duurder en maak je je huis qua woonoppervlakte inderdaad iets kleiner, de kwaliteit van een ruimtelijk huis met variatie waarin meervoudig gebruik mogelijk is, geeft gewoon meer woonplezier. Althans dat vinden wij architecten doorgaans. Soms is het schreeuwen tegen de wind in, en lijkt het of de ‘zelfbouwers’ van nu ruimtelijkheid niet eens in overweging nemen. Komt het omdat ze het niet kennen, of omdat ze het zichzelf niet gunnen? Soms heb je geluk en krijg je een opdrachtgever aan tafel die een ruimtelijk huis wil met een relatie tussen de verschillende ruimtelijke functies van kamers. Ook bij een beperkt budget besef je na verloop van tijd dat je een bofkont bent: een opdrachtgever met een ruimtelijke ambitie! Dus, we blijven het, ook met lage budgetten, proberen: het promoten van ruimtelijkheid binnen de woning.

Foto: tijdens de uitvoeringsfase van een kluswoning te Rotterdam ontwerp en advies door studioDAT. Ruimtelijkheid door vide, loopbrug, zitkuil en onder andere twee grote doorbraken.

Ramon Knoester (werkzaam bij WHIM architecture): Ik heb een zwak voor verandering. Verschuivingen die niet of nauwelijks nog te beheersen zijn, maar wel aandacht opeisen. Verandering houdt mij bezig, en dan bedoel ik niet dat ik er een avond, een dag of een weekje over nadenk. Nee, een specifieke verandering kan mij voor jaren aan het werk zetten. Bijvoorbeeld dat het percentage alleenstaande huishoudens in steden aanzienlijk is gestegen, en dat de samenleving vergrijst met nieuwe ouderen. Plastic vervuilt onze rivieren, kustgebieden, zeeën en oceanen. De wereld verandert of je nu wil of niet. Ik moet hier iets mee. Kranten en jaarverslagen spit ik door op verandering en statistieken die deze veranderingen weergeven. Onlangs heeft National Geographic kaarten gepubliceerd waarop de wereld te zien is als al het ijsoppervlak smelt. Prachtig om te zien! Hoe dramatisch deze verandering ook zal zijn.

Miel Karthaus: Er zijn van die dingen die, als je terugkijkt, je altijd hebben beziggehouden. Niet obsessief, eerder als een latente kiespijn. Een zeurende kwestie waarvan je weet dat hij een keer om een oplossing vraagt. Voor mij is zo’n kwestie de ‘Compositie’. In vakgebieden van ruimtelijk of beeldend ontwerp is Compositie een al lang geleden afgeschaft begrip. Het hoort bij de tijd van de Beaux Arts. Iets van lang geleden dus, zelfs van voor de tijd dat ingenieurs de dingen gingen maken, toen er nog in termen van hiërarchie en harmonie werd gedacht. Toen de wereld leek te bestaan uit afzonderlijke delen die met eigen identiteit een plaats hadden in het evenwichtige geheel van een schepping. Dat leek zo natuurlijk.

‘Compositie’ werd allengs vervangen door begrippen die beloofden beter om te gaan met een nieuwe meer op functie en productie gerichte wereld: Ritme, Structuur, Contrast. Of verdrongen door woorden die direct verwijzen naar de vorm van producten in een omgeving: Design in een Context. Toch is Compositie een rijker begrip omdat het in staat stelt de afzonderlijke delen aan te wijzen vanuit het perspectief van een concreet geheel.

Karthaus: "Dat is ook precies wat bijvoorbeeld Mondriaan ons heeft laten zien: Compositie is een werkelijkheid waar je naar zoekt."

Nu we kunnen terugkijken op de periode van de industrialisatie naar het begin van de moderne tijd, zien we hoe Compositie als leer van harmonieën het wel moest afleggen tegen de repetitie van in massa-geproduceerde elementen. Producten werden neutrale onderdelen in een goed functionerend geheel. Niet langer samengesteld langs lijnen van compositie, maar op grond van natuurkundige en economische wetmatigheden. Ingenieurskunst. Voortaan harmoniseerde de wetenschap en in de moderne kunst werd Compositie als te klemmend en formeel gezien en afgeschaft.

Als we nog iets verder terugkijken, zien we grappig genoeg een omgekeerde beweging in de muziek. Toen Bach de Goldberg Variaties componeerde, begreep hij dat als het ontdekken van harmonische ordes die in de natuur objectief aanwezig zijn. Precies zoals later een natuurkundige de wetmatigheden in de natuur zou ontdekken om deze vervolgens vast te leggen in een wiskundig notenschrift. ‘Objectief’, zo lijkt het ons nu. Pas in de Romantiek gingen wij muziekcomposities zien zoals wij ze nu nog zien; als uitingen van hoogst subjectieve creativiteit. En juist hier overleefde het begrip en behield het zijn kracht. Als instrument in een onophoudelijk zoeken en tot nieuwe eenheid brengen van harmonieën en dissonanten is het nooit weg geweest. In de muziek bleef bewaard dat in een goede compositie een parallelle wereld wordt gemaakt, waarin je kunt zijn, of die jou kan aangrijpen. Een werkelijkheid waarin een nieuwe ervaring kan ontstaan.

Dat is ook precies wat bijvoorbeeld Mondriaan ons heeft laten zien: Compositie is een werkelijkheid waar je naar zoekt. Compositie is geen formele orde opgelegd aan de verbeelding om het tot eenheid te dwingen, maar iets dat uit het werk en het maken van dat werk telkens op een verrassend nieuwe wijze voortkomt. Een steeds nieuwe eenheid die in en door het werken gevonden wordt. Ik stel voor ‘Compositie’ in ere te herstellen.

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

:Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

In haar column onderzoekt Loïs Blank hoe smart glasses, AI-assistenten en marketingcampagnes laten zien dat technologische vooruitgang vaak leunt op de lichamen, stemmen en veiligheid van vrouwen. Waarom blijven juist mannen het meeste verdienen aan een systeem dat zo afhankelijk is van vrouwen? Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

:Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere. Lees meer

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn 1

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn

Marthe van Bronkhorst sonjabakkert langs de geest van Nederland. 'De drie-eenheid bedrog, bedrijven, en een schijnheilige geest lijkt een patroon in de Nederlandse volksaard.' Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Oproepbeeld voor ons jubileumnummer BUBBELS, het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Oproep voor inzendingen voor ons jubileumnummer BUBBELS – het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Hoe bubbelig voel jij je? Stuur vóór 1 september je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine BUBBELS! Lees meer

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme? 1

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme?

Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd? Lees meer