Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal van Fester Vogels, heb je het nog nooit gezien. Hen vervlecht de dystopische levens van drie mensen tot een geheel dat samenkomt rondom de fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Vlinderstuik geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen.
Het liefst pureert ze alles in haar blender. Ze zag het flitsende nieuwe maalmengermodel in een roddelblaadje, die ene waar ze zo graag in snuffelt tijdens haar kappersbezoeken. Ze belde het bijgevoegde telefoonnummer en kon twee weken later het pakket bij het postkantoor ophalen. Ze had eens gelezen dat de scherpe messen van de blender de calorieën kapotmaken. Zodoende.
De kilo’s zijn nog niet verdwenen. Het enige verschil dat ze wél heeft gemerkt is de verminderde scherpte van haar kaaklijn. Zíj denkt dat ze te weinig lacht. Dat het daardoor komt. Dus dumpt ze haar lunch in de blender, draait ze de knop om en opent ze haar slokdarm.
Kauwen zal niet meer gaan.
Zonder de deuk in de rechterkant van het bed zou ze haast vergeten dat ze getrouwd is. Hij kruipt onder de dekens wanneer zij zich al diep achter haar slaapmasker heeft verstopt.
En 's ochtends, wanneer ze voorzichtig over haar maskertje gluurt, zijn z’n sjaal en jas al langschoots van de kapstok verdwenen. Alleen ‘s nachts maakt hij zich kenbaar. Hij mompelt door zijn snor. Woorden waar ze zich zorgen om zou hebben gemaakt toen ze net een bed deelden. Woorden waar ze zich nu alleen nog maar aan ergert. Ze propt oordoppen in haar oren en draait haar rug naar hem toe.
Zijn energie spookt door het huis. Een geest die haren in de pompbak achterlaat, het brood schuin afsnijdt, modderkruisjes de bijkeuken in trekt. Ze haalt haar schouders op en zucht: à la. Ze steekt haar handen in de gele rubberhandschoenen en begint met schrobben, begeleid door het klotsende geluid van haar vloeibare maaltijd.
Met haar vlinderstruik gaat het niet goed. Hun huis staat te dicht bij de smog-spugende fabriek voor de kleurrijke insecten om te willen stoppen in haar dorre tuin. Haar achilleshiel. Het maakt niet uit hoeveel koeienstront, hoeveel water ze sproeit, ze blijft dor. Alles is besmet met de fabriek. De fabriek is een teek, vastgebeten in de grond, en de vierkante kilometers om de bloedzuiger heen zijn de lyme-kring. Die alsmaar groter wordt.
De krant valt op de mat. Ze leest ‘m niet. Waar is het nieuws goed voor? Ellende, dood, oorlogen aan de andere kant van de wereld. Nee, het interesseert haar niet waar de bommen, die voor haar boodschappen betalen, landen. Ze doopt de grijze pagina’s in een teiltje met behanglijm en vormt het nieuws tot iets nieuws. Papier-maché hondjes. Een levende zal er nooit in komen. Die blaffen.
Hij begluurt ze niet, hij bewondert ze
De lintroller glijdt over zijn wollen pak. Het is erotisch. Als een vinger die hem uitdaagt. Hij ziet de pure porno weerspiegeld in de glazen muur van zijn kantoor. Wat voor hem een raam is, is een spiegel voor zijn medewerkers. Hij begluurt ze niet, hij bewondert ze. Als een schilderij. Er waren vier redenen om zijn kantoor op de achttiende verdieping te laten plaatsen.
- Zijn Napoleoncomplex
- Zijn gevoeligheid voor geluid
- Zijn obsessie met zijn beenspieren, hij neemt immers altijd de trap
- Zijn uitzicht. Dat alles van ver en hoog mooier is. Dit heeft hij op zijn eerste en tevens enige vliegreis geleerd.
Drie jaar geleden kreeg hij de baan als regionale manager van de wapenfabriek. Hij werkte op het kantoor in de grote stad toen de CEO op een morgen aan zijn bureau verscheen en een stapel papieren, hoger dan zijn kale kruin, voor zijn neus plantte, een busticket als kers op de paperassentaart. Nog voor hij kon vragen wat dit allemaal te betekenen had, maakte de CEO al rechtsomkeert en verliet zijn kantoor. Over zijn schouder riep hij nonchalant dat alles al voor ‘m klaarstond. Hij zou een week later vertrekken naar het kleine dorp waar veertien en een half jaar geleden de fabriek als een talgpuist was opgedoken. En zo geschiedde.
Hij ziet het als zijn plicht elke dag een pak te dragen. Voor zijn enorme spiegel knoopt hij zijn stropdas. ‘Kruis, lus omhoog, over de voorkant, door de knoop, trek hem aan, klaar!’ Hij spreekt het hardop naar zichzelf uit. Op sommige dagen trekt hij zijn das strakker en strakker. Tot zijn halsslagader klopt in zijn keel en de aders in zijn oogwit uitzetten. Hij trekt tot zijn ademhaling piept, zijn handen trillen en zijn pik hard wordt.
Eens in de zoveel tijd daalt hij langs de achttien verdiepingen af om te lunchen in de koude kantine met zijn medewerkers. Hij pakt de deurklink met zijn zakdoek vast, maar voor hij ‘m naar beneden duwt blijft hij even staan luisteren aan de deur. Hij hoort de stemmen van zijn medewerkers, babbelen, lachen, kletsen. Wanneer hij uiteindelijk de ruimte binnenstapt, sluiten ze hun monden en slaan ze hun ogen neer. De ruimte vult zich met het tikken van zijn lakleren loafers terwijl hij langzaam naar de koffiemachine loopt. Hij verdraagt maximaal drie lauwe slokken koffie in de kantine. Dan, met een veel vlugger pas dan eerst, verdwijnt hij uit de ruimte om weer in zijn veilige, hoge haven op te gaan.
Na drie keer naar links swipen, was de koek op
Even geleden heeft hij zich aangemeld op een datingapp. Na drie keer naar links swipen, was de koek op. Geen profielen meer in uw omgeving, gaf het scherm aan. De drie vrouwen die langskwamen werkten alle drie in de fabriek. Bij de gedachten aan de roddels over zijn online profiel trekt er een rilling over zijn rug. Het app-icoontje schudt en hij drukt op verwijderen.
De grote getallen omtrent vuurwapens, munitie en raketten deden hem in zijn eerste maanden in de fabriek nog duizelen. Inmiddels raast hij door de tabbladen vol dood alsof het bonusknallers van de lokale supermarkt zijn.
Elke nieuwe potentiële werknemer die hij aan de andere kant van zijn bureau heeft,
vertelt hij:
'Wist je dat Nederland één van de grootste wapenexporteurs ter wereld is? In totaal is daar jaarlijks ongeveer tussen de 500 miljoen en 1,5 miljard euro aan handel mee gemoeid. Zoveel verdienen jij en ik hier alleen niet helaas. HA!’
De sollicitant lacht dan wat nerveus met hem mee, hij schraapt zijn keel en gaat weer verder met het doornemen van het cv. De fabriek werd met geweld uit de grond gestampt. Zijn funderingspalen werden diep in de korst van de aarde gehamerd. Er walmt warme rook uit. De giftige wolken dragen microscopische sporen die zich verspreiden zo ver de wind hen draagt. En de lopende band van de fabriek doet wat hem wordt opgedragen. Loopt. Loopt het klokje om. Verplaatst stukje bij beetje onderdelen. Puzzelt de dood middels vele handen in elkaar.
De bomen rondom de fabriek lieten hun bladeren binnen het eerste jaar dat de deuren werden geopend los en hebben ze daarna nooit meer opgeraapt. Hij zag de takken langzaam uitdrogen. Een trage dood.
Soms, op regenachtige dagen, wanneer hij voorovergebogen tegen de druppels in loopt en door zijn wimpers de fabriek wazig ziet opdoemen, lijken de bomen weer even bladeren te hebben. Dan poetst hij de zure regendruppels van zijn brilglazen en ziet de honderden zwarte vogels weggedoken in hun eigen verenpak. Kauw. Kauw. Kauw. Een moord. Nog voor de wapens in houten kisten de grens over worden gevlogen.
Broekie. Kenner. Leidinggevende
Zeventien jaar, vier maanden en drie dagen werkt hij in de wapenfabriek. Tellen. Vullen. Twaalf kogels per doosje. Een vizier afstellen is millimeterwerk en zijn grote handen priegelen als geen ander. Hij heeft de meeste afdelingen van de fabriek al gezien. Broekie. Kenner. Leidinggevende. Maar zijn hart ligt bij de kogels.
De kogels kussen, rinkelen tegen elkaar in het doosje wanneer de loopband even stopt om weer een nieuw doosje te vullen. Zijn vaste grap op de jaarlijkse buurtbarbecue die hij met tegenzin bezoekt: ‘Ik vul doosjes, tegen minimumloon’. Een verklonterde bulderende lach uit meerdere mannenkelen golft over het verroeste speeltuintje waar ze grillen. Hij bijt in een stugge lap vlees. Tetanus, reuma, tandrot. Dat laatste slechts deels veroorzaakt door de fabriek. Schep. Schep. Schep. Suiker in zijn koffie.
Elke ochtend trimt hij zijn neushaar om de geur van het kruit een vrije doorgang te geven. Hij versnippert zijn haren in de geel bevlekte wasbak en wanneer hij thuiskomst zijn ze verdwenen. Gesmolten als sneeuw voor de zon. Hij weet niet wat zijn vrouw de hele dag doet, maar dit zal wel een van haar bezigheden zijn. Hij ziet het voor zich, hoe ze één voor één de haren uit de wasbak plukt. Hoe ze dan een herinnering in wordt gesmeten: ze is een klein meisje, ze plukt madeliefjes in hoog gras op een frisse lentedag. Met elkaar praten doen ze al jaren niet meer. Een ruwe schatting. Hij is nooit begonnen met tellen, met ritme houden van een nummer waarvan hij ontkent dat het speelt.
Steeds vaker vindt hij verstopte woorden
Hij spreekt überhaupt nauwelijks. Hij heeft nooit veel te zeggen gehad. Maar steeds vaker vindt hij verstopte woorden in de gele rochel die hij op de grond tuft. In toenemende mate voelt hij zijn tanden wiebelen door de rondketsende woorden in zijn mond.
Een linie plassende mannen met hun ogen strak op hun eigen lid gericht. Een linie mannen die hun handen in ijskoud water wassen. Steeds frequenter wast hij zijn handen. Wanneer de andere mannen hun longen in nog een laagje teer bekleden, staat hij voor de zilveren plaat, die voor een spiegel door moet gaan, zijn handen te wassen. Hij ziet ze rood bevlekt. Lichtroze water vloeit de afvoer in. Hij wast en scrubt tot het bloed uit zijn vingers getrokkenis en hij met blauwe klauwen de kogels weer aait. Teder en zacht met een wens verstopt in zijn vingertoppen. De kogels een laatste moment van zachtheid geven voor ze de lichamen in worden gedreven en daar hun heil vinden.
Fester Vogels (2000) is een schrijver, beeldende kunstenaar en medeoprichter van het Haags poëziecollectief FFûH. Hen studeert momenteel Writing for Performance aan de HKU. Diens teksten proberen binnen de vervreemding herkenning te vinden met teksten vol prikkels, hakken en takken. Binnen de chaos staat queer representatie en het terugwinnen van het queer narratief centraal in diens werk.
Andrei Pacea (2001, Romania) is grafisch kunstenaar en een dromer die ervan houdt om verloren te raken in de werelden die hij creëert op zijn iPad, canvases, panelen, papieren, muren of wc-hokjes. Instagram: @glazedhands


















