'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas.
Op het moment dat haar zus werd doodgereden, stond Steef achter de airhockeytafel. Terwijl de donkergroene Renault Twingo een aantal kilometer verderop met volle snelheid op Natalie’s witte Peugeot in ramde, beukte zij met haar plastic handgreep de puck in de gleuf van haar tegenstander. De man tegen wie ze speelde was haar eigenlijk een tientje verschuldigd voor haar winst, in plaats daarvan bood hij haar een drankje aan. Over het feit dat ze toen maar een cassis bestelde, leek hij meer teleurgesteld dan toen hij het potje verloren had.
Steef kijkt hem na terwijl hij naar barman Theo loopt om te bestellen. Tijdens hun verhitte potje had de man het petje afgezet dat zijn haar in model hield, nu schittert er een kale plek in de vorm van een citroen op zijn achterhoofd. Ze probeert zich te herinneren of zijn naam nou Pjotr was, of Bjorn. Het begint laat te worden. Zijn vrienden, die Steef eerder die avond al had ingemaakt, zijn nergens meer te bekennen. Mooie vriendschap heb je dan, denkt ze. Ze haalt haar PEZ-dispenser van Super Mario uit haar broekzak en neemt een snoepje.
Buiten klinken wat sirenes, ze vermengen zich met de geluiden in de bar. Klinkende glazen, gelach, Tears for Fears op de speakers, het getik van een keu tegen een biljartbal, het bruisen van de biertap, gesprekken over Annette en de kids, gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Buiten de warme ruimte een noodgeval.
Er was iets aan het gezicht van sommige mensen dat het makkelijk maakte om je in te beelden hoe het er levenloos uit zou zien
‘Er wordt een baby geboren,’ zei haar moeder vroeger altijd tegen haar en Natalie op momenten dat ze een ambulance met loeiende sirenes langs hoorden razen. Maar dit zei ze ook bij politieauto’s en brandweerwagens, dus het geruststellende effect hield niet echt stand. En het effect verdween volledig toen het hun moeder zelf was voor wie een paar jaar later het alarm klonk.
‘Waarom deed je niets?’ had Natalie haar gevraagd.
Steef zag bleek en kon alleen maar op haar nagels bijten.
‘Kijk me aan. Je gaat toch niet zitten wachten? Je belt toch meteen 112 als zoiets gebeurt?’
Hun moeder lag op een brancard. Ze kreeg een doek over zich heen gelegd.
Theo draait de muziek luider om de sirenes te overstemmen en Steef schrikt op uit haar gedachten. Pjotr (of Bjorn) komt langzaam weer op haar af gelopen. Hij fatsoeneert zijn haar en grijnst, en ineens bekruipt de realisatie haar dat het helemaal niet lullig voor hem is dat zijn vrienden zonder hem zijn vertrokken: dat dat juist met voorbedachte rade was geweest. Bjorn (of Pjotr) is vanavond gekomen om te scoren, en dat ging niet over airhockey. Krampachtig doorzoekt ze de ruimte, op zoek naar een excuus om hem te vermijden. Een nieuwe tegenstander? Nee, alle mensen die er nog zijn, zijn vaste klanten die allang doorhebben dat Steef onverslaanbaar is, en nog lang niet dronken genoeg om desondanks een potje te wagen.
Gelukkig gaat op dat moment haar telefoon. Ze kan zich niet voorstellen wat voor spamcaller haar om half drie ‘s nachts zou bellen, maar bereidt zich voor om hun eenzijdige gesprek zo belangrijk mogelijk te laten klinken aan haar kant van de lijn.
‘Sorry Pjorn, deze moet ik echt even nemen,’ zegt ze, en grist daarbij haar cassis uit zijn hand.
‘Pjorn?’ prevelt hij lichtelijk beledigd, maar Steef let al niet meer op hem. Ze schraapt haar keel.
‘Met Steef.’
‘Spreek ik met Stefanie Meijer? Zus van Natalie Meijer?’
Steef trof wel eens mensen waarbij ze zich, als ze naar hen keek, precies kon voorstellen hoe ze er in een kist bij zouden liggen. De gedachte duurde altijd maar een fractie van een seconde, ze schaamde zich ervoor. Het maakte niet uit hoe oud ze waren. Er was iets aan het gezicht van sommige mensen dat het makkelijk maakte om je in te beelden hoe het er levenloos uit zou zien. Een bepaalde botstructuur waardoor je meteen een idee had van wat er onder de huid zat. Een grauwe teint. Ogen die op een specifieke manier in hun kassen lagen. Als die mensen dan knipperden, kon ze zich aan de manier waarop het ooglid sloot over de bol meteen voorstellen hoe het eruit zou zien als die ogen nooit meer open zouden gaan.
Maar Natalie was niet zo iemand. Natalie was een zakenvrouw met een rond poppengezichtje en rode lippenstift. Dat is in elk geval het beeld dat Steef had van haar zus, de laatste jaren. Ook nu ligt ze er zo bij, in een mantelpakje met krijtstrepen en een gestrikte blouse. Precies zoals Steef zich haar had voorgesteld, toch herkent ze haar maar half. En kijk, ze weet natuurlijk best dat dit vaker zo gaat met familieleden waar je vervreemd van bent geraakt: je ziet ze pas weer op bruiloften, jubileumfeesten, begrafenissen. Maar dat dit nou de kist was waarboven ze Natalie weer zou zien, was wel heel vergezocht. Steef had toch ergens de verwachting, nee, de hoop gehad op een dramatische reünie, compleet met tranen en excuses en het ophalen van oude herinneringen. Een verzoening omdat Natalie op een gegeven moment met iemand zou gaan trouwen, en toch graag wilde dat haar zusje daarbij aanwezig was. Omdat ze wilde dat haar kinderen een toffe tante zouden hebben. Steef wilde best de hand vasthouden van haar hoogbejaarde zus, verschrompelend in haar ziekbed.
Maar deze versie van Natalie is rimpelloos glad. Op een paar kraaienpootjes na, wat er toch op wijst dat ze veel moet hebben gelachen, gewoon niet met Steef.
Ze zouden zo een meidengroep kunnen zijn: de drie dames op de bank van het uitvaartcentrum en de vrouw in een kist een kamer verderop
‘Het is heel raar,’ had ze de avond daarvoor tegen Bjorn gezegd (wat toch zijn naam bleek te zijn). ‘Het voelt niet echt, of zo. Alsof zij het gewoon niet kán zijn. Alsof het gaat over iemand die ik niet ken.’
Hij was toch met haar mee naar huis gegaan. Dat had hij dan wel weer voor elkaar gekregen. Er werd alleen niet geflikflooid, in plaats daarvan zette hij thee voor haar terwijl ze met haar knieën opgetrokken op de bank zat en uitdrukkingsloos naar een tv-zender keek dat op dat tijdstip een teleshoppingkanaal was.
‘Wil je erover praten?’ vroeg hij terwijl hij een zakje honing-rooibos uit de verpakking scheurde.
Daarop schudde Steef onverschillig haar hoofd. ‘Ik heb helemaal geen geld voor een trilplaat.’
Bjorn moest het water koken in een steelpannetje omdat de waterkoker, die tot dat moment altijd gewoon zijn werk had gedaan, opeens kapot bleek te zijn. Pas toen ze daar achter kwam, barstte Steef in tranen uit.
‘Paarse bloemen moeten het worden. En absoluut geen geel!’
‘God nee, ze háátte geel.’
Ze zouden zo een meidengroep kunnen zijn: de drie dames op de bank van het uitvaartcentrum en de vrouw in een kist een kamer verderop. De rode lippen, de hoge hakken, zelfs de namen zijn alsof iemand ze expres bij elkaar heeft gezet: Sanne, Michelle, Cynthia en Natalie. Het matcht gewoon. Op dit soort momenten wilde Steef dat ze wat meer verwantschap met de naam Stefanie voelde. Na het geautomatiseerde riedeltje van handen schudden en condoleren, gaat ze zitten op een van de fauteuils die tegenover de bank staan. Bjorn is ook mee. Hij sjokt een beetje verdwaald achter haar aan en kopieert haar handelingen met een beleefd, schaapachtig glimlachje. Steef ziet dat een van de dames haar hand afveegt aan haar kokerrok nadat hij hem geschud heeft.
Om het ongemak van niets doen te doorbreken, steekt ze een PEZ-snoepje in haar mond. Bjorn kijkt nerveus om zich heen en trommelt met zijn vingers op de stoelleuningen, dus biedt ze hem ook een snoepje aan. Meteen heeft ze spijt: ze beginnen op te raken.
‘Jullie hebben elkaar tien jaar niet gezien?’ De vrouw die zich net als Sanne heeft voorgesteld kijkt haar verbijsterd aan.
Ja, als je het zo brengt is het geen wonder dat Steef niet het gevoel had dat de vrouw in die kist echt haar zus was.
‘Heeft Naat je dat nooit verteld?’ vraagt Cynthia. Steef vraagt zich af sinds wanneer Natalie het weer oké vindt dat mensen haar die bijnaam geven. Maar Cynthia mag dat blijkbaar.
‘Ik heb haar af en toe wel gezien, hoor. Gewoon… tegengekomen, en zo. Alleen niet echt met haar gepraat.’
‘Ze zijn gewoon uit elkaar gegroeid,’ herhaalt Bjorn, zoals ze hem gisteravond verteld heeft.
Cynthia wisselt van het been dat ze over de ander geslagen heeft. Nu zitten alle drie vriendinnen precies hetzelfde op een rijtje. ‘Ik ben wel verbaasd,’ zegt ze. ‘Ze omschreef haar als wereldvreemd. Niet goed in het vinden van vrienden, en zo. Laat staan een relatie.’ Haar blik glijdt over Bjorn heen. Sanne port haar vriendin corrigerend in haar zij en Michelle glimlacht verontschuldigend naar Steef.
Bjorns ogen worden groot, hij verslikt zich in zijn PEZ-snoepje en begint te hoesten. Steef klopt hem op zijn rug, al heeft ze niet het idee dat dat echt wat doet. Ze besluit Cynthia niet te verbeteren: de rol die hij in hun ogen lijkt te vervullen komt best goed van pas. Bjorn als partner siert haar, Bjorn als man uit de bar die ze nog geen vierentwintig uur kent, zou niet hetzelfde effect hebben.
‘Niet slecht bedoeld hoor, schat,’ voegt Cynthia snel aan haar opmerking toe. Sanne schenkt een glaasje water in voor Bjorn.
De tijd lijkt in een waas langs Steef heen te bewegen. De uitvaartregelingen galmen door de ruimte. Paarse of witte bloemen, rozen of lelies. Of de dragers wel of geen hoge hoeden moeten dragen. Gaat ze straks gewoon met de zwarte lijkwagen, of betalen we extra voor de witte? Wie gaan er spreken?
Het doet haar denken aan toen ze de begrafenis van hun moeder moesten regelen. Hoe Natalie degene was die alles, werkelijk alles, doorgaf aan de begrafenisondernemer. Hoe zijzelf er maar een beetje bij zat terwijl de kledingvoorschriften en rouwkaartcitaten haar om de oren vlogen. Het is alsof ze haar zus verdrievoudigd voor zich heeft zitten. Al vindt ze het moeilijk inschatten of Sanne, Cynthia en Michelle deze keuzes meer voor zichzelf of voor Natalie maken. Maar uiteindelijk weet ze zelf ook wel voor wie een uitvaart nou eigenlijk is bedoeld. Natalie is niet degene die baalt als de foto in het lijstje op haar kist straks de verkeerde is.
Zo’n begrafenis is toch meer voor de mensen die achterblijven
‘Ze merkt er toch niks meer van,’ had ze ooit zelf tegen Natalie gezegd. Het was de nacht na hun moeders begrafenis en Steef werd wakker van een hels kabaal dat van beneden kwam. Daar stond Natalie met de voordeur open al hun moeders schoenen naar buiten te gooien.
‘Wat doe je nou?’ fluisterde Steef. Uit gewoonte, want er was geen moeder meer die ze wakker zou kunnen maken en als die er nog wel was geweest, had de projectielenregen van schoenen daar al wel voor gezorgd.
‘Ik heb het verpest,’ mompelde Natalie.
‘Huh?’
‘We hebben haar in hakken begraven.’
‘Dus?’
‘Dus? Dat is toch niks voor haar? Thuis liep ze altijd op pantoffels rond.’ Het was een eigenschap die Natalie van haar geërfd had: zodra ze de drempel over was, werden de schoenen per direct uitgetrapt.
Steef haalde haar schouders op. ‘Ze zag er gewoon netjes uit. Ik heb er niet echt over nagedacht.’
‘Nee, natuurlijk heb jij er niet over nagedacht.’ Natalie zuchtte diep. ‘Maar ik dus wel. Mama hield niet van schoenen. Al helemaal niet van dat soort hakken. Geen mens kan daar toch fatsoenlijk op lopen? Een paar uur trok ze al niet. En nu ligt ze er voor altijd in. In van die knellende, oncomfortabele gevallen.’
‘Ze merkt er toch niks meer van.’
‘Ik vind het geen fijn idee, Steef!’
‘Maar het is toch helemaal niet jouw schuld? Ze lag er mooi bij. En zo’n begrafenis is toch meer voor de mensen die achterblijven, weet je, die nog een laatste keer naar haar moeten kijken.’
‘Dat kan best zo zijn. Maar als ik dood ga hè, als je het dan maar laat. Je mag me echt alles flikken, confettikanonnen en mariachi bands, als je me maar niet in pumps begraaft.’
‘Iets van Einaudi, dat zette ze ook altijd op om te focussen.’
‘En Marco Borsato. Of nee, die andere.’
‘Michelle, dat kan echt niet, Marco Borsato is een viezerik.’
‘Daarom zeg ik toch: die andere.’
‘Jeroen van der Boom!’ valt Sanne bij.
Nu lijkt Bjorn zich niet in te kunnen houden. ‘Hoe haal je die twee nou door elkaar?’ zegt hij vol ongeloof. De vrouwen lachen. Steef vraagt zich af sinds wanneer Natalie van Nederlandstalige muziek hield. Jeroen van der Boom, ze kan zich er weinig bij voorstellen. Maar als deze drie Jeroen van der Boom zeggen, dan zal het wel Jeroen van der Boom zijn.
‘Doen we gewoon koffie en cake?’ vraagt Sanne.
Cynthia springt meteen in. ‘Nee, ben je gek, ze zat midden in een cafeïnedetox.’
‘Kruidenthee dan.’
‘En cake is slecht voor je.’
‘Belegde bolletjes dan?’ Sanne rolt met haar ogen. Als ze ziet dat Cynthia weer iets wil gaan zeggen, voegt ze snel toe: ‘Volkoren, hoor.’
‘Hè bah, het is toch geen schoolreisje?’ protesteert Michelle.
Waarom deed je niets? Natalies woorden gaan door Steefs hoofd. Waarom deed je niets? Waarom zat je daar maar? Geen moment heeft ze geholpen, nergens over nagedacht, en ook nu krijgt ze er weer geen woord tussen.
‘Ik ga even naar het toilet,’ kondigt ze daarom aan.
‘Fruitsalade?’ hoort ze Bjorn opperen als ze eenmaal de hoek om is geslagen.
‘Maar ik ben allergisch voor kiwi.’
‘Dan doen we er toch geen kiwi doorheen, Michelle.’
Steef loopt door de gang maar negeert het bordje met het mannetje en vrouwtje erop. In plaats daarvan trekt ze de deur open van de koude kamer waar Natalie ligt.
Steef bekijkt haar. Ze heeft duidelijk dezelfde haarstijl als Michelle. Dezelfde oorbellen als Cynthia, dezelfde lievelingskleuren als Sanne. Ze ziet er rustig uit. Ze lijkt op hun moeder en ze lijkt op haar.
De kist is half bedekt. Vanaf de hoogte van haar heupen tot aan haar voeten is er een doek van wit satijn overheen gespannen. Niemand die het merken zal.
Steef trekt het doek aan een kant los. De benen van haar zus zijn stijf en de voeten in perfect glanzende, zwarte pumps gestoken. Steef heeft geen flauw idee of Natalie in de tien jaar dat ze elkaar niet spraken van gedachten is veranderd. Of ze opgegroeid is tot het soort vrouw dat wél graag zou ontbinden in een van top tot teen verzorgd ensemble. Maar een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.
Nadine Ronde (zij/haar, 2002) studeerde in 2025 af van Creative Writing aan ArtEZ met de novelle 'Gerinkel'. Ze schrijft proza over verlies, nostalgie en verwondering, met gevoel voor humor en detail. Daarnaast is ze onderdeel van collectief De Laarpoerlaar en werkt ze als vertaler bij Nintendo of Europe.
Ellen Beuting is een illustrator die er naar streeft om met haar werk anderen een hart onder de riem te steken. Ze werkt graag analoog en is zowel door het alledaagse als grotere maatschappelijke thema’s geboeid. Anderen omschrijven haar werk als kwetsbaar, kleurrijk, hoopvol en grappig. In 2027 studeert ze af aan de HKU.


















