Asset 14

Enterprise, Alabama

Enterprise, Alabama

Charlotte Duistermaat neemt je mee in de enigszins absurde culturele en historische impact van een snuitkeverplaag op een Amerikaans dorpje en de vergelijkbare migratiestromen van mens en dier.

De weg naar Enterprise, Alabama is stoffig en heet. Het asfalt heeft de hitte van de zon geabsorbeerd en straalt die nu van onder uit. Ik ken deze hitte van het industrieterrein, waar de zomers altijd minstens vijf graden warmer zijn. En ook qua sfeer zijn ze redelijk gelijk: grijs, treurig en bedekt onder een laag asfalt en steen. Het verschil is dat deze weg eindigt in een rotonde rondom een enorme fontein, die de toegang tot Enterprise toch iets van grandeur weet mee te geven. In de fontein staat een vrouw, marmerwit met gouden accenten, gekleed in een gewaad dat zo uit de hellenistische periode getrokken lijkt.

Ze staat op een sokkel, die zo hoog is dat ze boven de stoplichten naast haar uittorent. Ze staat er elke dag, terwijl de stoplichten rood, groen en oranje worden. Ze staat er ’s nachts in het donker en overdag in de hitte. Klassiek is ze niet te noemen. Ze is niet bijzonder knap of wulps, verleidt de kijker niet met haar blik. Haar kleding bezit niet de luchtige kwaliteit die de klassieken wel hebben en bedekt haar daarnaast volledig. Onkunde van de beeldhouwer, misschien.

Zelf ziet ze het liever als bescherming. Bescherming tegen de zon en de blikken van voorbijgangers. Ze mijdt hun ogen, kijkt naar de grond. Nee, ze is er niet om de voorbijganger te verleiden. Ze is sterk, dat kun je aan haar armen zien die ze boven haar hoofd optilt. Het zijn stevige armen, die zijn gewend te werken. Armen waar ze op vertrouwt, vroeger op het land en nu, elke dag, voor het omhooghouden van de bokaal. De bokaal is zwaar en ook van goud. Erbovenop zit een zwarte katoensnuitkever, die het formaat van haar hoofd heeft.

In de kerk wordt dagelijks gebeden voor de ondergang van de snuitkevers

In 1915 landden de snuitkevers in Enterprise, Alabama, een dorpje dat volledig teert op het verbouwen van katoen. Een jong meisje vindt een van de eerste exemplaren tussen de katoenbloesems en is verrukt. Ze bewaart de snuitkever in een luciferdoosje waar ze elke dag verse blaadjes en takjes bij stopt, en verstopt het onder haar bed. ’s Nachts, voor het slapengaan, tilt ze de snuitkever uit het doosje en laat hem over haar arm lopen. Het kietelt.

Het duurt een tijdje voor de rest van het dorp de komst van de snuitkevers doorheeft, en tegen die tijd is het al te laat. Ze zijn overal. De dorpelingen weten zichzelf en hun kinderen niet meer te voeden nu het geld van de katoenverbouwing niet meer binnenstroomt. Ze vallen in, je kunt hun ribben tellen.

Er wordt een crisisteam opgesteld. Ze schrijven rapporten, vergaderen met wetenschappers en bidden vooral tot God. De snuitkevers zijn een golf van Kwaad, een Bijbelse plaag. De akkers worden elke zondag met wijwater besprenkeld en gezegend. Extra priesters worden aangetrokken en in de kerk wordt dagelijks gebeden voor de ondergang van de snuitkevers. Als dat niet werkt, kijkt Enterprise, Alabama naar zichzelf: waarom worden ze eigenlijk gestraft? De dorpelingen vermoeden de duivel in elkaar en in hun naasten, duiveluitdrijvingen worden populairder dan ooit. Sommige boeren offeren stukjes van hun akkers op, in de hoop met dat verlies de boete te betalen die tot de plaag heeft geleid. Een groepje radicalen probeert de andere bewoners te overtuigen het jongstgeboren dorpskind te offeren. De rest van het dorp twijfelt.

Enterprise, Alabama geeft mee, de dorpelingen rollen om als de honden die ze trainen

Het meeste hiervan gaat langs het meisje met het geheim onder haar bed heen. Na drie maanden treft ze de snuitkever verstijfd aan in het luciferdoosje. Ze moet er zo erg om huilen, dat haar ouders het horen. Haar moeder is woest als ze ziet hoe haar dochter rouwt om een plaagdier afkomstig van de duivel zelf. Ze vertrekt met slaande deuren, terwijl ze iets roept over duiveluitdrijvingen en priesters. Haar vader blijft stil, hij is niet zo gelovig als zijn partner en is eigenlijk van mening dat het niet de schuld van de snuitkever is. Hij geeft zijn dochter een aai over haar bol en stelt voor het luciferdoosje met de snuitkever erin te begraven aan de rand van de akker. Hij neemt zijn gitaar mee en leert zijn dochter de tekst van de Mississippi Boweavil Blues, die ze samen voor de vers omgewoelde aarde zingen. Ze lacht om zijn gepruts met de gitaar, zijn valse uithalen en de tekst van het liedje. De blues bezingt een katoensnuitkever die langs de Mississippi door het land reist en gesprekken voert met de boeren die hij tegenkomt. Zijn familie reist hem achterna als hij voldoende eten heeft gevonden, dan noemen ze een plek tijdelijk thuis.

Haar vader zingt en zweet terwijl hij de juiste akkoorden probeert te vinden, en denkt ondertussen na over thuis. Hij is hier niet opgegroeid, maar is hier gekomen om een nieuw leven op te bouwen, op krediet van de belofte van een rooskleurige toekomst. Hij vond die op de akkers en in de maaltijden verschaft door de opbrengsten van het land. Thuis is de plek waar voldoende te eten is, en zodra hij dat bedenkt, is de oplossing hem helder.

Het is betrekkelijk simpel. Enterprise, Alabama geeft mee, de dorpelingen rollen om als de honden die ze trainen, laten zich door de windvlagen naar de grond duwen. Het dorp ziet de snuitkevers nog steeds als boodschap van God. De boodschap is simpelweg minder duister dan eerst werd gedacht. Er hoeven geen dorpelingen geofferd te worden of erfzonden beboet. Nee, de boodschap is: stop met het verbouwen van katoen. Diezelfde zomer wordt het eerste veld met pindaplanten beplant.

De katoensnuitkevers eten de overgebleven katoenplanten op en wachten op de beplanting van nieuwe, maar die blijft uit. Ze vallen in nu hun voedselvoorraad opdroogt, vallen vooral dood neer en vergaan spontaan tot stof. Voor de larven is er geen eten meer, ze bereiken de verpopping niet eens. Degene die nog kracht hebben, vertrekken. Het schijnt dat er in Mississippi nog katoenvelden staan.

De man draagt, net als veel andere aanwezigen, een shirt waar ‘Fear no Weevil’ op staat

Een eeuw later openbaart dezelfde vijand zich in de postzegelrandjes die aan de bladeren van mijn planten verschijnen. Ik kijk naar de beelden in Enterprise, Alabama. Het snuitkevermonument, en de andere beelden. Het dorp is rijk geworden van de pindateelt en is inmiddels verpopt tot een stad. Waar het monument een grandeur uit de oudheid probeerde aan te halen, representeren de andere beelden het heden. Grote, cartooneske snuitkevers staan door de stad verspreid. Ze hebben verschillende outfits aan, afhankelijk van hun standplaats: die bij het tankstation draagt een blauwe overall, die bij het politiebureau een pet en zonnebril en die voor het Amerikaans-Italiaanse restaurant een koksmuts. Ook de McDonalds heeft er een: 'Ronald McWeevil' exclameert de man die de witgeschminkte snuitkever in clownkostuum voor de juichende stedelingen onthult ('ba-da-ba-ba-ba', zingen ze). De man draagt, net als veel andere aanwezigen, een shirt waar ‘Fear no Weevil’ op staat. Ronald McWeevil is onderdeel van Weevil Way, een toeristische route langs alle snuitkeverbeelden in de stad. De route eindigt bij de vrouw in de fontein, het eerste beeld. Toeristen maken foto’s met haar, auto’s wachten voor het stoplicht en langzaam gaat de zon onder terwijl ze de zware bokaal omhooghoudt. Ze denkt aan een luciferdoosje onder haar bed, haar vaders gitaarspel aan de rand van de akker en vraagt zich af of de snuitkevers ooit een nieuw huis hebben gevonden.

Dit artikel is onderdeel van de Beestjesweken. Van 16 tot 29 maart zullen alle artikelen die we publiceren gaan over kleine kruipers, slijmerige sluipers en gladde glibberaars.

Mail

Charlotte Duistermaat studeerde af van de onderzoeksmaster Nederlandse literatuur en cultuur met een onderzoek naar de combinatie van activisme en literatuur. Daarnaast is ze enthousiast over uiteenlopende dingen: variërend van boeken, schrijven en tekenen, tot kringloopwinkels, straatstickers en de zee. Zelf schrijft ze het liefst over gekke beesten en de menselijke verhouding tot hen.

Rein Klomp is een illustrator en autonoom kunstenaar uit Utrecht. Zijn werk ontstaat altijd vanuit snel, los lijnwerk; schetsen zijn er nagenoeg niet. Het toegepaste werk bestaat uit een eclectische mix van vervreemding en speels ongemak. Hierdoor krijgt het eindwerk een organische flow. Zijn autonome werk richt zich meer op abstracte figuratie. Met een herkenbaar beeldelement als ingang, om het vervolgens voor de kijker open te laten voor vrije interpretatie. De maker plaatst zijn recente werken voornamelijk op sociale media (instagram).

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Vrijheid

Vrijheid

Liggend onder de auto van de buren overdenkt een man de relatie tot zijn familie, de gevolgen van zijn gedrag en de reactie van omstanders. Eva Gabriela schreef een kwetsbaar verhaal waarin de dreiging en het ongemak constant voelbaar zijn, en waarin de pleger van huiselijk geweld de hoofdpersoon is. Lees meer

De verdwenen kosmonaut

De verdwenen kosmonaut

Duizenden kilometers van de kosmonaut vandaan zit Igor, uitkijkend over de stad, terwijl hij luistert naar de ruis op de tv, naar de beukende eurodance plaat die nog naklinkt in zijn oren en naar een stem die hem probeert te overtuigen terug te komen. In De verdwenen kosmonaut van Thijs van der Heijden raakt een... Lees meer

Het borrelt 1

Ortolaan

Liefde gaat door de maag, weet de chef in het verhaal van Fleur Klemann. Zorgvuldig bereidt hij al zijn ingrediënten én zijn geliefde: ‘Haar tong die ze langs haar vette lippen haalde, het rozige vlees.’ Lees meer

Naweeën

Naweeën

In Naweeën dicht Vlinder Verouden over vervellen, verpoppen, verschonen, volgroeien en legt zo het proces van veranderen vast. ‘Hier slaat de klok tien en stap ik uit spinseldraden slijmerig warm een / Laatste vinger die glijdt over de plastic bodem van een pot haargel.’ Lees meer

Het borrelt

Het borrelt

‘Vuur raakt water / en alles sist barst klapt fluit schuimt vergaat stijgt verdampt smelt breekt sterft’. Dieuke Kingma dicht over het moment dat het ondergrondse naar boven breekt: zoals bij vulkaanuitbarstingen, of de tweede symfonie van Mahler. Lees meer

Laboratoriumkinderen

Laboratoriumkinderen

Afgelopen zomer namen tien aanstormende schrijftalenten deel aan het Schrijverskamp van Frontaal, waar ze werkten ze aan teksten rondom het thema Grond. In dit drieluik onderzoekt Louise van der Veen in vitro fertilisatie (IVF) als een mogelijke grond van het bestaan. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!