Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het verhaal achter het geschreeuw zien.
Claire was die ochtend zoals gewoonlijk als eerste op kantoor verschenen. Terwijl ze op haar crèmekleurige pumps naar de lift liep, had ze geknikt naar de twee schoonmakers die de vloer van de hal stonden te dweilen. In een goede bui had Claire ooit gevraagd hoe ze heetten, maar het was haar niet gelukt hun namen te onthouden. Ze kon zich alleen herinneren dat die meerdere lettergrepen hadden, hoe dan ook te ingewikkeld om uit te spreken. Op de derde verdieping had ze haar kasjmieren jas aan de kapstok gehangen. Ze schepte er nog altijd genoegen in om, als haar collega’s om negen uur binnen kwamen lopen, te vragen of ze al naar haar e-mail hadden gekeken. Om te laten zien wie er nou echt het hardst werkte.
Ze postte wekelijks op LinkedIn over #vrouwelijkleiderschap en #feminisme.
En toch zit ze hier, in de kleine overlegkamer zonder ramen of planten, waar de deur altijd op geheimzinnige wijze wordt gesloten. Duncan, de directeur, en Samira, de hr-manager, nemen plechtig tegenover haar plaats. ‘We willen alleen even met je praten,’ had Duncan haar vorige week per mail laten weten. Ze moest zich er niet te veel bij voorstellen. Maar Claire had gezien dat de afspraak op privé stond.
Terwijl ze de steriele, witte kamer in zich opneemt, besluit ze de belofte van Duncan als een mantra in haar hoofd te herhalen. Er is niets aan de hand. Ze heeft altijd alles goed gedaan. Is Claire niet de manager die alle verjaardagen van haar teamleden in haar agenda bewaart? Die af en toe een collega eerder naar huis stuurt als diegene uitzonderlijk heeft gepresteerd?
Ze bedenkt zich dat de overlegkamer ervan zou opknappen als ze de muren taupe zouden schilderen.
‘Wat fijn dat je hier kan zijn,’ zegt Samira. Ze heeft haar benen over elkaar geslagen en leunt met beide armen op tafel.
‘Uiteraard,’ zegt Claire. Er is zonder het aan haar te vragen een glas water voor haar neergezet en ze haat het. Wanneer mensen water voor je halen, verwachten ze dat je gaat huilen.
‘Heel fijn,’ zegt de directeur, Duncan. Hij stuurt haar altijd duimpjes terug wanneer ze hem mailt over een nieuw verbroken record, maar zijn gezicht staat nu ernstig.
‘Weet je waarom je hier bent, Claire?’ vraagt Samira. Haar stem klinkt kalm, koel. Ze zou het ook goed doen als yogadocent.
‘Nee,’ zegt Claire.
Samira wisselt een snelle blik uit met Duncan. Het flitst door Claires hoofd dat ze dit gesprek hebben voorbesproken. De verschillende opties met elkaar hebben uitgedacht. Wat doen we als Claire weet waarom ze hier zit, en wat doen we als ze het niet weet? Blijkbaar schakelen ze nu over op Plan B.
‘Er zijn wat klachten binnengekomen over je functioneren,’ zegt Samira rustig. ’We hebben een geheimhoudingsplicht, dus ik kan niet zeggen uit welke hoek deze klachten komen. En natuurlijk willen we het gesprek ook voor jou veilig houden. Je hoeft niets te zeggen wat je niet wilt zeggen.’
Hij is een wassen beeld van wie alles afglijdt, een directeur die geliefd is omdat hij op maandagochtend glimlachend vraagt of je nog iets leuks hebt gedaan
Claire knikt alsof ze het allemaal begrijpt. Ze is bijna vijftig, heeft een rits marketingdiploma’s op zak. De afgelopen tien jaar van haar carrière is er altijd vol lof over haar gesproken, ze heeft slecht functionerende afdelingen uit het slop getrokken. En ze werkt al zo’n drie jaar voor de stichting. Ze is hier binnengekomen toen een recruiter aan haar vroeg of het haar interessant leek om over te stappen naar de publieke sector. Terwijl Claire het telefoongesprek voerde, had ze naar haar net aangeschafte rode bank gekeken. Hij had vierduizend euro gekost. Misschien was het tijd om iets terug te doen voor de samenleving.
‘We dachten dat het goed zou zijn om met je te praten,’ zegt Duncan luchtig. Alsof ze samen op een feestje wijn staan te nippen. Ze krijgt het idee dat hij een arm om haar heen wil slaan, maar zich op het laatste moment bedenkt.
‘Het gaat prima,’ zegt Claire, ook al heeft hij haar niet gevraagd hoe het met haar gaat. ‘Als jullie me kunnen vertellen waar de klacht over gaat, dan kan ik mijn performance daarop aanpassen.’ Ze legt nadruk op het woord ‘performance’.
Duncan slaat zijn armen over elkaar, geeft haar een knikje. Hij heeft een oversized blauwe trui aan waar in knalrode letters ‘al dente is a lifestyle’ op staat. Boven zijn Nike Airs piepen Pokémonsokken uit. Alleen het grijze haar bij zijn slapen en de wallen onder zijn ogen verraden dat hij achter in de veertig is. Hij is een wassen beeld van wie alles afglijdt, een directeur die geliefd is omdat hij op maandagochtend glimlachend vraagt of je nog iets leuks hebt gedaan.
‘Het gaat niet om je resultaten,’ zegt Samira. ‘Het heeft te maken met je stijl van leidinggeven.’
Samira draagt een paar lange kettingen over een zwarte wollen jurk met een col. Haar donkere haar is glanzend en dik, Claire zou er een moord voor doen. Samira lijkt haar zo iemand die werk niet het allerbelangrijkst vindt in het leven, iemand die makkelijk in slaap valt, veel hobby’s heeft, maandelijks met haar vriendinnen naar de sauna gaat, nooit haar werkmail in het weekend checkt. In een volgend leven wil Claire haar zijn.
‘Mijn stijl van leidinggeven?’ herhaalt Claire tegen beter weten in.
‘We weten dat je ontzettend hard werkt, Claire,’ zegt Duncan. ‘Jij bent onze topper.’
De sandwichmethode. Eerst geef je een compliment en dan komt het nare, vieze beleg met de boodschap dat je er niets van bakt. Dan de onderkant van het broodje met een halve leugen om het zelfvertrouwen van de ontvanger niet helemaal om zeep te helpen. Claire heeft genoeg cursussen gevolgd om te weten wat er gaat komen.
‘Je kent Napoleon toch?’ vraagt Samira. ‘Hij was een militair genie. Tegelijkertijd liep hij te ver voor zijn troepen uit. Door al zijn geestdrift en slimme tactieken vergat hij soms achterom te kijken om te zien hoe het met zijn manschappen ging. En naar aanleiding van de klachten is het beeld ontstaan dat jij dat ook doet. Dat je misschien in al je enthousiasme niet genoeg heb ingecheckt bij je team.’
Claire vraagt zich af waarom ze wordt vergeleken met een generaal uit de achttiende eeuw, een man nota bene, in een tijd waarin vrouwen nog niet eens mochten stemmen.
‘Vertel nou maar waar die klachten over gaan,’ zegt ze, terwijl ze haar benen over elkaar slaat.
Vanaf de vloer kon ze zien dat hij recht in haar decolleté kon kijken
Vijfentwintig jaar geleden begon ze bij de salesafdeling van een commerciële televisiezender. Ze ziet zichzelf nog staan in de weerspiegeling van de hal, in een gestreken blouse en met geföhnd haar. Gespannen, ijverig, leergierig. Het kostte haar een maand om erachter te komen dat je bij het koffiezetapparaat over je collega’s mocht roddelen. Dat je iemand anders de schuld mocht geven als een project mislukt was. Dat haar manager vlak voor een deadline weleens een voorwerp door de lucht smeet. Een pen die tegen haar hoofd ketste, een map die naast haar bureau op de grond klapte.
Nu bladert Samira door een blauwe map, alsof ze hoopt daarin alle antwoorden te vinden. Waarschijnlijk heeft ze alle nare roddels over Claire erin opgeschreven.
‘Je schreeuwt tegen je team,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Je zet mensen onder druk, manipuleert ze emotioneel. Laat ze ’s avonds overwerken.’
Er valt een ijzingwekkende stilte. Dezelfde stilte als toen Claires oude manager eiste dat ze voor hem op haar knieën zou gaan om haar excuses aan te bieden toen ze een project niet had afgekregen. En hoe ze in dat kalme ogenblik de vernedering accepteerde. Hoe ze was opgestaan van haar stoel en hoe ze voor hem geknield had. Vanaf de vloer kon ze zien dat hij recht in haar decolleté kon kijken. Diezelfde middag leerde ze geluidloos te huilen, en haar make-up bij te werken voor ze het toilet uit kwam. En later, veel later, te schreeuwen tijdens vergaderingen, op dezelfde manier als de mannen. Botte opmerkingen maken, met haar vuist op tafel slaan.
‘Ja,’ zegt Claire rustig. ‘Dat doe ik.’
Samira kijk haar ontzet aan. ‘We hanteren hier een veilige werksfeer,’ zegt ze.
Toen Claire bij de stichting kwam werken had ze verwacht dat ze met hetzelfde aanzien zou worden behandeld als in haar vorige banen. Maar al tijdens de eerste vergadering merkte ze dat het er hier anders aan toeging. Nog nooit had ze zoveel jonge mensen in een team bij elkaar gezien. Onder wie een jongen die make-up en parelkettingen droeg, en een meisje met een palestinasjaal en haar dat er zo vettig uitzag dat ze zich afvroeg of het überhaupt gewassen werd. Claire wist niet waar al deze mensen vandaan kwamen, en wat ze bij haar op kantoor deden.
Ik heb meer ervaring dan jullie allemaal, en ik heb er twee keer zo hard voor moeten werken
Haar teamleden wilden dat er check-ins werden gedaan, waarbij werd stilgestaan bij emoties. Ze hadden het over een gezonde werk-privébalans en wilden niet dat Claire hen ’s avonds belde over een project. Ze hadden het over inclusie, over grenzen stellen. Ze vonden dat Claire zich beter moest inlezen in de onderwerpen waar ze als witte cisvrouw geen verstand van had. (Ze had het woord ‘cisvrouw’ thuis moeten opzoeken.) Alsof de kantoortuin in een gezellige peuterspeelzaal moest veranderen, met prenten aan de muur en een liedje om de dag mee te starten. Nog even en er zouden op elk bureau Prittstiften en doosjes glitter worden neergezet. Terwijl zij jarenlang door de modder en loopgraven had moeten ploegen, alles had moeten incasseren om de top te bereiken.
‘Als jullie nou eens naar me luisteren,’ had Claire op een ochtend tegen haar team gezegd. ‘Ik heb meer ervaring dan jullie allemaal, en ik heb er twee keer zo hard voor moeten werken.’ Ze had haar team iets willen bijbrengen, haar kant van het verhaal willen laten zien. Hoorde dat niet ook bij de check-ins die haar team zo graag wilde? Misschien dat haar stem iets luider had geklonken dan gewoonlijk, en misschien dat ze er een tikkeltje boos bij had gekeken. Aan de andere kant had ze geen voorwerp door de kamer gesmeten. En toch was Zora twee minuten later huilend weggelopen.
Claire had met veel tegenzin haar excuses aangeboden. Ze had Zora zelfs op een dure cappuccino met havermelk getrakteerd, iets wat een manager in al die jaren dat ze werkte nog nooit voor haar gedaan had. En Zora had gezegd dat ze Claires excuses accepteerde. Maar uit haar blik maakte Claire op dat het niet goed was, dat Zora haar verafschuwde. Alleen maar omdat Claire haar leidinggevende was en wilde dat Zora haar werk deed.
‘Wat heb je daarop te zeggen?’ Samira tikt met haar hand op de opengeslagen map, alsof ze een ongeduldige docent is die het juiste antwoord maar niet van haar leerling krijgt.
Claire staart naar het grijze tapijt op de vloer. Ze vraagt zich af wanneer de spelregels zijn veranderd, en waarom niemand haar hierover apart heeft genomen, het haar heeft ingefluisterd. En het duizelt haar dat Duncan ze blijkbaar wel kent. Duncan, de man van wie alles afglijdt.
‘Claire, kun je misschien antwoord geven op onze vragen?’ vraagt Duncan, en achter zijn ontspannen houding ziet ze de berekenende blik in zijn ogen. De blik waarmee hij haar soms vroeg of ze in het weekend wil overwerken. En hoe zij dat altijd had gedaan, zonder te klagen.
‘Ik heb alles goed gedaan,’ zegt Claire.
Emma Stomp (zij/haar) is schrijver, communicatiemedewerker en cultuursocioloog. Haar gedichten, verhalen en essays verschenen onder andere in Trouw, de VPRO Gids en de Optimist. Ze stond twee keer in de finale van Write Now! en won CJP’s Grote Schrijfwedstrijd. Ze houdt van de zee, heeft een stiekeme voorliefde voor astrologie en drinkt meer koffie dan goed voor haar is.
Gemma Pauwels is freelance illustrator en woont in Amsterdam.


















