Asset 14

Kamer aan zee

Kamer aan zee

Het hotel ligt in de heuvels, voorbij Robin Hood’s Bay waar je vliegers en ansichtkaarten koopt en de bezoekers verse vis eten. Dit is de plek voor liefhebbers: de mensen die de moeite nemen om de alternatieve websites te bekijken en zich niet blindstaren op Google recensies en Booking.com.
James staat achter de receptiebalie en beantwoordt een mail waarin iemand vraagt of huisdieren ook welkom zijn. Een vrouw met een lange, beige trenchcoat en een grote zonnebril komt binnenlopen. Ze zou begin dertig kunnen zijn, maar ook eind veertig.
‘Hoe kan ik u helpen?’ vraagt James.
Voor zijn tijd bij het hotel liep hij nog wel eens met gebogen schouders, maar dat heeft hij inmiddels afgeleerd.
‘Hebben jullie nog beschikbare kamers?’ vraagt de vrouw.
‘Die hebben we zeker,’ antwoordt James. ‘Zou u een nacht willen blijven, of langer?’
‘Langer, als dat kan.’
‘Uiteraard, anders zou ik het niet voorstellen.’
Hij grijnst naar haar, als teken dat het als grapje bedoeld is. De mondhoeken van de vrouw gaan een stukje omhoog. Ze lijkt iemand die niet vaak wordt tegengesproken.
‘Ik heb nog een kamer met uitzicht op zee, die beschikbaar is tot woensdag voor 150 euro per nacht.’
Hij draait het computerscherm zodat ze mee kan kijken naar de foto’s. Het is een van de meest gewilde kamers die ze hebben en een wonder dat hij überhaupt nog vrij is. Iets met twee mensen die een voedselvergiftiging kregen en halsoverkop naar huis moesten.
‘Prima, ik neem hem.’ Ze geeft hem haar creditcard. ‘Dankjewel voor je hulp, schat.’
Het getik van haar hakken weerkaatst door de ruimte als ze naar de lift loopt.

Ze lijkt iemand die niet vaak wordt tegengesproken.

Het is het einde van het hoogseizoen, wat betekent dat James nu al bijna twee jaar voor het hotel werkt. Als hij te lang bij dit gegeven stilstaat wordt hij somber. Net zoals wanneer hij een oud-klasgenoot tegenkomt in de supermarkt die een weekend naar het ouderlijk huis is gekomen om te blokken voor zijn tentamens.
Het is niet dat hij het niet geprobeerd heeft: het studentenleven. Zijn cijfers waren altijd goed, dus waarom zou hij niet naar de universiteit gaan? Hij had zich ingeschreven voor een studie rechten en een kleine kamer gevonden bij een hospita midden in de stad. Hij was braaf naar college gegaan en dronk in de avonden bier met zijn medestudenten: jongens uit gegoede kringen die overal wel iets van vonden.
Maar toen kreeg hij opeens een drukkend gevoel op zijn borst. Hij durfde niet meer de lift in te stappen en kleine ruimtes in het algemeen, te dicht langs grote ramen te lopen. Volgens de dokter was hij overspannen. Niemand begreep hoe dat kon, want hij studeerde toch pas een paar maanden? Er zat niets anders op dan zijn studie te onderbreken en terug te keren naar zijn ouders. Het vakantiebaantje in het hotel kwam als geroepen: de lange dagen en het doorzakken met collega’s waren precies het soort afleiding dat hij nodig had.

De volgende dag heeft James bardienst. Melissa staat naast hem glazen te spoelen, Lucy vult de koelkastjes bij met flesjes frisdrank. Op de achtergrond klinkt onuitgesproken jazzmuziek. Rond een uur of tien komt de vrouw de bar binnengelopen, dit keer draagt ze een zwarte, nauwsluitende jurk. Ze gaat direct aan de bar zitten en maakt oogcontact met James.
‘Jij bent wel van alle markten thuis, of niet?’
Haar ogen zijn lichter dan hij ze zich kon herinneren van hun eerste ontmoeting, groen bijna.
‘We hebben hier meestal wisselende shifts,’ zegt James. ‘Zo is iedereen in het hotel goed op elkaar ingespeeld.’
Ze knikt bijna onmerkbaar.
‘Zou u misschien iets te drinken willen?’
‘Noem me maar gewoon Vera, wat is jouw naam eigenlijk?’
‘James.’
‘Ik had al zoiets verwacht,’ zegt ze. ‘Iets klassieks. Al had ik zelf ingezet op George. Zou je misschien een Negroni voor me kunnen maken, James?’
Het is niet de eerste keer dat een hotelgast avances maakt. In alle jaren die hij hier werkt zijn er genoeg mensen geweest die iets van hem wilden, zowel mannen als vrouwen. Zijn collega’s zeggen dat het door zijn knappe verschijning komt, maar buiten zijn werk om krijgt James doorgaans een stuk minder aandacht. Meestal laat hij het een beetje over zich heen komen, maar met de plotselinge aandacht van Vera weet hij zich geen raad. Haar manier van flirten is directer, uitdagender. Het voelt als een trucje, maar toch ook weer niet. Ze ziet er slim uit, misschien geeft ze wel les op de universiteit. Waarom zou ze in hem geïnteresseerd zijn?
Hij veegt een doekje over de bar heen en reikt Vera de Negroni aan. Cocktails maken is één van zijn specialiteiten. Toen er een paar maanden geleden een wedstrijd werd georganiseerd voor alle hotelmedewerkers, won hij met verve. Hij ziet Vera bewonderend naar het glas kijken, ze neemt een slokje.
‘Precies zoals hij hoort te zijn,’ zegt ze. ‘Sterk en bitter.’

‘Precies zoals hij hoort te zijn,’ zegt ze. ‘Sterk en bitter.’

Een paar dagen later loopt James over het strand. De avond ervoor heeft hij tot laat in de kroeg gezeten met Rick en Levi. Het zonlicht en de frisse zeelucht doen hem goed, al was hij even vergeten hoe druk het in het weekend op het strand kan zijn. Groepen vriendinnen lopen druk pratend voorbij met koffiebekers in hun handen, mensen laten hun honden uit die dankbaar richting de branding rennen, en kinderen verzamelen schelpen die ze vervolgens trots aan hun ouders laten zien.
Als James zich omdraait om weer richting de strandopgang te lopen ziet hij Vera dichterbij komen. Een paar tellen later zwaait ze enthousiast naar hem. Er gaat een klein schokje door hem heen. Omdat hij haar na hun ontmoeting bij de bar niet meer had gezien, had hij stiekem in het reserveringssysteem opgezocht of ze al was uitgecheckt, wat niet zo bleek te zijn. Daarna voelde hij een constante spanning in zijn lichaam.
‘Ik vroeg me al af of je vrij was vandaag.’ Ze maakt een meer ontspannen indruk dan de laatste keer dat hij haar zag.
‘Ja, gelukkig heb ik wel af en toe weekend,’ zegt James. ‘Bevalt het je een beetje hier?’
‘Meer dan een beetje. Het is hier zo stil 's nachts, ik heb in geen jaren zo lekker geslapen.’
‘Ja, dat hoor ik wel vaker.’
‘Ah, sorry voor mijn niet zo originele antwoord.’
Ze diept een pakje sigaretten op uit haar jaszak. ‘Heb je zin in een peuk toevallig?’ vraagt ze.
‘Ach ja, waarom ook niet.’
Eigenlijk is hij gestopt met roken, maar het is fijn om wat te doen te hebben. Ze steekt een sigaret op en geeft hem dan aan James. Het heeft iets intiems dat zij de sigaret eerst tussen haar lippen heeft gehad.
‘Ben je hier op vakantie? Of voor werk?’ vraagt James.
‘Werk. Ik ben bezig met een filmscript, maar in de stad kreeg ik geen nieuwe inspiratie. Bovendien speelt de film zich grotendeels af aan zee, dus het voelde logisch om er hier verder aan te werken.’
Ze steekt nu ook een sigaret voor zichzelf op en neemt een diepe hijs.
‘Waar gaat de film over?’ vraagt James. Hij probeert zijn stem zo vlak mogelijk te laten klinken, alsof hij elke dag over scripts praat met scenarioschrijvers.
‘Over een conservatief vissersdorpje in de jaren vijftig. Op een stormachtige nacht spoelt er een schip aan. De hele bemanning is verdronken, op de kapitein na. Het dorp besluit hem op te nemen in de gemeenschap, maar dat blijkt al snel niet goed te gaan.’ Ze neemt nog een trekje van haar sigaret.
‘Dat klinkt als een film die ik wel zou willen zien.’
‘Eerst nog maar zien of ik genoeg geldschieters kan vinden.’ Ze maakt een schamper lachje. ‘Jij hebt zeker ook geen rijk familielid dat me zou willen financieren, of wel?’
‘Ik vrees van niet,’ zegt James. Hij stopt zijn handen in zijn zakken en schopt tegen een leeg blikje bier om zichzelf een houding te geven.
‘Werk jij eigenlijk fulltime in het hotel? Of studeer je hiernaast nog?’
James neemt een diepe hijs van zijn sigaret. ‘Nee, ik werk er fulltime.’
Vera kijkt hem onderzoekend aan, haar groene ogen lijken recht door hem heen te boren.
‘Waarom studeer je niet?’
‘Nou, ik heb wel eventjes rechten gestudeerd, maar dat ging niet zo goed. Dus toen ben ik weer terugverhuisd naar dit dorp.’
‘En vond je het leuk? Rechten studeren?’
James staart naar de golven die tegen het strand aan beuken. In de verte rent een jongetje heen en weer met een vlieger.
‘Nee,’ zegt hij tot zijn eigen verbazing. ‘Wauw, nee ik vond het echt verschrikkelijk saai. Niemand heeft me dat überhaupt ooit gevraagd. Het ging er eigenlijk alleen om dat ik een universitaire studie deed. En hoe teleurgesteld iedereen was toen het me niet lukte.’
Hij begint te lachen en Vera lacht hem mee, waarschijnlijk aangestoken door zijn opluchting en enthousiasme.
‘En het werk in het hotel? Vind je dat leuk?’ vraagt ze.
‘Nou, ik doe het al bijna twee jaar, dus ik vind het in ieder geval leuk genoeg. Het betaalt goed en het is bijna nooit saai.’
Vera dooft haar sigaret uit en stopt de peuk dan in een klein plastic zakje dat ze meeheeft.
‘Dat is mooi dan, dat je het werk wel leuk vindt. Wil je dit blijven doen?’
James dooft zijn sigaret en geeft de peuk aan haar. Hun vingertoppen raken elkaar eventjes en er gaat een klein schokje door hem heen.
‘Geen idee, ik heb er nooit zo over nagedacht. Ik zou best een creatiever beroep willen, ooit. Schilderen, tekenen… Maar daar kan je geen geld mee verdienen natuurlijk.’
‘Dat zei iedereen ook tegen mij toen ik me aanmeldde voor de kunstacademie.’
Ze kijkt hem uitdagend aan, alsof ze hem ter plekke uitnodigt om zich ook aan te melden.
‘Ach ja, ik weet het niet. Waarschijnlijk is het toch niks voor mij,’ zegt James.
Het blijft even stil en ze kijken naar de golven van de zee. Aan het topje van de horizon vaart een vrachtschip voorbij.

Het heeft iets intiems dat zij de sigaret eerst tussen haar lippen heeft gehad.

Woensdagochtend is James servetten aan het vouwen in het restaurantgedeelte als Melissa binnen komt lopen.
‘Iemand bij de receptie vraagt naar je,’ zegt ze met een brede grijns op haar gezicht. James geeft haar een knikje en probeert zijn gezicht in de plooi te houden als hij het servet waar hij mee bezig was terug op tafel legt.
‘Hoezo?’
‘Geen idee, ze zei er verder niets bij. Het was die vrouw uit de bar, die laatst zo naar je aan het staren was.’
‘O, nu weet ik het weer,’ zegt hij zo neutraal mogelijk.
Melissa kijkt hem onderzoekend aan. ‘Ik weet niet hoe je het doet, maar je windt ze allemaal om je vinger.’
James loopt achter haar aan naar de receptie en daar staat inderdaad Vera op hem te wachten. Ze heeft haar koffers bij zich en typt iets op haar telefoon, totdat ze hem ziet binnenlopen. Het voelt anders dan die keer toen hij haar op het strand zag.
‘Kan ik u ergens meehelpen?’ vraagt hij.
Het is onmogelijk om iets van haar gezicht af te lezen.
‘Ik ben al uitgecheckt, maar ik vroeg me af of je mijn koffer misschien naar de auto kan tillen,’ zegt Vera. ‘Hij is vrij zwaar namelijk.’
Melissa, Vera en hij kijken alle drie naar haar koffers. Hij kan nu al zien dat ze absoluut niet zwaar zijn, maar hij knikt en zegt: ‘Uiteraard, ik zal even met u meelopen.’
Hij doet zijn best om niet naar Melissa te kijken, want hij weet nu al dat ze staat te genieten van het tafereel dat zich voor haar neus afspeelt. Hier gaat hij nog minstens een maand mee gepest worden. Hij tilt de koffers op en loopt achter Vera aan naar buiten, de parkeerplaats op.

Nog voordat ze bij haar auto zijn draait Vera zich plotseling naar hem om. Het gaat zo snel dat hij zich nog dagen later afvraagt of het nou echt gebeurd is of niet. Haar gezicht dat opeens dichterbij komt, haar handen die ze om zijn gezicht heen legt, alsof het een kostbaar object is. Hoe ze hem heel zachtjes kust en zich daarna snel weer terugtrekt, alsof er niets is gebeurd.
‘Wauw, dat was eh..’ begint James, totdat hij haar gezichtsuitdrukking ziet: koud, onbenaderbaar, zoals de gemiddelde hotelgast. Heeft hij iets fout gedaan? Maar wat dan? Zij was diegene die het initiatief nam.
‘Je kan de koffers hier laten staan hoor,’ ze kijkt hem amper aan. ‘Mijn auto staat een paar meter verderop.’
Hij doet wat hem gevraagd wordt en loopt dan zonder iets te zeggen terug naar het hotel.

‘Ik weet niet hoe je het doet, maar je windt ze allemaal om je vinger.’

Als James die avond in bed ligt typt hij haar naam in op Google. Hij verwacht op lovende recensies te stuiten, een flitsend Instagram profiel met rode lopers en galajurken misschien. Niets van dit alles. Als hij op de vierde pagina komt vraagt hij zich af of ze bij het inchecken een schuilnaam heeft gebruikt, zodat ze niet herkend zou worden.
En dan, een wazige profielfoto op Facebook. Dat moet haar zijn. Hij klikt door en ziet een paar recent geüploade vakantiefoto’s. Poserend voor een berglandschap, een man van middelbare leeftijd heeft zijn arm om haar heen geslagen. Voor haar staan twee kinderen die breed lachend in de les kijken. Ze ziet er doorsnee uit. Doorsnee en gelukkig.
Hij legt zijn telefoon op het nachtkastje en doet het licht uit. Morgen heeft hij weer de ochtenddienst.

Mail

Emma Stomp (1994) schrijft over alles wat haar fascineert: van vreemde Mexicaanse gezegdes tot aan de mooiste uren in je lichaam. Eerder studeerde ze sociologie aan de UvA, waar ze nu werkt als communicatiemedewerker. Ze is dol op Wes Anderson films en vintagekleding en heeft minstens zo’n grote koffieverslaving als Lorelai Gilmore.

Rayn (die/diens, 1998) studeert Fine Art en is in 2021 afgestudeerd als illustrator aan de HKU. Die maakt tekeningen, schilderingen en ruimtelijk werk. Rayn onderzoekt in diens werk eigen conflicterende gevoelens, maar ook de relatie tussen onszelf en onze leefomgeving. Tactiliteit en het laten spreken van het materiaal is een belangrijk beeldelement.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Roku City/heterotopie/spiegels

Roku City / heterotopie / spiegels

Mel Kikkert schreef een multimedia verhaal over Roku een streamingdienst die in de VS ontstaan is. In 2017 bracht Roku een screen saver uit, die je zag als je niets aan het kijken was op hun service. Lees meer

De sofaconstante

De sofaconstante

Uschi Cop schreef een claustrofobische verhalenbundel over zes levens die getekend zijn door een verlangen naar zingeving. De sofaconstante is een voorpublicatie van een van die verhalen uit haar bundel 'Zwaktebod'. Lees meer

Voesten

Voesten

"Misschien is dat man zijn hier: hetzelfde bewegen als de anderen." Voesten van Werner de Valk is een kort verhaal over een eiland met een duistere traditie en over het moeten bewijzen van mannelijkheid. Lees meer

Muze

Muze

Loren Snel schreef een roman over hoe samen te zijn met een ander en intussen trouw te blijven aan jezelf. Haar debuut verschijnt 25 oktober bij uitgeverij Prometheus. Hier lees je een voorpublicatie. Lees meer

Jari

Jari

Dave Boomkens schreef een verhaal over troosteloosheid, onmacht en opgroeien. Over hoe je in een treurig flatgebouw, tussen de nieuwsprogrammering en sportwedstrijden door, een vriend kunt vinden en verliezen. Lees meer

Geef de dag een naam

Geef de dag een naam

Op een hete zomerdag wordt Felipe zwetend wakker. Deze dag, die heet en broeierig is, brengt hem uit evenwicht, tot hij uiteindelijk doet wat hij gezworen had nooit te doen: hij begint te drinken. Een fragment uit de afstudeernovelle van Tiemen Hageman over het verleden proberen los te laten, het leven ruimte geven en adolescent worden. Lees meer

Tussen de randen van een aquarium

Tussen de randen van een aquarium

Wie ben je als je alles kunt zijn? In het fragmentarische afstudeerwerk van Ettie Edens veranderen mensen onder andere in een hoopje, een steen, een natuurkundedocent, water, iemand die limonade drinkt en een lantaarnpaal. Lees meer

Mycelium

Mycelium

Wat als schimmelsporen zich met iedere adem dieper in je longen graven? Met ‘Mycelium’ won Olga Ponjee de juryprijs van Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

Bösendorfer 1

Bösendorfer

Bij Snelders blinkt de piano van het poetsen en de handen van de vijftigjarige eigenaar zijn door ouderdom stram geworden. Wat gebeurt er als een twintiger op bezoek komt om de Bösendorfer te bezichtigen? Met ‘Bösendorfer’ won Nick De Weerdt Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

In mijn droom besta ik uit pixels

In mijn droom besta ik uit pixels

Terra van Dorst keek maandenlang naar livestreams van pleinen en stranden. Dit vertaalde ze naar gedichten over een straat waarin ze haar ouders vindt, een man die haar een sjaal wil verkopen waar je in kan wonen en de zee. Het resultaat is de bundel 'in mijn droom besta ik uit pixels' waarmee ze deze zomer afstudeerde bij de opleiding Creative Writing aan ArtEZ. Lees meer

Pulpa

Pulpa

Ileen Rook schreef een afstudeernovelle over autoriteit, de supermarkt en een teveel aan tanden. Wie is Aline, waar komen al die tanden vandaan en hoe kan ze grip krijgen op een realiteit die steeds verder van haar verwijderd raakt? Lees meer

:Voorpublicatie Magazine Aaah: Mijn vader de eendenmosseljager

🎧 Mijn vader de eendenmosseljager

‘Dat zijn de zenuwen, die horen erbij. Een goede percebeiro is altijd bang.’ Een voorpublicatie uit Aaah!, het nieuwe magazine van Hard//hoofd. Lees meer

Notes on Ken

Notes on Ken

‘Camp is de organisator van het feestje, en strooit nog wat extra glitter over je heen wanneer je arriveert.’ In Notes on Ken analyseert Caecilia Rasch Earring Magic Ken, neonkleurige beenwarmers, Barbiecore fitc checks en de kenmerkende campy esthetiek. Lees meer

Ik kan u nergens vinden

Ik kan u nergens vinden

In dit verhaal van Werner de Valk, praten twee huisgenoten onder het genot van een glas wijn over het bestaan van God. Nooit een goed idee als je je ergert aan elkaar. Lees meer

Biecht

Biecht

‘Ik ben buschauffeur en ik rijd altijd expres de halte een paar meter voorbij zodat alle wachtende mensen een drafje moeten inzetten om de bus toch te halen.’ Een verhaal van Hanne Craye dat je leidt langs zonden, intieme geheimen en de juridische voorwaarden van een biecht. Lees meer

Een bui

Een bui

In dit verhaal neemt Tessel Veneboer je mee naar hartje Parijs. Een jonge vrouw en een oudere man treffen elkaar. Terwijl ze praten over films, de wijn en ‘de meertaligheid van zijn twee dochters’, verschuift haar blik op de stad om haar heen en op zichzelf. Lees meer

Nooit meer vliegen

Nooit meer vliegen

‘Het is een gedoe om je van de dode vogels te ontdoen. Je weet ook niet goed hoe dat moet, lichamen bergen.’ In dit verhaal van Esther de Soomer vliegen de vogels moedwillig tegen je raam, scroll je door artikelen over te vroeg bottende bomen en komt je buurvrouw langs met haar kat die gek wordt van je roofvogelgeluiden. Lees meer

:‘Een zeer stellige manier van tegenspreken’ : Een interview met Ester Naomi Perquin

‘Een zeer stellige manier van tegenspreken’: Een interview met Ester Naomi Perquin

‘Er is een reden waarom de meeste dichters niet kunnen autorijden.’ Julia de Dreu interviewde Ester Naomi Perquin over haar nieuwste bundel, geloven, chagrijnige kippen en porseleinkastjes. Lees meer

:Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 2) 5

Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 2)

Deel twee van de samenwerking tussen Poetry International en Willem de Kooning Academy. Achttien studenten lieten zich inspireren door het werk van de dichters van het 53ste Poetry International Festival. Alle illustraties zijn gedurende het festival te zien in een expositie in LantarenVenster en op de route tussen de festivallocaties op Katendrecht. Lees meer

Eén tarotlezing verwijderd van

Eén tarotlezing verwijderd van

‘Mijn navel is een portaal / Ik smeer hem in / met etherische oliën / in de hoop dat het ruimte creëert / om mijzelf in te kunnen verbergen.’ Sander Ausems schreef een gedichtenreeks over het verlangen om grip te houden op een steeds sneller veranderende wereld. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier! 

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €2,50 per maand en ontvang in maart je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer