De liefde is een onuitputtelijke bron van inspiratie. In films, boeken en muziek blijven mensen proberen haar te vangen, en al die creatieve expressie wordt gretig geconsumeerd – ook door Nouhaila el Khannoussi, die ondanks haar fascinatie voor fictieve liefdes zelf nog nooit verliefd is geweest. In dit persoonlijke essay vraagt ze zich af wat verliefdheid eigenlijk is.
Wat betekent het om verliefd te zijn? Ik weet wat anderen ook weten: een plotseling gebrek aan eetlust, trillende knieën, een ademhaling die versnelt, een hart dat tekeergaat. Maar terwijl de rest van de wereld in een eindeloze cyclus van verliefdheid en liefdesverdriet lijkt te zitten, sta ik stil.
Ik ben namelijk nog nooit verliefd geweest, en ja: dat weet ik zeker.
Na elke gekeken film en elk gelezen boek lijk ik de zoetigheid van verliefd zijn te kunnen proeven. Ik licht op, glunder zelfs, hoopvol en levendig. Mijn handen beginnen als vanzelf naar de ander te zoeken, totdat ik me realiseer dat er nog nooit een ander is geweest – en dat die zoetigheid voor mij smaakloos is.
De sensatie van verliefd zijn of de mogelijke consequentie ervan – liefdesverdriet – is mij namelijk nog nooit, in die grootsheid, overkomen. En omdat het mij nooit in die grootsheid is overkomen, verslind ik andermans fictieve verliefdheden om te begrijpen wat ik misloop, alsof ik via andermans beschrijvingen kan voelen wat ik zelf nog niet heb gevoeld.
Woorden als ’hartstocht’ en ’verlangen’ doen mijn oren spitsen en mijn ogen groter worden. Zoals toen ik het verhaal hoorde over Qays en Layla, verteld door mijn moeder, zoals haar moeder het ooit aan haar vertelde, een verhaal dat al eeuwen door mensen wordt doorgegeven. Qays was zo verliefd op Layla dat hij in vele vormen, van dichtkunst tot zang, zijn liefde probeerde te verklaren, in de hoop dat hij en Layla ooit samen konden zijn. Toen dit niet mogelijk was, bleef hij dichten over zijn liefde en zwierf hij door de woestijn. Hij werd Majnun genoemd, wat Arabisch is voor ‘de gek’.
Jij bent het, en ik blijf – ook als het mij kapotmaakt
Ik vraag me af waarom dit verhaal mij zo aanspreekt, iemand die nog nooit verliefd is geweest. Misschien is dat juist de reden. Het verlangen van Qays is zo duidelijk en onvoorwaardelijk. Qays laat zich niet tegenhouden door wat ‘verstandig’ is. Hij kiest, en hij houdt vast aan zijn keuze. Niet zomaar voor de liefde, maar voor dít meisje. Voor Layla.
In een tijd waarin mensen door een overdaad aan datingsites en -apps geen gebrek hebben aan keuzes, en waarin relaties lang vrijblijvend kunnen zijn, vind ik het groots als iemand durft te zeggen: jij bent het, en ik blijf – ook als het mij kapotmaakt. Die overgave. Dat gekozen worden – en dan ook écht gekozen worden, zonder mitsen en maren.
Geen liefde op het eerste gezicht
Online kom ik talloze verhalen tegen van mensen die zich in vergelijkbare situaties bevinden als ik: ‘27 en nog nooit verliefd geweest’, ‘32 en nog nooit verliefd geweest’. Toen ik op mijn negentiende dit soort verhalen las, kon ik opgelucht ademhalen. Vreemd was ik nog niet. Natuurlijk zou het mij lukken om verliefd te worden vóór mijn zevenentwintigste, waarschijnlijk zelfs voor mijn twintigste.
Alleen ben ik nu vijfentwintig, de leeftijd waarop ik dacht dat ik de liefde allang zou hebben meegemaakt. En hoe ouder ik word, hoe meer de vraag begint te knagen:
Waarom bén ik nog nooit verliefd geweest?
Voor hen een onbereikbare liefde, voor mij een onbereikbaar gevoel
Er is één groot verschil tussen mij en veel van mijn internet-metgezellen: ik heb wel ‘relaties’ gehad. Geen lange, diepgaande verbintenissen – ik weet ook niet zeker of ze wel écht relaties waren – maar er waren situaties, periodes, mensen.
Datingapps hou ik meestal niet langer dan 24 uur vol. Het eindeloze swipen voelt geestdodend. Het komt waarschijnlijk door alle romcoms en liefdesgedichten dat ik geloof dat liefde iets is wat je tegen het lijf loopt. In de supermarkt. Op straat. Tijdens een avond uit. Zo ontstaan ook de meeste van mijn connecties. Niet via profielen, maar via momenten, meet cutes, zoals dat heet in filmjargon. Maar in een meet cute is het vaak al liefde op het eerste gezicht. Bij mij slechts initiële aantrekkingskracht.
Als ik nu terugkijk, zie ik hoe vaak mijn keuzes werden bepaald door hoe iemand overkwam en hoe we er samen uitzagen. Ik ging voor het coole vriendje, de nonchalante jongen, de charmante bink. Maar kan ik daar wel verliefd op worden?

Dat ik nog nooit verliefd ben geweest, vertel ik aan mijn dates. Niet meteen, maar het komt vaak op een onverwacht moment ter sprake. ‘Ik ben eigenlijk nog nooit verliefd geweest,’ zeg ik nonchalant, van binnen bonkt het. Hij schrikt. Ik zie het in zijn blik, de manier waarop zijn rug net iets rechter wordt. Hij denkt vast: iedereen is toch wel een keer verliefd geweest? Waarom jij niet?
De verwarring verandert vaak snel in een afweging. Wordt hij de uitzondering? Degene op wie ik wél verliefd ga worden? Of is hij veilig? No strings attached. Ik zie dat hele proces zich in zijn gezicht voltrekken terwijl we zwijgen. En ik? Ik stel mezelf dezelfde vraag. Wordt het met hem anders?
Als hij praat wil ik zijn woorden vasthouden
De waarheid is dat ik verlang naar nabijheid, naar liefde. Als hij lacht, leun ik naar hem toe. Als hij praat wil ik zijn woorden vasthouden. Tot hij iets zegt wat te dichtbij komt. Hij barst uit in enthousiasme en kijkt ineens zo lief naar me dat ik niet meer weet wat te zeggen. Mijn keel trekt samen, mijn schouders worden stijf. Hij zegt iets aardigs, maar ik hoor het nauwelijks nog en denk alleen: ga weg, nu, voor het te echt wordt.
Liefde als script
Mijn vrienden begrijpen mij niet. Ieder van hen is wel een keer verliefd geweest. Zij vonden hun eerste liefdes al op de middelbare school, of op zijn minst nog tijdens het begin van hun twintiger jaren. En hoewel het niet altijd wederzijds was, neemt dat niet weg dat ze heel verliefd waren. Voor hen een onbereikbare liefde, voor mij een onbereikbaar gevoel.
Ik verlang naar die intensiteit.
Elke nieuwe relatie begin ik vol passie. Ik wil al mijn tijd met hem doorbrengen. Ik smelt bij elk bericht, zelfs als mijn telefoon oplicht en er alleen staat: ‘ben je er al?’ Ik test hoe ver hij voor me zal gaan: nog een kroeg, nog een activiteit, nog een nacht. Ik leef op in dat begin. De woorden ‘hij is het’ of ‘ik vind hem zó leuk, ik ben een beetje verliefd’ verlaten mijn mond razendsnel. En misschien voel ik het – voor een seconde.
Maar dan begint het: het malen.
Bij elke relatie voelde ik het einde al aankomen
Ik bedenk waarom het niet werkt: waarom het niet het juiste moment is, waarom ik eigenlijk liever bij mijn vrienden ben, of waarom ik genoeg heb aan mezelf. Ik denk: hij vindt mij te leuk, dit klopt te goed, er moet iets mis zijn. Of: als ik nu al twijfel, dan zegt dat toch genoeg? Ik reageer trager op berichten, heb minder tijd, verzin excuses. Samen slapen wordt lastig omdat mijn huisgenoot tentamens heeft. We zijn nog maar net samen dus hij zegt er niets van.
Bij elke relatie voelde ik het einde al aankomen. Een verrassing was het nooit – ik had er vaak zelf de grootste hand in. En hoewel ik iets anders voorhield – aan mijn partner én aan mezelf – voelde ik opluchting zodra de ander vertrok.
In romcoms en romantische boeken is liefde groot, meeslepend en heeft het altijd een zekere flair. Zelfs als het ingewikkeld is, zelfs als het pijn doet – het is nooit saai, nooit middelmatig. Waarschijnlijk heeft mijn obsessie met dit soort verhalen, of het feit dat Sex and the City al sinds mijn twaalfde mijn lievelingsserie is, me een vertekend beeld gegeven van verliefdheid. Want in veel romantische fictie is liefde niet iets dat langzaam groeit of zich onhandig ontvouwt. Het is een blik, een aanraking, een ontmoeting die het hele leven op z’n kop zet.
Volgens socioloog en filosoof Jean Baudrillard, in Simulacres et simulation (1981), is liefde niet langer een oprechte, authentieke ervaring, maar een simulatie. Het is iets dat ooit misschien echt was, maar dat inmiddels volledig vervangen is door culturele reproducties: films, boeken, en de verhalen die we onszelf vertellen. Wat we ervaren als liefde is een echo, een herhaling van wat we hebben gezien – een script van gebaren en woorden dat we blindelings volgen.
In veel romantische fictie is liefde niet iets dat langzaam groeit of zich onhandig ontvouwt
En hoewel zijn redenering de magie van liefde volledig ontmantelt, snap ik wat Baudrillard probeert te zeggen. De explosies van passie die we vaak terugzien op onze schermen, die oncontroleerbare gevoelens, hebben er vaak voor gezorgd dat ik grote intensiteit in de liefde heb gezocht. Ik zoek dezelfde patronen die ik zie, lees en hoor, terug in mijn eigen relaties. En wanneer ik die patronen niet vind, bedenk ik me al heel snel dat de liefde er niet kan zijn. Dat degene tegenover me niet mijn persoon kán zijn.
Liefde als dagelijkse praktijk
Baudrillards theorie rationaliseert mijn verlangen naar liefde, maar biedt me uiteindelijk geen echte houvast. Want ik wil niet alleen begrijpen waarom ik verlang. Ik wil het erváren. Ik wil dat het echt is. Dat het op een dag niet voelt als iets dat is afgeleid van fictie, maar als iets dat zich tussen twee mensen ontvouwt, onhandig misschien, maar tastbaar.
Misschien is dat ook waarom ik me toch blijf vastklampen aan de verhalen. Ze bieden me hoop, door me een kader te geven voor wat liefde betekent – zelfs als dat kader grotendeels een illusie is.
De schrijver en feministe bell hooks biedt een radicaal ander perspectief op liefde. Volgens hooks is liefde namelijk geen illusie, geen kunstmatig opgelegde emotie die we uit films en boeken hebben gekopieerd, maar een werkwoord. Het is iets wat we actief kiezen en doen – dag in, dag uit.
In All About Love (2000) schrijft ze dat liefde geen plotselinge blikseminslag of oncontroleerbare passie is, maar een bewuste daad van zorg, respect en betrokkenheid. Het gaat niet om het simpelweg ervaren van emoties die op ons afkomen, maar om het creëren van verbinding door toewijding en oprechte handelingen. In haar visie is liefde iets dat we actief cultiveren en onderhouden, geen vage fantasie die vanzelf komt opdagen – het is een keuze en vereist kwetsbaarheid.
Ik wil zoals hooks geloven dat liefde kan worden gevonden door de dagelijkse keuzes die we maken om onszelf kwetsbaar op te stellen, te investeren in andere mensen en samen te groeien. Heb ik mensen nog niet dichtbij genoeg laten komen? Moet ik net als Qays durven kiezen voor iemand?
Ik weet niet of hooks gelijk heeft, of Baudrillard, en of je over liefde wel gelijk kúnt hebben. Ik weet wel dat het vreemd voelt om iets te willen dat je nooit hebt gehad. Het is alsof ik een spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ aan het spelen ben met de wereld, en ik telkens degene ben met een bril van -3, kijkend naar wat voor anderen haarscherp is, maar voor mij – in elk geval voor nu – net buiten bereik blijft.


















