Asset 14

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren
In dit verhaal komen de onderwerpen zelfmoord en verslaving voor.

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’

Het is ten tijde van schrijven ongeveer vier maanden geleden dat mijn vader is gestorven. Een welbekend verhaal: in augustus kreeg hij te horen dat hij longkanker had, met uitzaaiingen, en in oktober was hij dood. Veel tijd om te wennen aan zijn ziekte kregen we dus niet.

Ik ben altijd bang geweest voor de dood. Die van mezelf, die van mijn geliefden, en bovenal: die van mijn ouders. Het idee dat ik mijn ouders zou kwijtraken zorgde er in mijn vroege tienerjaren voor dat ik zelfmoordbriefjes klaar had liggen voor het moment dat mijn ouders dood zouden gaan, en ik mezelf van kant zou moeten maken. Een excuusbrief aan de conducteur van de trein waar ik voor zou springen is de laatste brief die ik geschreven heb. Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest. Daarna ontdekte ik alcohol en ging het beter. Maar die angst? Die heeft me nooit verlaten. Dat wil zeggen; niet totdat mijn vader stierf.

Mijn vader stierf. De woorden wakkeren enige humor bij me aan. Niet omdat ik het nou bijzonder grappig vind dat mijn lieve vader dood is, maar omdat ik nooit had verwacht dat ik deze woorden zou kunnen schrijven. Dat is de invloed van angst. De woorden opschrijven zou zomaar eens kunnen betekenen dat ik magische krachten had die van geschreven taal werkelijkheid konden maken. De kracht van woorden, nietwaar?

Niet waar. Ik was simpelweg verlamd van angst.

De aanloop

De allereerste droom die ik me kan herinneren stamt uit de tijd nadat we Sarajevo al ontvlucht waren en in Nederland woonden. Ik was eindelijk herenigd met mijn vader en we woonden met zijn allen in de Betuwe. Ik moest een jaar of vijf zijn geweest. In de droom begeef ik me op een slagveld, een enorme dorre vlakte met overal dode lichamen om me heen. De bleke zanderige ondergrond kleurt rood van het verspilde bloed. De mensen vechten nog steeds. Rook stijgt op van geweren die op elkaar worden afgevuurd en ergens midden in die mist bevind ik mij, zittend op een rieten kist. Vanuit de kist wordt er met een vuist op de deksel geslagen. Ik probeer steviger te gaan zitten, me zwaarder te maken, zodat de kist niet open kan vliegen. Er wordt gebonkt, mijn naam geroepen. Het is mijn vader. Maar ik laat hem er niet uit.

Dan word ik wakker. Het is de volgende ochtend en ik wil de droom aan mijn ouders vertellen. Welke dag het precies was weet ik niet meer, maar we zaten met z’n allen om de salontafel. Wellicht stond er een tekenfilm aan om mijn babybroertje te vermaken. ‘Wat heb je dan gedroomd, zonnetje?’ vraagt een van mijn ouders. ‘Iets raars,’ antwoord ik, maar dan stokt mijn stem. Ik durf het niet te zeggen. Schaamte vervult mij en tot op de dag van vandaag begrijp ik niet waarom. Uiteindelijk zeg ik dat het een rare voetbaldroom was. Ik speelde geen voetbal en volgens mij keken wij er als gezin ook nooit naar, dus of ze me geloofden weet ik niet. Maar daar is het bij gelaten.

In plaats van te rouwen om het vluchten, leerde ik simpelweg om angstig te zijn

Ik ben op mijn derde uit Bosnië en Herzegovina gevlucht, vlak nadat de oorlog daar was uitgebroken. Sarajevo werd belegerd en mijn vader vond dat mijn moeder en ik weg moesten. Naar zijn familie in Kroatië. Hij bleef, het zou immers toch niet zo lang duren en hij wilde zijn baan en ons huis behouden. Hij zette ons op de laatste trein die tot het einde van de oorlog de stad verliet, en vertelde mij jaren later dat dat een van de twee keren tijdens de oorlog is geweest dat hij moest huilen.

Als kind voelde ik me verlaten door hem, denk ik. Dat is een consequentie van kindvluchteling zijn, van een onstabiel leven leiden in de jaren dat je leven het meest stabiel zou moeten zijn. In mijn kindertijd kon ik het verlies van mijn vader niet verwerken, want ik kon het niet begrijpen. Ik was hem simpelweg verloren aan de oorlog. In een tijdperk voor mobiele telefonie was het enige teken van leven dat we eens in de zoveel maanden kregen een brief of een zeldzaam telefoontje. Dit betekende dat ik destijds een soort Schrödingers-vader had: tegelijk wel en niet in leven.

Rouw en haar contouren 3

Toen de doos eenmaal geopend werd – dat wil zeggen: toen we herenigd werden in het asielzoekerscentrum – was alles lastig. Het was moeilijk voor mijn ouders om me de juiste begeleiding te geven in deze situatie. Eigenlijk moest er blijdschap bestaan omdat we weer samen waren, omdat we veilig waren. Maar dat lukte niet. In het azc was er geen psychologische begeleiding en snel daarna moesten mijn ouders gaan integreren, de taal leren, werken. Een nieuw leven opbouwen. Ik neem ze dit niet kwalijk. Alles wat ik nu heb, heb ik aan hun strijdvaardigheid en doorzettingsvermogen te danken. Maar omdat ik geen adequate begeleiding kreeg, leerde ik niet omgaan met al het verlies dat ik in mijn jonge leven had meegemaakt. In plaats van te rouwen om het vluchten, om de afwezigheid van een vader, leerde ik simpelweg om angstig te zijn.

De confrontatie

Die angst uitte zich door de jaren heen in allerlei vormen. In verlatingsangst, maar ook in arbitraire paniekaanvallen, het uitvoeren van obsessieve handelingen, en later ook in het gebruik van zelfmedicatie door drank en drugs. Alles zodat ik maar niet onder ogen hoefde te komen hoeveel ik eigenlijk te rouwen had.

Het is gek om te omschrijven hoe het is om in constante angst te leven. Mensen geloven je snel niet, denken dat je overdrijft. Maar ik heb de afgelopen dertig jaar doorgebracht in een constante angst dat mijn ouders dood zouden gaan. Dit werd enkel onderbroken door een avond stevig te drinken, wat ik dan ook geregeld deed. De dood achtervolgde me op de hielen, zo voelde het. Het was maar een kwestie van tijd voor die me kwam confronteren.

Die tijd kwam in de zomer van 2024. Mijn ouders waren op vakantie in Sarajevo toen mijn moeder belde dat mijn vader opgenomen moest worden. Toen was het nog longontsteking, maar later in Nederland bleek het kanker. De dood kwam haar confrontatie met mij zoeken.

Als een dood niet betekenisvol kan zijn, dan moest ik het zelf maar betekenis geven

Door het nieuws belandde ik in een twee maanden durende paniekaanval. Ik was mezelf totaal verloren. Dit duurde totdat we definitief van het ziekenhuis te horen kregen dat het stadium 4 kanker was: uitgezaaid zonder kans op genezing. Tegen die tijd was mijn angst zo enorm dat ik er alleen aan kon ontsnappen door middel van alcohol. Maar als ik er wilde zijn voor ons gezin en voor mijn vader, dan had ik een radicalere uitweg nodig. De huisarts schreef me antidepressiva voor. Deze medicatie hield de meest actieve paniekaanvallen op afstand maar de houdgreep was nog niet los. Mijn obsessieve gedachten namen me over. Ik begon met verzamelen van alles wat met mijn vaders ziekte te maken had. Niet zodat hij niet dood zou gaan – zijn overlevingskansen waren maar 50% (‘Heel positief,’ zei mijn vader. We hadden een andere kijk op de wereld) – maar zodat ik zijn dood niet zou wegstoppen.

Als een dood niet betekenisvol kan zijn – wie gaat er nou dood aan z’n eerste chemo en niet aan de bombardementen, of het alcoholisme, of de hartziekte – dan moest ik het zelf maar betekenis geven. Dus ik verzamelde alle parkeerkaartjes van elk ziekenhuisbezoek, ik verzamelde recepten die mijn vader vaak kookte, ik verzamelde foto’s van blije momenten door al het verdriet heen en als laatste verzamelde ik een plukje haar van zijn sterfbed.

Rouw en haar contouren 2

Ik verzamelde zodat ik mijn rouw niet zou wegstoppen zoals ik dat jarenlang met de angst had gedaan, zodat ik mijn vader geen oneer zou aandoen door zijn dood mij te laten verstenen. Toen ik hem voor zijn chemo vertelde hoe bang ik altijd ben geweest voor zijn dood, zei hij dat dit trauma misschien met zijn dood zou worden weggenomen. Hij was een man vol hoop. We knuffelden en huilden samen.

De tussenstand

Maar ik versteen nog steeds. Deze week nog, vrij letterlijk. Het was de laatste week voor de deadline van dit essay en op de eerste dag dat ik deze tekst zou afmaken ging ik door mijn rug. Hard. Ik kon niet meer opstaan uit bed, laat staan lopen. Wekenlang heb ik dit stuk voor me uitgeschoven. Ik durfde er simpelweg niet aan te gaan zitten. Wat als de rouw me grijpt en niet meer loslaat? Wat als ik mijn vader dan ineens zo ontzettend hard ga missen dat ik zelf niet meer door kan?

Dan probeer ik toch aan mijn rouw te gaan frunniken. Er stukjes van af te trekken en te onderzoeken. Nieuwsgierig en totaal gebroken. Maar ook heel. Japanse reparatiekunst.
Ik lees wat dagboeknotities door, ik kijk naar de parkeerkaartjes. Mijn plukjes rouw.

Ik denk niet vaak in metaforen. Het ligt me niet. Maar als je een metafoor voor rouw wilt, dan als volgt: rouw is als het kijken in de zon. Dat wil zeggen: het kan bijna niet. Het is intens, pijnlijk en verblindend. Het is te veel. Dus je moet een andere manier vinden om rouw te benaderen. Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren. Ik kijk erlangs, niet direct ernaar. Ik tast af, op zoek naar wat voor vorm ze heeft.

De dood en ook rouw horen niet aan de zijlijn van het leven, maar er middenin

Het is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Hoe kan het ook, ik ben pas een half jaar actief aan het rouwen. Maar rouw is zo universeel. Wat is een meer verenigende factor in het leven van mensen dan verlies, dan omgaan met verlies? Ik constateer dat wij hier in de ‘westerse’ wereld een angst hebben voor verlies, voor de dood. Dat we het uit de weg willen gaan en vervolgens ook de rouw in afzondering en stilte doen. We vrezen de dood en proberen haar te mitigeren door onszelf onsterfelijk te achten, door het hiernamaals in religie, door een buitensluitende etnische identiteit, of door ons exceptionele menszijn als losstaand van de natuurlijke wereld te zien. Uit angst houden we vast aan onsterfelijkheid, terwijl we juist onze menselijkheid onder ogen moeten komen. De dood hoort hierbij.

Maar voordat we onze angst voor de dood onder ogen kunnen komen, moeten we dat eerst doen met rouw. In een wereld waarin we via fascisme, klimaatcatastrofe en de aanhoudende genocide in Gaza de natuur, de wereld en elkaar compleet aan het verliezen zijn, stel ik dus voor om meer te rouwen. Om harder te rouwen. Om sámen te rouwen. Ik heb een diep vertrouwen dat als we rouw niet meer vrezen en we om onze persoonlijke en collectieve verliezen samen kunnen rouwen, wij hiermee de wereld kunnen redden.

Rouw en haar contouren 1

Ik heb de neiging om de grootsheid van mijn statement kleiner te maken, net zoals ik dat deed met mijn rouw. De neiging om ‘normaal’ te doen. Maar ik wil niet ‘normaal doen’, want dat ‘normaal’ komt voort uit een wereld die betekenis probeert te geven aan het leven door de dood te verplaatsen tot iets aan de zijlijn. De dood en ook rouw horen niet aan de zijlijn van het leven, maar ze horen er middenin. Rouw dient niet verwerkt maar erkend te worden als onderdeel van het bestaan. Dus ik ga op ontdekkingstocht door mijn rouw.

Coda

Mijn vader zei altijd dat het enige van betekenis in de wereld liefde was. Afgezaagd commentaar. Zeker voor een man die de meest wrede en verachtelijke kant van de mens in levenden lijve had aanschouwd. Hoewel het bestaan net als de dood vrij betekenisloos is, sluit ik me aan bij mijn vader in het idee dat liefde het enige is wat er uiteindelijk toe doet. Dus ik zal proberen met liefde voor hem te rouwen, en voor de wereld. Niet meer in angst voor rouw maar met respect voor de diepgang en menselijkheid van deze emotie. Ik wil niet dat rouw me laat vereenzamen, ik wil collectief rouwen om alles dat we samen aan het verliezen zijn. Ik wil schreeuwen, krijsen, janken. Ik wil mijn woede voelen.

Ik zei al dat mijn vaders dood niet bijzonder is, weinig dood is dat, maar het bijzondere aan zijn dood is dat het me in diepere verbinding met mezelf en met mensen heeft gebracht, in die tot dusver onuitgesproken band van gezamenlijk verlies.

Mail

Ivana Kalaš werd geboren in Sarajevo, in een land dat niet meer bestaat. Ze is schrijver en boekverkoper. Ivana schrijft over verlies terwijl ze zoekt naar de overblijfselen: rouw, taal, identiteit

Jolien van der Beek zoekt in haar werk naar de verwevenheid tussen de natuurlijke wereld en de menselijke ervaring, vanuit een verlangen naar harmonie en een gevoel van vervreemding. Geïnspireerd door het raadselachtige en ongrijpbare aspect van het bestaan, probeert ze dit te verbeelden in tekeningen met een buitenaardse, dromerige sfeer.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Over hoe je echtheid kan dragen

Over hoe je echtheid kan dragen

Leren riempjes die uitdagend uitsteken, of juist veilig verstopt tussen sokken in een mandje. In dit essay reflecteert Imme van Zuilekom op de strapon: die zowel zachtheid, hardheid en samenzijn bevat. Lees meer

Auto Draft 16

Weer thuis voelen in een wegwerpwereld

Onderzoeksprogramma Reparatie Remise vroeg schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing. Lees meer

Verwachtingen

Verwachtingen

In dit openhartige en genuanceerde essay deelt Sharon van Oost haar twijfels bij het grootbrengen van een jongen in deze vrouwonvriendelijke wereld. Hoeveel ruimte zal ze hem geven? Heeft ze zijn gender niet al te veel bepaald? Hoe kan ze hem helpen om zelf uit te vinden wat mannelijkheid voor hem betekent? Lees meer

:Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Tussen marmeren goden en mythologische meesterwerken in de tentoonstelling 'Metamorfosen' ziet Nina Läuger vooral een pijnlijk gebrek aan context. Ze vraagt zich af waarom het Rijksmuseum geweld, misogynie en verkrachting in klassieke kunst toont zonder die beelden echt vanuit het heden te bevragen. Lees meer

:Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Datingapps: een vloek en een zegen. Enerzijds laten ze je toe zonder grenzen gelijkgestemden te ontmoeten, anderzijds monetariseren ze je seks- en relatiebehoeftes. Bestaat er een best of both worlds? Onder de Griekse zon overdenkt Sharvin Ramjan de liefde in al haar vormen. Lees meer