Asset 14

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’

Van het woord lotgenoten word ik kriegelig. Ik zie dan het clichébeeld voor me van een groep mensen in een kring die hun eventuele verslavingen of beperkingen bespreken en door gezapige verhalen het ene na het andere pijnpunt met elkaar delen. Dus toen de F|Fort Foundation me vroeg om samen met Elke Geurts en Gilles van der Loo schrijfles te geven aan drie groepen jonge mensen met kanker, reageerde ik niet meteen enthousiast.
De F|Fort foundation is opgericht door Floor van Liemt die op twintigjarige leeftijd uitgezaaide longkanker kreeg. Ze schreef hierover columns voor NRC. Tijdens de behandeling ontdekte ze dat ze leeftijdsgenoten miste en richtte de foundation op in 2019 met het idee om samen met andere AYA’s – adolescents & young adults – kunst te creëren en het gemeenschappelijke (de ziekte) te esthetiseren. Een van de projecten die is ontstaan heet Writing the Gap: schrijf het onuitgesprokene.
Sinds ik zelf ziek ben geweest spreek ik het woord zo weinig mogelijk uit, het lukt me nog net om kanker bij een ander te benoemen, maar bij mezelf niet. Ik vind het woord te hard en hoekig. Ik zeg ook niet dat ik een AYA ben, dat vind ik te pluizig. Hierdoor ontken ik niet dat ik ziek ben geweest, ik verwoord het liever anders. Het is ‘mijn’ of ‘de’ ziekte en mocht het gesprek goed voelen dan ‘wroette er een kwaadaardig bobbeltje in mijn borst’. Kanker ligt niet lekker in mijn mond en als ik het uitspreek en betrek op mezelf, zie ik de schrik in de ogen bij mijn gesprekspartner en ben ik degene die de boel aan het verzachten is: ‘Het viel wel mee hoor.’
Het is vijf en een half jaar geleden dat ik mijn diagnose kreeg. Ik zou willen zeggen dat ‘deze periode voorbij is’ maar dat is niet waar. Dus om twee maanden met negen jonge mensen het uitvoerig over die ellendige ziekte te moeten hebben? Ik zou niet weten wat ik eruit zou halen. En precies dat was het punt, de reden dat ik ja zei, omdat ik het niet wist.
Al een tijdje geef ik essay-schrijflessen aan onder andere de Schrijversvakschool in Amsterdam. Tijdens het voorstellen in de eerste les vertel ik direct dat ik nooit weet hoe de tweede les eruitziet, laat staan de derde, vierde, et cetera. Ik werk vanuit mijn intuïtie. Daarnaast sta ik, als ik eerlijk ben, niet graag voor een groep. Dus in de eerste paar lessen ben ik vooral bezig met het aanschouwen van de groepsdynamiek die ontstaat, maar ook de verhouding tussen mij en de groep.

Ik dacht: dit kan ik toch helemaal niet?

Toen de eerste drie leerlingen van Writing the gap het lokaal binnenstapten, wilde ik het liefst weg. Ik dacht: dit kan ik toch helemaal niet? Toen iedereen binnen was, was er geen weg meer terug. Ik zei mijn naam en vertelde wat voor verschillende werken ik deed. Tot mijn eigen verbazing vervolgde ik in één ademteug dat ik borstkanker heb gehad. Niks geen verzachtende woorden of pogingen om het toe te dekken dat het allemaal wel meeviel. Na mij volgde de groep, een voor een vertelden ze hun naam, wat ze leuk vonden om te doen en dan toch het onvermijdelijke: waarom we daar zaten. En terwijl de eerste spanning wegebde, werd het, zonder dat ik het doorhad, een fijne, lieve, gezellige groep waarin iedereen open hun ervaringen deelde. Ik gaf ze een kleine schrijfopdracht en daarmee was de spits eraf: we zijn begonnen.
Op de fiets reed ik met een vol hoofd naar huis. Al die verhalen grepen me naar mijn keel, al dat verdriet en die oneerlijkheid. Tegelijkertijd voelde ik, hoe wrang ook, een opluchting. Omdat bij ieder verteld verhaal en bij elke emotie er bij mij tegelijkertijd herinneringen werden getriggerd uit de tijd dat ik ziek was. Al bewoog er ook een zweem van onvermogen door me heen. Degene die ik tijdens mijn behandeling zo veel aanschouwde, en ook zeker heb beoordeeld. En nu ervoer ik het zelf: je wilt iets doen maar er valt niets te doen. Niemand weet wat die kan doen als je cursist, leerling, vage kennis, collega, familielid, kind, vriend of geliefde een kankerdiagnose krijgt. Er wordt vaak gesproken over ‘er gewoon zijn’, maar wat voor de een ‘gewoon’ is – alle mogelijke stiltes volpraten – is voor de ander glazig voor zich uit staren. Dus toen ik naar de verhalen luisterde in de groep, wist ik niet goed wat en vooral niet hoe ik moest reageren. Echt tijd om hier ruimte aan te geven gaf ik mezelf ook niet, want ik zat daar als docent en wilde door met de inhoud van de les.

Iedere leerling hield iets hoog en dát mocht wat mij betreft afgebrokkeld worden

‘Een tekst mag best een beetje pijn doen, pas dan komen ook alle mooie of leuke dingen sterk naar voren,’ zei ik in een van de eerste lessen. Er werden veel ‘algemene’ verwoordingen gebruikt, zoals: ‘De grond werd onder mijn voeten vandaan geschoven.’ Of: ‘In één klap alles weg.’ Het klopt natuurlijk, maar hoe voelde dat, waar moest je aan denken? Ik herkende hun zoeken naar de juiste woorden. Maar hoe kun je je eigen pijn of verlies verwoorden zonder dat het te algemeen wordt? Iedere leerling hield iets hoog en dát mocht wat mij betreft afgebrokkeld worden.
Ik gaf de groep een korte opdracht. Want voor je een eerlijke tekst kunt schrijven, waarin je ook zuiver naar de pijnlijke dingen kunt kijken, moet je naar iets anders toe. Naar een minuscule denkbeeldige ruimte. Ieder mens heeft deze wel: ergens in je lichaam schuilt een kleine ruimte waar je onbevangen, vrij van verwachtingen en zelfopgelegde regels mag spelen. En in dit specifieke geval: spelen met alles wat niet te tillen is.

Eigenlijk verkeer ik sinds de behandeling in een intense wisselwerking tussen geest en een kapotgemaakt lijf

Voor mij is het iedere levensfase opnieuw aftasten hoe ik met mijn ziekte omga en vooral welke woorden ik eraan geef. Er zitten periodes bij waarin ik er niet veel aan denk, dat ik mijn leven leef: wel snel moe ja, wel blijvende fysieke klachten, ja, ook belachelijk snel overprikkeld, agreed. En toch zijn er momenten dat ik er licht mee om kan gaan. Al moet ik eerlijk bekennen dat er ook periodes tussen zitten dat die ziekte, dat woord, die hele periode en al dat verlies me zwaar valt. Dat de dagen stroperig aan me voorbijtrekken en ik bij iedere fysieke pijn bang ben dat het terug is. Eigenlijk verkeer ik sinds de behandeling in een intense wisselwerking tussen geest en een kapotgemaakt lijf. Maar om hier elke dag woorden aan te geven, doe ik liever niet. En daarbij moet ik ook nog maar net de juiste persoon tegenover me hebben, en dan is er nog zoiets als het goede moment. Want één ding is zeker: kanker vraagt ruimte en tijd.

Denkbeeldige ruimte 3

Vlak na mijn diagnose schreef ik. Diezelfde nacht schreef ik, de dag erna en ook die nacht erop schreef ik door. Ik stopte niet, ik beschreef de huid van de arts, haar wenkbrauwen, het licht, mijn gedachten, de verstilling. Daarna hield ik bij hoe mijn familie, vrienden op dit nieuws reageerden, ik schreef alle afspraken met de artsen uit alsof ik een notulist was van mijn eigen bestaan. Al deze observaties heb ik gecombineerd met mijn zogenoemde ‘lacharchief’ dat ik daarvoor al bijhield – dit was een onderzoek naar waarom wij lachen, wat een lach is en hoe er over lachen wordt gedacht door filosofen. Deze bundel Dag nacht licht toch is in hetzelfde jaar als dat ik ziek werd gepubliceerd (uitgeverij De Bezige Bij).

Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent

Sindsdien geloof ik niet meer in een writer’s block of in een periode dat het schrijven (of schilderen) niet gaat. Je doet het of je doet het niet. Je bent het of je bent het niet. En alle gesprekken die daarover gaan smijt ik zo, hopsa over mijn schouder. Kennelijk bezit ik een oerdrang of gave – you name it – die zo diep in mij zit dat ik de behoefte voel om te blijven creëren. Maar wat me bij vlagen zorgen baart is dat ik die bundel het beste vind dat ik tot nog toe heb geschreven. Mijn essaybundel leeft nog steeds. Het was letterlijk nu of nooit. Ik durfde op tekstueel vlak alles. Tijdens het schrijven van mijn eerste boek (een roman) Het is maandag vandaag was ik vooral bezig met ‘wat literatuur zou moeten zijn’. Maar in Dag nacht licht toch was dat totaal niet aan de orde. En dat zelfs mijn redacteur destijds niet wist onder welke genre de bundel moest worden verkocht, beschouwde ik als een groots compliment.
Maar wat nu? Deze vraag dringt zich steeds vaker aan me op – tijdens het alledaagse leven, maar ook zeker in mijn schrijven en schilderen. Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent. Deze afstand vervaagt mij, vervaagt de drang om iets te maken: want alles kan in één seconde uit je handen donderen... Ik trek me steeds vaker terug in mijn studio, ik schilder en schrijf gestaag door, heb hier nog veel plezier in, maar ik houd het liever voor mezelf. Soms zou ik wel iets meer van dat lef willen terugkrijgen dat ik had tijdens het schrijven van Dag nacht licht toch. De moed om naar buiten te treden met mezelf en met mijn werk.
Terug naar de lessen, waar ik verschillende kleine opdrachten gaf om erachter te komen hoe de leerlingen hun taal inzetten in hun eigen tekst. Welk ritme gebruiken ze, welk vocabulaire, wat is hun natuurlijke vertelstijl en welke metaforen worden ingezet? Ik liet ze vertellen over beeld, andere kunstvormen en over hun lievelingsboeken – wat de een ziet, ziet de ander compleet anders.

Denkbeeldige ruimte 2

Ik voel me soms als Gregor Samsa in Kafka’s Gedaanteverwisseling.
Niet dood, niet levend.
Wel aanwezig.
Maar in de weg
. - Marjolein Hoornenborg

Niet alleen door de opdrachten, maar ook door de open gesprekken die loskomen van dat wat ze hebben geschreven. Communiceert de tekst wat de leerling wil? Meestal ligt er nog iets tussen die zinnen te broeien. Hoe kan dat aangescherpt worden, wat is hiervoor nodig en misschien wel vaker: wat kan er weg? Alsof we een speurtocht hebben opgezet naar wat het beste werkt voor ieder individu.

Het woord autonomie is afgeleid van het Griekse autonomía of autos, wat zelf betekent, en van nomos, dat duidt op de wet. Autonomos geeft dus aan dat je jezelf eigen wetten oplegt. Welke wetten je jezelf oplegt kan veranderlijk zijn. Soms zijn ze niet direct hoorbaar of helder. - Lisanne de Groot

Denkbeeldige ruimte 2

Door Writing the gap werd ik me bewust van hoeveel ik mijn ziekte wegstop, terwijl ik er wekelijks aan wordt herinnerd. Is het niet door mijn eigen brein of lijf, dan wel door een reclamespotje, door een verhaal van iemand anders die weer iemand kent, et cetera. Door de verhalen van de leerlingen voelde ik steeds meer dat hoe je over je ziekte praat, hoe je erover denkt, afhangt van hoe je je voelt, en omdat een kankerbehandeling veel met een mensenlijf en brein doet, is het maar net hoe de pet die dag, of op dat moment, staat. Het ging, achteraf gezien, veel over nuance.

(…) nu waren daar opeens twijfels, vragen, onzekerheden, eenzaamheid en een gevoel van leegte. De vraag die meer en meer naar voren kwam, was: wil ik kinderen? Door de zekerheid die ik voelde om koste wat het kost mijn mogelijkheid op zwangerschap te redden, was ik uitgegaan van een ja. Nu was ik niet zo zeker meer. - Christel

Elke leerling uit Writing the gap was al een volwaardig jong persoon vóór diens diagnose, tijdens de behandeling werd diegene tot iemand gemaakt door een systeem waar niemand voor heeft gekozen en na de behandeling is de persoon óók weer iemand met verschillende lagen en met een enorme hoeveelheid aan levenservaringen erbij in een belachelijk kort tijdsbestek. Alleen lijkt het alsof we bij het stadium ‘kanker’ blijven haken. In vlagen door de blijvende bijwerkingen, maar ook door de Ander. We hoeven niet alles continu bespreekbaar te maken, maar het zou zo fijn zijn als ik diezelfde ruimte mag ervaren als bij Writing the Gap, waarin die intense wisselwerking tussen mijn geest en een kapotgemaakt lijf daar gewoon waren, zonder uitleg. En precies dat vond ik een verademing tijdens de lessen, en dat woord dekt mijn gevoel niet eens. Ik steeg in de eerste les op van verwondering en van verrukking. Omdat ik niet de enige ben die met dat niet te tillen gewicht opstaat en er weer mee naar bed gaat. En dat zorgt dan wonderbaarlijk genoeg toch voor een samenhorigheidsgevoel, tsja, dan valt er toch wat te zeggen voor dat ellendige woord ‘lotgenoten’.

Mail

Sytske van Koeveringe is afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, in de richting Beeld en Taal, en schrijft / schildert / zeefdrukt/ werkt met kostuum in theater / doet haar best met al dat leven.

Madelief van der Peijl is een illustrator die zich graag verwondert om de wereld om haar heen. Ze kijkt rond en illustreert wat ze ziet; soms zijn het kleine dingen en soms juist grote, maar er is altijd iets wat haar opvalt.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Over hoe je echtheid kan dragen

Over hoe je echtheid kan dragen

Leren riempjes die uitdagend uitsteken, of juist veilig verstopt tussen sokken in een mandje. In dit essay reflecteert Imme van Zuilekom op de strapon: die zowel zachtheid, hardheid en samenzijn bevat. Lees meer

Auto Draft 16

Weer thuis voelen in een wegwerpwereld

Onderzoeksprogramma Reparatie Remise vroeg schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing. Lees meer

Verwachtingen

Verwachtingen

In dit openhartige en genuanceerde essay deelt Sharon van Oost haar twijfels bij het grootbrengen van een jongen in deze vrouwonvriendelijke wereld. Hoeveel ruimte zal ze hem geven? Heeft ze zijn gender niet al te veel bepaald? Hoe kan ze hem helpen om zelf uit te vinden wat mannelijkheid voor hem betekent? Lees meer

:Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Tussen marmeren goden en mythologische meesterwerken in de tentoonstelling 'Metamorfosen' ziet Nina Läuger vooral een pijnlijk gebrek aan context. Ze vraagt zich af waarom het Rijksmuseum geweld, misogynie en verkrachting in klassieke kunst toont zonder die beelden echt vanuit het heden te bevragen. Lees meer

:Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Datingapps: een vloek en een zegen. Enerzijds laten ze je toe zonder grenzen gelijkgestemden te ontmoeten, anderzijds monetariseren ze je seks- en relatiebehoeftes. Bestaat er een best of both worlds? Onder de Griekse zon overdenkt Sharvin Ramjan de liefde in al haar vormen. Lees meer

Reuzenalken

De laatste reuzenalk en wat hij ons leert over de klimaatcrisis

In een Brusselse opslagkast staat een vogel die we nooit meer levend zullen zien. We weten al eeuwen hoe soorten verdwijnen en toch lijken we opnieuw weer toe te kijken. Wanneer wordt weten eindelijk handelen? Lees meer

:Kraamtranen: hoe de postpartum depressie de roze wolk van het moederschap doorprikt

Kraamtranen: hoe de postpartum depressie de roze wolk van het moederschap doorprikt

In ons collectieve geheugen lijkt er weinig plaats voor moeders* die na de bevalling lijden aan depressieve gevoelens: deze verhalen ondermijnen het klassieke beeld van het moederschap als een roze wolk. Gelukkig brengen steeds meer vertellingen nuance aan, waarbij de vraag rijst in hoeverre we als maatschappij verantwoordelijkheid dragen voor de eenzaamheid die kersverse moeders kan overvallen. Een essay door Anne Louïse van den Dool. Lees meer

:Over taboedoorbrekende literatuur en langharige auteurs: I Hate Henry

Over taboedoorbrekende literatuur en langharige auteurs: I Hate Henry

Is literatuur links of rechts? Sarah Neutkens duikt in twee klassiekers en gaat na of ze wel zo links zijn als vaak wordt beweerd. Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

over samen niet weten

Anne Louïse van den Dool won met het essay 'Een middenwereld: over samen niet weten' de derde plaats van Hooray for the Essay 2026. Lees meer