Asset 14

Verandering kan klein beginnen

Verandering kan klein beginnen 4

Kunst maken over de klimaatcrisis is niet makkelijk. Hoe doe je dat, schrijven over een onderwerp waar velen de ogen voor sluiten? Else Boer vraagt Klimaatdichter Willemijn Kranendonk hoe je wakker in de wereld kan blijven staan zonder te verzakken in hoop of wanhoop. 

 

Lieve Willemijn,

Als klein meisje had ik een fascinatie voor oude kastelen. Elke vakantie in Frankrijk bezochten mijn ouders er wel een paar. Mijn interesse had deels te maken met het feit dat ik mezelf wel prinses zag worden, maar de kastelen vervulden me ook met ontzag. Deze middeleeuwse bouwwerken bestonden al toen ik er niet was. Ik bekeek de scheuren in de muren, die zoveel ouder waren dan ik, en bedacht dat ze ook zouden blijven staan wanneer ik van de aardbodem was verdwenen – en lang daarna.

Om die reden fascineerden ook ruïnes me mateloos. De afgebrokkelde, met klimop begroeide stenen hopen lieten weinig meer zien van wat er had gestaan. Dit verleden was alweer bijna overgenomen door de natuur. De gespleten stenen, de oude kasteelvloer overwoekerd met gras, bramen die zich om halve pilaren wikkelden – het deed me denken aan het kasteel van Doornroosje, maar dan zonder dat de schone slaapster ooit wakker was geworden.

Soms stelde ik me mijn ouderlijk huis zo voor. Ik stond op het pleintje voor de voordeur, fiets in mijn handen, en deed mijn ogen dicht. Hoe zou het er over tweehonderd jaar uitzien? Ik bedacht een toekomst waarin het huis overwoekerd was, de muren nog half zichtbaar onder de roos die vanaf zijn plek naast de voordeur het huis overnam.

Het hielp me om zo na te denken. Het gaf me perspectief op hoe kort ik hier zelf eigenlijk op aarde ben. En altijd dacht ik: de dingen die voor mij hebben bestaan, zullen ook na mij wel blijven.

Maar misschien zag ik dat verkeerd.

 

Ik vraag me af wat jij denkt dat nodig is, als klimaatdichter: hoop of wanhoop?

 

Het idee dat de natuur de overhand kan krijgen, zoals dat bij ruïnes gebeurt, vond ik hoopvol. Maar het is ook passief. Die klimop groeit immers vanzelf, toch? Dit soort denken zie ik vaker als het om het klimaat gaat, en soms betrap ik mezelf erop – ja, het klimaat verandert, maar dat heeft het toch al eerder gedaan? Het is een enorm probleem – maar misschien zal het wel loslopen, misschien brengt de aarde zichzelf in balans.

Het is een sprookje waarin iedereen blijft slapen.

Ik vraag me af wat jij denkt dat nodig is, als klimaatdichter: hoop of wanhoop? Als hoop betekent dat je jezelf in slaap sust, heeft niemand er wat aan. Tegelijkertijd heeft wanhoop vaak dezelfde uitwerking – algehele verlamming.    

Want ook die wanhoop voel ik regelmatig. Perspectief krijgen leek me altijd heel nuttig. Uitzoomen, je eigen bestaan relativeren, nadenken over de wereld in 2200 – het leek me nodig om te begrijpen dat ik eigenlijk niet zo heel veel voorstel, in het grote geheel. Dat vind ik helemaal niet zo hoopvol meer. Ken je dat nummer van John Mayer, Waiting on the World to Change? Het is zo ongeveer het tegenovergestelde van een protestsong. Daarin zingt hij: ‘Now we see everything that's going wrong, with the world and those who lead it. We just feel like we don't have the means, to rise above and beat it.’ Kortom: we zien wel dat het fout gaat, maar wij kunnen niks behalve wachten. Dat is behoorlijk deprimerend.

Gelukkig is dat nummer al weer vijftien jaar oud. Inmiddels zijn er klimaatmarsen, en tieners als Greta Thunberg die wereldleiders tot de orde roepen. Dat geeft me hoop – échte hoop, die komt met het besef dat er werk aan de winkel is.

Ik houd nog steeds van onkruid. Ik vind het een geruststellende gedachte dat boomwortels asfalt kunnen breken, dat viooltjes barsten veroorzaken in baksteen. Ik vind het hoopvol dat er langs de muur van mijn flat een digitalis groeit, op een reepje grond dat nog geen centimeter breed is.

Verandering kan klein beginnen.

Maar hoe laten we die verandering groeien? Wat denk jij?

Liefs,

Else

 

Verandering kan klein beginnen 2

 

Lieve Else,

Wij, mijn ouders en ik, gingen vroeger ook altijd naar Frankrijk op vakantie. We hebben het departement Creuse in de regio Limousin ontelbare keren bezocht. Iedere keer dat we vrij waren, hoe kort ook, reden we negen uur aan een stuk door naar de camping. Als ik aan die vakanties denk, zie ik rijen auto’s wachtend om te kunnen betalen voor de tolwegen. Ik ruik dan de uitlaatgassen die door het open raampje naar binnen zweven. Ik zie mijn vader die uit het raam een shagje rookt. De tweedehands donkergroene Volvo v50 die we toen hadden.

In je brief schrijf je over jouw vroegere interesse voor ruïnes. Je vertelt dat het nadenken over hoe kort jouw eigen leven eigenlijk is, je perspectief geeft. Je dacht, en denkt misschien nog steeds, dat de aarde een nieuwe balans zal vinden, ongeacht wat wij nu veroorzaken of doen: de homo sapiens sterft uit; de wereld vindt een nieuw evenwicht; alles komt goed.

Tijdens een van onze vakanties in Frankrijk hebben we de ruïne van het dorp Orradour sur Glane bezocht. Orradour was een typisch Frans dorpje, met een kerk, een plein en een markt.

Op 10 juni 1944 arriveerden daar de Waffen-SS divisie Das Reich, vanwege een vergeldingsactie om een vuurgevecht in een stadje vlakbij een paar dagen eerder. De dorpelingen dachten dat de SS’ers vanwege een routinecontrole langskwamen en verzamelden daarom netjes op het plein. Na ongeveer een uur wachten begonnen de SS’ers de mensen uit elkaar te drijven. De mannen werden opgesloten in schuren, de vrouwen met hun kinderen in de nabijgelegen kerk. Er werd er een rookgranaat in de kerk gegooid en de schuren werden doorzeefd met kogels. Vervolgens werd het hele dorp in brand gestoken.

Na deze tragedie is het dorp niet opgebouwd, maar juist precies gelaten zoals het na de aanval was. In de kerk staan nog de verkoolde kinderwagens en de zwartgeblakerde gevels van de huizen rijzen boven de dorre grond uit. Ik herinner me dat er een drukkende stilte in de straten hing.

Orradour is een monument voor terreur geworden, een manier om te laten zien waartoe de mens in staat is.

 

De waarheid over de destructie die we aanrichten kan inderdaad verlammend werken.
Wat kunnen wij als individuen doen? En waarom doen politici zo weinig?  Tegelijkertijd geloven we dat hoe meer aandacht de crisis krijgt, hoe sneller er iets aan gedaan wordt.

 

Als klimaatdichter geloof ik in de kracht van taal en de kracht van de verbeelding. In ons manifest schrijven we: ‘Aangemoedigd door protest over de hele wereld geloven we dat poëzie een belangrijke rol kan vervullen om het tij te keren, als creatief en inspirerend geluid in de strijd voor het klimaat.’

Een goed voorbeeld hiervan is het gedicht van Howard Krol, hij schreef:

Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Wij zijn met velen.
Een stamverband dat verkeert op de hoogvlakten
van verontrusting. Een vastberaden brigade die betoogt:
we gaan ‘t de daders moeilijk maken. Om te beginnen
leggen we een daverend groot bos van dwarsbomen
rond hun kwaadaardigheid aan. We zijn felgroen
en we zijn hier om de aarde voorgoed te laten winnen.
We eisen een juichende leefbaarheid op. En fuck no,
we schrijven beslist geen toegevende zinnen.

Krol heeft een strijdlied geschreven, woorden om ons aan vast te houden als we de moed verliezen. ‘We zijn met velen,’ schrijft hij, en dat is ook zo. We zijn met honderdzestig dichters en er zijn duizenden klimaatactivisten die met ons mee strijden.

Wij, als klimaatdichters, zoeken naar manieren om de juiste verhalen te vertellen, verhalen die de huidige orde aan het wankelen brengen, verhalen die mobiliseren en verontrusten, maar ook inspireren. Door het lezen en schrijven over de klimaatcrisis, brengen we de problemen keer op keer onder de aandacht.

De waarheid over de destructie die we aanrichten kan inderdaad verlammend werken.
Wat kunnen wij als individuen doen? En waarom doen politici zo weinig?

Tegelijkertijd geloven we dat hoe meer aandacht de crisis krijgt, hoe sneller er iets aan gedaan wordt.

Else, je vraagt of we hoop of wanhoop moeten voelen en ik denk dat we die gevoelens allebei los moeten laten. Hoop en wanhoop gaan ervan uit dat er in de toekomst iets gaat gebeuren waar wij geen controle over hebben. Op dit moment is er nog een klein beetje tijd om het tij te doen keren. Wanneer we niets doen, wordt onze hele wereld een soort Orradour. We zullen dan om ons heen enkel nog de schade zien die we zelf hebben aangericht.

Als klimaatdichters gebruiken wij onze kracht en onze talenten, die van taal en het vertellen van verhalen, om deze verandering teweeg te brengen. Hoop en wanhoop helpen niet, we kunnen enkel stap voor stap doen wat we kunnen om de aarde een betere plek te maken, om het klimaat te redden.

Schrijf je me snel terug?

Alle liefs,

Willemijn

 

Deze week lees je elke dag een klimaatgedicht op Hard//hoofd. Benieuwd naar meer? De Klimaatdichters zijn een collectief om te volgen.

Samen schreven ze de klimaatpoëzie-bundel Zwemlessen voor Later . Een noodkreet voor de aarde, een ode aan de natuur, een pleidooi voor omwenteling. De bundel is te koop bij de lokale boekhandel en via Uitgeverij Vrijdag. De opbrengst van deze bundel gaat naar One World Tree Planting. Op Hard//hoofd mochten we het tipje van de klimaatsluier al oplichten aan de hand van 4 voorpublicaties die je hier kan lezen.

 

Willemijn Kranendonk (1994) is dichter en schrijver. In 2019 studeerde zij af aan de opleiding ArtEZ Creative Writing. Ze werkt momenteel aan haar debuutroman die zal verschijnen bij Uitgeverij Van Oorschot.

 

Mail

Else Boer schrijft korte verhalen, artikelen en essays. Haar debuutroman Ik wacht hier verschijnt in 2021.

Hanneke Rozemuller (1998) is beeldedacteur bij Hard//Hoofd en illustrator. Met dromerige scenes met veel textuur en een beetje absurdisme wil ze een nieuw esthetisch laagje aan verhalen geven.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer