Het is vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Op de website Tijdlijn van Suriname kun je de context zien van de momenten die Suriname hebben gevormd. De makers willen hiermee inzicht geven in de ontwikkeling van Suriname sinds 1975. Kevin Headley geeft in dit artikel een mini-geschiedenisles over een vrij Suriname.
Vijftig jaar Srefidensi. Vijftig jaar onafhankelijkheid. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Indonesië is de onafhankelijkheid van Suriname van Nederland op vreedzame wijze tot stand gekomen. Nu, vijftig jaar later, is het belangrijk om niet alleen stil te staan bij de groei van Suriname als natie, maar ook bij de gebeurtenissen die ons land hebben gevormd en bij de vraag waar we naartoe willen.
Geschiedenis draait niet alleen om feiten, maar ook om het begrijpen van de context waarin die feiten zich hebben voltrokken. Surinamers hebben laten zien dat we veerkracht bezitten, én een dosis energie waaruit we telkens opnieuw putten om moeilijke momenten te trotseren.
Er was een tijd waarin juist veel buitenlanders zich in Suriname vestigden, omdat de situatie hier gunstiger was dan in hun eigen land. Suriname is rijk aan natuurlijke bronnen, maar historisch gezien hebben slechts kleine groepen daarvan de vruchten kunnen plukken, zoals bij de exploitatie van bauxiet en goud. Het is daarom belangrijk dat bij de ontwikkeling van olie- en gasvoorraden goed wordt gekeken naar hoe de hele samenleving erbij betrokken kan worden. De huidige Staatsolie-directeur Anand Jagesar verwoordde het treffend bij de ondertekening van de FID door TotalEnergies en APA Corporation. Hij zei dat een cruciale voorwaarde voor succesvolle olie- en gasontwikkeling goed leiderschap is. ‘Leiderschap moet in staat zijn om keuzes te maken in het belang van het land.’
De aanzet tot de onafhankelijkheid
Toen op 25 november 1975 de nieuwe vlag van Suriname voor het eerst werd gehesen, was dat het slotakkoord van een strijd die al decennia eerder begonnen was. De onafhankelijkheid van Suriname was geen toevallige wending in de geschiedenis, maar het resultaat van een lange en vaak moeizame worsteling.
Diverse momenten hebben bijgedragen aan de weg naar die onafhankelijkheid, maar vooral de ontwikkeling van het principe ‘Baas in eigen huis’ was van groot belang. In Suriname werd deze leus in 1943 gebruikt door de Unie Suriname, een organisatie die streefde naar meer zeggenschap voor het land. De roep om ‘Baas in eigen huis’ was een directe reactie op de autoritaire manier waarop Nederlandse gouverneurs, in het bijzonder gouverneur Kielstra, Suriname bestuurden. Zijn optreden leidde tot politieke onrust en protesten, waarbij deze leus een cruciale rol speelde.
Ook de inzet van de culturele beweging Wie Eegie Sanie, die de waardering voor de Afro-Surinaamse cultuur centraal stelde, heeft het vuur voor de onafhankelijkheid heter doen branden. Wie Eegie Sanie, wat ‘onze eigen dingen’ betekent, was een Creools-Surinaamse culturele vereniging in Nederland die zich inzette voor het herontdekken van de eigen wortels en cultuur door lezingen en presentaties. Eddy Bruma, een van de oprichters van Wie Eegie Sanie, richtte in 1959 de Nationalistische Beweging Suriname op. Dit was de voorloper van de in 1961 opgerichte Partij Nationalistische Republiek (PNR). De PNR streefde op korte termijn naar de onafhankelijkheid van Suriname, dat destijds nog deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden.
Na de verkiezingen van november 1973 werd er een regering gevormd waarin ook de PNR zat. De toenmalige minister-president Henck Arron van de Nationale Partij Suriname (NPS) sprak tijdens zijn eerste regeringsverklaring in februari 1974 de verwachting uit dat Suriname nog voor het einde van 1975 onafhankelijk zou zijn. Nederland nam dit over en heeft er toen samen met de regering voor gezorgd dat dit een feit werd op 25 november 1975.
De onafhankelijkheid werd in hoog tempo gerealiseerd, waardoor er geen goede afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld over de begeleiding van Suriname na de onafhankelijkheid en over een verantwoorde besteding van de ontwikkelingsgelden. Het gebrek aan die begeleiding leidde ertoe dat Suriname vrij snel in een economische crisis terechtkwam. Die economische achteruitgang leverde op haar beurt een voedingsbodem voor een staatsgreep.
Uitdagingen en successen
Na de onafhankelijkheid heeft Suriname verschillende woelige perioden doorgemaakt. Het land kende onder meer een staatsgreep en de Decembermoorden. Op 8 december 1982 zijn in Fort Zeelandia vijftien vooraanstaande Surinamers vermoord onder het toenmalig bewind.
Ondanks de crises wist het land zich telkens weer te herstellen
Het land heeft ook meerdere economische crises gekend, zoals onder meer die in 1999 tijdens de periode van regering Jules Wijdenbosch en in 2017-2020, de periode van regering Desi Bouterse II. De crises hebben er op verschillende momenten toe geleid dat veel Surinamers het land verlieten op zoek naar een beter bestaan, met name mensen uit de medische sector en het onderwijs. Maar: ondanks de crises wist het land zich telkens weer te herstellen.
Tegelijkertijd zijn er ook belangrijke successen. Op sportief gebied was er de historische gouden medaille van zwemmer Anthony Nesty. In de kunstwereld maakte Marcel Pinas internationaal indruk met zijn werk, dat zowel binnen als buiten Suriname grote impact heeft gehad. Op cultureel vlak zijn schrijvers als Cynthia McLeod en Astrid Roemer van grote betekenis geweest met hun literaire bijdragen. Ook op economisch gebied zijn er mijlpalen, zoals de oprichting van Staatsolie, dat is uitgegroeid tot een sleutelspeler in de Surinaamse economie. Daarnaast staat het land bekend als het meest beboste land in de wereld en kan Suriname dit inzetten voor de aanpak van klimaatverandering.
Natievorming
Een wens die velen in Suriname hebben is dat bij 50 jaar onafhankelijkheid de Surinaamse samenleving dichter naar elkaar groeit. De film Wan Pipel, die in 1976 in première ging, is helaas nog steeds relevant als het gaat om hoe wij als bevolking met elkaar omgaan. Er heerst namelijk nog altijd veel achterdocht tussen de Inheemsen, Marrons, Afro-Surinamers, Hindoestanen en Javanen, en vooral tijdens verkiezingsperiodes laait de polarisatie op. Dit wordt vooral gevoed door onbegrip en een gebrek aan kennis over elkaars achtergronden. Socioloog Kirtie Algoe zegt hierover het volgende:
‘We zijn importproducten met verschillende productiedata. Iedereen is op een bepaald moment hierheen gebracht, meestal als plantation labor. Plotseling was die fabriek, de plantage, weg en de kolonisator, de directeur van die fabriek, was weg. Toen moesten wij het overnemen. Maar in plaats van het fundament te herzien, hebben we vooral de inrichting een beetje aangepast. We zijn niet echt gaan inventariseren wat we wilden of hoe we samen een onderneming konden worden. We hebben ons vooral gericht op politieke vertegenwoordiging, terwijl echte natievorming vraagt om inhoud, visie en een gedeelde cultuur die ons verbindt.’
In de komende jaren is het belangrijk om hierin verandering te brengen door meer onderzoek te doen naar de verschillende culturen en deze kennis ook actief te delen. ‘Dat zijn de zaden voor eenheid, die ervoor kunnen zorgen dat Suriname als natie kan groeien. Cultuur vind ik sterker dan een kapitaalinjectie. Sterker dan wat je ziet in onderwijs, omdat dat het directe reservoir is waarin we opgroeien. Een kind komt vanaf de geboorte in contact met cultuur, the way of doing things, het overdragen van wijsheid van generatie op generatie. Toch hebben we cultuur steeds weggeschoven als iets bijkomstigs, een inferieur ding. Terwijl daar juist de geest en kracht zit voor natieontwikkeling.’
Algoe is ook van mening dat wij als samenleving meer toenadering moeten zoeken tot Surinamers die in het buitenland wonen. Sinds de onafhankelijkheid bestaan er namelijk aan beide kanten vooroordelen, vaak gevoed door onbegrip. Die houden de afstand tussen ‘hier’ en ‘daar’ in stand. Alleen door het gesprek met elkaar aan te gaan en bereid te zijn tot wederzijds begrip, kunnen we die kloof verkleinen.
Suriname moet eerst weten wie ze zelf is, wie in haar wonen en welke veranderingen gaande zijn en welke nog nodig zijn
‘Ik geloof niet dat ze ooit volledig verdwijnt, maar ze kan wel veel kleiner worden,’ zegt Algoe over die kloof. ‘De samenwerking tussen Suriname en Nederland op het gebied van kunst en cultuur is de afgelopen jaren ook intensiever geworden. Soms verloopt die samenwerking moeizaam, door cultuurverschillen en verschillende verwachtingen. Maar zolang beide partijen bereid zijn het gesprek aan te gaan, ontstaat er ruimte om elkaar beter te begrijpen en de samenwerking te verdiepen. De Diaspora kan een prachtige rol vervullen in de ontwikkeling van Suriname, mits het land het eigen huiswerk maakt.’
Suriname moet eerst weten wie ze zelf is, wie in haar wonen en welke veranderingen gaande zijn en welke nog nodig zijn.
Verschillende historische gebeurtenissen hebben Surinamers uit elkaar gedreven, zoals de onafhankelijkheid zelf en de Decembermoorden. Daartegenover hebben sociaal-maatschappelijke bewegingen, én kunst en cultuur, juist bijgedragen aan het dichter bij elkaar brengen van mensen. We kunnen nog niet beweren dat Suriname een volwaardige natie is, daarvoor moet er nog veel gebeuren. Maar als we ons dagelijks inzetten om elkaar beter te begrijpen, komen we stap voor stap dichterbij.
Kevin Headley (1983) is een veelzijdige Surinaamse documentairemaker, journalist, podcaster en schrijver. Zijn werk bestrijkt een breed scala aan media, waaronder korte reportages, documentaires en artikelen die de geschiedenis, diverse culturen en de weelderige natuur van Suriname belichten. In de afgelopen jaren heeft hij zich ook toegelegd op het schrijven van korte verhalen, die onder andere zijn gepubliceerd in De Ware Tijd, Parbode, Papieren Helden, Wobby en Tirade. Bovendien heeft hij een bijdrage geleverd aan de samenstelling van de speciale editie van Tirade die gewijd was aan uitsluitend Surinaamse verhalen, PRAKSERI.
Fien Rijks is sinds november 2024 beeldredacteur bij Hard//hoofd. Als illustrator werkt ze graag met analoge media zoals gouache en acryl, en probeert daarbij zo min mogelijk digitale aanpassingen te doen. Ze houdt van felle kleuren en vrolijke onderwerpen, maar werkt ook graag aan serieuze stukken. Naast haar werk als illustrator, beeldredacteur en boekontwerper, werkt ze als boekverkoper in Utrecht.


















