Asset 14

Meer bloed

Meer bloed 2

Alle meisjes uit mijn klas waren al ongesteld behalve ik. Die meisjes bleven thuis als we gingen zwemmen en zeiden: ‘Je weet wel. Daarom.’ Dan zwegen ze; het bloeden was een vorm van schaamte die, ver weg, ook trots in zich droeg. Ze konden niet mee zwemmen omdat ze iets anders te doen hadden, en dat voelde pijnlijk maar (dus?) belangrijk. Ik wilde dat ook.

Mijn moeder had me uitvoerig voorbereid. ‘Als het zover is,’ zei ze, ‘heb ik iets heel bijzonders voor je.’
‘Maandverband,’ zei ik.
‘Bijzonderder,’ zei ze en haar ogen glinsterden.
‘Tampons,’ zei ik.
‘Oh nee,’ zei ze, ‘daar moet je voorzichtig mee zijn hoor. Dat kan alleen als je heel ontspannen bent.’
Het cadeautje bleek haar verlovingsring. Goud met drie kristalletjes – twee witte en een rode in het midden, net een bloedvlekje. Mijn moeder schoof het laatje open waar het doosje lag, ‘als je deze ring draagt ben je een vrouw,’ zei ze.
‘Nu nog niet,’ zei ik.
‘Jawel,’ zei mama, ‘in wording.’ Ik dacht aan gebouwen in wording waarbij voor de fundatie heipalen in de grond worden gedreund, en stelde me haast verheugd voor dat de buikpijn zo zou voelen.

Op de dag dat het gebeurde kwam ik natgeregend uit school. Ik pelde de doorweekte kleren van me af en had zin me uit te schudden. Ik voelde me meer hond dan vrouw. Op de wc rook het naar etherische oliën, de geur zeilde in mijn hoofd, ik trok mijn klamme onderbroek naar beneden en zag daar een klein plasje bloed. Waterig, maar duidelijk bloed.

‘Mam,’ riep ik zachtjes. Ze was boven en denderde de trap af, waarschijnlijk voelen moeders haarscherp aan wanneer hun dochters vrouwen worden, want ze had het doosje al in haar hand.
‘Lieverd,’ zei ze toen ze de wc-deur opentrok en mij zag zitten.
‘Ach, het werd tijd,’ zei ik zakelijk. Mama knielde voor me en opende het doosje.
‘Wil je met me trouwen?’ Ik vond het zelf een goede grap maar mijn moeder lachte niet.
‘Lieverd,’ zei ze nog eens, ‘gefeliciteerd. Ik ben heel trots op je.’ Ze schoof de ring om mijn vinger en aaide mijn natte hoofd. Ik rilde en dacht aan een subtropisch zwemparadijs – ik had ineens veel zin om te zwemmen.

Mijn vader en broers hoefden er allemaal niets van te weten, dit waren ‘vrouwenzaken’. Pas toen ik ongesteld werd ontdekte ik dat bloed helemaal niet zo stoer was als ik dacht. Het was geen schaafwond die durf en onverschrokkenheid liet zien. Sterker nog: alles wat met vrouwelijk bloed te maken had moest worden weggestopt in stille meisjesgesprekjes, omwikkeld met dikke lagen wc-papier en woorden als ‘hygiëne’ en ‘doorlek-check’.

I have so much of this blood, this period blood, this pregnancy blood, this miscarriage blood, this not-pregnant-again-blood, this perimenopausal blood, schrijft de Ierse Emilie Pine in haar essay Notes on Bleeding & Other Crimes. Zoveel bloed, zegt ze, en toch zo onzichtbaar. Waarom telkens de hoop dat het niemand op zal vallen? ‘Ik ben ongesteld’ – wanneer leerden we dat dat beschamende woorden zijn? Opmerkelijk ook, schrijft Pine, dat reclames voor tampons en maandverband hun absorberende kwaliteiten lange tijd toonden door middel van blauwe vloeistof. Is rood vies, is bloed vies? En zijn het diezelfde reclames die beloven dat je door producten lekker door kunt leven, alsof er niets aan de hand is? Alsof het bloed niet bestaat?

Bloed moet goed verborgen worden, leren alle meisjes. Ik kan me de eerste jongen herinneren die het niet erg vond seks te hebben terwijl ik bloedde – ik wist niet of ik verbaasd moest zijn, of vertederd, of vernederd, of trots, of dankbaar, omdat deze jongen dit voor mij wilde doen.

Ik bloed al decennia, zegt Pine, en ik zwijg er al decennia over. Klaar daarmee. This blood runs out of the side of the pad, it stains the crotch of my jeans, it drips onto the bathroom floor when I forgot to replace the tampon. It is inconvenient and messy and necessary and vibrant and drenching and awe-inspiring. And it is red. And it is loud. And it is mine.

Ik neem me voor dit op de wc te hangen, nee, buiten de wc te hangen, het aan mijn dochter voor te lezen als ik die ooit heb, nee, het haar te laten voorlezen door haar vader. De verlovingsring draag ik al jaren niet meer, hij is verbogen toen ik in een dronken bui een zware deur probeerde te openen. Ik neem me voor er nog dit jaar mee naar de juwelier te gaan.

Mail

Iduna Paalman (1991) is al bijna vier jaar columnist voor Hard//hoofd. Haar poëziedebuut ‘De grom uit de hond halen’ verscheen in het najaar van 2019 bij Querido. Ze won er de Poëziedebuutprijs 2020 mee. Ze publiceerde onder meer in De Gids, De Revisor, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad.

Joëlle de Ruiter (1994) is een illustrator uit Groningen met een stevig zwak voor vorm en vlak.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Koop de roze bril

Koop de roze bril

Lang geloofde Shulamit Löwensteyn dat een ingebouwd stapelbed de oplossing zou zijn voor al haar moeilijkheden. Had ze daar gelijk in? Een tip over tulpen, taart en het kopen van troost. Lees meer

Column: Het enige woord dat het omschrijft

Het enige woord dat het omschrijft

Het voorlopig laatste uitstapje naar de bios met haar vader krijgt voor Eva een duistere lading. Lees meer

Kon je maar aanbeden worden

Kon je maar aanbeden worden

Hologrammen, goud licht en een religieus lam laten Marthe van Bronkhorst zich klein voelen tijdens een kerkbezoek. Lees meer

Wees talentloos

Wees talentloos

Tijdens een date raakt Wolter de Boer verwikkeld in een socratisch vraaggesprek rond talent. Een tip over het afschaffen van aanleg. Lees meer

'Het kán dus wel.'

'Het kán dus wel'

Eva is dolblij voor (en stikjaloers op) haar smoorverliefde vriendin. Lees meer

Column

In een te specifieke vorm geslepen

Op ieder potje past een dekseltje, toch? Marthe van Bronkhorst vraagt zich af of ze daarvoor niet té veel eigenaardigheden heeft: "Als ik nog groter groei, dan moet een bosbrand mij snoeien. En wat voor allesverzengende liefde moet dat zijn waardoor het specifieke houtsnijwerkje dat je bent geworden af fikt, helemaal ombuigt, en opnieuw wortel schiet?" Lees meer

Column: Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Eva's nichtje van twee geeft tijdens een bezoek aan de speeltuin blijk van een opvallende afkeer van hokjesdenken. Lees meer

Breek het brutalisme

Breek het brutalisme

In een distrack over het brutalisme maakt Marthe van Bronkhorst duidelijk dat ze helemaal klaar is met de betonnen architectuurstijl: "Wat is de deal met al die bouw freaking putten, nog minder fundament voor kunst dan vier keer Rutte?" Lees meer

Column: Zullen we vrienden worden?

Zullen we vrienden worden?

Corona of geen corona, Eva blijft haar sociale cirkel onderhouden en zo nodig verversen met aanwas. Lees meer

Column: Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Over de dood van haar grootouders dacht Eva van den Boogaard vroeger wel na, maar over die van een goede vriend? Lees meer

Achtbaantester 1

Achtbaantester

Marthe van Bronkhorst hangt op de kop in een looping en weet één ding zeker: achtbanen worden alleen spannend als ze een goed verhaal hebben. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Column: Tot op het bot

Tot op het bot

Een oude brief van een vriendin voert Eva terug naar een periode waarin het wat minder lekker met haar ging. Lees meer

Framer geframed

Framer geframed

Marthe van Bronkhorst ziet haar angst onder ogen en besluit haar ervaring als psycholoog te verrijken door zelf de patiënt te worden. De belangrijkste les? Ook therapeuten weten niet alles. Lees meer

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Hoe goedgelovig mag een mens eigenlijk zijn? Waar Eva van den Boogaard soms dwangmatig eerlijk is, blijkt haar neef F. regelmatig informatie aan haar te verstrekken die niet klopt. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Marthe van Bronkhorst leidt haar lezer rond tussen de verloren schoenen en vergeten herinneringen in het Juttersmuseum. We stuiten op drie vergeten gedichten. Lees meer