Samenwerken aan een groepsproject, soms is niets erger, vooral als je het voor de klas moet presenteren. Of als je stiekem met andere klasgenoten in een groepje had gezeten: 'Dilan wil namelijk veel liever met Geert, Gidi, Joost of Lidewij. Henri en Rob willen misschien met Jesse, maar durven niet.'
Daar stonden ze dan op een rijtje, handenwringend: Bontenbal, Jetten en Yesilgöz, voor de presentatie van hun regeerakkoord, als de drie pesters die je in het gangpad opwachten om je lunchgeld te stelen. En dat dóén ze ook, met de miljarden die ze weghalen bij zorg en de vangnetten voor iedereen die even geen werk kan vinden, alles om het maar in defensie (dus wapens) te pompen. Hoe hard je ook roept: 'Maar ik ben blut!’, Rob, Henri en Dilan zijn van die high school bullies die je toch ondersteboven houden tot ze je laatste cent zakgeld uit je broek hebben geschud. ‘En waarom?’, snik je, ‘waarom doen jullie dit?’
‘Omdat eh…,’ grijnst Dilan, en dan kijkt ze gauw opzij, ‘Waarom ook alweer?’
‘We gaan schietspelletjes spelen, nerd!!!’ roept Rob. ‘We moeten nerf guns kopen!’
‘Ja, nerd!’ papegaaien Dilan en Henri. ‘BOEM BOEM BOEM.’ (‘Met fatsoen’, voegt Henri toe.)
Onze drie horken willen wapens kopen.
‘Maar je HEBT al nerfguns, heel veel zelfs’, gil je nog, terwijl je op je kop bungelt.
‘Nietwaar!’ piept Dilan.
‘Welwaar!’ roep je.
‘Allebei een beetje waar’, zegt Henri.
‘KLOPT’, kucht Rob, ‘Maar we hebben je geld óók nodig, nerd, om dingen te kopen die wij, eh, willen hebben.’
‘Ja, nerd’, papegaaien Dilan en Henri.
‘Zoals?’
‘POLITIE’, krijst Dilan, ‘STIKSTOFRUIMTE’, zegt Henri, ‘ONDERWIJS’, grijnst Rob. Van verwarring laten ze je op de grond vallen.
Ineens weet je waar het je aan doet denken. Het regeerakkoord ‘Aan de slag’ is als zo’n groepsproject op de middelbare school: een afschuwelijk in elkaar geflanst broddelwerk, waar niemand echt tevreden mee is, niemand in gelooft, maar wat je toch met je groepje samen moet presenteren.
Dat straalde er ook vanaf. Ieder lid van het drietal had diens eigen plan geprobeerd maximaal door te drukken, en een stukje van de taart geclaimd.
Dilan had haar hypotheekrenteaftrek en haar politiestaat, met bodycams, meer flitsen, het ontnemen van nationaliteit van mensen die ‘terrorist’ zijn (terrorisme uiteraard maximaal oprekken als begrip, elke Palestina-demonstrant is dat in haar ogen immers ook). Rob kreeg onderwijsinvesteringen. Henri mocht wat doen aan de stikstofproblematiek.
Dat de kwetsbaarste kinderen van de klas ervoor moeten betalen: boeie.
‘Wij mogen dit. Wij zijn verkozen tot klassenvertegenwoordiger’, grijnst Rob. ‘De klas heeft gesproken.’
Je sputtert, vanaf de grond: ‘Eigenlijk heeft de minderheid op jullie gestemd, en de meerderheid wil helemaal niet–’, Dilan gaat op je hoofd staan.
Maar wat je vooral merkt aan dit regeerakkoord, is hoe overduidelijk het drietal er zelf eigenlijk niet in gelooft. Alle drie de groepsleden gokken er duidelijk op dat het toch wel een onvoldoende wordt, herkansing, en dat ze ingedeeld worden in een ander groepje. Dilan wil namelijk veel liever met Geert, Gidi, Joost of Lidewij. Henri en Rob willen misschien met Jesse, maar durven niet. Waarom ze het dan tóch geprobeerd hadden?
Ze moesten wel. Rob, Dilan en Henri worden namelijk aan het einde van de gang ook opgewacht door hún pesters uit de bovenbouw: Mark en Donald. En die komen hun lunchgeld uit ze slaan. Voor de NAVO.
Het is als groepsproject op de middelbare school: waar niemand echt tevreden mee is, maar wat je toch met je groepje samen moet presenteren
Dit regeerakkoord, is, kortom, niet echt.
Het is een regeerakkoord dat geschreven is voor de mislukking. Met 19 miljard naar Defensie, om wapens te kopen die hoofdzakelijk uit Amerika komen, zal er vooral geld gaan naar een in het rond stampende, psychopate pestkop en fascist (Donald Trump, voor wie het nog niet door had), en zijn glibberende meeloper (onze Mark).
We hoeven dan ook niet mee te gaan in alle doorberekeningen, alle afwegingen die er zijn gemaakt, alle ophef over bezuinigingen op zorg en het sociaal stelsel, en alle heisa.
Onze politici zijn allang niet meer bezig met het land regeren, tot akkoorden komen, een afweging maken voor het landsbelang. Jetten, Bontenbal en Yesilgöz zijn drie tieners die voor het schoolbord staan om zichzelf zo goed mogelijk te presenteren en elkaar straks pootje te lichten. In de schaduw zijn in de bovenbouw alle beslissingen al genomen: we gaan richting een oorlogskabinet, we wandelen in het geopolitieke spel braaf achter Trump aan, en mogen thuis vechten om de kruimels.
Toen een paar jongens uit mijn klas ooit een wanhopige poging tot schoolvoetbal deden, moest de rest van de klas een yell verzinnen. We kwamen niet verder dan ‘Yell, yell, yell, we redden het wel!’ En zo is precies het D66-gedachtegoed. ‘Yell, yell, yell, het kan wel.’ Aan de slag! Toch maar weer VVD! Fatsoen!
Mag ik alsjeblieft naar anarchistisch Montessori-onderwijs? Bedankt.
Als kind moest ik Lolita en de Grieken lezen, nu de Epstein files
Als kind moest ik Lolita lezen
en ‘de roof van Proserpina’ (in het Latijn), ‘de schaak van Helena’ (in Oudgrieks)
‘de roof van de Vestaalse Maagden’ (kunstgeschiedenis)
hoe ze, dertien, bang en gillend om haar moeder, meegesleept, tegenstribbelend, door een God of halfgod, naar hooggeplaatsten of onderwereld,
en als je het waagde te vragen waarom dan zeiden ze
voor het proefwerk,
en trouwens dit is de bakermat van onze beschaving.
Nu begrijp ik het:
beschaving
een openbaring van 30000 pdf files
dit is proefwerkstof! noem nu drie stijlfiguren
De beschaving is een ouwe vent, een Zeus,
die met oorsuizend (assonantie!) libido zijn geile lid najaagt (pars pro toto)
over de godganse globe (alliteratie)
die zichzelf nog liever in een zwaan verandert of een koe,
nog liever van een baby uit zijn been bevalt dan dat ie stopt met neuken
Macht
is een krolse zak die z’n bliksemschicht (metonym) in andermans zaakjes stak, alle beroemden nodigde op de feesten, bacchanalen, mythische verhalen
tot het net van Hefaistos om ze sloot
daar liggen ze dan naakt:
onze regenten: gore godjes met de seksdrive van een oudgriekse jongensschoolleraar
topmodellen, presidenten, Harvard- en Yale-docenten, je moet ze met ‘prins’ of ‘prinses’ aanspreken, ze bezitten ‘Virgin Records’, tv-contracten, ministerposten in Israël
een stel bloeddorstige, jaloerse Olympiërs (verwijzing!)
die worden aanbeden als goden
(ironie!!!)
vioolspelend branden ze de stad plat
zie je nou hoe actueel het is
die klassiekers en die val van Rome?!
Marthe van Bronkhorst (zij/haar) is schrijver, theatermaker en psycholoog en studeerde aan de VU Amsterdam en Harvard Medical School. Ze schreef voor onder meer Theater Ins Blau, Sonnevanck, Over het IJ festival, Kluger Hans, Meander, De Revisor en werkt aan een roman over duikers bij uitgeverij De Geus.
Jasmijn ter Stege (zij/haar) is illustrator werkend vanuit Den Haag. In haar werk laat ze graag kleurrijke metaforen, zachte vormen en stevige verhaallijnen het woord voor haar overnemen.


















