Asset 14

Zolang je maar geen zware machines bedient

Column: Zolang je maar geen zware machines bedient

Als kind had ik de Pipi Langkous-achtige opvatting dat slapen voor grote mensen was en ik het dus niet nodig had. Wakker blijven was de activiteit als ik bij een vriendje of vriendinnetje logeerde en op de camping was niets magischer dan het moment waarop echt iedereen sliep behalve ik. Het geronk dat over het grasveld klonk, al die mensen die dachten dat het een goed idee was om op vakantie te gaan slapen. Domme, domme mensen.

Het verontrustende feit wil dat ik sindsdien eigenlijk niet echt van opvatting ben veranderd. Hoewel ik vaak moe ben en dan absoluut niets anders wil dan slapen, blijf ik in de kern van mening dat slapen zonde is van de tijd. Mijn broertje (net zo’n slechte slaper als ik) zegt dat het komt door onze emotionele betrokkenheid bij andere mensen. ‘Pas als iedereen slaapt kunnen we weer emotioneel betrokken zijn bij onszelf.’ Mijn broertje was ooit een onverschillige skater maar leest nu zelfhulpboeken, dat verklaart het één en ander.

Ik probeer al jaren het vooroordeel kwijt te raken dat alleen mensen die niet genoeg van het leven houden, van slapen houden

Ottessa Moshfegh schrijft in haar roman Mijn jaar van rust en kalmte over een jonge vrouw die op haar zesentwintigste besluit ‘in winterslaap’ te gaan. Een bizarre hoeveelheid slaap- en angstmedicatie zorgt ervoor dat ze dagen achtereen enkel slaapt. Haar psychiater waarschuwt haar voor hallucinante toestanden: ‘Enige activiteit tijdens het slapen is prima, zolang je maar geen zware machines bedient.’ Slapen lijkt voor Moshfegh’s hoofdpersonage een doeltreffende manier om haar leven niet onder ogen te hoeven zien: ‘Niets leek echt. Slapen, waken, alles viel samen in een grijze monotone vliegreis door de wolken. Ik praatte niet in gedachten tegen mezelf. Er was niet veel te zeggen. Daardoor wist ik dat slapen effect had: ik raakte steeds minder gehecht aan het leven.’

Moshfegh lijkt hiermee in haar roman een vooroordeel te onderstrepen dat ik al jaren probeer kwijt te raken: alleen mensen die niet genoeg van het leven houden, houden van slapen.

Betekent wakker willen blijven een soort hyperactieve ode aan het leven? Of laat het juist onze angst zien om de boel los te laten en een wereld te betreden die onbekend en onvoorspelbaar is? ‘Wij kunnen ons niet overgeven aan de nacht,’ zegt mijn broertje, ‘en dat is erg lastig want de nacht kan zich wel overgeven aan ons.’ Ik moet denken aan de laatste zin van het gedicht Slaap van Jorge Luis Borges: Wie zal je zijn vannacht in de donkere/slaap, aan de andere kant van zijn muur?

In de nacht ben je dichter bij jezelf, maar kom je jezelf ook vreemder voor

Inmiddels heb ik iets kunstmatigs bedacht om mezelf in bed te krijgen, namelijk de overtuiging dat hoe eerder ik slaap, hoe eerder ik kan opstaan en hoe blakender de dag aan mijn voeten zal liggen. Helaas is deze overtuiging nog weinig succesvol. Elke ochtend, of ik nu lang of kort geslapen heb, word ik wakker met tegenzin en het gevoel dat er vandaag vast een heleboel mis zal gaan. Elke ochtend verlang ik naar de avond. Gelukkig deelt Borges in zijn gedicht ook die ervaring, want het begint zo:

Als slaap een wapenstilstand is, zoals soms wordt gezegd,
Een pure rust van de geest,
Waarom voelt het dan, als je plotseling wordt gewekt,
Alsof er een fortuin van je is gestolen?

Ik herinner me een moment uit mijn jeugd, het was diep in de nacht, ik was wakker en hoorde heel helder iemand mijn naam roepen. Het was de stem van de buurvrouw. Eenmaal beneden zag ik geen buurvrouw, en de volgende dag bleek er nooit een buurvrouw te zijn geweest. Ik twijfelde niet aan mezelf: ik had het écht gehoord, ik hoor die stem nu nog. En tegelijkertijd kan het niet, moet mijn hoofd iets vervormd hebben. Misschien is het precies die combinatie die me zowel met verrukking als met angst van de slaap weerhoudt: in de nacht ben je dichter bij jezelf, maar kom je jezelf ook vreemder voor.

Mail

Iduna Paalman (1991) is al bijna vier jaar columnist voor Hard//hoofd. Haar poëziedebuut ‘De grom uit de hond halen’ verscheen in het najaar van 2019 bij Querido. Ze won er de Poëziedebuutprijs 2020 mee. Ze publiceerde onder meer in De Gids, De Revisor, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad.

Joëlle de Ruiter (1994) is een illustrator uit Groningen met een stevig zwak voor vorm en vlak.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Column: Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Over de dood van haar grootouders dacht Eva van den Boogaard vroeger wel na, maar over die van een goede vriend? Lees meer

Achtbaantester 1

Achtbaantester

Marthe van Bronkhorst hangt op de kop in een looping en weet één ding zeker: achtbanen worden alleen spannend als ze een goed verhaal hebben. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Column: Tot op het bot

Tot op het bot

Een oude brief van een vriendin voert Eva terug naar een periode waarin het wat minder lekker met haar ging. Lees meer

Framer geframed

Framer geframed

Marthe van Bronkhorst ziet haar angst onder ogen en besluit haar ervaring als psycholoog te verrijken door zelf de patiënt te worden. De belangrijkste les? Ook therapeuten weten niet alles. Lees meer

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Hoe goedgelovig mag een mens eigenlijk zijn? Waar Eva van den Boogaard soms dwangmatig eerlijk is, blijkt haar neef F. regelmatig informatie aan haar te verstrekken die niet klopt. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Marthe van Bronkhorst leidt haar lezer rond tussen de verloren schoenen en vergeten herinneringen in het Juttersmuseum. We stuiten op drie vergeten gedichten. Lees meer

Column: More is more

More is more

Eva reflecteert op haar ambivalente relatie met matigheid. Lees meer

Neem je ouders mee naar het museum

Neem je ouders mee naar het museum

De idealen van ouders en hun kinderen komen niet altijd overeen. Schrijver Michael ter Maat legt zich daar niet bij neer en neemt zijn vader mee naar het Krölller Müller. Een tip om het niet bij 'ok, boomer' te laten.  Lees meer

Column: Over geld

Over geld

Eva vergelijkt de manier waarop ze toen en nu tegen geld aankijkt en hoe het verschil in inkomen binnen haar vriendengroep de verhoudingen heeft veranderd. Lees meer

Stukje

Stukje

Marthe van Bronkhorst gelooft het niet: Al die schrijfadviezen van grote namen die beweren hun muze gevonden te hebben. Een oude Griekse visie op inspiratie was dat je zelf niet de inspiratie op moest zoeken, maar dat de muze jóú moest vinden. Ach, wat je maar vooruit brengt. En anders ga je gewoon net zolang boodschappen doen totdat je een ''stukje'' gevonden hebt? Lees meer

Tompouce 1

Tompouce

Eva vraagt zich af waarom de documentatie van haar jeugd ineens leuk moet zijn nu haar moeder alle oude videobanden heeft laten digitaliseren. Lees meer

Alleen samen krijgen we u eronder

Alleen samen krijgen we u eronder

Mark Rutte is het niet vergeten, vanaf vandaag wordt alles soepel! Geef vooral weer die drie zoenen en alsjeblieft: dicht op de mond graag. Waarom zou je denken aan de uitgeputte zorg en de oplopende IC-cijfers als je ook aan jezelf kan denken? Nou dan. Lees meer

Met (voor het eerst!) een illustratie van Melcher Oosterman. Lees meer

Column: Inferno onder de roltrap

Inferno onder de roltrap

Een defecte roltrap op het station herinnert Eva eraan hoe ze als kind soms verborgen werelden en niet per se bestaande systemen waarnam. Lees meer

De nobele kunst van het missen

De nobele kunst van het missen

Marthe van Bronkhorst mist een hoop dingen in haar leven. Haarelastiekjes, de deuk in de bank die ze maakte in het vakantiehuisje, en ze kan maar niet vergeten dat Philip Freriks gestopt is met het journaal. (kom terug, Philip!). Maar waar komt dit missen vandaan?
Met (voor de laatste keer!) een illustratie van Jessica Bacuna. Lees meer

Column: Wasverzachter

Wasverzachter

Een fietstochtje met twee vrienden voert Eva naar een nieuwbouwwijk, waar het leven bij nader inzien toch zo slecht nog niet zou zijn. Lees meer