Begint een revolutie bij verwoesting, of bij reparatie van wat al verloren leek?
In het kader van de publicatie RR:rrrr 2026 recipes for repair, reduction & regrowth vroeg onderzoeksprogramma Reparatie Remise (RR) schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing.
Waarom iets repareren als je het ook opnieuw kunt kopen? Met een paar klikken heb je met een beetje geluk binnen vierentwintig uur een nieuw exemplaar op de deurmat. Kapitalisme leert dat voldoening schuilt in het verkrijgen van iets nieuws. Maar waarom vind ik het dan zo moeilijk om die oude spijkerbroek weg te gooien die zacht is geworden van het dragen? Hij past me niet meer, zit los waar hij ooit strak had gezeten, met een gat in de knie van die keer dat ik dronken op oudejaarsavond van mijn fiets viel. Maar ik voel me kalm als ik in de soepele stof stap. Ik voel me erin thuis.
Raak niet gehecht aan spullen, zegt een antikapitalistisch stemmetje in mijn hoofd. Of zoals Tyler Durden (Brad Pitt) het verwoordt in de film Fightclub: ‘The things you own, end up owning you’. De man die hij aanspreekt heeft geen naam en hard gewerkt voor zijn appartement vol Ikeameubels. Hij koos ze zorgvuldig uit om een bepaalde identiteit uit te stralen: ‘Welke keukentafel definieert mij als persoon?’ Hij leeft in een catalogus: comfortabel, maar ook eenzaam, slapeloos en emotioneel afgestompt. Terwijl de camera in een scene door zijn appartement zweeft, verschijnen er labels met productnamen en prijzen. Maar de spullen vertellen geen verhalen. Hij weet niet hoe ze zijn gemaakt, waar ze vandaan komen en welke reis ze aflegden voordat ze plots op de stoep stonden in een kartonnen doos. Ze laten hem uiteindelijk koud, wat het makkelijk maakt ze vervolgens ook weer te vervangen als de verf begint af te bladderen.
Volgens socioloog Hartmut Rosa is dat vervreemding: wanneer de wereld je niks meer zegt. Het lukt niet meer om er een betekenisvolle relatie mee aan te gaan; relaties waarmee je jezelf inbedt in iets groters. Vervreemd raak je dus niet van een zogenaamd authentieker zelf, maar door een verlies van verbinding. Het is het onvermogen om nog geraakt te worden door muziek, lieve woorden of een vriend. Maar we vervreemden ons ook van de spullen om ons heen. Mijn eerste telefoon, een Nokia 3310, gaf ik een naam en een sticker, en hij ligt nog steeds in de kast bij mijn ouders. Mijn iPhone heeft geen naam en zal me vreemd blijven. Een hermetisch gesloten ding dat me hoop ik lang zal dienen, maar dat ik met hetzelfde gemak zal vervangen.
We zijn efficiënter dan ooit, maar ook eenzamer
De consument verdringt de mens. Noem het materialisme. Maar eigenlijk zie ik juist heel weinig liefde voor materie om me heen. De levensduur van auto’s, telefoons, kleding en meubels is steeds korter. De productie ervan is versneld, maar reparatie laat zich niet versnellen. Het is goedkoper iets nieuw aan te schaffen dan het te laten maken, of de tijd te nemen om (te leren) het zelf te doen. We gooien dingen steeds sneller weg. Behalve dat ‘weg’ nooit echt weg betekent. Zelfs als we het proberen te recyclen, is de kans groot dat het afval op een vrachtwagen naar Turkije belandt, waar illegale, goedkope arbeidskrachten onder barre omstandigheden Europees afval verwerken.
Het maakt het steeds moeilijker te beschrijven welke waarde de dingen voor ons hebben buiten hun economische nut. Frankfurter Schule-filosofen Adorno en Horkheimer noemden dit proces ‘verdinglijking’: het reduceren van alles - mens, dier en natuur - tot een verhandelbaar product. Het maakt rivieren tot grondstoffen, varkens tot vee en relaties tot economische transacties; handelswaren die zijn losgerukt van sociale verbanden en historie om ze te kunnen beheersen en verhandelen, onszelf inbegrepen. De laatmoderne mens heeft geleerd dat hard werken beter is dan ontspannen en dat onze waarde als mens afhangt van onze productiviteit. Overtuigingen die ons allen enthousiast laten mee rennen in een wedstrijd met steeds minder winnaars. Zelfs de liefde vatten we in termen van marktwaarde en investeringen. Wie is onze tijd waard? Als consumenten swipen we door een catalogus aan anderen die zichzelf als mooiste handelswaar hebben gepresenteerd. We zijn efficiënter dan ooit, maar ook eenzamer. Een eenzaamheid die juist steekt wanneer we omringd zijn met spullen en mensen die ons koud laten.

Met bezit komt ook zorg en verantwoordelijkheid: er moet voor gewerkt en gepoetst worden. De spullen binden je aan een plek, en met die relatie komt ook de angst voor verlies. Je kan dat het beste allemaal van je afschudden, volgens de soevereine Tyler Durden. Zonder al die spullen om je om te bekommeren ben je vrij. De naamloze man neemt het advies ter harte en blaast zijn eigen appartement op.
Ik zal de eerste zijn om in te stemmen dat we onze identiteit niet moeten laten afhangen van een comfortabele bank. Maar moet je om vrij te kunnen zijn niet ook ingebed zijn in een wereld die tot je spreekt? Kun je wel vrij zijn in je eentje? Ook ik wil me verzetten tegen een systeem dat bezit en winst boven alles stelt. Maar is de enige weg naar bevrijding dan vernietiging? Als het oude eenmaal is verwoest, hoe krijgt het nieuwe dan vorm? Vaak blijkt dan hoe lastig dat eigenlijk is.
De Duitse filosoof Eva von Redecker is argwanend over snelle, gewelddadige revolutie om maatschappelijke verandering af te dwingen. Want manieren van leven worden niet alleen in stand gehouden door machthebbers, maar door ons allemaal. Hoe voorkomen we dan dat nieuwe leiders oude fouten herhalen? Redecker pleit daarom voor een ‘revolutie voor het leven’ die de kapitalistische vernietigingswoede de pas afsnijdt. Een ‘opstand van de levenden tegen de levensvernietiging’, die niet gekenmerkt wordt door een plots kantelpunt, maar door een langzame voorafschaduwing van een andere manier van leven. Een bestaan dat de aarde en de mens niet uitput, maar dat draait om zorg en reparatie, solidair georganiseerd.
Die revolutie vindt al plaats in wat ze ‘tussenruimten’ noemt: ruimten waar marktwerking en concurrentie niet gelden, waar we (her)ontdekken wat we delen, en leren zorg te dragen voor elkaar en de wereld. Ze vertelt me in Berlijn over de treinlijn in haar regio die al afgeschreven was. Hoe het personeel van de treinmaatschappij besloot met de hulp van vrijwilligers toch de lijn te herstellen. Een gezamenlijk project waarbij een kapotte wereld opnieuw bewoonbaar wordt gemaakt. In haar boek Revolutie voor het leven citeert ze feminist Frances Beal: ‘Sterven voor de revolutie is een eenmalige aangelegenheid; leven voor de revolutie betekent de moeilijke taak op je te nemen onze alledaagse levenspatronen te veranderen’.
Is de enige weg naar bevrijding dan vernietiging?
Die vale spijkerbroek is onderdeel van mij geworden zoals een nieuwe broek dat nooit meteen zal zijn, hij vertelt me een verhaal. Een verhaal dat me te midden van andere verhalen verbinden aan mijn omgeving. Een noodzakelijke tegenhanger van alle digitale ruimtes waar ik in rondzwerf zonder lichaam of concrete plek. Zo’n web van betekenisvolle verbindingen bindt me, hoop ik, niet per se aan een eigen appartement, maar laat me meer thuis laat voelen in de wereld überhaupt. Een wereld waar ik vervolgens ook meer verantwoordelijkheid voor wil nemen, omdat ik me er onderdeel van voel.
Een vriendin van mij zei me dat ze haar vrienden niet vaak mist, omdat ze onderdeel van haar zijn. Ze zijn in haar gedachten en herinneringen op het moment dat ze keuzes moet maken, maar ze zijn ook aanwezig in de spullen om haar heen. Ik zit blijkbaar niet alleen achter mijn laptop dit stuk te schrijven, maar ook in het witte metalen kastje in haar woonkamer dat acht jaar lang in ons gedeelde huis had gestaan en was meeverhuisd. Een kastje dat we hadden gevonden op straat en opgeknapt.
Er schuilt kracht in het al belichamen van een alternatief en het is nederig makend te beseffen hoe ingewikkeld dat eigenlijk is. Om te kijken voorbij marktwaarde, de tijd te nemen in een gehaaste wereld, en een verbinding te herstellen met een omgeving die ons nu vooral koud laat. We hebben een revolutie voor het leven nodig. Misschien begint die wel bij de reparatie van wat al verloren leek.
De publicatie RR:rrrr 2026 verschijnt op 6 juni en luidt tegelijkertijd een nieuwe RR-cyclus in: tien gratis workshops rond reparatie, georganiseerd met kunstenaars op verschillende locaties in Amsterdam-West tussen juni en december 2026. Meer informatie via reparatieremise.com.
Lieke Knijnenburg (1994) is filosoof en schrijver. Ze schrijft vanuit Berlijn onder andere voor De Groene Amsterdammer over intimiteit in kapitalistische tijden, ontwikkelingen in Berlijn, het nachtleven, identiteit en verzet. Ze neemt regelmatig de Deutsche Bahn terug naar Nederland, waar ze graag programma’s modereert, spreekt en verder schrijft. Haar debuut Een schitterende leegte over verzet tegen onze obsessie met productiviteit verscheen in januari bij Atlas Contact.
Nicolai Schmelling (1994, DK) is een beeldend kunstenaar en illustrator gevestigd in Amsterdam. Die werkt met tekenen, narratief, character design, portret en karikatuur als zowel thema als werkwijze. Hij is de auteur van Hot Monster Compost (2020), was deelnemer aan Werkplaats Typografie en werkte als illustrator en character designer voor nicchi en Source Type.
















