Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'
Stilte is radicaal

Stilte is radicaal

De assertiviteit van de verlegen mens (III)

Tekst Julia de Dreu &
Beeld Joëlle de Ruiter

Julia de Dreu heeft een ingewikkelde relatie met haar eigen verlegenheid. In een driedelig essay onderzoekt ze de weg naar een succesvol verlegen leven. Vorige keer deed ze verslag van een ontmoeting met een provocatief coach. In dit laatste deel zoekt ze haar antwoorden in de uitspraken van succesvolle mensen.


Thuis na een avond in het café. Het is stil. Ik hang op de bank met een zeurderige vermoeidheid en drink een kop sleepy-time thee. Zonder sleepy-time thee kan ik niet slapen, zo heb ik mezelf ooit wijsgemaakt, en als je het gelooft, dan is het zo. Ik kijk naar de citaten die ik op post-its heb gekrabbeld en boven de eettafel heb geplakt. Eigenlijk doe ik mezelf liever voor als iemand met een aversie tegen inspirerende citaten, omdat ik waarde hecht aan context en nuance. Toch is de muur bedekt met neongele velletjes. Velen gaan over verlegenheid en het kunstenaarschap.

I’m not bored, I just prefer to do the work in my head instead of on the computer


Eerder in dit essay ontdekte ik dat ik mijn mening te sterk laat afhangen van wat anderen van mij vinden. Of eigenlijk: dat ik de opmerkingen van anderen op een zelfondermijnende manier interpreteer. Ik vroeg me af waarom ik mijn verlegenheid niet zelfverzekerd kan dragen, in de hoop dat dit uiteindelijk de manier is om er zo ontspannen mogelijk mee om te gaan.

Vandaag zie ik een verband tussen twee citaten op de muur. Het is half twaalf in de avond, een tijdstip waarop mijn ingevingen vaker waardeloos zijn dan niet, maar dat weerhoudt me er niet van deze op te schrijven. De citaten in kwestie zijn van Georgia O’Keeffe en Pilvi Takala. Eén van O’Keeffe: ‘I’ve been absolutely terrified every moment of my life and I’ve never let it stop me from doing a single thing I wanted to do.’ En daarnaast die van Pilvi Takala: ‘I’m not bored, I just prefer to do the work in my head instead of on the computer.’

Dat tweede citaat refereert aan Takala’s kunstperformance The Trainee, die ik een tijd terug in het Frans Hals Museum in Haarlem bekeek. Het zijn videobeelden van haar afstudeerwerk: een stage bij accountancybedrijf Deloitte. Ze deed een hele stage lang helemaal niets, maar zat verstild aan een bureau en verbleef een dag lang in de lift. Alleen haar stagebegeleider en een aantal anderen wisten van het project. De rest van het kantoorvolk raakte erdoor in rep en roer. Mannen in strakke pakken vroegen haar waarom ze de hele dag in de lift spendeerde. Ze antwoordde dat ze goede ervaringen heeft met treinen, waar de tijd fijn voorbijgaat en het ritme van gedachten aangenaam is, dus wilde ze de lift ook eens proberen. Een vrouw in kokerrok en strak opgestoken haar vroeg haar of ze zich verveelde, wanneer ze in de leegte staarde aan haar bureau. ‘Nee hoor,’ antwoordde Takala, ‘ik doe mijn werk liever in mijn hoofd dan op de computer.’ Er werd een voicemail ingesproken voor de stagebegeleider van Takala: 'I just wanted to say that your trainee had found a new place. So now she’s standing in the elevator and rides up and down with people. I mean, she doesn’t press the button herself, but just stands there in the corner. Obviously she has some sort of mental problem. So try to get her out. Ok, bye!'

Ik zou mijn disfunctioneren moeten cultiveren


Takala’s absurde gedrag werkt in eerste instantie komisch, maar wordt daarna ook herkenbaar. Zelf heb ik er tijdens bijbaantjes en stages alles aan gedaan om dit gedrag tegen te werken. Meestal waren mijn armen te zwaar om de telefoon op te nemen. Ik deed alsof ik altijd net iets te laat was, waardoor iemand anders al had opgenomen. In werkelijkheid had ik de woorden ‘Hallo, met Julia’ al zo vaak binnensmonds geoefend dat de stap naar daadwerkelijk opnemen te groot leek. Mijn eigen disfunctioneren vrat me op. Ik dacht: er is iets goed mis met mij.

Nu denk ik: dat is fantastisch nieuws. Ik zou mijn disfunctioneren moeten cultiveren, kwam in me op toen ik naar het werk van Takala keek. Dat is trouwens ook een citaat op mijn muur, van Jean Cocteau: ‘Je moet de kritiek die je krijgt cultiveren’ (het mag vast ook innerlijke kritiek zijn). Het stille protest van Takala in de kantoorwereld werkte als stoorzender. Zoals er kracht schuilt in stilte, zo draagt verlegenheid iets radicaals in zich. Als de wereld een kantoorpand was, dan zouden alleen de mensen die zich als kantoortijger identificeren er gelukkig zijn. De rest zou verlamd aan een bureau zitten, niet wetend wat te doen met de efficiëntie-manie die norm is.

Introversie is niet zo’n taboe meer. The Quiet Revolution en het bejubelde boek Quiet van Susan Cain lijken zelfs te zeggen dat introversie gevierd mag worden. Jezelf me-time gunnen is sociaal geaccepteerd, denk hierbij aan begripvol knikken en bescheiden glimlachen, en als je een feestje overslaat ben je sterk, want je hebt tenminste geen last van fomo. Maar áls je je dan onder de mensen begeeft, kun je maar beter begaan zijn met een imponerende set social skills. De verlegen mens zal altijd te bescheiden zijn om zichzelf tot hype te maken, zoals dat de introvert is gelukt.

Assertiviteit is niet: veel praten en van aandacht houden


De twee citaten samen op mijn muur, van Takala en O’Keeffe, geven me een vreemd soort vertrouwen. Het soort vertrouwen dat nog het beste te omschrijven is als het vertrouwen dat het nooit goed komt. Ik worstel mij gewoon een mensenleven door. Mijn scala aan vertrouwde situaties groeit vanzelf met me mee. Ik hoef mij niet als praatgraag te profileren. Assertiviteit is niet: veel praten en van aandacht houden. Assertiviteit is eerder het weigeren te praten, dan praten omdat er nu eenmaal gepraat moet worden.

Laatst had ik een tekstbespreking en zei ik de hele bespreking niets. Achteraf fantaseerde ik over wat ik allemaal had kunnen zeggen. Ik baalde dat ik mij niet in moeiteloze uitbundigheid had kunnen uiten. In de ideale wereld zou ik dit niet erg vinden, maar daar ben ik nu nog niet. Ik weet ook wel dat het naïef is om te denken dat ik daar na een driedelig essay zomaar zou belanden. Ik wil weer eens veel te snel gaan.

Ik heb de tekst Stilte is radicaal boven mijn eettafel gehangen. Omdat ik denk dat het waar is, omdat ik zou willen dat het waar is, of omdat ik denk dat als je iets gelooft, het dan vanzelf waar wordt. Een succesvol verlegen leven is bedrieglijk simpel.


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Julia de Dreu (1996) studeert Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze schrijft voornamelijk absurde familiedrama’s, ter compensatie van haar eigen onbezonnen jeugd.
Joëlle de Ruiter (1994) is een illustrator uit Groningen met een stevig zwak voor vorm en vlak.
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd