Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo?
In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor door zelf een geluidssignaal te produceren. Sinds ik deze permanente geluiden hoor in mijn oor (soms een piep, een zoem, dan een drilboor) ben ik stilte anders gaan waarderen.
Bij ‘stilte’ denk je misschien aan een orkest dat rust neemt, die verwachtingsvolle leegte, de twee minuten op de Dam, zwaar, of het awkward moment in een kennismakingsgesprek. Deze zomer las ik de bundel Nachtatlas van Peter Verhelst voor het festival Dichters in de Prinsentuin, en hij beschrijft nog veel meer stiltes. Wat dacht je van de ‘vleermuisstilte van een zomernacht’, de ‘heupwiegende’, ‘op mij plaatsnemende stilte’, de ‘stilte, die verlatenheid in die overvloed aan gasnevels’, ‘de wemelende zindering’?
God, wat verlang ik naar een stilte. De eerste weken dat ik de pieptoon kreeg, kan ik niet anders omschrijven dan als een Clockwork Orange-achtige hel. Ik begrijp wel waarom continue blootstelling aan geluid, zoals ‘Enter Sandman’, het Sesamstraatlied en The Real Slim Shady, door de Amerikanen beproefde martelechnieken waren in Guantanamo Bay en Abu Graib. Opeens was er altijd geluid. En het geluid was hard. ’s Ochtends als ik wakker werd, ’s avonds als ik probeerde te slapen. Het idee is dat je afleiding zoekt. Maar het geluid was er, dwars door muziek heen, boven gesprekken uit, op werk, in de Albert Heijn, in de natuur, in de sportschool, op een bruiloft, op een festival, bij het kussen van een geliefde, in bed, en de volgende dag weer opnieuw. Bij het zwemmen, de eerste seconden onder water: een paar tellen niets. De verleiding om me naar beneden te laten zinken. Daarvan schrikken.
Een stilte, een stilte, mijn koninkrijk voor een stilte (om Richard III maar even te verbasteren). Had ik stilte maar meer gewaardeerd toen ik haar nog had. Want juist dit oorsuizen heeft mij van het volgende bewustgemaakt. Er is altijd geluid in ons leven. Wanneer heb jij voor het laatst in echte stilte gezeten? Ik zou het niet eens weten.
Ik zeg dat ik eraan gewend ben, ik slaap er doorheen, ik ben een stadsmen
We hebben een groot deel van ons leven opgeofferd aan permanent lawaai.
Op het blok waar ik woon hoor ik tot diep in de nacht voetstappen en stemmen galmen. Altijd raast het verkeer. Beng. Een autodeur. ‘Huh-haha!’ De nazit van het barpersoneel. Ik zeg dat ik eraan gewend ben, ik slaap er doorheen, ik ben een stadsmens. Maar wat betekent het dat er altijd geluiden ons oor binnendringen – zelfs als we dromen?
’s Ochtends het snoeiharde horzelgezoem van een schuurmachine, iemand die een kozijn afwerkt. De verzengende stofzuigbries van Buurman Bladblazer, die bij het eerste herfstbriesje te wapen gaat tegen elk gevallen blad in een luidruchtige donquichotterie. Het zachte maaggegrom van de metro. Ergens: een sirene. Ergens: een huilbaby. Ergens: het kleng-kleng op metaal van werkzaamheden. Het zoemen van elektra op de pont. De paniekerige wie-wie-wie als de pontklep dichtgaat. De koelkastbrom. De magnetronping. De ventilator van een laptop. Het nagels-op-een-schoolbordgekrijs van het remstel van de trein. Iemand kijkt TikTokfilmpjes zonder koptelefoon (leuk, ‘Ich bin ein kleiner Friesenjung’ op Coachella, heey, Appie Mussa in een vogelpak!). Iemand belt een vriendin over een ‘ziek makkelijk tentamen’ in de stiltecoupé. Als ik bij mijn broer logeer: het ruisen van de pvc-buis. Als ik bij mijn moeder logeer: een buurjongetje heeft een eerste woordje geleerd (‘NEE!’), de buurvrouw heeft zangles (beginnend niveau), diverse andere conflicten (sociale huur, dunne muren). In het park de roffelende stormloop van een cordon joggers. Op het strand kreten van een windsurf-clinic. In ieder bos en natuurgebied in Nederland de autoweg op hoorbare afstand. Het zzzzziw van een vliegtuig. En, met een beetje pech, een blaffende hond. Je kunt nergens verdwalen.
Waarom hebben we dit toegestaan, dat er amper stille zones in ons leven zijn, dat geluid overal rondslingert als afval? Ja, er bestaan stiltecoupé’s. Maar de hele wereld is al een praatcoupé, schreef ik al eens. Ja, je hebt bibliotheken. Maar kijk eens hoe de Openbare Bibliotheek Amsterdam Oosterdok is ontworpen: twee ronkende roltrappen in het midden, dwars door alle verdiepingen, waardoor het hele gebouw gecentreerd is rondom dat epicentrum van geluid en mensen die zich verplaatsen. Een pand zo rustgevend als een draaiorgel.
Wie stil is, denkt neutraal te zijn. Dat is een vergissing
De stiltes in Verhelsts Nachtatlas zijn vooral die van vallende avonden, die van de liefde vlak voor het kreunen, kosmische stiltes van lege sterrenstelsels waar geluid op niets kaatst. Prachtig. Toch miste ik een aantal stiltes in deze bundel. Want, ondanks al dit lawaai, zit ons leven óók vol stiltes.
De stilte van omstanders in het uitgaansleven als iemand wordt lastiggevallen: wie gaat erop af? De stilte van kinderen als een klasgenootje gepest wordt. De stilte van 57 mannen* in een groepsapp als 7 andere mannen een vrouw aanbieden als gratis koopwaar ter verkrachting (*niet alle mannen). De stilte op social media van mannen als andere mannen een politica voor ‘heks’, ‘kutwijf’ of ‘kankerbitch’ uitmaken. Je denkt ‘Ik ben niet zoals die Cornell 7’, maar ben je ook niet zoals die 57?
De stilte van onze regering over de misdaden van de staat Israël. De stilte van de NOS, en kranten als de Volkskrant en NRC wanneer je ze vraagt waarom ze het ‘oorlog’ noemen en niet ‘genocide’. (Het is nooit te laat om daarover van mening te veranderen, zoals Chaja Polak deed). De stilte van universiteiten over hun banden met Israël. De stilte van de EU-landen over de zes miljard euro aan Russisch gas die ze kochten. De stilte wanneer mensen op machtsposities (ja, ook redacteuren, ook professoren, ook bankmedewerkers) denken dat ze zich achter andere instituties kunnen verschuilen. Het klinkt als ‘het persbureau doet dit’, ‘het stijlboek zegt dat’, ‘we volgen daarin de overheid’ (sinds wanneer zijn kennisinstituten volgers en niet pioniers, leiders, richtinggevers?), ‘we hanteren de richtlijn’, ‘als er voldoende draagvlak is’, maar het is stilte.
De stilte van sommige van mijn vrienden over politiek. Mijn stilte over hun stilte.
Wie stil is, denkt neutraal te zijn. Dat is een vergissing. ‘Things fall apart, the centre cannot hold,’ schreef de Ierse dichter Yeats. De kritiek op zanger Ed Sheeran, ooit een allemansvriend, toont: vroeg of laat kan alles en iedereen gepolitiseerd worden. Je moet een kant kiezen. En Ed Sheerans stilte, toen zijn vriend Macklemore om politieke redenen gecanceld werd en hij niet voor hem opkwam, kleeft langer in onze oren dan ‘Thinking Out Loud’ ooit zal doen.
‘Goed luisteren’ is ook niet verbindend, als dat neerkomt op een ander simpelweg hard laten schreeuwen.
Je vijand is niet stil. Elke dag worden botfarms ingezet om de publieke opinie en verkiezingen te kantelen – naar extreemrechts. Dat is niet alleen buitenlandse inmenging: Nederlandse antivaxxers waren zo gecoördineerd als trollenleger dat het ze gezamenlijk lukte om het huisadres van een IC-arts te traceren en hem te doxxen.
We moeten elke dag, hoe ordinair dit ook klinkt, in de woorden van Left Laser ‘content pompen’
Het verkeer van de ander stilleggen is niet genoeg: we moeten ook infrastructuur creëren. Deze week juichten allerlei mensen: grote Russische Yandex-datacentra waren vernietigd, het botverkeer nam af, extreemrechts zou verdwijnen, hoera! Maar extreemrechts zit hem niet in bots alleen - het zit in ideeën. Ideeën die allang gesuperspread zijn in de samenleving. Om in de virusmetaforen te blijven - we moeten meer doen dan de virussen van de ander bestrijden. We moeten ook zelf mensen infecteren met ideeën (liefst trolvrij waar het kan). Elke dag worden honderden, zo niet duizenden, kwaadaardige talkshows, chatcasts en X-posts de wereld in geslingerd. Dat kunnen wij ook (en het kan ook leuk zijn). Wachten tot we big tech aan banden hebben gelegd is wensdenken. En intussen zijn deze regulatievoorstanders vaak helemaal stil.
We moeten terugpraten. We moeten elke dag, hoe ordinair dit ook klinkt, in de woorden van Left Laser ‘content pompen’. Zodat we een mooiere wereld hebben straks, waar we allemaal werk, een dak boven ons hoofd, onderwijs en zorg hebben, en gewoon kunnen genieten. Van een goed boek of, wie weet, stilte.
Toen ik voor het eerst weer een paar seconden stilte hoorde – vlak voor het schrijven van deze column – helemaal niets, alleen het pompen van bloed in mijn oren – heb ik gehuild.


















