Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? ‘De gevoelswaarden van een connectie veranderen soms net zo snel als de stofwolk op de Kirgizische hoogvlaktes.’
Wanneer ik zijn naam op mijn scherm zie verschijnen, krijg ik een shotje dopamine. Als Sultan/Султан staat hij in mijn telefoon opgeslagen, mijn Kirgizische paardengids. Vier dagen lang begeleidde hij mijn vriendin en mij door de bergen op zijn paarden Toropoj en Baron. Vele dagen daarna appen we nog steeds heen en weer.
Салам
Hallo
Салам
Hallo
Кандайсыз?
Hoe gaat het met je?
Макул, а сен?
Goed, en met jou?
О, жакшы. Мен Соң Көл.
Oh, goed. Ik ben bij het Soň-Kölmeer.
Het cyrillische schrift van het Kirgizisch brengt mij weer een beetje naar daar, in de dagen vlak nadat we terug zijn gekomen uit de bergen, maar ook nadat ik alweer weken in Nederland ben.
Мен тоолорду абдан сагындым.
Ik mis de bergen zo.
Кышында, көл тоңуп турганда келгим келет.
Ik zou in de winter willen komen, als het meer bevroren is.
Келсеңиз кабарлаңыз. Мен сени менен барам.
Laat me weten als je komt. Ik ga met je mee.
Ons ge-app bestaat uit meer woorden dan ik ooit in het echt met Sultan heb kunnen uitwisselen. Daar in de bergen was er geen bereik, en daarmee ook geen Google Translate. We vroegen elkaar hoe we hadden geslapen. Of we moe waren na een lange dag rijden. We zeiden ‘goeiemorgen’, ‘eet smakelijk’. Hij schonk ons thee in bij het eten, en vroeg of we meer wilden: ‘Чай?’ – ‘Ооба, рахмат!’ Ik wist dat hij nog bij zijn ouders woonde, dat hij 25 is. Hobbelend op het paard probeerde ik te communiceren dat ik geen kinderen heb, geen partner, dat ik 33 ben. Ik begreep hoeveel paarden hij heeft, en dacht te begrijpen hoeveel hij er nog wilde hebben. Ik wist hoe hard hij werkte, hoeveel toeristen hij per zomer de bergen op en af begeleidde. Ik zag hoe zorgzaam hij ons in de gaten hield en onze paarden koest hield wanneer ze onrustig werden tijdens de tocht. Via onze appjes kon ik hem nog wat beter leren kennen, maar hield ik vooral mijn herinneringen aan Kirgizië levendig.
Na een paar weken ogenschijnlijk op de oppervlakte te hebben geappt over niets anders dan hetzelfde, verschijnt er iets anders dan normaal op mijn scherm:
Мен сенин көзүңдү сүйүп калдым
Мен сенин жылмаюңа ашык болуп калдым
Мен сенин сүйкүмдүү мүнөзүңдү сүйүп калдым
Бирок баарынан да мен сени сүйүп калдым
‘Oh mijn god,’ app ik mijn paardentochtvriendin. Wat stuurt hij mij nu? Ik maak een screenshot van de voor mij onleesbare tekst. Ik durf dit berichtje niet te vertalen, en zij doet het voor mij:
Ik werd verliefd op je ogen,
ik werd verliefd op je lach,
ik werd verliefd op je vrolijke karakter,
maar bovenal werd ik verliefd op jou.
Ik app vriendinnen over Sultan’s betuiging – ik wilde hem gewoon te vriend houden! – maar zij zijn niet onthutst. Iedereen vertelt mij, in hardere of zachtere woorden, dat ik een naïeveling ben: had je dit dan niet zien aankomen? Aha, denk ik. Dus dit is wat vrouwen, of althans zij, voor lief nemen. Is het in de hand houden van zijn begeerte mijn verantwoordelijkheid? Als je contact houdt met een man moet je er schijnbaar vanuit kunnen gaan dat hij er meer van gaat vinden.
Is het in de hand houden van zijn begeerte mijn verantwoordelijkheid?
Sultan kent mij niet voorbij de oppervlakte. Hij wist alle vier de dagen tussen de bergen mijn naam nauwelijks te herinneren. Hij wist niet dat ik ook op vrouwen val, en ik voel me door de heteronormatieve man-vrouwcontext waarin we elkaar ontmoet hebben in een hokje gestopt. Daar hoor ik niet in als queer vrouw, en daar probeer ik in mijn dagelijkse leven in Nederland telkens aan te ontglippen. Wie ben ik eigenlijk voor hem? Ik schrijf hem:
эй султан, рахмат, бирок мен андай сезимде эмесмин
Oh Sultan, bedankt, maar ik voel niet hetzelfde.
Mijn bestie J. appt mij:
Als vrouw draag je een harnas. Je moet continu monitoren wat je wel en niet laat zien van jezelf, onbewust en dan weer bewuster, omdat het minste al vergaande begeerten kan uitlokken bij een man.
Maar wie katalyseert deze begeerten? Wat is die fijne balans waarop ik moet balanceren bij contact? Of waarom zou ik moeten balanceren? En hoe begeef ik mij in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel? En al helemaal binnen de cultuur van een land waar ik niet mag en niet durf queer te zijn? De vragen circuleren rond in mijn hoofd, en landen nog niet.
Ik herinner me het zadel waarop Sultan mij hijste, de beugels waarin ik mijn schoenen liet glijden en de teugels die ik aantrok bij paard Toropoj. Af en toe liet ik ze uit mijn hand glijden, en dan kwam Sultan naar mij toe gereden om de teugels terug in mijn handen aan te geven. Ik denk terug aan de blauwe cap die ik droeg tegen mijn angst vanaf de hengst op de rotsen te pletter te vallen, en de zekerheid die Sultan mij gaf om het landschap te trotseren met de leren zweep die hij sloeg tegen de billen van Toropoj vanaf zijn eigen gezadelde paard.
De herinneringen doen mij denken aan het invloedrijke concept van de tourist gaze, waarmee socioloog John Urry omschrijft hoe de blik van de toerist diens ervaring kadert. Op dit klassieke concept is kritiek gekomen, omdat het te veel nadruk legt op maar een zintuig binnen de toeristische ervaring: het eendimensionale, beperkende zicht, terwijl het juist de totale zintuiglijkheid is die mij de ervaring beter laat begrijpen. Volgens andere denkers is de toeristische ervaring dan ook een opsomming van meerdere zintuiglijke ervaringen. Als ik me onze reis multi-zintuigelijk inbeeld, dan ruik ik de geur van de thee die Sultan ons in de yurts inschenkt, hoor ik het klikkende geluid van de paardenhoeven op de rotsen, het geblaat en rennen van de schapen in de verte, die, als de stofwolken neerdwarrelen, lijnen achterlaten in het landschap. Het is het gevoel van het koude water van het Soň-Kölmeer. Mijn tepels die hard worden onder mijn bikini en de hoop dat Sultan (niet) langs zal lopen terwijl ik mijn onderstukje omwissel voor m’n onderbroek.
Is taal soms niet een soort log en lomp pak waar we onszelf steeds maar weer in moeten hijsen?
Een andere kritiek op de theorie van John Urry is dat alleen de blik van de toerist omschreven wordt. De host die de toerist begeleidt, kijkt zeker ook terug. Met die terugblik krijgt de host meer agency, wordt er meer eigen daadkracht aan de host toebedeeld. Wat zat er in die terugblik van Sultan? Ik heb uitgerekend dat hij zo’n zestig verschillende toeristen per zomer de bergpas op helpt, het Soň-Kölmeer om. Heeft hij ook naar hun Instagram-gebruikersnaam gevraagd? Bekijkt en liket hij ook hun stories, vraagt hij hen op Whatsapp hoe het gaat, of ze terugkomen? Ik weet het niet, maar wat ik wel erken is dat hij zijn eigen ervaring moet hebben van ons contact via Whatsapp. Wat zou deze zijn?
Ik vind het moeilijk om te interpreteren. Is taal soms niet een soort log en lomp pak waar we onszelf steeds maar weer in moeten hijsen? Als het ons, tegen wil en dank, niet nader laat komen tot de ander – vooral binnen interculturele communicatie, wanneer er zoveel verloren raakt in de vertaling? Zéker bij een chatgesprek in vreemde taal, wanneer de glimlach en blik wegvalt achter het schermpje.
Toch, de geneugten van correspondentie zijn groot. Het zijn kleine shotjes dopamine die door het lijf geschoten worden bij het verschijnen van nieuwe berichtjes. Ik denk aan de magnetische mailcorrespondentie tussen denkers Kathy Acker en McKenzie Wark die gebundeld zijn in I’m very into you: correspondence 1995-1996, waarin ze naar elkaar schrijven over alles wat hen bezighoudt. Ze willen eindeloos met elkaar delen, en dat delen houdt hen wakker in de nacht. Ook al hield de dagelijkse correspondentie tussen mij en Sultan inhoudelijk niet zo veel in, en was het gestoeld op een dunne gedeelde noemer, is het soms niet gewoon die dopamine die mensen zoeken in contact? Zou dat Sultan ook geneugte hebben gebracht, wat appjes van een vrouw met rode lokken uit Amsterdam? Die binnen bliepen in z’n camouflagebroek, op momenten dat hij boven op de bergtoppen weer bereik heeft?
‘Maar Jip…’ mijn paardentochtvriendin brengt voorzichtig ter sprake dat ik misschien toch ook meer in het contact met Sultan zocht dan een vriendschappelijke uitwisseling. Ze denkt dat ik op de oppervlakte op zoek was naar een lichte flirt: ‘Je vond het toch sexy hoe hij op zijn paard zat? Scheef, zei je.’ Ja, dat is ook waar. Z’n handen zo losjes om de teugels, turend door het landschap, heel relaxed in z’n linker heup hangend. Mijn liefdesleven lag al een tijdje op haar gat. Ik wilde dat het zich weer beroerde, dat de wereld zich op dat gebied opschudde. Ik denk dat ik mijn flirtmuscle weer even wilde strekken in die appjes. Bij gebrek aan beter, richtte ik mij op dat wat voor handen lag. Een dunne connectie, een lijntje via de telefoon. Ik wilde in feite gewoon wat aandacht. Toen die aandacht veranderde in een liefdesverklaring, merkte ik dat ik de aandacht zocht in de verkeerde hoek.
We doen het allemaal tegen beter weten in. Sultans paarden liepen misschien gewoon de paadjes warm voor wat nog ging komen
Soms zie ik filmpjes en foto’s van Sultan verschijnen op het Instagram-account van de paardentochtorganisatie. Hij rijdt het hele jaar verder, ook in de sneeuw en als het meer bevroren is. Hij heeft deze zomer twee extra paarden kunnen kopen van alle verdiensten. Het toerisme in Kirgizië groeit rap. Ik herinner mij een gesprek dat we hadden met degene die de touroperator runt, Aizada, een jonge Kirgizische vrouw. Schijnbaar was Sultan een van de eerste gidsen die zich aansloot bij haar gezelschap: ‘He’s one of our best, but I don’t understand why he never learned English’, zei ze.
Misschien geeft het wel een bepaalde vrijheid, om zo het contact met toeristen ergens op veilige afstand te houden? Dan kun je je ook alleen maar met je eigen lokale hachje bemoeien, in de eigen tongval. Dan hoef je je alleen dieper te verbinden aan de andere gidsen en de mensen die de yurts in de bergen bestieren. Niet aan die mensen die alleen maar komen en weer gaan, die toeristen zijn zo inwisselbaar.
Op de terugweg van de paardentocht speelden we het liedje Шекерим in de taxi, alleen wetende dat de woorden klonken als suiker. Zanger Бекжан Темирхан zingt:
‘Шеке шеке шеке шекерим
Эркелесең сүйүп кетемин
Неге неге неге билбегем
Сүйүү мындай таттуу экенин’
We vroegen chauffeur Ruslan de songtekst te vertalen. Ruslan zei dat het een zoetsappig liefdesliedje was, en zo bleek maar weer. De klanken knalden door de boxen over het wegdek, glipten de autoramen uit, de voorbijvliegende bergen binnen. ‘Шеке means sugar,’ zei Ruslan, ‘or sweet’:
‘Sweet sweet sweet sweet,
If you caress me, I will fall in love
Why, why, why, I don't know
Love is so sweet’
Bijna zo zoetsappig als dat berichtje van Sultan. Nadat ik hem daarvoor bedankt had, heb ik geen reactie ontvangen. Dat was dat. De gevoelswaarden van een connectie veranderen soms net zo snel als de stofwolk op de Kirgizische hoogvlaktes.
Terug uit Kirgizië, keek ik naar de hemel op het dak van mijn huis. Ik zag een vallende ster door de lucht glijden en wenste een romance. Het is een irrationeel verlangen, die naar romantiek. Schrijver Daisy Lafarge onderzoekt in haar boek Lovebug metaforisch de liefde als een infiltrant in het lichaam. Ze beschrijft hoe romantische gevoelens je innemen als iets gevaarlijks van buitenaf, als ware het een virus. Lafarge benoemt hoe het verliezen van je hoofd in de liefde wordt gezien als een afwijzing van het logische en rationele, maar is dat niet juist ook waar je zo naar kunt verlangen als het ontbreekt, dat meevoeren? Lafarge waarschuwt nog zo, via een frase uit een gedicht van Veronica Forrest-Thomson, voor de ziekte:
‘Love will:
ravage your beauty
disrupt your friendships
squander your energy
spend every last drop of your self-possession even supposing you had such qualities to begin with.’
We doen het allemaal tegen beter weten in. Sultans paarden liepen misschien gewoon de paadjes warm voor wat nog ging komen. Elders in de bergen trof ik een mede-toerist, tijdens een wandeling zonder paard. Die lover bevindt zich nu op het Europees continent en is dichter bij huis in elk opzicht. We vielen voor elkaar op een Kirgizisch feestje in Amsterdam. Шеке шеке шеке шекерим, klinkt er opnieuw zoet in mijn hoofd, maar met een nieuwe weerklank.
















