In november 2025 organiseerden fotofestivals BredaPhoto en Pride Photo samen met literair productiehuis Tilt de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’. Daarin onderstreepten en vierden we het belang om in alle vrijheid te kunnen zijn wie je wilt zijn. Tilt vroeg vier queer auteurs een brief te schrijven aan een van de geportretteerden, met vandaag: Trijntje van de Wouw. ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’
Tot je een jaar of acht was, waren er geen rare blikken, geen wettelijke restricties of volwassenen die je uitlachten wanneer je je dromen met beide handen de lucht in stak. De een zou later uitvinder worden, de ander de nieuwe Steve Irwin en jij zou astronaut worden. De juf als ooggetuige en een Cars-rugzak vol ervaring.
Er is je de maan, Mars en de sterren beloofd. Er is je beloofd dat je zo dichtbij zou komen dat je de plooien in hun huid zou zien. Er zou een tijd komen waarin al je kinderdromen uitkwamen en jij de koning van het feest zou zijn. De voorwaarden werden later pas duidelijk: hard werken en normaal doen.
Dat besef begon toen de jongens en de meisjes elkaar gingen plagen en je jezelf niet terugvond in de boeken. Nou ja, je wilde best de ridder zijn, maar zo scheen dat niet te werken. Vanaf dat punt raakte je steeds verder van de aarde verwijderd zonder ooit dichter bij de ruimte te komen.
Je besefte dat jij niet de held zou zijn die de lucht in werd geschoten. De held is hetero, rationeel, dapper en een nationaal symbool. Het instrument voor vooruitgang. De held wordt gelanceerd en wie afwijkt blijft genageld aan de grond.
Wist je dat sterren vooral schitteren omdat ze anders zijn dan het donker?
De eerste man stond al op de maan terwijl homoseksualiteit nog als geestesziekte werd beschouwd. Ze konden zuurstof creëren in een vacuüm, maar niet hun eigen bevolking laten ademen. Ze stuurden honden, apen, schildpadden, muizen, fruitvliegjes, kikkers, bijen en vissen de ruimte in, maar tot een openlijk queer persoon is het nooit gekomen.
En toch ligt je astronautenpak over de stoel op je kamer. Het ademt vast net wat beter, vrijer dan die stroperige lucht die tussen de mensen hangt. Mensen hebben je er verdwaald in zien staan op een industrieterrein, in het bos, op kantoor en in de supermarkt. Altijd de ruimte aan het scannen.
Als het anders was gelopen dan zouden ze je eren om je buitenstaanderschap, om je manier van zweven in een ruimte die nooit voor jou gebouwd was, om je overlevingsdrang in een wereld zonder zuurstof en om je moed om gewichtloos te bestaan.
Maar wist je dat sterren vooral schitteren omdat ze anders zijn dan het donker?
Dat een komeet een spoor van licht achterlaat als ze van haar baan afwijkt?
Dat een supernova pas zichtbaar wordt wanneer ze verandert en ontploft?
En dat al die astronauten ook maar op zoek zijn naar een aarde die afwijkt van de onze, altijd maar op zoek naar waar we vandaan komen?
Elke cel in jouw lichaam bevat atomen die ooit in een ster zijn ontstaan.
Laat je pak een keer thuis — besef dat je je eigen heelal bent.
Ga dansen om je as, weiger net als hemellichamen stil te staan. Je hoeft jezelf alleen maar te laten zien aan die sukkels. Lach ze maar uit; ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.
Foto: Gay Space Agency, Mackenzie Calle. Lees hier meer informatie over deze foto.
Vorige week las je hier de tekst van Ludwig Volbeda. Volgende week lees je de laatste tekst.


















