Illustratie: Floris Solleveld

Op het festival versmolt Kasper vijf willekeurige woorden tot een impro-column." />

Illustratie: Floris Solleveld

Op het festival versmolt Kasper vijf willekeurige woorden tot een impro-column." />
Asset 14

Boerenbruiloft

Kasper vroeg op het festival vijf woorden aan het publiek, aan de hand waarvan hij gedurende de dag een column schreef. Dit is resultaat.

Eerst een toelichting. Hardhoofd had mij al eens voor een eerder feest een ‘impro-column’ laten schrijven; aan de hand van woorden uit het publiek moest ik ter plekke iets produceren om later op de avond voor te lezen. Dat experiment resulteerde in ‘Wolkentoetje’, dat indertijd door het Reformatorisch Dagblad werd omschreven als ‘een posterotisch zuivelmonument voor de Ketnetgeneratie’. Die kon ik in mijn zak steken.

Voor het festival van afgelopen zaterdag mocht ik mij voor een tweede keer dienstbaar maken aan de grillen van het publiek. Om dat publiek en mijzelf het iets makkelijker te maken bedacht ik categorieën waar drie van de vijf woorden in moesten passen.

De eerste categorie was ‘zuidvruchten’, en die werd gretig ingevuld met ‘vijg’. De tweede categorie was ‘Canadese lettertypes’ en bij nader inzien riep de vrouw uit het publiek waarschijnlijk ‘Ottowa’, maar ik kon het niet goed verstaan en had er daarom maar ‘Ottahowama’ van gemaakt. De derde categorie was ‘bluegrassviolisten’, maar tot mijn grote verbazing kon geen van de elfduizend aanwezigen met een fatsoenlijke bluegrassviolist op de proppen komen. Wel werd er ‘erwtensoep’ naar mij gesmeten, dus werd dat mijn derde woord. De laatste twee (vrije) woorden waren ‘seismologisch’ en ‘strohalm’.

In de komende tweeënhalf uur moest ik dus aan de slag met deze woorden. Het was nog een hele klus om mij te kunnen concentreren op zo’n gezellig feest met zo’n ijzersterk programma. Hieronder leest u, in ongewijzigde vorm, wat ik zaterdagavond voor een zwaar beschonken publiek op het buitenpodium ten gehore bracht.

-KvR

Boerenbruiloft

Mensen vragen soms aan mij waarom ik geen erwtensoep eet. Ik zeg dan maar, om er snel vanaf te zijn: "Ik hou er niet van." Dat is een argument waar weinig tegenin te brengen valt. Over smaak valt zeker wel te twisten, maar aan iemand die zo weinig smaak bezit dat hij een dampend bord snert afwijst wil niemand zijn kostbare conversatietijd spenderen, liever wordt er nog een gesprek met een schaal borrelnootjes aangeknoopt. En dat terwijl ik juist dol ben op erwtensoep. De werkelijke reden dat ik het toch laat staan wanneer het mij aangeboden wordt is vele malen lastiger uit te leggen dan dat ik het domweg niet zou lusten. Toch ga ik hier een poging wagen, om voor eens en altijd van de vraag en het onbegrip af te zijn.

In de winter van 1998 ontmoette ik mijn oom Carl uit Canada. Hij was een amateur-seismoloog en amateur-gynaecoloog en wist deze twee passies op ongeëvenaarde wijze te combineren. Maar hoe kon ik, jongen van amper vijftien lentes jong, weten hoe uniek deze oom van mij wel niet was? Ik vond het maar een rare snuiter, met z’n roodgelakte gympjes en z’n strooien hoed. Ik had zin om hem te tarten, want het werkte mij op de zenuwen hoe hij urenlang alle aandacht vasthield met z’n praatjes over barensweeën op de schaal van Richter. Natuurlijk aten we erwtensoep, want buitenlands bezoek moest daarop getrakteerd worden. Maar gewoon rustig eten was er niet bij, want het voedsel was weer aanleiding voor ome Carl om honderduit te vertellen over moerasbevingen en snotterige draagmoeders.

Gelukkig wist ik dat er één manier was om deze infiltrant uit te schakelen. Toen hij onze kamer inliep trok de schaal met gedroogde vruchten, die al jarenlang onaangeraakt op het dressoir lag te pronken, zijn aandacht. "Ik ben zo sorry dat ik kan niet genieten van deze lekkernijen", verzuchtte hij in zijn beste Nederlands. En toen herinnerde me ineens weer hoe mijn moeder ooit vertelde dat de kleine Carl met grote spoed in het ziekenhuis moest worden opgenomen nadat hij haar poppenhuis had ondergekotst en uitslag over zijn hele lichaam kreeg. Hij bleek een vijgenallergie te hebben en niet zo’n kleine ook. Vijgen waren sindsdien uit den boze op zijn menu, ze vormden een levensgevaar voor hem. Op een onbewaakt ogenblik – toen ome Carl op de grond ging liggen om uit te beelden hoe hij ooit een klemzittende Siamese tweeling per abuis gescheiden had nadat hij zijn leesbril in de baarmoedermond had verloren – pakte ik een vijg van de schaal en deponeerde deze in zijn kom snert. Toen hij zat nam hij een hap en meteen greep hij naar zijn keel. "Dit is de heerlijkste smaak dat ik heb ooit gegeten", rochelde hij en viel vervolgens terug op de grond waar hij zonet nog vrijwillig had gelegen.

Mijn vader snelde naar de telefoon om een ambulance te bellen. Een enorm schuldgevoel trok door mijn lichaam en ik begon in te zien dat dit het toch ook weer allemaal niet waard was geweest. De dokters zouden spoedig constateren dat het de vijgenallergie was geweest die hem de kop had gekost en mijn ouders zouden ontdekken dat er een vrucht van de schaal miste, het mysterie was al zo goed als opgelost. Hoe had ik zo dom kunnen zijn?

Er was nog één laatste strohalm waar ik mij aan vast kon klampen, en dat was het lettertype dat mijn oom tijdens een zelfgeënsceneerde aardbeving in zijn badkuip per abuis had uitgevonden en dat hij trots Ottahowama – Inuit voor ‘vrij onbeweeglijke bever’ - had gedoopt. Als ik zo snel mogelijk kon tonen dat ik dit onooglijke lettertype vrij nauwkeurig met de hand kon reproduceren zou hij vast weer bij bewustzijn komen en zouden al mijn zonden vergeven zijn.

Maar helaas, eer ik pen en papier gevonden had, was Carls laatste ademtocht reeds een geschiedkundig feit. Mijn familie wilde mij nooit meer zien, en ik raakte verslaafd aan typ-ex en salmiak om maar aan de pijn van het leven te kunnen ontsnappen.

Nú begrijpt u waarom ik liever mijn erwtensoep oversla. Ook van vijgen, aardbevingen, Canadese lettertypes en strohalmen wil ik zo min mogelijk weten, maar die worden je nu eenmaal met minder grote regelmaat aangeboden op braderieën en boerenbruiloften.
---------
Floris Solleveld maakte bij vier van de vijf woorden tekeningen, die tijdens het voorlezen de rondte gingen en uiteindelijk vermist zijn geraakt, maar die hij inmiddels opnieuw heeft getekend en die u hier kunt zien:

Illustraties: Floris Solleveld

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Floris Solleveld is overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

"Ofwel we noemen mij voortaan een tokkie, en ik zal de titel met trots dragen. Of we stoppen met het gebruik van het woord tokkie en laten het weer alleen een familienaam zijn." In deze gastcolumn geeft Anne Schepers een ijzersterk pleidooi tegen het negatieve gebruik van het woord 'tokkie'. Lees meer

Tot morgen

Tot morgen

Na bijna vier jaar als columnist voor Hard//hoofd is het voor Eva tijd voor iets nieuws, maar afscheid nemen is niet haar ding. 'Dus lieve lezers: voor jullie nu een kus op de wang, en tot morgen!' Lees meer

Wat je niet zult zien op het nieuws

Wat je niet zult zien op het nieuws

Marthe van Bronkhorst beschrijft dat wat ongezien blijft op het nieuws over de demonstaties bij de UvA. 'Maar het is wel gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.' Lees meer

Mooi weer spelen

Mooi weer spelen

Als Aisha’s eerste therapiesessie niet voelt als de warme deken waar ze op hoopte, mist ze groepsgenoot S., die haar een spiegel voorhield. Lees meer

Verdomme, ik heb wel geleefd

Maar verdomme, we hebben wel gelééfd

Marthe van Bronkhorst schreef in 2019 een toneelstuk dat bijna volledig werkelijkheid is geworden. Kan ze de slotscène nog weren uit de realiteit? Lees meer

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Wanneer Eva op bezoek is bij haar zus, vraagt die of Eva haar eicellen al in heeft laten vriezen. Het laat Eva nadenken over hoe ze de vraag 'Wil ik een kind?' überhaupt kan beantwoorden. 'De vraag omtrent het ouderschap is bij uitstek een gevoelskwestie, en mijn gevoel volgen is nooit mijn sterkste punt geweest.' Lees meer

Niet

Niet

'Naarmate die vakantie vorderde, begon ik die ‘niet’ te bezien in het licht van een oude angst die soms omhoogkomt. Wanneer namelijk mijn vriendin zei: ‘dat is een lantaarnpaal’ en ik zei ‘niet’, begon ik me af te vragen of we inderdaad wel dezelfde lantaarnpaal zagen.' In deze column schrijft Anne Schepers over het woord 'niet' en de gevolgen die het kan hebben voor een discussie. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Mijn week met morele ambitie: wat ik leerde ondanks Rutger Bregman

Marthe van Bronkhorst probeerde morele ambitie een week uit en leerde ervan - ondanks Rutger Bregman. Lees meer

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva nodigt twee vrienden uit om bij haar te komen eten. Ze hoopt dat dit het begin zal zijn van een nieuwe vriendengroep. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn 1

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Marthe van Bronkhorst bekijkt hypocrisie als spectrum: hoe hypocriet ben jij op een schaal van Frans Bauer tot Johan Derksen? Lees meer

In je eentje achterblijven

In je eentje achterblijven

Als vriendin K. op een date gaat, denkt Eva van den Boogaard na over hun onuitgesproken pact. Zo lang ze beiden ongelukkig in de liefde zijn, hebben ze elkaar. Maar wat als er iemand dat pact uitstapt? Lees meer

Geld lenen

Geld lenen

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Voor dit alles.’ Ik gebaar om me heen. ‘Voor Nederland.’ In deze column van Anne Schepers ontmoeten twee vrouwen, die uitkijken naar hun avond in een wijnbar, een man die een treinkaartje naar Ter Apel bij elkaar probeert te sprokkelen. Lees meer

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

'Als je je psycholoog écht een brevet van onkunde wil geven, moet je haar uitnodigen voor je euthanasiefeest.' Lees meer

Ik ook op jou

Ik ook op jou

Op een avond zegt iemand tegen Eva dat hij verliefd op haar is. Terwijl hij wacht op een antwoord, denkt Eva na over wat verliefd zijn eigenlijk is. Lees meer

Herhaalrecept

Herhaalrecept

Op een ochtend wordt Aisha Mansaray wakker in een parelmoeren bubbel. Ze onderzoekt hoe ze met haar depressie op de randen van de realiteit kan leven, zonder de grip erop te verliezen. ‘Mijn aandoening was een zuigend ding geweest dat zich om mij heen had gewikkeld, lelijk, en meer levend dan ik.’ Lees meer

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Marthe van Bronkhorst maakt de balans op tussen S en M, die beide alles kwijt zijn: de een is ingebed in het zorgsysteem, de ander moet niks hebben van de verzorgingsstaat. Lees meer

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

Grootgebracht met het idee dat 'natuurlijke' oplossingen de voorkeur hebben boven synthetische medicatie stond Eva niet te springen om angstremmers te gaan gebruiken. Maar wat als het nou gewoon werkt? Lees meer

Column: Keihard chillen 2

Keihard chillen

Eva zet haar vraagtekens bij het fenomeen chillen. 'Eerlijk gezegd denk ik dat een wereld als deze, waarin fascisme oprukt, waarin genocide nog steeds bestaat, waarin het onrecht en de pijn en het verdriet van mijn schermen afspat, weinig reden geeft tot chillen.' Lees meer

We zijn tenminste allemaal nog mensen

We zijn tenminste allemaal nog mensen

In een overvolle trein ontwaart Aisha de eerste tekenen van het nieuwe verhaal waar ze - of iedereen? - naar op zoek is. Lees meer

Column: Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Als een vriendin van Eva op date gaat met een man waarmee Eva zelf al eerder afsprak, is ze erg benieuwd naar haar bevindingen. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer