Asset 14

Zinkstukken

 1

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier.

Een schrijver draagt zijn dochter over een uitgestrekte akker. Een man loopt met hen mee. Hij is van de gemeente en in zijn hand heeft hij een sleutel. En ze lopen en ze lopen. De middag is aangenaam, maar de dagen ervoor heeft het veel geregend. Het gras onder hen nat en week. En daarom tilt de schrijver zijn dochter, zodat haar roze laarzen niet wegzakken in de met mest bestrooide grond. Hun bestemming zien ze al van verre, want de strakke horizon boven de akker wordt onderbroken door een puist in het land. Een verhoging. En op die verhoging torenen twee reusachtige bomen. Kastanjes. Hun takken zijn kaal, ze hangen neerwaarts en omhullen een kleine keet van steen.

De schrijver schrijft een verhaal. En dat verhaal speelt zich af in een keet, precies als deze, want tot precies een eeuw geleden bevond dit stenen onderkomen zich op een eiland, zoals er hier in de Biesbosch zovele eilanden waren, voordat het water er omheen werd drooggelegd en in bouwland veranderde.

Zijn dochter klemt haar armen om zijn hals, ademt in zijn oor en vraagt of ze er al bijna zijn. Ze wilde weleens zien wat haar vader precies doet, als hij schrijver is, anders dan bijna onbewogen achter zijn bureau naar een laptop staren.

Op het eiland waar de keet zich vroeger bevond, teelde men wilgen en die werden in de winter geoogst door griendwerkers die veelal uit Werkendam afkomstig waren. De griendwerkers sneden en hakten de takken van de bomen. Dat was hun verdienste. Een schraal inkomen, dat veel vroeg van de arbeiders. Er moest soms urenlang geroeid worden om het eiland te bereiken. Vervolgens bivakkeerden de mannen dan vijf dagen van de week in de keet, afgesloten van het vasteland. Het was koud, nat en moerasachtig, want tijdens de vloed overstroomde het eiland. De keet diende dan als toevluchtsoord, waar men het zakken van het water afwachtte. Maar ook daar was men niet altijd veilig voor het water.

Het verhaal dat hij schrijft volgt vier griendwerkers die tijdens een stormtij gevangen zitten in een keet. En terwijl ze daar zitten vertellen ze elkaar verhalen rond het vuur. Zulke kampvuurverhalen hielpen de tijd te doden, maar leidden de aandacht ook af van de erbarmelijke omstandigheden, stuurden de gedachten weg van de dood die op het eiland nooit ver weg was. Veel van de verhalen die rond de vuren in de keet werden verteld zijn later opgetekend en bewaard. En de schrijver las ze en werd erdoor getroffen. Veelal zijn het spookverhalen over griendwerkers die de dood vonden, die door de ratten werden opgegeten. Allemaal wortelen de verhalen in een werkelijkheid die gruwelijk is, maar door die gruwelijkheden in een verhaal te gieten en ze te delen rond het vuur, veranderde er iets. De dood werd anekdote. Iets waar om gelachen werd, of iets waar gezamenlijk om kon worden gehuiverd. En zo werd de dood op afstand gehouden.

En diep van binnen weet de schrijver dat hij hier puur is voor de bühne

De schrijver, met zijn dochter op de arm, beklimt de verhoging, die met afgebroken takken ligt bezaaid. De keet staat er vervallen bij. Zijn muren zijn verweerd en donker. De man van de gemeente steekt zijn sleutel in het slot. Hij draait, zonder dat er iets gebeurt. Dan draait hij nog eens en mompelt dat het vreemd is, dat de sleutel gewoon zou moeten werken.

Nu hij oog in oog staat met een keet als die waarover hij schrijft, vraagt de schrijver zich af wat hij hier eigenlijk doet. Toen hij vertelde dat hij werkt aan een verhaal over een keet op een wilgeneiland, had iemand opgeworpen dat hij ’s nachts in zo’n keet zou moeten overnachten, om te kunnen ervaren hoe het voor zijn personages geweest moet zijn. En daarom is hij nu hier, bij een van de laatst overgebleven keten die de Biesbosch nog bezit. Als het verweerde gebouwtje er van binnen een beetje redelijk uitziet (als er geen uil woont of wespennest in zit), dan kan de schrijver er op een later moment een nacht in slapen. Met een matje op de vloer. En ergens trekt dat de schrijver aan, want hij is benieuwd of de geest van deze plek, de genius loci zoals dat zo mooi heet, hem iets te vertellen heeft, of de geest van de mensen die hier hebben gebivakkeerd en overleefd in de stenen wanden is getrokken. Door hier te zijn kan de schrijver de keet als het ware als zijn getuige nemen. Maar tegelijkertijd voelt hij zich een indringer, want het verhaal dat hij schrijft heeft hij min of meer al af. En diep van binnen weet de schrijver dat hij hier puur is voor de bühne. Dat zijn aanwezigheid hier hem tot een gimmick maakt. De overnachting zal iets zijn wat aanspreekt, een haakje voor journalisten in interviews die hij over het verhaal zal geven, omdat het publiek nu eenmaal wil dat een schrijver het geschrevene daadwerkelijk heeft doorleefd en doorvoeld, want dat is authentiek.

En terwijl de man van de gemeente worstelt met het slot, loopt de schrijver met zijn dochter in zijn armen om de keet heen. Zijn dochter vraagt waarom de sleutel niet werkt, waarom de deur niet opengaat en waarom ze niet naar binnen kunnen, want ze zijn hier om naar binnen te gaan. En de schrijver antwoordt dat hij dat niet weet. Hij zegt dat ze even moeten afwachten. En dan kijkt hij door het aangetaste glas van het enige raampje dat aan de achterkant van de keet zit. Binnen is het donker, maar toch ziet hij dat er aan een van de wanden drie schietschijven zijn opgehangen. De schrijver loopt verder. En naast het keetje, tegen de muur aan, is iets in elkaar geknutseld. Een soort opstelling van staalgaas, bedekt met een camouflagenet.

En de schrijver begrijpt wat er aan de hand is. De keet is gekraakt, toegeëigend door iemand die er zijn uitvalsbasis van heeft gemaakt. Iemand die er jaagt. De man van de gemeente is bij de schrijver komen staan. We moeten dit eerst onderzoeken, zegt hij. Voorlopig kun je er niet in. En ergens is de schrijver opgelucht.

En dan pas zien ze de dieren. Hun dode lichamen liggen verstopt tussen de takken. Aangevreten zwanen. Het karkas van een bok. En een bever die nog nat lijkt, alsof hij net uit het water komt gekropen en hier is gaan liggen om te rusten.

En hij hoort wat deze plek hem dwingt te zeggen

En de schrijver heeft spijt dat hij zijn dochter van drie heeft meegenomen. Ze vraagt weer waarom ze niet naar binnen kunnen. Ze vraagt waarom de bever daar ligt. Ze vraagt waarom hij niet beweegt. En de schrijver zegt dat het dier dood is. En ze vraagt dan wat is dood? En hij zegt dat de bever niet meer kan bewegen en dat hij niet meer kan praten en niet meer kan ademen. En ze vraagt waarom hij dood is. En de schrijver zegt dat hij oud is geworden en dat hij toen is doodgegaan. En ze kijkt een tijdje naar de bever en vraagt of ze op hem mag staan. En hij zegt dat dat hem geen goed idee lijkt, omdat het niet zo netjes is om op dode dieren te staan. En ze vraagt waarom de bever hier dan ligt, waarom iemand hem hier heeft neergelegd. En de schrijver zegt dat iemand de bever heeft gevonden en dat diegene dit een mooie plek vond voor de bever, zo onder die twee mooie grote kastanjebomen.

En hij hoort wat deze plek hem dwingt te zeggen. Hoe zijn geruststellende woorden de werkelijkheid bedekken. Hoe ze het gebeurde op afstand houden. Zijn verhalen zullen haar beschermen.

En de dood is anekdote geworden.

Van 12 t/m 27 september krijg je de novelle Zinkstukken cadeau in je favoriete Brabantse boekhandel bij besteding van € 15,-.

Mail

Jilt Jorritsma (1991) is schrijver en historicus. Zijn debuutroman Was stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en op de shortlist van de Anton Wachterprijs. Door NRC werd Jorritsma uitgeroepen tot Rijzende Ster in de Literatuur. Hij won de Joost Zwagerman Essayprijs, de Nexus Connect-essaywedstrijd en een Rely Jorritsmaprijs. Zijn tweede roman Autopsie verscheen in 2025 bij Das Mag.

Janine Hendriks (1978) aka Kaftwerk is grafisch ontwerper en illustrator. Vanuit haar studio in Tilburg bouwt zij aan een beeldend universum waarin vormen lijken te zweven, kleuren in elkaar overlopen en alles nog mogelijk is. Haar werk verschijnt op boekomslagen, tijdschriften, albumhoezen en in gelimiteerde oplages.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

 1

Schrijfwedstrijd: door de ogen van Palomar [deadline verstreken]

Stuur vóór 19 juli in voor de schrijfwedstrijd van Hard//hoofd en uitgeverij Cossee. Neem de lezers van jouw kortverhaal bij de hand en laat hen opnieuw kijken en luisteren naar (voelen en denken over) situaties, mensen, objecten, beelden die we allemaal kennen. Of toch niet? Lees meer

Baka bana

Baka bana

‘Papa haatte ik omdat hij meer tijd met mama had gekregen dan ik. Mama haatte ik omdat ze me in de steek had gelaten én zwart had gemaakt.’ In dit verhaal van Sophia Blyden komt de hoofdpersoon na een lange tijd zonder contact voor het eerst haar vader weer tegen. Ze besluiten om op een vader-dochterweekend te gaan, op zoek naar verzoening, herinneringen, wie ze geworden zijn zonder elkaar, en de juiste bereidingswijze van baka bana. Lees meer

CAPTCHA

CAPTCHA: Can Anyone Prove They’re Clearly Human Anyway?

De relatie tussen mens, dier en internet staat centraal in dit verhaal van Leonie Moreels. De hoofdpersoon balanceert een zieke teckel en een afstandelijke partner die diens identiteit via het internet probeert te achterhalen. Dit alles leidt tot een reflectie over wat echt is en wat niet, en vooral over wat ‘leven’ in verhouding tot het internet betekent. Lees meer

Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer