Asset 14

Hoe lang blijf je een vluchteling?

Hoe lang blijf je een vluchteling?

Ivana Kalaš vluchtte als kind uit Joegoslavië en haar gezin vestigde zich uiteindelijk in het Gelderse Maurik. Nu ze hier is opgegroeid en haar gedeelde geschiedenis in Sarajevo afbrokkelt, is teruggaan geen optie. Toch kan ze niet zeggen ‘wat’ ze nu precies is. Voor ons papieren magazine onderzocht ze waarom ze zich nog steeds vluchteling voelt.

Net als sommige Nederlanders krijg ik wel eens de vraag: wat ben je? Het is altijd lastig om hier antwoord op te geven. Ik ben geboren in Joegoslavië, in Sarajevo, de hoofdstad van deelrepubliek Bosnië en Herzegovina, in een Servo-Kroatisch gezin, maar leef al bijna mijn hele leven als Nederlands staatsburger. Vaak struikel ik dan over het antwoord. Wat ben ik? Het is onduidelijk. Ik probeer het uit te leggen door te zeggen dat ik vluchteling was. Ik vind het niet erg om mezelf nog altijd zo te noemen. Het voelt eigenlijk passender dan de meeste labels die ik heb gekregen. Ik wil hier niet mee pretenderen dat ik nog daadwerkelijk vluchteling ben, dat is namelijk niet zo. Al zo’n 28 jaar niet. Noch wil ik afdoen aan mijn geprivilegieerde positie. Ik ben wit, hoogopgeleid. Ik kom uit op vier van de zeven vinkjes. Dat zou genoeg moeten zijn om mijn draai te vinden in het leven, toch? Maar het is nog steeds niet gebeurd. In vele opzichten voel ik me, nog altijd, vluchteling.

Dat zet me aan het denken. Is het label ‘vluchteling’ iets wat resteert na het trauma van het moeten achterlaten van onze geboorteplaats, familie en vrienden, van cultuur, van alle mogelijkheden en wat-alsen? Houden we op met vluchteling zijn als waar we vandaan zijn gevlucht weer veilig is geworden? Worden we migranten met de paspoorten die we krijgen nadat we al zo veel hebben verloren? Hoewel het juridisch gesproken misschien een zwart-wit onderscheid is, zijn hier ook psychologische antwoorden op, en nog belangrijker: persoonlijke.

Voordat ik dit essay begin te schrijven, besluit ik langs te gaan bij mijn eerste huis in Nederland. Het Jonathanhof in Maurik. Ik voel me gespannen in de auto. Het gekke is dat ik hier nog geen maand geleden ben geweest, barbecueën bij vrienden van mijn ouders. Maar dat was niet op het Jonathanhof. Dat was niet in ‘mijn’ straat.

Zoals veel dingen in dit nieuwe land mysterieus voor mij waren, was het Jonathanhof dat ook. Eigenlijk voel ik me nog steeds aangetrokken tot die naam. Wie is Jonathan? Waarom is er een straat naar hem vernoemd? Door mijn zoektocht heb ik inmiddels begrepen dat het verwijst naar een appelsoort, de jonathan.

Nadat ik de auto om de hoek heb geparkeerd, praat ik mezelf moed in. Ik probeer mezelf gerust te stellen: wat is er nu zo vreemd aan een simpel ommetje maken? Maar dan dringt een onverwachte gedachte zich aan me op: waarom heb ik eigenlijk moed nodig voor zoiets?

De straat lijkt veel korter dan ik me die herinner. Zo gaat dat vaak met jeugdherinneringen. Ik loop langs de lantaarnpaal waar ik ooit met mijn fiets tegenaan knalde nadat een zijwieltje losraakte, waardoor ik mijn voortand verloor. Binnen vijftig stappen sta ik voor mijn oude voordeur. Alles lijkt kleiner, maar er past nog steeds een Kia Picanto in de voortuin. Het hek waarachter ik als kind schuilde tijdens buurtruzies, is verdwenen.

Ik was verjaagd uit Sarajevo en mijn nieuwe buren moesten me eigenlijk ook niet zo

Hoewel het een zomerse woensdagmiddag is, is de straat verlaten. Desondanks voel ik me bekeken. Ik denk aan M., die zittend op een stenen muurtje met zijn vrienden mij opwachtte als ik uit school kwam. Skinheads van een jaar of vijftien. Ze scholden me uit, gooiden stenen naar me en verzochten me minder dan vriendelijk terug te gaan naar waar ik vandaan kwam.

Het besef komt in één klap binnen. Natuurlijk voel ik me hier onveilig. De reden van het ongemak is de wetenschap dat ik hier niet gewenst ben, ook nooit gewenst ben geweest. In de dertig jaar die voorbij zijn gegaan, ben ik als persoon enorm gegroeid, maar is dit gevoel blijven hangen. Dit is niet ‘mijn’ Jonathanhof, het is nooit van mij geweest. Een unheimlich gevoel bekruipt me. Ook al heb ik hier jaren rondgelopen, heb ik me gevormd naar deze straat en het huis, ik hoor hier niet thuis.

Er is een verschil tussen ergens thuishoren en ergens tussen passen. Ergens tussen passen zegt het al: je moet aanpassingen maken en dan kom je er wel. Ergens thuishoren is vanzelfsprekend. Door mijn ontheemding op jonge leeftijd heb ik nooit geleerd wat het betekent om ergens thuis te horen. In Sarajevo heb ik maar drie jaar mogen wonen. Na de vlucht zijn we in totaal zeven keer verhuisd voordat ik zes jaar oud was en we in Maurik terechtkwamen. Hoewel hier ook genoeg lieve mensen woonden die het beste met ons voorhadden, zijn mensen als M. toch het meest tekenend voor mij geweest. Ik was verjaagd uit Sarajevo en mijn nieuwe buren moesten me eigenlijk ook niet zo.

Ergens thuishoren is dus moeilijk, maar ergens tussen passen gaat me makkelijk af. Het kost wel energie, kracht die ik soms niet kan opbrengen, en belangrijker nog: het is eenzaam. De Chicana-feministische schrijfster Gloria Anzaldúa heeft hier een term voor: nepantla. Het woord is van origine Nahuatl, de taal van de Azteken die nu nog gesproken wordt door ruim anderhalf miljoen mensen in Centraal-Amerika. Het betekent ‘ertussenin’. Anzaldúa gebruikte het woord om een bepaalde staat van zijn te omschrijven, die van hier en daar. Wanneer iemand meerdere culturele of sociale achtergronden tegelijkertijd heeft, bevindt die persoon zich in nepantla. Het kan een pijnlijke staat zijn om je in te begeven, omdat het een bepaalde confrontatie met jezelf vereist. Met je eigen vooringenomen ideeën over wie je bent. De uitdaging is om hier een kans voor groei uit te halen. Nepantla is een ruimte van dubbelzinnigheid en twijfel, een periferie waar het bekende samensmelt met het onbekende en waar verschillende aspecten van identiteit elkaar kruisen of waarover wordt onderhandeld om uiteindelijk tot een nieuwe, herstelde gedaante te komen.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Nepantla is een persoonlijke ruimte voor groei en staat in contrast met de buitenwereld die labels kan plakken. Wanneer anderen iets te zeggen krijgen over jouw persoonlijke identiteit, kan dat een intern conflict veroorzaken. Zo ook bij mij.

Het leek mij dat Nederland altijd al te vol was voor ons

Ik was bijna vier jaar oud toen ik in een azc terechtkwam. Het was een oude brandweerkazerne in Zeist, omgebouwd om de grote toestroom vluchtelingen begin jaren negentig te kunnen opvangen. Het was er niet prettig. Veel getraumatiseerde mensen bij elkaar, een uitzichtloze situatie, en weinig tot geen psychologische steun. Hoewel ik er als kind niet veel van begreep, had ik wel voortdurend paniekaanvallen. Bijvoorbeeld in de klas. Ik sprak nog geen Nederlands en raakte in de war van de vragen die me tijdens het kringgesprek gesteld werden. Op een dag rende ik in paniek de klas uit, naar het hek dat waarschijnlijk niet op slot zat, maar ik toch niet openkreeg. Ik zette het op een klimmen en ik weet nog hoe ze aan me trokken om me eraf te krijgen. Mijn kleine vingers in het vlechtwerk verweven. Twaalf jaar later stond de kazerne er niet meer, die was gesloopt, maar ik was toch terug in Zeist, thuis bij mijn eerste vriendje. Zijn vader vertelde me vol trots dat hij met zijn partij Leefbaar Zeist nog had geprotesteerd tegen de komst van mijn azc. Maar niet tegen mij, hoor, ik was een van de goeden. Beduusd zat ik me op de bank af te vragen wie dat eigenlijk had bepaald.

Hoewel ik in de jaren tussen het azc en die twee-onder-een-kapwoning in Zeist misschien zelfs had vergeten dat ik vluchteling was, of juist een manier had gevonden om het te verbinden aan mezelf, werd ik er op deze manier toch weer mee geconfronteerd. We waren allang weg uit Maurik, maar het idee dat ik hier in Nederland niet gewenst was, bleef ik tegenkomen. Deze ervaringen waren echter, behalve het voorval in Zeist, vaak niet meer op mij persoonlijk gericht. Of op Joegoslavische vluchtelingen in het algemeen. Wij werden een succesverhaal genoemd. De groep die zich zo goed en zo snel had aangepast aan de Nederlandse samenleving. We wisten de weg naar een baan sneller dan gemiddeld te vinden, ons opleidingsniveau lag hoog. We waren geassimileerd. Natuurlijk kwam dit mede doordat wij als witte Europeanen véél sneller verblijfsstatus, en daarmee zekerheid, kregen.

Ook ik legde het gewenste onderwijstraject af. Ondanks een ongunstig middelbaar schooladvies van juf Truus ging ik naar het vwo en rondde daarna ook een universitaire bachelor en master af. Op de voorgrond leek er dus weinig aan de hand, maar op de achtergrond was ik depressief en angstig. Met lede ogen keek ik naar de verrechtsing in de wereld en in Nederland. De grenzen moesten dicht, echoden ‘opiniemakers’ op televisie, op de radio, in de krant. Nederland was vol. Nederland was in de jaren negentig ook al vol. Dat hoorde ik M. vaak genoeg zeggen. Het leek mij dat Nederland altijd al te vol was voor ons. Voor vluchtelingen, ook al werd ik niet meer zo gezien.

Na dertig jaar van deze voortdurende negatieve bejegening wordt het een uitputtende taak om me aan te passen aan een plek waar ik niet gewenst lijk te zijn. Elke poging vanuit nepantla om mijn identiteit te hervinden, te reconstrueren, wordt ondermijnd door een verergerende vijandigheid tegen een fundamenteel onderdeel van mijn geschiedenis. Zoals ik dat probeer, zal iedereen die ooit gevlucht is diens identiteit weer moeten heropbouwen. Het is niet aan mij om te zeggen of zij er net zoveel moeite mee zullen hebben als ik.

Hoe ontheemd ik me soms ook voel in Nederland, hetzelfde geldt voor waar ik vandaan kom

Dus wat doe ik dan met het label dat ik ooit noodgedwongen opgeplakt kreeg? Vluchteling worden is geen keuze, het is iets wat je overkomt. Desondanks meet ik me het label inmiddels ook aan. Het woord is performatief geworden, iets wat een deel van mijn identiteit uitlegt en mijn verbinding met andere gevluchte mensen laat zien. Het verklaart mijn trauma, mijn zoektocht, en mijn gevoel van ontheemding. Het vluchtelingschap rust als het ware op mijn hart. Hoe ontheemd ik me soms ook voel in Nederland, hetzelfde geldt voor waar ik vandaan kom. Teruggaan kan niet. Joegoslavië bestaat niet meer en het Sarajevo waar ik ben geboren sterft stukje bij beetje af met elk familielid dat overlijdt. Het is een pijnlijk proces met de wetenschap dat er in de stad uiteindelijk niemand zal overblijven met wie ik een persoonlijke geschiedenis deel. Heimwee naar iets wat niet bestaat overvalt me, maar dan kijk ik vooruit, naar het leven waar ik aan kan en mag bouwen. Momenteel doe ik dit in mijn zelfgekozen nieuwe thuis, Amsterdam. Hoewel het decennium dat ik hier nu woon daar te kort voor lijkt, voel ik me soms, naast vluchteling, ook wel Amsterdammer.

Tijdens het schrijven van dit artikel bleef een quote van James Baldwin uit Giovanni’s Room door mijn hoofd spoken. Die gaat als volgt: “Misschien is thuis geen plaats, maar simpelweg een onherroepelijke toestand.” En zo voelt het eigenlijk ook wel.

Mail

Ivana Kalaš

Imke Bogers is een maker en droompiloot uit Utrecht. Ze werkt graag in heldere poëtische beelden, die hun oorsprong vinden in haar fascinatie voor taal en het verzamelen van kleine alledaagse observaties en materialen.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Tmettigh x tseghnas 8

Tmettigh x tseghnas

'Ontvreemd en onthéémd,' schrijft Imane Karroumi El Bouchtati over Riffijnse sieraden. Wat betekent dit zilver voor haar en haar identiteit? Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

We herkennen vroege signalen van partnergeweld, maar als een bevriende staat geweld pleegt zijn we ineens stekeblind

Wat als je ogen werken, maar je de patronen niet herkent? Marthe van Bronkhorst kijkt terug op een week van sneeuw en ICE. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

 1

Beste Dimitri

In november 2025 organiseerden fotofestivals BredaPhoto en Pride Photo samen met Tilt de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’. Daarin onderstreepten en vierden we het belang om in alle vrijheid te kunnen zijn wie je wilt zijn. Vier queer auteurs schreven een brief aan een van de geportretteerden. Lees meer

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

Taal als brug tussen AI en de menselijke creatie

In een wereld waarin talen verdwijnen en technologie oprukt, stelt Axel Van den Eynden de vraag: kan AI een dode taal weer tot leven wekken? In een reflectieve zoektocht onderzoekt hij de (on)macht van digitale vooruitgang, en de verbindende kracht van taal, verhalen en woorden. Lees meer

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Het is tijd om op een totaal andere manier naar de wereld te kijken

Wat is magie? Een mysterieuze familiering gaf Marthe van Bronkhorst een ander perspectief. Lees meer

Lees dit boek vooral niet

Lees dit boek vooral niet

Wat doe je als je een boek leest dat totaal schuurt met je wereldbeeld, maar wel goed geschreven is? Dit overkwam boekenblogger Maartje van Tessel, toen ze een berichtje kreeg van een debutant met de vraag of ze zijn boek wilde lezen. Het zet haar aan het denken over wat literatuur kan en mag zijn. Lees meer

Waarom stellen journalisten zo weinig vragen?

Waarom stellen journalisten zo weinig vragen?

Bij de media heerst ziekte, journalisten stellen te weinig vragen. Fausto en Marthe van Bronkhorst komen met een behandelplan. Lees meer

Essaywedstrijd: 'Dat is dan jouw waarheid' Hooray for the Essay 2026

'Dat is dan jouw waarheid' Hooray for the Essay 2026

In deze editie van Hooray for the Essay dagen we je uit om na te denken over waarheid. Reageer voor 19 januari. Lees meer

Politiek is de olifant in de kamer, maar modejournalistiek trekt de deur liever dicht

Politiek is de olifant in de kamer, maar modejournalistiek trekt de deur liever dicht

Mode lijkt glanzend en zorgeloos, maar er schuilt een wereld van politiek achter. Loïs Blank vraagt zich af: wie bepaalt eigenlijk welke verhalen verteld mogen worden? Wat gebeurt er met de progressieve stemmen van een bedrijf dat vooral voor de winst gaat? Lees meer

Suriname - van onafhankelijk land naar natie

Suriname - van onafhankelijk land naar natie

Op 25 november is het 50 jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Kevin Headley bespreekt hoe de onafhankelijkheid van Suriname tot stand is gekomen en hoe het zich verder ontwikkelt tot natie: van politieke geschiedenis tot hedendaagse successen. Lees meer

De integratie-stok slaat wéér de ‘problematische Moslim’

De integratie-stok slaat wéér de ‘problematische Moslim’

'Een begrip als integratie lijkt een middel om te streven naar een inclusievere samenleving, maar dwingt in feite minderheden om hun culturele en religieuze identiteit op te geven.' Aslıhan Öztürk legt de retoriek bloot waarmee de integratie-stok dreigend boven het hoofd van generaties migranten wordt gehouden. Lees meer

Wifey material

Wifey material

Wifey of wervelwind, Madonna of hoer. Marthe van Bronkhorst had gehoopt dat dit binaire denken passé was, maar helaas, de emancipatietrein blijkt op dit spoor nog steeds haperen. Ik oefen een enorme aantrekkingskracht uit op één specifiek soort mensen: mensen van wie de favoriete contactfrequentie eens in het kwartaal is. Mensen van wie de love... Lees meer

Anders voel ik me zo oud 1

Anders voel ik me zo oud

In dit essay analyseert Loulou Drinkwaard de tegenstrijdige etiquetten die haar zijn geleerd of opgelegd: ‘Tussen u en jou in, zweef ik. De waarden van mijn vader in mijn ene hand en de waarheid van mijn moeder in mijn andere. Mijn oma deelt de kennis van ons moederland en ‘De Nederlander’ bepaalt wat hoort. Ondertussen vond ik een alternatief. Zullen wij elkaar vousvoyeren?’ Lees meer

:De herhaling van de zombie-apocalyps: Op zoek naar een alternatieve dystopie

De herhaling van de zombie-apocalyps: Op zoek naar een alternatieve dystopie

De zombie is een popcultuuricoon. En niet alleen tijdens Halloween! Series als The Walking Dead en The Last of Us volgen de gebaande zombiepaden. Volgens Anne Ballon hebben zombies méér narratief potentieel. In vernieuwende verhalen wordt onderzocht 'hoe wij als halfbewusten de wereld beleven, hoe we opgaan in systemen die we niet hebben gekozen, hoe we verlangen en met verlies omgaan.' Lees meer

Twee dagen

Twee dagen

Rocher Koendjbiharie belicht de verschillende paden die we tijdens de aankomende verkiezingen in kunnen slaan. Kiest Nederland opnieuw voor rechts, en strompelen we verder richting democratisch en moreel verval? Of kiest Nederland toch voor een samenleving waarin we omkijken naar elkaar? 'Alleen fascisten zien antifascisme als een bedreiging.' Lees meer

Vergeten vrouwen 1

Vergeten vrouwen

In dit essay schrijft Anne Louïse van den Dool over vrouwelijke kunstenaars die meer dan ooit in de schijnwerpers staan. Niet alleen hedendaagse makers, maar ook opvallend veel vrouwen die rond 1900 actief waren in de kunstwereld trekken veel aandacht. Met solotentoonstellingen over Suze Robertson, Coba Ritsema en Jo Koster laten musea zien waarom juist deze kunstenaars alsnog een plek in de canon verdienen. Lees meer

Wil de Nederlander opstaan alsjeblieft?

Wil de Nederlander opstaan alsjeblieft?

Wanneer de VVD pleit voor het bijhouden van gegevens over ‘culturele normen en waarden’ van mensen met een migratieachtergrond, over welke normen en waarden hebben ze het hier dan eigenlijk? Rocher Koendjbiharie neemt de eisen onder de loep die de politiek alleen stelt aan mensen die zichtbaar wortels elders ter wereld hebben. ‘Men wil geen vermenging van culturen en geen uitwisseling van gedachten. De echte eis is assimilatie en het afbreken van wortels.’ Lees meer

Roze, wit, blauw

Roze, wit, blauw

Rechtse en nationalistische partijen laten in hun nieuwste verkiezingsprogramma’s zien dat hun ruimte voor de lhbtqia+-gemeenschap altijd voorwaardelijk is geweest. Journalist Rocher Koendjbiharie legt uit: 'Homoseksualiteit en vrouwenrechten zijn binnen rechtse kringen vaak pas relevant wanneer ze in relatie tot migratie besproken worden.' Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in maart je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!