Als kind verzamelde ik dieren zoals andere kinderen knikkers verzamelen. Ik hield pissebedden tegen het licht en zag hun pantser klikken als de juwelendoosjes van klasgenoten. Ik gaf namen aan de spreeuwen op het dak en trok regenwormen uit modder die naar oud ijzer rook. Tijdens familiebezoeken kroop ik onder het ovalen
tafelblad en volgde met mijn vinger het nerveuze spoor van mieren langs gedraaide stoelpoten omhoog, terwijl boven mij de stemmen van geparfumeerde vrouwen tegen elkaar botsten en braken als servies. Niemand boog zich om de scherven op te rapen. Niemand hoorde de mieren.
Jaren later, aan dezelfde ovalen tafel, botsen dezelfde stemmen met de mijne. Dat is dan jouw waarheid, zeggen ze. Het lijkt een vriendelijke manier om ons gesprek te beëindigen, alsof we even hebben geprobeerd elkaar te begrijpen, maar het nu welletjes is geweest. Alsof waarheid een huis is waar je in en uit kunt lopen, naar eigen smaak ingericht met bonte kussens of tegels in zwart-wit. Alsof mijn woorden geen aanspraak mogen maken op de wereld, alleen op mezelf.
Maar ik besta niet op mezelf. Ik heb dat nooit gedaan. Als ik waarheid beter wil begrijpen, moet ik net als vroeger kijken naar alles dat hijgt, knort, sist, fluit of piept. Niet naar de stille hamster in een plexiglazen kom of de monddode koe die we vacuüm verpakken voor 13,30 euro per kilo. Wel naar de pissebed, de regenworm en de mier. Of, laat het ons wat ongebruikelijker maken, naar het beerdiertje, de inktzwam en de glaskatvis. Zij laten zich niet reduceren tot knuffelbeer of vleeswaar.
Het beerdiertje leeft in microscopisch dunne waterfilmpjes op mos. De inktzwam groeit op hout en voedselrijke grond. De glaskatvis zwemt door meanderende rivieren. Ze zullen elkaar nooit ontmoeten, behalve op dit blad. Ze delen weinig, behalve dat nooit iemand vraagt naar hun waarheid. Misschien leren ze me daarom meer dan welk debatprogramma of filosofisch handboek ook.
Waarheid leeft niet in argumenten maar in manieren van bestaan. Misschien heb ik dat altijd al geweten.
- Het beerdiertje – over pauzes en langzaam denken
Het beerdiertje is een minuscule meercellige, nauwelijks een halve millimeter lang en nog geen kwart millimeter breed. Wetenschappers hebben lang gezocht naar woorden om haar verschijning te vatten, maar dat bleek geen eenvoudige klus. Het meest nog lijkt ze op een pissebed in astronautenpak. Dat is geen toeval: een beerdiertje overleefde eens tien dagen in de ruimte. Ze werd blootgesteld aan kosmische straling, bijna vacuüm en kou die geen mens zou verdragen. Het diertje leek te begrijpen wat zou komen: ze kneep het vocht uit haar cellen, streek haar adem glad, vouwde haar mollige pootjes op en rolde zich samen tot een onverwoestbare komma. Een pauze in de zin van het leven.
De uitgedroogde cellen vulden zich met suiker. Het beerdiertje kristalliseerde en bewaarde zichzelf in een snoepharde cocon. Pas tien dagen later, toen iemand haar in een bassin met zoet water liet zakken, kwam ze opnieuw tot leven. De kristallen smolten, cellen vulden zich met water en de komma ontvouwde zich tot lijf.
Misschien is dat wat waarheid is: jezelf niet aanpassen, maar bewaren voor later. In tijden van post-truth – waarin feiten vloeibaar zijn als opinies en opinies hard worden als beton – wordt van ons gevraagd onmiddellijk te reageren, te verklaren en te positioneren. Psycholoog Daniel Kahneman beschrijft hoezeer we daarbij vertrouwen op snel denken: een intuïtief systeem dat ons overeind houdt in het verkeer, gaten opvult met ervaring en over nuances heen springt alsof het plassen zijn na een regenbui. Het werkt overtuigend. We hebben het nodig om te overleven. Langzaam denken daarentegen is onhandig. Het struikelt over bijzinnen, blijft steken in twijfel en antwoordt met vragen. Het kost tijd en energie. We hebben het zeker nodig om te overleven.
Voor Kahneman is waarheid geen kwestie van inhoud, maar van proces. De vraag is niet: wat geloof je? maar: hoe ben je daar gekomen? Het beerdiertje leert mij dat waarheid niet altijd luid of onmiddellijk is. Soms ligt ze in een pauze, in een komma.
- De inktzwam – over verandering en taal
’s Ochtends staat hij er plots: wit en rafelig. Hij heft zijn hoed als parasol tegen het natte ochtendlicht. De inktzwam is een haastige verschijning. Terwijl de dag moeizaam opstaat, groeit hij het snelst. Binnen enkele dagen zal hij vloeibaar worden. Dat is de afspraak die hij met de aarde heeft gemaakt.
Wetenschappers noemen het autolyse: zelfoplossing. De paddenstoel kraakt zijn cellen open en laat ze uitlekken tot zwarte stroop. Als je de vloeibare resten oppakt, kan je ermee schrijven. Een leven in vlekken. De inktzwam schrijdt niet naar het einde; hij druipt erheen. En terwijl hij inkt wordt, laat hij sporen los. Zijn nakomelingen verspreiden op het moment dat hij zelf verdwijnt.
Misschien is dat wat waarheid is: weten wanneer het tijd is om van vorm te veranderen. Niet vasthouden aan je identiteit als paddenstoel omdat je ook inkt kan zijn. Waarheid groeit, vervelt en lost op. Wat wij plechtig waarheid noemen, is slechts het moment waarop we iets in taal hebben vastgezet.
Filosoof Michel Foucault laat zien hoe waarheid gevormd wordt door taal en macht. Want werelden ontstaan in woorden. Een taal waarin we spreken over beheersen, winnen en ontginnen, leert ons een wereld zien die beheerst, gewonnen en leeggehaald kan worden.
Nieuwe waarheden worden dan pas mogelijk wanneer dominante woorden hun vanzelfsprekendheid verliezen. Plantkundige Robin Wall Kimmerer beschrijft hoe het pre-koloniale Potawotami een grammar of animacy kent waarin planten, dieren, heuvels
en rivieren bezield zijn. Zwam vertaalt zich als zwam-zijn. Dat laat zien hoe we ons anders tot die zwam zouden kunnen verhouden: niet als object, maar als levende ander waarmee we in relatie staan.
De inktzwam leert mij dat soms iets moet verdwijnen om iets nieuws mogelijk te maken en dat je pas kunt schrijven wat waarheid is wanneer je het aandurft om te wisselen van inkt.
III. De glaskatvis – over transparantie en afhankelijkheid
Ja, het is een vis, maar wat je ziet is vooral water. Wanneer ze zwemt, lijkt niet zij te bewegen, maar de rivier door haar heen. Haar lichaam is transparant. Niet halfdoorzichtig zoals ijs bij dooi, maar echt, je ziet haar organen zweven. Er is geen binnen of buiten. Alles wat ze is, draagt ze openlijk. Het hoeft niet te verbazen dat de glaskatvis alleen in groep leeft.
Misschien is dat wat waarheid is: een gedeelde bereidheid tot transparantie en afhankelijkheid. Zoals schrijfster Rebekka de Wit opmerkt, hebben we samenlevingen gebouwd waarin we meer afhankelijk van elkaar zijn dan ooit en toch doen we grote moeite om die afhankelijkheid te verbergen. Ideeën die we meekrijgen, denken we te hebben. Wat we leren van anderen, verpakken we als persoonlijke verdienste. We zijn zo gewend geraakt aan het ideaal van onafhankelijkheid dat we zelfs de zoektocht naar waarheid tot doe-het-zelf-project bombarderen. Ook de opdracht van deze essaywedstrijd ontsnapt daar niet aan.
Maar waarheid zet je niet in je eentje in elkaar. Ze is het resultaat van honderden jaren gedeeld denken, spreken, botsen en doorgeven. Dat dit essay mijn naam draagt, betekent niet dat het van mij alleen is. De glaskatvis leert mij dat waarheid ontstaat in gemeenschap en enkel kan bestaan bij gratie van onderlinge afhankelijkheid en transparantie.
Dat is dan mijn waarheid
Wat is waarheid? Elke negentien minuten sterft een soort uit. Ook het beerdiertje, de inktzwam en de glaskatvis worstelen om te overleven. Want elke negentien minuten worden ook 342 voetbalvelden bos gekapt en 48 miljoen vissen gevangen. Die cijfers zijn te schoon. Ze missen schors of schubben. Ze missen een verhaal. Of preciezer: een totale verschuiving in hoe we ons verhouden tot de levensvormen waarmee we de planeet delen.
Die verschuiving begint bij de erkenning dat ons bestaan verweven is met dat van hen. Ik deel tien procent van mijn genen met het beerdiertje, de helft met de inktzwam en bijna drie kwart met de glaskatvis. We zijn niet wie we zijn zonder bacteriën, schimmels, mossen, wormen, vissen of virussen.
Wanneer iemand zegt dat is dan jouw waarheid, hoor ik geen afwijzing meer, maar een uitnodiging. Mijn waarheid is niet de waarheid, maar ook geen los kussentje dat je even herschikt in de woonkamer van het gesprek. Ze is een zorgvuldig samengesteld weefsel van manieren van bestaan die niet alleen de mijne zijn.
Het beerdiertje toont een waarheid die pauzeert. De inktzwam een waarheid die durft veranderen en zelfs verdwijnen om iets nieuws mogelijk te maken. De glaskatvis een waarheid die ontstaat in onderlinge afhankelijkheid en transparantie. Net als hen, laat ik mijn waarheid ademen, lekken, zwammen, wortelen en kronkelen. Ik laat haar tentakels uitstrekken naar andere werelden.
Want wanneer waarheid uit de mal van het menselijke glibbert, kruipt, krult of gist, dan zijn we op de goede weg.
Dat is mijn waarheid.
En eigenlijk ook een beetje die van jou.


















