In een wereld waarin talen verdwijnen en technologie oprukt, stelt Axel Van den Eynden de vraag: kan AI een dode taal weer tot leven wekken? In een reflectieve zoektocht onderzoekt hij de (on)macht van digitale vooruitgang, en de verbindende kracht van taal, verhalen en woorden.
Het is stiller op oude plaatsen. Is dat omdat alles al gezegd is? Ik sta op de ruïnes van de Vikingen in de archipel van Gotenburg. Rond me zie ik enkel rotsen, een eenzame boom en grassen tussen poeltjes. De zon speelt kiekeboe met de wolken die in de verte boven de zee stormachtig een vergadering houden om mijn hike te verpesten. Ik streel een rots gegraveerd met runen, denk aan de hand die ze eeuwen geleden beitelde. De wind en de zee worstelen met elkaar, en toch is het muisstil. Het is hier stil, omdat het hier doods is. Hier woont geen mens. Toch hebben runen op een rots me zonet iemand laten aanraken die hier al lang niet meer rondwandelt. Ik loop verder.
Na een ferry en een busrit kom ik doorweekt aan in de herberg. Een plek die de tand des tijds en menig AirBnB-aavnval wist te doorstaan. Hier kan ik nog praten met mijn bovenbedbuur die me daarna uitnodigt voor de karaokeavond beneden in de bar en wier gesnurk ik daarna lieflijk onderga omdat ze me op een biertje trakteerde.Terwijl ik ongemakkelijk in natte kleren wacht tot de douche vrij is, lees ik op X het volgende:
‘Katrina Esau (87), one of the last remaining South Africans who can speak the ancient San language N|uu, has penned a children’s book in her mother tongue titled ‘!Qhoi n|a TjhoI’ (Tortoise and Ostrich/Skilpad en Volstruis). The book is based on a folktale about an ostrich and a tortoise who come across a clay pot and decide to race for it. The tortoise wins.’
De reacties op de post zijn veelal lovend. Mensen zijn empathisch verwonderd over de eenzame vrouw die de taal van haar volk draagt en verder probeert te dragen, voor de generaties na haar. Mijn oog valt op een ander soort reactie. Een die tracht te helpen: ‘Some linguists need to preserve it with the help of AI.’ Een bombastisch grote term die smaakt naar motorolie, en maar twee letters bevat. Mijn eerste gedachte is sceptisch, de tweede is sceptisch over mijn scepticisme.
Als we het hebben over conserveren, kan een door AI opgeslagen taal een sprekende database vormen: een doodskist om een taal in op te slaan en op te voeren als een parodie op Weekend at Bernie’s. Daarnaast kunnen we dat artificiële systeem ook gebruiken als educatief instrument: een oververedelde chatbot waarmee toekomstige studenten hun tongval kunnen oefenen. Tenslotte kan de kunstmatig opgeslagen taal ook louter een mooi archiefstuk zijn. Maar wat ik me dan vooral hardop afvraag: wat is er mis met de manier waarop we talen vastlegden voor de komst van AI? Taalkundigen die een taal neerpennen in grammatica’s. Kunstenaars die het vastleggen in verhalen, dans, muziek en beeld... Kan AI de stilte opvullen die een gestorven taal achterlaat? En wat impliceert dat?
Hij begint me allereerst uit te leggen dat AI niet echt kan spreken, het kan voorspellen
Ik spreek hierover met een kamergenoot in de herberg van Östersund. Een Brit, Jacob, die een mondje tech en IT kan spreken. Het is schitterend weer en we zitten te braden in de zon. Twee roodharigen aan het meer, vastgeborduurd op de pier die nog vol troep ligt van de avond ervoor. Ik snijd het onderwerp voorzichtig aan aangezien ‘Hey, vind jij dat artificiële intelligentie een dode taal tot leven kan brengen?’ niet meteen mijn beste ijsbreker zou zijn. Verbazend genoeg wekt deze kwestie een zeker enthousiasme bij hem op. Hij begint me allereerst uit te leggen dat AI niet echt kan spreken, het kan voorspellen. Het verzint en hallucineert. Hij benadrukt dat laatste, want het staat vast dat AI taalfouten en hele woorden zomaar kan verzinnen. Een artificieel systeem gemaakt om ons een taal aan te leren, kan ons weleens fantasiefouten zo inlepelen.
Officieel is een taal dood wanneer niemand de taal nog beschouwt als zijn moedertaal. Maar wanneer nog maar één persoon de taal spreekt, zal die enkel nog maar voorzitter zijn van de wake. Zonder sprekers die een taal steeds nieuw leven inblazen door interactie, verdroogt een taal als een stilstaand meer tot bewandelbare grond. Zelfs al was AI een authentieke spreker van de taal, dan was ze nog steeds statisch en dus dood.
Zuid-Afrika is een linguïstisch rijk land met maar liefst elf officiële talen. Zo heb je ook de aanwezigheid van de koloniale talen als het Engels en het Afrikaans. Dat zijn talen die een gewelddadige geschiedenis met zich meedragen in het land. Het is zeker niet te ver gezocht om te stellen dat hun aanwezigheid invloed heeft op de beginnende afwezigheid van kleinere inheemse talen in het gebied. Hoe reageert een inheemse taal op jaren van aanhoudende terreur? En wat gebeurt er met de taal van de nabestaanden, wanneer de laatste terreurgetuigen verdwenen zijn?
Verbale diarree
In haar bundel Air Raid (2021) onderzoekt dichteres Polina Barskova hoe trauma een leegheid en stomheid produceert in de mens. De bundel is als het ware een poëtische reanimatie van de Duitse belegering op Sint-Petersburg.
‘It’s 1941. There are daily bombardments, starvation, freezing temperatures, no heating or electricity in the ruins where people fall asleep and wake up to the sound of the loudspeaker alerting the remaining citizens of air raids.’
De levensomstandigheden in de stad tijdens de belegering worden bijna tastbaar verwoord in Air Raid. Barskova leent hiervoor de stemmen van de slachtoffers en vergeten auteurs van brieven vol honger, terreur en ijzige kou. Hun verhalen worden ingezet met een doel: een licht schijnen op stemmen die verdwenen zijn in statistieken.
Hoe interageren mensen tijdens wanhoop, wanneer gesprekken aan de keukentafel gedwarsboomd worden door het gapende gat in het plafond dat moord en brand schreeuwt?
Barskova beschrijft het effect van oorverdovende terreur die de taal niet alleen overstemt, maar ook de grond inboort en vervangt door een altijd aanwezig alarm. Hoe interageren mensen tijdens wanhoop, wanneer gesprekken aan de keukentafel gedwarsboomd worden door het gapende gat in het plafond dat moord en brand schreeuwt?
‘It produces a verbal diarrhea.’
Dat stelt Barskova. Tijden van nood zijn een broeihaard van kunst. Talige uitingen horen daar natuurlijk bij. Sint-Petersburg kende tijdens zijn bezetting tal van opkomende schrijvers die hun dagelijkse monsters op papier vastpenden. Het zijn die ervaringen, omgezet in taal, die ons voor altijd voorzien van een stukje vergeten erfgoed. Het zijn die uitingen van stemmen die ons blijven herinneren aan de allesomvattendheid van trauma. Je kan geen woord aanduiden en stellen: dat is het trauma. Grijp het! Het is er altijd, drijvend boven alles heen als een laagje iriserend parelmoer. Ook jaren later, wanneer alles geschiedenis is, kan het opflakkeren door de kleinste dingen zoals een oorbel onder een stoffige kast.
‘An earring returns, from under the cupboard, a bewept, priceless, pennyworth, Venetian bauble.’
Het zijn ook die regels die me bleven aanspreken. Ik ken een vriendin die al een heleboel mensen moest loslaten. Er zijn momenten waarop ze erg gelukkige herinneringen ophaalt, die haar daarna immens veel pijn doen. Ikzelf mag me gelukkig prijzen dat ik nog nooit een dierbare heb verloren. Het is voor mij dan ook moeilijk haar te troosten.
Dit kan nogal een morbide en ongevoelige gedachte zijn, maar het intrigeert me enorm hoe de traumatische ervaringen van Sint-Petersburg een dichteres hebben aangezet een gedicht te schrijven dat op zijn beurt niet alleen deel is geworden van het archief over Sint-Petersburg 1941, maar me ook een van mijn beste vrienden beter heeft doen begrijpen. Het is een vreemde brug die hier wordt gebouwd van doden tot levenden ten opzichte van elkaar, via woorden.
Hoewel AI onze verhalen opnieuw en opnieuw kan ophoesten voor nieuwe generaties, lijkt het me mooier om taal op te slaan op menselijke manieren, via menselijke creaties. Een boek dat honderd jaar later nog snaren kan raken. Een recept van de monden voor wie de dode woorden nog smaakten. Gezang van vergeten woorden maar met hetzelfde hart dat niet vertaald hoeft te worden. Petities van woede. Brieven van liefde. Stellen dat ook AI een menselijke creatie is, doe ik liever niet.
Samen bruggen bouwen
Essaus drietalige kinderboek !Qhoi Nla Tjhoi/Skilpad en Volstruis/Tortoise and Ostrich vertelt het verhaal van een zelfzekere struisvogel en een intelligente schildpad die besluiten een race te houden. De struisvogel is zeker van de winst door zijn lange poten, maar de schildpad wint door zijn doorzettingsvermogen en creativiteit. Die ironie gaat me niet verloren in deze context. Pak je niet liever een boek vast, als de handen van een auteur die haar ervaringen met je deelt? Een verhaal dat een klein krasje achterlaat op de steen die je schedel is. Essau reikt haar hand naar een nieuwe generatie en bouwt daarmee een brug op. Het is onze taak de brug niet in het midden van de rivier te laten eindigen.
Hoe zeker ben je van onze interactie, lieve lezer?
Die interactie wil ik voelen in de woorden die ik (nog) niet begrijp. Ik wil leren uit ervaringen die ik nooit zal meemaken. Ik wil een hart horen spreken dat met vurige handen mijn aandacht weet te winnen. Voor mij schuilt het gevaar van alles steeds over te laten aan AI in het feit dat mensen elkaar minder en minder voelen. Hoe zeker ben je dat deze tekst geschreven is door een mens? Hoe zeker ben je van onze interactie, lieve lezer?
Tijdens de coronapandemie lag het voor de hand dat mensen niet bij elkaar in de buurt kwamen. De manieren om elkaar te ontwijken stapelden zich op: QR-codemenu’s, gekleurde stippen op de grond en conversaties achter plexiglas. Maar ook: online lessen, online meetings, online alles. Het zou dapper zijn om te beweren dat dat geen blijvend effect heeft gehad op hoe mensen nu nog altijd met elkaar omgaan.
De komst van digitale technologie en de mogelijkheid om dingen online te organiseren is een groot geschenk, maar waar het steeds de mist in blijft gaan is de kaping van interactie tussen mensen. Waarom zou ik mijn vader om hulp vragen bij het wisselen van een binnenband wanneer YouTube mij dat ook kan uitleggen? Waarom vraag ik de bibliothecaris om aanbevelingen, als er op elke site die ik bezoek reclame voor een nieuw boek op me wordt gekatapulteerd? Waarom vraag ik mijn kamergenoot in Östersund over artificiële intelligentie, als AI me dat zelf ook kan vertellen? Het is handig om elk antwoord binnen handbereik in je broekzak te hebben zitten, tegelijkertijd is het ook spijtig dat we onze handen niet meer hoeven te reiken naar andere handen. Een taal leeft door menselijke interactie. Een boom in een bos heeft ook een oor nodig om geluid te maken.
Axel Van den Eynden (2001) schrijft weleens iets in zijn vrije tijd. Hij studeerde literatuur in Gent en Stockholm en tussen die steden struikelt hij geregeld over zijn eigen voeten.
Amber Pieren (2001) is een illustrator uit Amersfoort. Haar interesse in de huidige tijdgeest en ‘pop culture’ zorgen voor kleurrijke digitale beeldverhalen met een vleugje humor. De illustraties zijn opgebouwd door middel van een mix van lijnwerk, kleurvlakken en tekst. Het liefst een beetje bizar en het liefst met het gebruik van neon roze.


















