Sarah Neutkens praat met een schrijver die zichzelf links noemt. Zijn boekenkast lijkt dat te bevestigen, maar als je dieper graaft, vertelt die toch een ander verhaal. Zijn de boeken die ze ziet echt zo progressief als we denken? Maken ze hun linkse reputatie waar? Wat verbergt het chique omslag van de klassiekers?
Daar, linksonder in de boekenkast. Mijn ogen blijven steken op de glanzende gouden letters op het stevige zwarte omslag. Tegenover mij aan tafel zit een langharige man die me vertelt over zijn nieuwe boek, over hoe hij die ene racist op zijn nummer zou hebben gezet op een betoging, over een nieuwe actie tegen de genocide in Gaza. In linkse kringen wordt de man gevraagd om quotes op boeken over technofascisme of migratie te geven, boekpresentaties en theaterbesprekingen te modereren en zo nu en dan aan te schuiven bij een cultuurfonds om jonge kunstenaars gelukkig te maken met een habbekrats. De glimmende letters staan tussen Mohammed El-Kurd en Angela Davis geklemd. Juliette, glimmen ze. Markies De Sade, blinken ze.
Een tijdje geleden las ik in een literair tijdschrift een artikel getiteld ‘Is literatuur links of rechts?’, een verslag van een gesprek tussen enkele hedendaagse schrijvers die zichzelf ofwel als links, ofwel als rechts beschouwen. 'Is literatuur volledig autonoom, leeft ze onder het juk van een bemoeizuchtige overheid of is ze een slaaf van de commercie? En mag je als schrijver eigenlijk nog wel iets zeggen? Is literatuur niet gewoon een linkse broedplaats?' luidt de inleidende tekst. Het gesprek gaat over ideologische poortwachters, preutsheid en hoe links en rechts elk op hun eigen manier gelijkheid en vrijheid zouden symboliseren. Terwijl ik het stuk lees, moet ik denken aan een andere bekende langharige auteur (zijn ze daaraan te herkennen?) die zichzelf behoorlijk links noemt en die tijdens een lezing naast me zat en tekeerging over hoe jammer hij het vond dat hij in deze ‘wokecultuur’ het n-woord niet meer mag gebruiken. Toen ik hem daarop aansprak en vroeg waarom het voor hem zo belangrijk was om dat woord te kunnen zeggen waar en wanneer hij maar wilde, bleef hij stil. Blijkbaar wordt vrijheid voor een paar cent gekocht en is het voor de liberalen die hun hele ideologie eromheen bouwen niets meer dan een lege huls.
De conclusie van de schrijvers, links én rechts? Literatuur is er om taboes te doorbreken. Alles zou toegestaan moeten zijn in literatuur, omdat die van iedereen is. Het n-woord? Volgens hun opvattingen zou dat toegestaan moeten zijn. Racisme, vrouwenhaat en andere schendingen van mensenrechten zijn prima, zolang zowel links als rechts het maar bedekt met drie dikke lagen literaire of artistieke verf.
Revolutie met open gulp
Terug naar de zelfverklaarde langharige marxist die me een kop koffie inschenkt. In zijn lekker linkse boekenkast staan alle delen van het werk van de markies De Sade. De paradox kan niet groter zijn. Het is bewezen dat de Franse auteur een groot aantal vrouwen heeft gemarteld en verminkt, maar toch wordt hij door ‘links’ op een voetstuk geplaatst vanwege zijn ‘literaire talent’ en zijn ‘revolutionaire literatuur’ – alsof deze man, een geboren aristocraat, in zijn eentje de revolutie heeft geleid met zijn buitengewone schrijftalent en zijn open gulp.
Ik dacht toen nog dat literatuur een buitencategorie was, een plek waar alles kon en mocht
Tijdens het ancien régime behoorde De Sade tot de elite, dus hij wist heel goed dat de revolutie hem de kop kon kosten – letterlijk. Omdat hij indertijd meerdere keren gevangen had gezeten voor zijn misdaden tegen vrouwen, kon hij gemakkelijk de revolutionair spelen die door de oude onderdrukker was benadeeld. Let op: in de oude tijd was het voor een vrouwelijk slachtoffer vrijwel onmogelijk om iemand uit de elite aan te klagen voor misbruik. Dat maakt het feit dat De Sade meermaals gevangen heeft gezeten nog saillanter – hij moet zo grof zijn geweest dat het zelfs voor de elite niet te rechtvaardigen was.
De Sade was een ‘revolutionair’ totdat Marat ontdekte waarvoor deze man gevangen had gezeten, natuurlijk – vrouwenhaat hoort niet thuis in een nieuwe, gelijkwaardige samenleving. De Sade ontsnapte echter op het nippertje aan de dood, omdat iemand anders met dezelfde naam per ongeluk werd geëxecuteerd. Niet veel later werd Marat zelf vermoord door Charlotte Corday en het zou nog enkele jaren duren voordat De Sade werd gearresteerd voor zijn contrarevolutionaire activiteiten. Maar zelfs toen werd hij gevangengezet wegens samenzwering tegen de revolutie, en niet vanwege de talloze vrouwelijke slachtoffers die hij op zijn naam had staan.
In linkse kringen wordt De Sade nog steeds gezien als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting en de archetypische taboedoorbreker. Onze kunstminnende marxist vroeg zich zelfs af waar de hedendaagse literatuur zou zijn zonder deze voorvechters van de vrijheid. Vrijheid voor mannen natuurlijk, want voor vrouwen betekent vrijheid vooral dat mannen vrij zijn om hen te gebruiken.
Mannen bevredigen
Ook Henry Miller wordt gezien als een beschermheilige van de vrijheid en een van de grote literatoren van de moderne tijd. Ik ben altijd gefascineerd geweest door Anaïs Nins interesse in Millers ruwe gedrag – ze bekijkt het van een afstand, alsof het iets subliems is. De afgrond, de gruwel en hun aantrekkingskracht. Miller en Nin vechten om dezelfde vrouw, June, die voor Miller een lustobject is en voor Nin de vrouw die ze zelf zou willen zijn. Voor Nin is seksualiteit een middel tot zelfontdekking en spirituele of emotionele expressie. Ze hield zich bezig met de intieme, poëtische verkenning van relaties, waarbij de nadruk lag op verbinding in plaats van fysieke bevrediging.
Terwijl ik me door Tropic of Cancer worstel, vraag ik me af: is het toeval dat de meest seksistische mannen die ik ken in Miller een opwindende antiheld zien? Twee jaar geleden probeerde ik Sexus te lezen, maar ik kwam er niet doorheen. Ik dacht toen nog dat literatuur een buitencategorie was, een plek waar alles kon en mocht. Ik kon niet zeggen waarom ik dat boek niet kon uitlezen. Ik ging ervan uit dat ik preuts was, niet echt een kunstenaar en een slechte linkse activist. Nu ik Tropic of Cancer met wat duwen en trekken uitgelezen heb, komt Millers ‘rauwe, taboedoorbrekende en innovatieve stijl’ volgens mij hierop neer: de belangrijkste waarde van een vrouw is haar seksuele aantrekkingskracht of haar vermogen om het verlangen van mannen te bevredigen. Ze is ondergeschikt aan het plezier van mannen en haar persoonlijkheid is van minder groot belang dan haar fysieke verschijning. In Tropic of Cancer worden vrouwen afgeschilderd als instrumenten voor Millers zelfbevrediging en hun emotionele complexiteit wordt genegeerd of gebagatelliseerd. 'Wie wil er nu een vrouw met een eigen mening in bed?' schrijft hij met zijn kenmerkende ‘bravoure’. En: 'Het is gewoon een spleet met haar erop, het is walgelijk. Je kunt iets aan een boek hebben, zelfs aan een slecht boek, maar een kut is gewoon een kut, het is tijdverspilling.'
Maar: wie is er eigenlijk vrij als het gaat om radicale vrijheid propageren en taboes doorbreken?
Deaf as a doornail, baby
Miller plaatst vrouwen tegenover mannen op een manier die het idee versterkt dat vrouwen niet volledig menselijk zijn of dat hun emotionele diepgang en intelligentie ondergeschikt zijn aan hun rol in seksuele en romantische relaties. Zijn geschriften over zijn relaties en affaires weerspiegelen zijn gevoel van eigenaarschap en een gebrek aan respect, en hij klaagt over vrouwen die hem de vrijheid ontnemen om te doen wat hij wil. Als ik denk aan de talloze keren dat een mannelijke kunstenaar tegen mij klaagde dat zijn partner een belemmering vormde voor zijn ‘vrijheid’, begint mijn bloed te koken.
Het is natuurlijk belangrijk om rekening te houden met de historische en culturele context waarin Miller schreef. Het midden van de twintigste eeuw was een tijd van aanzienlijke genderongelijkheid, en Millers werken weerspiegelen de genderdynamiek van zijn tijd. Hoewel hij, de mannelijke kunstenaar als genie, zich misschien bevrijd voelde door de menselijke seksualiteit te verkennen op een manier die in die tijd onconventioneel was, weerspiegelden zijn beschrijvingen van vrouwen de patriarchale houding die in de samenleving gangbaar was. Maar: wie is er eigenlijk vrij als het gaat om radicale vrijheid propageren en taboes doorbreken? Is het taboedoorbrekend om de seksuele status quo op steroïden te zetten en daarover te schrijven, zodat mannen het kunnen publiceren en mannen het kunnen consumeren? Zijn reactie op feministische kritiek in de jaren zestig en zeventig – als hij al reageerde – was vaak afwijzend en kleinerend. Ik had Anaïs Nin graag omhelsd en haar gezegd dat ze het moest opgeven – geen enkele psychoanalyse zal het rommelige beeld van Henry Miller kunnen ophelderen. He’s deaf as a doornail, baby.
Is literatuur links of rechts? Gaat literatuur over het doorbreken van taboes? Ik denk dat het duidelijker is dan de schrijvers in het artikel doen voorkomen. Progressieve literatuur stelt de status quo op de proef, stelt heersende waarden en normen ter discussie. Conservatieve literatuur doet het tegenovergestelde, of in het ergste geval blaast ze de status quo zo groot op dat ze ieders heldere blik op een gevoelig onderwerp belemmert, zoals heel wat van onze geprezen literatoren doen, langharig en kortharig, besnord en geschoren. Maar zoals bij elke ballon het geval is, is de mooie felgekleurde buitenkant gevuld met lucht en zal Libertas alles in het werk stellen om die te doorprikken.
Sarah Neutkens (Eindhoven, 1998), nog niet dood.
Jos Derckx is illustrator en zelfstandig kunstenaar. Zijn illustraties zijn kleurrijk en maatschappijkritisch. In zijn vrije tijd leest hij graag en veel. Daarnaast geeft hij teken en schildercursussen aan mensen met niet aangeboren hersenletsel. Hij woont met zijn vrouw en drie kinderen (die hij graag allerlei salto’s en andere capriolen leert) in Utrecht. Jos Derckx tekende voor onder andere De Tirade, Vrij Nederland en Medisch contact. www.josderckx.com
















