Asset 14

Niet aan denken

Niet aan denken

Aan de feesttafel wordt over koetjes en kalfjes gepraat, worden er liedjes op de gitaar gespeeld en likt de hond de laatste etensresten van je vingers. Aafke van Pelt zoekt het contrast op tussen de banaliteit van die situatie en de ernst van de huidige staat van de wereld, wat leidt tot prachtige poëtische stukken.

Het is feest, zoals bij die Mona-reclame. Plastic-hoedjes-Limburgs-accent-roze-pudding-het-is-feest! Om mij en mijn familie bolt een dun troebel vlies en daarachter stuiptrekt de wereld. We moeten er ooit doorheen, weg van deze warme feesttafel, weg onder de lichtjes, maar we willen niet. Ironisch, aangezien we met Kerst toch echt een geboorte vieren (waar we geen van allen in geloven).

We praten over hoe lastig het is om stembiljetten op te vouwen, maar niet over wie erop stonden. ‘Erg hoor, dat rechtse kabinet’, probeert nog iemand. Vaag geknik. Flesjes bier als reddingsboeien. ‘Maar ja, tja, het is óók wel goed dat links wat tegengas krijgt, dan doen ze tenminste eens-’

ik trek mijn huid strak
om mijn ribbenkast heen,
op zoek naar de vastheid van bot, iets om te grijpen
mijn hart wentelt lome cirkels
als de ijsberende beren met hun hete hangogen
in een te klein dierentuinverblijf,
die ene met het tamme hert,
met de blinde kaketoes die in Australië de lucht vol krijsen,
hun poten, of nee, mijn zwellende hartenkamers zijn het,
die puilen uit de spijlen
ze lopen vol, mijn hart loopt vol, mijn hoofd loopt vol,
ik kan het niet vangen of bevangen, ik heb maar twee handen
en die houden elkaar vast

-aan onze feesttafel duwt het tweejarige kindje van mijn nichtje dolgelukkig de neus van zijn hondenknuffel tegen de wang van zijn (hoogzwangere) moeder. ‘Waf’, zegt hij, ‘waf’, en hij heeft gelijk, dat klopt, waf, zo simpel kan het zijn. Zijn handjes zijn zo klein, die kunnen ook niet meer vasthebben dan zachte stof en drie letters, een enkele lettergreep. Hij besluit het later toch maar naar wafwaf uit te breiden, een vroege echo van de neiging tot langdradigheid die in de familie heerst.

Ik heb hem de knuffelhond gegeven en voel me stiekem trots dat hij er zo blij mee is. Mijn tante vraagt of ik het ding zelf genaaid heb. Ik vertel dat hij gemaakt is door een vrouw die restpartijen Happy Socks opkoopt en ze tot knuffeldieren omtovert, om ze vervolgens gratis aan tweedehandswinkels te doneren. Ja, héél goed, inderdaad, héél milieubewust ook. Met ieder woord voelt het steeds meer alsof ik iets verdedig. De jurk die ik aanheb, is namelijk nieuw, maar met genoeg knuffelhondjes kan ik dat misschien afkopen.

Ik schuif mijn lege wijnglas naar de zoekende fles die mijn tante vasthoudt en wacht tot de koele condens op het glas me genoeg afleidt

Mijn tante is alweer met haar dochter in gesprek. Onder de tafel zoeken mijn vingers naar de échte hond die daar op het tapijt ligt te wachten op vallende etensrestjes. In een vreemd land, duizenden kilometers verder, staat, als ik de website van de BBC en NOS mag geloven, er een stad in brand. Daar dwalen honden door de straten met soms maar drie poten, of tweeëneenhalf. De kleur van hun vacht opgeslokt door stof en gruis. Bebloed of door een soort wonder ongehavend, maar altijd op zoek naar hun eigenaar, het gezin onder wiens feesttafel zij vast ook lagen niet zo lang geleden-

op een microscoopplaatje braak ik mijn borstkas uit, er kruipt
zout slijmerig zeewier huilend naar huis toe
als ik mijn brein glad kon masseren, zou geluk zich
in biologielesdia’s ontvouwen,
zou ik misschien kunnen begrijpen
hoe je accepteert dat ouders rouwen
met natzandknieën op een vreemde verre kust
het gemak van afstand zet een puntkomma
midden in een lopende zin,
het vervolg tekent zich af in as
in zout-zout-zoute longen
want vol is vol is vol is vol,
zegt de lijkschouwer die vroeger
nog strandjutter was

-en we praten over het weer en nieuwe banen en zwangerschappen. Mijn broer krijgt een auto van de zaak. Elektrisch, dat moet. ‘Wel beter voor het milieu’, zeg ik. Dat blijkt dan toch nog tegen te vallen, volgens een oom, en die laadpalen installeren is ook een hoop gedoe, en bovendien, het probleem is niet echt waar de auto’s op rijden, maar de hoeveelheid auto’s, dat stond laatst in de krant. En die milieubewegingen zijn zo agressief, moet dat nou echt allemaal?

Ieder woord een luchtbel in mondgeblazen glas

Er heerst druk achter mijn ogen. Ik wil zeggen dat ik iedere dag met een dreunend hart wakker word, dat ik steeds meer paniek krijg van de herrie van harde regenbuien, maar ik schuif mijn lege wijnglas naar de zoekende fles die mijn tante vasthoudt en wacht tot de koele condens op het glas me genoeg afleidt, mijn vingers lijkt te bevriezen en me net genoeg afleidt-

ik ontstijg een weigerend lijf, iets
blaast lucht onder de hoornlaag en nog veel dieper,
laat te veel ruimte vrij en
maakt van mijn botten astronauten,
groot-groot-stappend op het maanoppervlak
schreeuwen gaat niet, hijgen net
mijn tong buitelt door mijn schedel omhoog,
ook al zo gewichtloos,
wurmt zich een weg door mijn brein tot
ik mijn eigen taal opnieuw moet leren
ieder woord een luchtbel in mondgeblazen glas

-goh, ja, we zien elkaar zo weinig en mijn jongste tante vertelt me trots dat ze laatst voor het eerst havermelk heeft geprobeerd en ik kan niet anders dan het een beetje aandoenlijk vinden, haar hoopvolle ogen, het onzichtbare reiken naar mij, mijn generatie, de toekomst die me te wachten staat. Ik glimlach bemoedigend, hoor haar woorden nauwelijks, misschien zei ze wel sojamelk of vleesvervanger of lokaal-gekocht-ecologisch-farm-to-table… Waar is die hond nou? Ik zoek met mijn voet, tot ik zachtjes tegen haar achterpoot stuit. Ze trekt hem weg, maar laat vervolgens wel toe dat ik mijn in een pantykous gestoken tenen onder haar warme lijf wurm. Iedereen heeft diens schoenen stiekem uitgeschopt onder de tafel. Pas wanneer er af en toe iemand opstaat, doen we alsof diegene de strak aangetrokken veters nooit los heeft gepeuterd.

Ik rol alles wat in mijn keel hangt op tot een propje, stop het in mijn broekzak en zal pas als ik de wasmachine morgen openmaak de witte schilfers vinden. Mijn aangetrouwde neef heeft nét een gitaar gepakt, ik vermoed omdat er iemand voorzichtig over de situatie in Gaza begon. Het zou goed kunnen dat ik het was. ‘Het ís ook heel erg, zeker, lieverd, maar niets dat een beetje Bruce Springsteen niet op kan lossen.’

Het is féést aan deze feesttafel

Ik geef eenmaal weer aan tafel een schaal aardappelen door en het voelt alsof ik de wereld doorgeef, met afgewende ogen en een nerveuze hitte die door de keramiek heen mijn vingers intrekt, ze bijna verbrandt, hoe vaak ik mijn handen ook verplaats. Geen ontsnappen aan. Er wordt intussen weer eens voorzichtig naar mijn liefdesleven geïnformeerd. Ze zeggen allemaal heel nadrukkelijk partner, en niet vriend. Iemand vertelt empathisch over een collega die een genderbevestigende operatie zal ondergaan in de komende maand, maar gebruikt daarbij woorden die niet helemaal correct zijn. En wist ik wel (ja, dat wist ik wel) dat Nederland als eerste land het homohuwelijk legaal heeft gemaakt? Dus eigenlijk valt het-

je kan een gloeilamp tussen je kaken stoppen, heb ik gehoord,
maar je krijgt hem er niet meer uit
zonder hem te verbrijzelen,
heb ik gehoord
dus gaat er iets breken, want we moeten praten
en waar je lekkend licht verwacht
is enkel nog grijs
het zet haar afdruk op ieder gesprek
en je kaken malen door terwijl je het liefst
met het water mee een zinkgat in wil verdwijnen
in het duister waar we stil in vallen en stilvallen en
bewustzijn een zaak voor de maden is
maar rouwen moet je buiten
moet in de regen
met je armen om een ander en je gezicht
met wijdopen ogen
naar het splinterende glas

-en onder de tafel legt de hond van mijn ouders haar grote, lieve kop op mijn schoot. Ik begraaf mijn vingers in de dikke vacht van haar kraag. Ze lijkt nergens aan te denken, ze houdt gewoon onvoorwaardelijk van ons en daar vult ze haar dagen mee. Wanneer ze aan mijn vingers begint te likken, denk ik even dat het een teken van genegenheid is. Maar in mijn handpalmen heeft zich intussen zoveel zweet verzameld dat mijn panty zurig doorweekt raakt van het afvegen. Voor de hond is het zuur echter geen teken van angst of paniek; voor haar is het zuur zout, gewoon lekker smakend zout.

Even sta ik mezelf toe te glimlachen om hoe het kietelt. Het is féést aan deze feesttafel. Dan verplaatst ze haar aandacht naar de handen van mijn vader. Kilte wikkelt zich om mijn vingertoppen en ik vraag me af wie van haar baasjes onze hond, als het er écht op aan zou komen, als eerste onder het puin vandaan zou proberen te trekken.

Mail

Aafke van Pelt (1998) is schrijver, theatermaker en beeldend kunstenaar. In haar teksten onderzoekt ze monsterlijkheid en gotiek. Haar werk verscheen eerder in de Seizoenszine, Op Ruwe Planken, Kluger Hans en op papieren helden. Ook schrijft ze bij platform Shortreads.nl.

Madelief van der Peijl is een illustrator die zich graag verwondert om de wereld om haar heen. Ze kijkt rond en illustreert wat ze ziet; soms zijn het kleine dingen en soms juist grote, maar er is altijd iets wat haar opvalt.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Vrijheid

Vrijheid

Liggend onder de auto van de buren overdenkt een man de relatie tot zijn familie, de gevolgen van zijn gedrag en de reactie van omstanders. Eva Gabriela schreef een kwetsbaar verhaal waarin de dreiging en het ongemak constant voelbaar zijn, en waarin de pleger van huiselijk geweld de hoofdpersoon is. Lees meer

De verdwenen kosmonaut

De verdwenen kosmonaut

Duizenden kilometers van de kosmonaut vandaan zit Igor, uitkijkend over de stad, terwijl hij luistert naar de ruis op de tv, naar de beukende eurodance plaat die nog naklinkt in zijn oren en naar een stem die hem probeert te overtuigen terug te komen. In De verdwenen kosmonaut van Thijs van der Heijden raakt een... Lees meer

Het borrelt 1

Ortolaan

Liefde gaat door de maag, weet de chef in het verhaal van Fleur Klemann. Zorgvuldig bereidt hij al zijn ingrediënten én zijn geliefde: ‘Haar tong die ze langs haar vette lippen haalde, het rozige vlees.’ Lees meer

Naweeën

Naweeën

In Naweeën dicht Vlinder Verouden over vervellen, verpoppen, verschonen, volgroeien en legt zo het proces van veranderen vast. ‘Hier slaat de klok tien en stap ik uit spinseldraden slijmerig warm een / Laatste vinger die glijdt over de plastic bodem van een pot haargel.’ Lees meer

Het borrelt

Het borrelt

‘Vuur raakt water / en alles sist barst klapt fluit schuimt vergaat stijgt verdampt smelt breekt sterft’. Dieuke Kingma dicht over het moment dat het ondergrondse naar boven breekt: zoals bij vulkaanuitbarstingen, of de tweede symfonie van Mahler. Lees meer

Laboratoriumkinderen

Laboratoriumkinderen

Afgelopen zomer namen tien aanstormende schrijftalenten deel aan het Schrijverskamp van Frontaal, waar ze werkten ze aan teksten rondom het thema Grond. In dit drieluik onderzoekt Louise van der Veen in vitro fertilisatie (IVF) als een mogelijke grond van het bestaan. Lees meer

Als de bodem niet dragen kan

Groeipijn

‘Volwassen worden is zorgen voor’ luidt de wijsheid waar de hoofdpersoon in dit verhaal zich aan vasthoudt. In Groeipijn laat Tim Kobussen zien hoe hoe er een steeds letterlijke invulling aan die wijsheid wordt gegeven in een studentenkamer. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!