Asset 14

Iets wat van zijn vader is geweest

Iets wat van zijn vader is geweest

Het is zwarte zaterdag en de tankstations zijn druk. Sigarettenrook en uitlaatgassen blijven "in de windstilte boven het asfalt verstikkend en bewegingsloos hangen." Tristan is, in dit korte verhaal, op weg naar het huis van wijlen zijn vader, een man op wie hij nooit heeft kunnen rekenen. Kan hij het opbrengen om door te rijden?

Auto's verdringen zich bij de benzinepomp. Schaars geklede reizigers passeren in marstempo, met rood aangelopen kinderen en snerende moeders. Een vader doet een haastige plas onder druk van de file die elke seconde aanzwelt, een van de vele vaders die vandaag achter het stuur is gekropen, heengezonden door het weer, op weg naar een pretpark, zwemmeer of natuurgebied.

Tristan leunt tegen de zijmuur van het pompstation, gekleed in een Adidas trainingspak, paarse broek met witte strepen en bijpassend jasje. Een pet met smalle klep weert de hoge zon uit zijn ogen en een doodstille schaduw verdeelt zijn gezicht in twee vlakken. In zijn linkerhand brandt een sigaret, waarvan de rook in de windstilte boven het asfalt verstikkend en bewegingsloos blijft hangen.

 

Bella voelt hoe de ruimte tussen haar slapen implodeert wanneer ze het pompstation uitstapt. Dizzy dirigeert ze haar hoofd van links naar rechts, op zoek naar Tristan, die op haar zou wachten. In haar arm smakt een twaalf weken oude puppy na van een lange geeuw.

Haar schaduw verduistert de tegels voor hem. Bella neemt de sigaret uit zijn hand. Hij kijkt haar vragend aan.

‘Geen American Spirit,’ zegt ze, ‘die verkopen ze niet meer.’ Tristans mond hangt op een kiertje. Aan zijn regelmatig op- en neergaande borst ziet ze dat hij op zijn adem let.

‘Gaat het?’ vraagt ze.

‘Ik denk na.’

‘O.’

‘Eigenlijk wil ik er voor de avond weer weg zijn,’ zegt hij en eigent zich de sigaret toe.

‘Dus?’

‘Dus niets.’ Zijn stem is luid, hoewel de woorden zijn lippen nauwelijks verlaten.

‘Het is zwarte zaterdag, wat wil je?’

Twee tellen verstrijken voor hij antwoordt: ‘Ik ben al vijftien jaar niet meer in dat huis geweest. Het is vast een pauperzooi.’

‘Tris, ik heb niet voor niets eindeloos in de file gestaan.’

Ze aait het hondje in haar armen, dat bij wijze van stilzwijgende instemming verder doezelt.

Het leven krimpt tot precies de afmetingen van de eindeloos doorrollende Volkswagen Golf.

Tristan zit achter het stuur. Door het openstaande raam komt warme lucht naar binnen, zwaar van de uitlaatgassen van de optrekkende en weer afremmende voertuigen.

‘Dat buikje,’ zegt Bella. Hij kijkt opzij. De puppy ligt op z’n rug te slapen op haar schoot, weerloos. Een gladde, zachtroze buik beweegt langzaam op en neer.

‘Ons zwijntje,’ fluistert ze.

‘Zwijnen,’ hij knikt naar de bestuurders links en rechts van hem, zwetende vaders met natte shirts over ronde buiken. ‘Waarom zitten altijd de mannen achter het stuur?’

Bella haalt haar schouders op.

‘Gewoonte?’

 

Afslag 21 verlost hen van de file en voert ze het asfalt op van een nagenoeg autoloze provinciale weg. Bella volgt de voorbijflitsende bomen, de droge graslanden en de kale akkers. Haar ademhaling vertraagt. Het leven krimpt tot precies de afmetingen van de eindeloos doorrollende Volkswagen Golf.

Ze ziet hoe Tristan een pakje kauwgom uit het dasboardkastje pakt. Hij heeft mooie kaken, waarop je de spieren kan zien zwellen als hij zijn tanden op elkaar zet. Helemaal als zijn blik troebel is en naar binnen toe afdwaalt, zoals nu. Bella legt haar hand op zijn been en wrijft omhoog. De synthetische stof van zijn tracksuit knispert elektrisch.

‘We moeten het niet afraffelen, straks. Desnoods blijven we daar slapen,’ zegt ze.

In de flikkering van de regelmatige schaduw van de bomen vormt hij zich een voorstelling van de sociale huurwoning waarnaar ze op weg zijn. Een benedenverdieping ergens in een grijze buitenwijk nabij de Duits grens. Hij had verwacht dit moment eeuwig voor zich uit te kunnen schuiven, net als kaal of dik worden, een concreet gevaar op een abstracte afstand. Maar een maand geleden overleed zijn vader. Hij werd geïnformeerd door de gemeente, liet een reactie achterwege, net als zijn halfbroer die in Australië woont. Zijn vader kreeg een gemeentelijke begrafenis. Afgelopen week volgde een brief van de notaris. Het huis moest leeg, de waardevolle bezittingen meegenomen voordat de boel werd geruimd. Bella zei dat hij spijt zou krijgen als hij niet zou gaan, dat het waardevol zou zijn iets te hebben dat van zijn vader is geweest. Voor later. Hij zakt onderuit. De gordel knelt. Zijn duim stuurt hen over de lege 80-kilometerweg. De snelheidsmeter passeert de 100.

Twee mannen die elkaar op een onbegrijpelijke manier begrijpen, twee honden die aan elkaars kont snuffelen.

‘Een pakje American Spirit,’ zegt Tristan tegen de pompbediende. Ze zijn voor de tweede keer gestopt. Dit keer niet om te tanken, maar omdat Tristan misselijk is geworden. Tegen Bella zegt hij dat het komt omdat hij haar Camels rookt.

‘Heb je die?’

‘Wa dochte gij?’

‘Sorry?’

‘Kiekt doar.’ De pompbediende wijst op de wand vol pakjes sigaretten. Tristan knikt. Hij ziet zijn vader voor zich, in de avond peuken kopend bij de dorpspomp, kletsend in hetzelfde, basale dialect. Twee mannen die elkaar op een onbegrijpelijke manier begrijpen, twee honden die aan elkaars kont snuffelen.

‘Houdoe!’ roept de pompbediende nadat Tristan heeft afgerekend.

 

Buiten probeert Bella de puppy te laten plassen in de berm. Ze knielt naast het diertje, spoort het aan met gefluister, haar hand kriebelend achter de wollige oren.

‘Polen,’ zegt ze als Tristan bij de auto aankomt. Ze knikt naar een truck met een wit nummerbord met PL erop. ‘Je vader reed toch ook naar Polen enzo?’

‘Peter,’ mompelt hij terwijl hij plaatsneemt op de bumper van de Golf, voorovergebogen, benen wijd, ellebogen op zijn knieën.

‘Peter, ja.’

Hij voelt zich misselijk, wijt het nu aan de frituurlucht die in de pomp rondhing, aan de hitte.

‘Goed zo, mannetje.’ Bella aait de puppy, die als een teefje de bekken kantelt en witte plas laat lopen.

‘Wist je,’ ze richt haar blik naar Tristan, ‘dat honden heel sensitief zijn. Ze worden niet zindelijk als je ze druk oplegt, je moet ze rustig hun gang laten gaan, zodat het natuurlijk aanvoelt om buiten te plassen.’

‘Zolang je ‘m maar opvoedt,’ antwoordt hij, voor zich uit starend. Dorre glaslanden, zwijgende bomen, voorbijrazende auto’s, een buitenwijk aan de horizon, en daarachter een vaag beeld van een man die er eigenlijk nooit is geweest, niet meer is dan een luchtspiegeling. Hij inhaleert diep en laat een smalle stroom adem de hete, bijna tastbare lucht uiteendrijven.

Bella rinkelt met de sleutels in haar hand. Hij schudt zijn hoofd.

‘Misselijk.’

Tristan voelt haar aanwezigheid, de blik in zijn rug, brandend, als de zon door een vergrootglas.

De zon, onder zijn schedel een kogel, in de lucht een bol die pijn doet aan zijn ogen. Het moment waarop andere mensen verkoeling zoeken, is het moment waarop hij in de volle zon blijft zitten en de hitte verdraagt. Kou en warmte hebben geen vat op mij, zegt hij tegen zichzelf, ik ga gewoon door.

Bella zit in de auto, op de passagiersstoel. De airco staat aan. Tristan voelt haar aanwezigheid, de blik in zijn rug, brandend, als de zon door een vergrootglas.

‘Zo erg is het niet,’ hoort hij haar zeggen, ‘we gaan gewoon even naar binnen.’

Hij draait zich om, maar moet met zijn ogen knijpen, zo fel blinkt de rode motorkap. Tussen zijn wimpers ziet hij haar gezicht, dat ze uit het raam heeft gestoken.

‘Het is je vader.’

‘Wat maakt dat uit?’ antwoordt hij, half over zijn schouder. Met zijn wijsvinger strijkt hij over het zilveren VW-merkteken tussen zijn benen. De laatste keer dat hij zijn vader in levenden lijve had gezien was hij een jaar of dertien. Alleen met de trein reisde hij naar Limburg, waar zijn vader een jubileumfeest vierde. Zijn vader sprak een uur lang over de halfbroer van Tristan. Vervolgens trad zijn vader op in een coverbandje, gaf een speech en verdween uit beeld. Na een halve dag nam Tristan zonder iets te zeggen de streekbus naar Heerlen en kwam pas tegen elven thuis.

Tristan zit nog altijd op de motorkap, alsof hij de auto in bewaring heeft genomen.

‘Maak een keuze,’ zegt Bella. ‘We gaan door of terug.’

Tristan zit nog altijd op de motorkap, alsof hij de auto in bewaring heeft genomen. Uit het pakje American Spirits neemt hij de middelste sigaret, maar steekt ‘m, weer misselijk, omgekeerd terug. Hij ziet het beeld voor zich van de nauwe cabine van de vrachtwagen waar zijn vader op reed, ingericht als een huis, met golvende gordijntjes en lullige sleutelhangers bungelend aan de achteruitkijkspiegel. Het zware, steunende lijf dat alle treden van het trapje aan de zijdeur nodig had om in te stappen. Zijn moeder die, op een paar meter afstand, hem, half verscholen achter haar been, aanspoorde de cabine in te gaan, een dagje met zijn vader erop uit te trekken.

‘Ik ga nergens heen,’ antwoordt hij.

‘Prima, dan gaan we terug.’

‘Nee,’ zegt hij. ‘Ik ga nergens heen.’

Bella komt voor hem staan en probeert oogcontact te maken. Tristan staart naar de filters van zijn sigaretten, die zich als opgelijnde soldaten aandienen.

‘Serieus?’ vraagt ze. ‘Ga je zo doen?’

‘Van jou moesten we zo nodig naar het huis.’ Zijn stem is hard en koel, een mes dat door vlees snijdt.

‘Van mij?’

Bella zucht gelaten, als een hond die zich erbij neerlegt dat hij niet meer aangehaald zal worden.

‘Prima,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Ik neem de auto.’

‘Ik blijf hier.’

‘Als jij dat wil, Tris,’ haar stem is zonder twijfel. ‘Ik ga plassen.’

Hij krijgt het hondje in zijn armen gedrukt alsof het om een voorwerp gaat. Het wollige diertje staat hem tegen, het voelt zinloos in zijn handen, een vreemd wezen. Net als de herinneringen aan zijn vader en de aanwezigheid van een benzinepomp op deze nietszeggende plek hem betekenisloos toeschijnen.

Over de provinciale weg dendert een vrachtwagen, gevolgd door een stoet dwingende personenauto’s. Een simpel oponthoud, veroorzaakt door de chauffeur van de vrachtwagen, die kalm luistert naar rockmuziek en shag rookt.

En dan realiseert hij zich dat zijn vader er niet meer is.

Onder het elastiek van zijn trainingsbroek voelt hij Bella’s hand afzakken naar zijn bil, warm en plakkerig.

Als Bella terug de late zon in stapt, ziet ze Tristan over de verstofte weilanden staren. Zijn houding is ontspannen, een jongen net uit bad of net bevredigd, met zijn linkerhand in zijn zak en zijn rechter op schouderhoogte, licht gebogen, als een zwanenhals, voorzien van een sigaretje. Op zijn voet zit de puppy, het kopje rustend tegen zijn been.

Hij laat Bella onder zijn arm kruipen.

‘Tris,’ zegt Bella, ‘als je wil kunnen we ook gewoon …’

Hij maakt een sussend geluid en ze stopt met praten. Hij schiet zijn sigaret weg, tilt het hondje op en kriebelt over het kale buikje. Onder het elastiek van zijn trainingsbroek voelt hij Bella’s hand afzakken naar zijn bil, warm en plakkerig.

‘Rijd jij?’ vraagt hij. ‘Dan zorg ik voor dit zwijntje.’

 

Aan weerszijden zijn blokken tweelaags woningen opgetrokken, met vaal geworden rode gevelplaten. Voortuinen zijn betegeld, staan vol fietsen, brommers. Aan de straat een gebroken bank, verderop grofvuil. Het huis van zijn vader is niet anders; kaal, bleek, verwassen in de zomerschaduw. Het enige wat afwijkt is de gele nummerplaat die aan het tuinhekje is vastgespijkerd. In zwarte letters staat er: TRUCK JUNKIE.

Uit de envelop van de notaris haalt Bella de sleutel. Een grote hoeveelheid post biedt weerstand bij het openen van de deur.

Na tien minuten staan ze weer buiten. Beiden ontbreekt het aan daadkracht om de voortuin te overbruggen en de Golf te bereiken. Tristan gaat op een stapel tegels zitten, zijn rug tegen de kunststof vensterbank. Bella zakt naast hem op de grond, haar hoofd op zijn knie. De pup tussen hen in, slaperig, voldaan.

Zwijgend valt de schemer in, dooft de hitte uit, alsof er ergens verderop een kaars is uitgeblazen.

‘Lag op tafel,’ Bella houdt een sleutelhanger omhoog van Mickey Mouse, omringd door een blauwe halve cirkel met zwarte zonnestralen. Onderaan de sleutelhanger staat in wit en rood: Disney Iluminations.

‘Voor aan de autospiegel.’

Onderuitgezakt steekt hij een sigaret op en laat Bella de eerste hijs nemen. Voor ze de filter in haar mond neemt, bevochtigt ze haar lippen met haar tong, die als een schaatser van buiten naar binnen beweegt. Dan neemt hij zelf een hijs, voelt de rook zijn longen vullen, genadeloos hol, en zijn adem breekt open in een stugge, stotende lach.

Mail

Levi Jacobs (1992) woont en werkt in Den Haag. Verhalen verschenen o.a. in De Gids, Deus Ex Machina, De Revisor (online), Hollands Maandblad en Liter. Zie voor meer informatie levijacobs.net.

Jill Heesbeen is een illustrator die graag werk maakt over de relaties tussen personen op maatschappelijk en op persoonlijk niveau. Zo laat ze je nadenken over de omgang met je medemens. Ook de relatie met jezelf (en de mentale problematiek die daarmee gepaard kan gaan) is een onderwerp dat ze graag verbeeldt.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Vrijheid

Vrijheid

Liggend onder de auto van de buren overdenkt een man de relatie tot zijn familie, de gevolgen van zijn gedrag en de reactie van omstanders. Eva Gabriela schreef een kwetsbaar verhaal waarin de dreiging en het ongemak constant voelbaar zijn, en waarin de pleger van huiselijk geweld de hoofdpersoon is. Lees meer

De verdwenen kosmonaut

De verdwenen kosmonaut

Duizenden kilometers van de kosmonaut vandaan zit Igor, uitkijkend over de stad, terwijl hij luistert naar de ruis op de tv, naar de beukende eurodance plaat die nog naklinkt in zijn oren en naar een stem die hem probeert te overtuigen terug te komen. In De verdwenen kosmonaut van Thijs van der Heijden raakt een... Lees meer

Het borrelt 1

Ortolaan

Liefde gaat door de maag, weet de chef in het verhaal van Fleur Klemann. Zorgvuldig bereidt hij al zijn ingrediënten én zijn geliefde: ‘Haar tong die ze langs haar vette lippen haalde, het rozige vlees.’ Lees meer

Naweeën

Naweeën

In Naweeën dicht Vlinder Verouden over vervellen, verpoppen, verschonen, volgroeien en legt zo het proces van veranderen vast. ‘Hier slaat de klok tien en stap ik uit spinseldraden slijmerig warm een / Laatste vinger die glijdt over de plastic bodem van een pot haargel.’ Lees meer

Het borrelt

Het borrelt

‘Vuur raakt water / en alles sist barst klapt fluit schuimt vergaat stijgt verdampt smelt breekt sterft’. Dieuke Kingma dicht over het moment dat het ondergrondse naar boven breekt: zoals bij vulkaanuitbarstingen, of de tweede symfonie van Mahler. Lees meer

Laboratoriumkinderen

Laboratoriumkinderen

Afgelopen zomer namen tien aanstormende schrijftalenten deel aan het Schrijverskamp van Frontaal, waar ze werkten ze aan teksten rondom het thema Grond. In dit drieluik onderzoekt Louise van der Veen in vitro fertilisatie (IVF) als een mogelijke grond van het bestaan. Lees meer

Als de bodem niet dragen kan

Groeipijn

‘Volwassen worden is zorgen voor’ luidt de wijsheid waar de hoofdpersoon in dit verhaal zich aan vasthoudt. In Groeipijn laat Tim Kobussen zien hoe hoe er een steeds letterlijke invulling aan die wijsheid wordt gegeven in een studentenkamer. Lees meer

In een miniatuurgrafkistje wordt het duingentiaanblauwtje naar de natuurbegraafplaats gedragen 1

In een miniatuurgrafkistje wordt het duingentiaanblauwtje naar de natuurbegraafplaats gedragen

Van het zetten van kopjes koffie en het branden van salie tot de Pinterest-pagina van DELA: Maartje Franken schrijft over rouwrituelen en onderzoekt de grond waarin rouw wortelt. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in maart je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!