Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn als het was? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie.
Ik knipperde tegen het felle, blauwe licht van het computerscherm en trok mijn wollen deken zo hoog mogelijk op zodat het net niet te zien was op beeld. Mijn ogen stonden vast glazig, want de man van HR keek me even verward aan voor hij verder vertelde over de baan. Hij zocht iemand om wat folders vorm te geven voor het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Oostrozebeke en een bewustzijnscampagne op te starten. Daar studeerde je dan jaren voor. Hoe saai het ook was, ik had werk nodig. Gelukkig kon de man niet zien dat ik hetzelfde t-shirt als gisteren droeg onder mijn hemd, dat nog vol rode sausvlekken zat.
De man van HR zeurde nog wat door en vermeldde schaamteloos dat het om een onbetaalde stage ging. Dat hij op kerstdag mijn tijd zo durfde verspillen. Mijn huisgenoten vonden evenmin fatsoenlijk werk en zaten krap bij kas. Om te besparen hield Hugo de temperatuur in ons oud herenhuis rond de 17 graden, volgens hem de ondergrens om schimmel te voorkomen. De koude sneed in mijn botten. Na de sollicitatie kon ik eindelijk naar mijn ouders. Vroeger vierde ik kerstdag bij Sophies gigantische familie en de tweede kerstdag bij mijn vader en moeder. ‘Nu kan jij vast ook wel de 25ste?’ stuurde vader een paar weken geleden op WhatsApp. De aasgier. Ik stuurde een duimpje terug. Ik snapte hem wel. Iedereen wilde de 25ste. Het zou een heerlijke dag worden: neerploffen op de sofa, voeten gestreeld door de vloerverwarming, de geur van moeders pruttelende lasagnesaus die langs mijn neusvleugels gleed. Moeder die vroeg of ik witte of rode wijn wilde drinken bij de ovenhapjes, of toch liever een biertje?
Het was alsof ik het foute huis was binnengestapt. Daar stond mijn vader, een man die nooit van z’n leven gekookt had, de man van het grasmaaien, schilderen en houthakken, in een wit keukenschort met citroenmotief. Hij maakte een nerveuze indruk. Geen hallo of dag, geen geur van pruttelende saus, enkel een hoop onaangeroerde ingrediënten op het aanrecht en ‘stil zijn, je moeder slaapt’.
Waarom kookte hij? Was kerst nou echt het juiste moment om te gaan experimenteren met de chef? Mama was vaak moe tegenwoordig, vertelde vader, dus probeerde hij mee te helpen met het huishouden. Het woord ‘huishouden’ sprak hij uit alsof het een onopgelost wiskundig probleem was. Ik probeerde mijn teleurstelling te verbergen. Bij Sophie zou ik ondertussen al drie keer nee gezegd hebben tegen allerlei hapjes en drankjes, uit angst om het hoofdgerecht niet te halen. Hier was er niets.
Vader en ik, voetbal aan, koken zoals wij het willen
Ik liet me niet ontmoedigen en besloot vader te helpen. ‘Ik de worteltjes, jij de selder?’ stelde hij voor. Op de televisie speelde een match uit de Engelse voetbalcompetitie. Geen hoogvlieger, maar het kalmeerde vader. Af en toe was er een naam die hij kende, meestal wanneer de commentatoren anekdotes over hun ex-ploeggenoten vertelden. Ondertussen toonde hij me vol trots het domoticasysteem dat hij had laten installeren. Het stuurde muziek, televisie, radio, verwarming en verlichting aan in één applicatie en zag er onnodig ingewikkeld uit. Geen idee waarom hij zoiets zou kopen, maar ik hield mijn commentaar voor mezelf. Het was net gezellig aan het worden. Vader en ik, voetbal aan, koken zoals wij het willen. Mijn oudere zus, Aster, was er nog niet. Er was dus niemand die klaagde over de rommel of het feit dat ik nog steeds geen werk had.
En toen ging het mis. Vader worstelde met het fijnsnijden van de worteltjes. De stukjes waren te groot en te onregelmatig. Erg uniek, maar zo zouden ze niet snel garen. Vader probeerde de stukjes nog individueel te halveren, maar dat duurde te lang. De frustratie bouwde op in zijn grote, trillende handen tot hij het plots beu was. Hij smeet zijn mes op het aanrecht en keek me kwaad aan terwijl ik een paar stengels selder onder de kraan aan het wassen was.
‘Wat sta je daar nou te grijnzen?’ vloog hij uit. ‘Besef je wel hoeveel werk er nog is? Doe iets! En maak je moeder niet wakker.’
De televisie ergerde hem nu ook, dus probeerde vader hem uit te schakelen met zijn nieuwe afstandsbediening. Hij vond de juiste knop niet en begon harder en harder te duwen op het touchscreen. De muziekinstallatie sprong aan. Een Stubru-achtig rocknummer brulde door de speakers. Ik wilde ingrijpen, maar vader wilde de afstandsbediening niet geven. Uiteindelijk snauwde ik het uit vaders handen en vond al snel de knop die alles uitschakelde.
‘Pa, waarom koop je zoiets? Dat is toch niets voor jou?’ vroeg ik.
Vader negeerde me en begon te ijsberen. Al mompelend dreigde hij de verkoper van het systeem te bellen om zijn geld terug te vragen, kerstdag of niet. Daarna ging hij zitten op een keukenstoel en werd hij stil en somber.
Nu speelde hij nog het slachtoffer ook. Ik moest weer de volwassene zijn die zijn woorden inslikte. Tegen vader ingaan was moeilijk, het had geen enkele zin. Zeker nu het kerst was wilde ik geen ruzie maken, maar hij stelde mijn geduld serieus op de proef. Toen hij weer tot zichzelf gekomen was, begon hij voor de duizendste keer over zijn droom om weer piano te gaan spelen, iets waar hij al jaren over praatte, maar waar hij niets mee deed. Elke keer moest ik dat aanhoren en knikken, ja pa, goed idee, pa. Maar deed ik een praktisch voorstel om er iets mee te doen, dan steigerde hij. Ik concentreerde me dus maar op mijn selderstengels, ook al waren ze al schoon. Het gevoel van mijn duim die over de groeven gleed kalmeerde me.
Gelukkig droeg ze nog steeds een zijden sjaaltje zoals ze dat al jaren deed
Toen ik even naar boven liep om te kijken of moeder nog sliep, lag ze op bed, de deur op een kier, diep in slaap. Haar haar was net gekleurd en ze droeg een bizarre outfit: een jeansbroek met scheuren ter hoogte van de knieën en een oversized trui met pantermotief over een wit hemd. Ik herkende haar bijna niet. Vroeger deed ze niets liever dan klagen over opzettelijk gescheurde broeken wanneer ze jonge meisjes ermee zag rondlopen in het dorp. Gelukkig droeg ze nog steeds een zijden sjaaltje zoals ze dat al jaren deed. Sophie droeg er toevallig ook zo één op de kerstfoto die ze op Instagram zette. Ik zag het toen ik op de wc zat. Ze glimlachte breed, met een glas rode wijn in de hand. Het verbaasde me, vroeger dronk ze bijna nooit rode wijn. Ze viel ervan in slaap.
Tijdens het eten sneed Aster een ongemakkelijk onderwerp aan. Ik wist dat er iets zou komen. Ze was opvallend blij toen ze thuis kwam, omhelsde iedereen innig en zei hoe fijn het was dat we nog eens 'met het kerngezin vierden', hoewel zij en haar man praktisch samengesmolten waren tot één en alles samen deden. Daar klopte iets niet. En inderdaad, het ging over geld, dus was ze vast alleen gekomen om haar slaagkansen te verhogen. Ze vertelde dat zij en haar man tegen een hoop onverwachte problemen aanliepen tijdens de renovatie van hun huis. Ze kwamen 25 duizend euro te kort en Aster vroeg mijn ouders na veel omwegen of ze haar konden helpen.
Ik zag het verloop van de avond al voor me. Mijn vader hield van dit soort momenten. Hij zou een hand opsteken om te zeggen, stil maar Aster, je hoeft niets meer te zeggen. Het spreekt voor zich dat je moeder en ik je zullen helpen. Samen zoeken we het uit. Laten we een fles opentrekken om het afronden van jullie renovatie alvast te vieren. Het doet me deugd om voor mijn kinderen te zorgen, jullie kunnen hier altijd terecht, wat er ook zou gebeuren. Aster die een traan laat, moeder die Aster omhelst. Vader die blijft zitten met de gewogen houding van een pater familias, tikkend met zijn trouwring tegen de voet van zijn wijnglas, de grote rode wijnglazen die enkel bovenkwamen tijdens de feestdagen, en me een snelle knipoog geeft wanneer niemand kijkt.
Maar zo gebeurde het niet. Er viel een stilte. Vader keek bezorgd, zelfs beschaamd naar moeder en dan weer naar het servet op zijn schoot. Hij nam een grote slok water.
‘Dat geld hebben we niet,’ zei hij zacht.
Aster keek hem geschrokken aan, maar ik evengoed. Mijn ouders waren het soort mensen dat voor alles een plan had, veilig, betrouwbaar.
‘Hoe bedoel je, dat hebben jullie niet?’ vroeg Aster. ‘Jullie verdienen goed en sparen toch al jaren voor jullie pensioen?’
‘Enkele financiële beslissingen hebben fout uitgepakt. Dat gebeurt.’
Moeder moest hem onder tafel een schop tegen zijn schenen gegeven hebben, want vader smoorde een pijnkreet en keek moeder verwijtend aan.
‘We denken er ook aan om te verhuizen naar iets kleiners,’ aarzelde hij. Hij wreef over zijn hals, alsof die stijf was. ‘Misschien ook niet.’
Aster en ik wasten af in stilte. Aster had niet veel gedronken, dus besloot thuis te gaan slapen. Ik droogde alleen af.
De avond was gezellig geweest, maar de nasmaak was bitter
Moeder had mijn spullen naar de zolder gebracht. Mijn kamer was nu een opslagplaats voor schoonmaakproducten. Een verse set lakens lag klaar, maar het bed moest ik zelf nog opmaken. Ik zette even door en lag al snel onder de verse lakens die roken naar Dash, zoals altijd. Toch werd ik bekropen door een ongemakkelijk gevoel. De avond was gezellig geweest, maar de nasmaak was bitter. Ik kon de irrationele gedachte niet verdringen dat iemand anders al in de lakens had geslapen.
Boven op de lakens legde ik mijn oude fleecedeken dat me al jarenlang warm hield. Het was net te smal voor het dubbele bed dat mijn vader en ik een paar jaar geleden installeerden voor het geval dat Sophie ook bleef slapen. Het deken was te smal voor ons tweeën, dus liet ik Sophie zich er altijd in wikkelen zodat zij het zeker warm had. Ik draaide me erin op dezelfde manier als zij dat deed. Het paste perfect. Al starend naar het strijkijzer boven op mijn boekenkast, viel ik in slaap. In mijn hoofd bleef de man van de sollicitatie deze ochtend doorneuzelen: ‘we moeten meegaan met de tijd, we mogen niet achterblijven.’
Ik sliep slecht. Ik trippelde op mijn tenen naar beneden, zette het schuifraam in de keuken een beetje open voor frisse lucht en zette een pot filterkoffie op. De keuken was schoon. Ik was blij dat ik gisteren alles afgewassen had. Op de keukentafel lag de afstandsbediening van het domoticasysteem. Ik opende het touchscreen en scrolde wat door de verschillende functies. Wat een ingewikkeld systeem hadden ze mijn vader aangesmeerd. Zodra ik doorhad hoe het werkte, paste ik het bedieningspaneel aan zodat er maar drie knoppen waren: ‘Journaal’, ‘Voetbal’ en ‘Klara’, zijn favoriete radiozender. Meer had pa niet nodig. De besturing van licht en verwarming gooide ik er helemaal uit.
Mijn vader kwam de keuken binnen. Ik zag aan zijn licht voorovergebogen houding en zuchtende ademhaling dat hij ook slecht geslapen had. Hij pakte de afstandsbediening vast, klikte het scherm open en maakte een soort instemmend geluidje. Enkele seconden later luidde Gymnopédie No. 1 van Satie door de speakers. Vader spitste zijn oren en keek door het raam naar boven, naar de lichter wordende buitenlucht alsof de muziek van de hemel kwam, de afstandsbediening nog in zijn hand. Ik voelde plots een ontzettende golf van genegenheid voor deze man, met zijn rimpels rond de ogen, gevormd door jarenlange tektonische activiteit achter dat moeilijk leesbare gelaat.
‘Satie,’ opperde ik zachtjes, ‘dat is ook een goede om weer mee te beginnen. Denk je niet?’
Vader sloot zijn ogen en knikte langzaam.
Thomas D'heer is muzikant, schrijver en software ingenieur. Schrijven is zijn manier om de wereld te begrijpen: door schijnbaar gewone scenario’s uit te spitten, legt hij de schoonheid en de complexiteit van het alledaagse bloot
Iza Tromp (1996) is illustrator en beeldend kunstenaar werkzaam in Amsterdam. Ze maakt werk dat eruitziet als een herinnering; in de vorm van een tekening, tekst, animatie of textiel. Terugkerende thema's in haar werk zijn thuis en huis, kindertekeningen, vrouwelijkheid, moederschap en intimiteit. izatromp.nl


















