Asset 14

Kankerkapot

Op station Almere Poort waait het zoals gewoonlijk harder dan in de rest van het land. Het treinstation ligt in een soort niemandsland, waar rioolbuizen zijn opgestapeld in verzakkende zandgrond. Afgezien van af en toe een strook gitzwarte busbaan, wordt het braakliggende land door niets onderbroken, niets zo ver de blik reikt tot BOINK de kaarsrecht afgesneden etagebouw weer begint. De enige beschutte plek op het station is het glazen wachthok. Onder een van de bankjes daar ligt een flinke plas spuug. Spuug van herhaaldelijk en diep uit de keel op de grond tuffen. Dikke rochels.

Ik zit nog maar amper als twee identieke jochies binnenkomen, beiden maximaal dertien. Het enige verschil is hun formaat en, bij nader inzien, ook hun huidstructuur. De één is groot, ietwat gezet en de kleine heeft heel veel felrode pukkeltjes. Allebei dragen ze een zwarte slaapzakjas met capuchon, een ruimzittende spijkerbroek en zwarte sportschoenen. Ze groeten me allervriendelijkst en struikelen dan haast over de plas spuug.

“Woejoooo. Is dit van Aaron?” De kleinste maakt een wappergebaar met zijn hand, wat ik als het uitbeelden van ‘linke soep’ zou uitleggen, maar wat bij dertienjarigen tegenwoordig blijkbaar ‘kankerkapot’ betekent.

“Wie kan d’r nou zóveel spugen?” Even kijken ze naar mij. Ik trek mijn onderkaak in de ‘al sla je me dood’-pose, wat bij dertienjarigen tegenwoordig hopelijk ongeveer hetzelfde betekent.

“Aaron is helemaal niet buiten geweest in de eerste pauze, dus het kan neverniet van hem zijn. Ik zweer het je.” De grote heeft een stem die past bij de coolste helft van een vriendschap: diep en achteloos stoer.

“Hoeveel zal ik draaien?”, De kleine klauwt voorzichtig door het boterhamzakje.

“Lekker kankerdik. ’t Was toch een vriendenprijsje.” Hij kijkt even schalks opzij, naar mij, en gaat verder. “Vierentwintig gram voor zestig euro, vriendenprijsje of niet? Maar dat deed 'ie alleen maar omdat ie zat te spacen van de pep, dat zegt 'ie zelf.’"

De kleine start de voorbereidingen voor het stickie met zijn tong een beetje naar buiten. Uit zijn slaapzak tovert hij een neongroene grinder en op zijn portemonnee spreidt hij nauwkeurig een lange vloei. Geen wind hier.

“Wat doe je nou zenuwachtig?”, vraagt de grote. “Ben je bang voor de docenten, dat je geget wordt? Mij hebben ze al een paar keer geget en één keer mijn moeder gebeld: ‘Ja goedendag mevrouw IJsselgraaf, dit is Judith van het ROC, wij hebben uw zoon met een stickie betrapt vanmiddag!’ Ja hallo, de domme bitch, nou én? Vindt mijn moeder heus niet erg. En wat wil ze doen? Mij vastbinden op mijn slaapkamer? Ik bel gewoon de dealer. Én ik heb een ladder op mijn kamer. Weetjewel.”

De scherpe geur van goedkope wiet voert me meteen terug naar de vorige helft van mijn leven. Naar het pinhokje van de ABN-AMRO bank. Naar het betonnen trappenhuis van de parkeergarage naast het stadshart van Doetinchem (ja, Doetinchem. Blowen). Wij hadden geen huisdealer die de wiet rechtstreeks aan je voeteneinde afleverde; wij moesten eindeloos posten om de hoek van The Diamond tot er iemand langskwam die eruitzag alsof hij best even een tientje White Widow wilde halen (en vooral ouder dan achttien was).

Beeld: Lieke Romeijn.

Ik wil de jongens in het wachthok vragen hoe zij hun blowplekken kiezen, en of ze die plekken dan ook namen geven. Het trappenhuis van ‘onze’ parkeergarage heette bijvoorbeeld T.R.E.N.T., waarvan ik de volledige betekenis vergeten ben maar die ‘R’ kan voor niets anders dan Relaxed staan. We waren zestien en zetten het halletje op vrijwel iedere doordeweekse avond blauw. Blauwgroen. In het weekend was het makkelijker, dan was er altijd wel ergens een zolderkamer buiten het bereik van ouders. Het lijkt ineens nog maar een paar weken geleden dat ik mijn klaslokaal niet meer kon vinden, mijn tas op school liet liggen en apestoned thuiskwam, moederlief passeerde met een gemurmeld ‘ik ben ziek’ en mijn zolderkamerbedje in kroop. Een paar weken geleden nog maar dat ik de beste tipjes van iedereen rolde en de wiet perfect klein kon kruimelen (want draaien kon ik niet). Het lijkt nog maar zó weinig weken geleden, dat ik uit gewoonte bijna mijn hand naar de jongen uitsteek om het wiet-tabakmengsel in te verzamelen, om hem het jointje op te laten draaien. Eigenlijk verwacht ik zelfs een van de eerste hijsen, want zo hoort dat als je je samen afzondert en stickies draait. Maar het is plots weer 2014 en de jochies duiken vlug in hun capuchons als er tegelijk met de wind van de openslaande deur ook meer forenzen het hokje binnenstromen.

“Tot ziens mevrouw”, knikt de grote.

“Dag”, zegt de kleine.

In 2014 hoor ik toch meer bij de forenzen. Ik heb een bruine leren tas. Er zitten zelfgesmeerde boterhammen in, en een krant en een boek.

Mail

Laura van der Haar is archeoloog en schrijver.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Verdomme, ik heb wel geleefd

Maar verdomme, we hebben wel gelééfd

Marthe van Bronkhorst schreef in 2019 een toneelstuk dat bijna volledig werkelijkheid is geworden. Kan ze de slotscène nog weren uit de realiteit? Lees meer

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Wanneer Eva op bezoek is bij haar zus, vraagt die of Eva haar eicellen al in heeft laten vriezen. Het laat Eva nadenken over hoe ze de vraag 'Wil ik een kind?' überhaupt kan beantwoorden. 'De vraag omtrent het ouderschap is bij uitstek een gevoelskwestie, en mijn gevoel volgen is nooit mijn sterkste punt geweest.' Lees meer

Niet

Niet

'Naarmate die vakantie vorderde, begon ik die ‘niet’ te bezien in het licht van een oude angst die soms omhoogkomt. Wanneer namelijk mijn vriendin zei: ‘dat is een lantaarnpaal’ en ik zei ‘niet’, begon ik me af te vragen of we inderdaad wel dezelfde lantaarnpaal zagen.' In deze column schrijft Anne Schepers over het woord 'niet' en de gevolgen die het kan hebben voor een discussie. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Mijn week met morele ambitie: wat ik leerde ondanks Rutger Bregman

Marthe van Bronkhorst probeerde morele ambitie een week uit en leerde ervan - ondanks Rutger Bregman. Lees meer

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva nodigt twee vrienden uit om bij haar te komen eten. Ze hoopt dat dit het begin zal zijn van een nieuwe vriendengroep. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn 1

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Marthe van Bronkhorst bekijkt hypocrisie als spectrum: hoe hypocriet ben jij op een schaal van Frans Bauer tot Johan Derksen? Lees meer

In je eentje achterblijven

In je eentje achterblijven

Als vriendin K. op een date gaat, denkt Eva van den Boogaard na over hun onuitgesproken pact. Zo lang ze beiden ongelukkig in de liefde zijn, hebben ze elkaar. Maar wat als er iemand dat pact uitstapt? Lees meer

Geld lenen

Geld lenen

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Voor dit alles.’ Ik gebaar om me heen. ‘Voor Nederland.’ In deze column van Anne Schepers ontmoeten twee vrouwen, die uitkijken naar hun avond in een wijnbar, een man die een treinkaartje naar Ter Apel bij elkaar probeert te sprokkelen. Lees meer

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

'Als je je psycholoog écht een brevet van onkunde wil geven, moet je haar uitnodigen voor je euthanasiefeest.' Lees meer

Ik ook op jou

Ik ook op jou

Op een avond zegt iemand tegen Eva dat hij verliefd op haar is. Terwijl hij wacht op een antwoord, denkt Eva na over wat verliefd zijn eigenlijk is. Lees meer

Herhaalrecept

Herhaalrecept

Op een ochtend wordt Aisha Mansaray wakker in een parelmoeren bubbel. Ze onderzoekt hoe ze met haar depressie op de randen van de realiteit kan leven, zonder de grip erop te verliezen. ‘Mijn aandoening was een zuigend ding geweest dat zich om mij heen had gewikkeld, lelijk, en meer levend dan ik.’ Lees meer

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Marthe van Bronkhorst maakt de balans op tussen S en M, die beide alles kwijt zijn: de een is ingebed in het zorgsysteem, de ander moet niks hebben van de verzorgingsstaat. Lees meer

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

Grootgebracht met het idee dat 'natuurlijke' oplossingen de voorkeur hebben boven synthetische medicatie stond Eva niet te springen om angstremmers te gaan gebruiken. Maar wat als het nou gewoon werkt? Lees meer

Column: Keihard chillen 2

Keihard chillen

Eva zet haar vraagtekens bij het fenomeen chillen. 'Eerlijk gezegd denk ik dat een wereld als deze, waarin fascisme oprukt, waarin genocide nog steeds bestaat, waarin het onrecht en de pijn en het verdriet van mijn schermen afspat, weinig reden geeft tot chillen.' Lees meer

We zijn tenminste allemaal nog mensen

We zijn tenminste allemaal nog mensen

In een overvolle trein ontwaart Aisha de eerste tekenen van het nieuwe verhaal waar ze - of iedereen? - naar op zoek is. Lees meer

Column: Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Als een vriendin van Eva op date gaat met een man waarmee Eva zelf al eerder afsprak, is ze erg benieuwd naar haar bevindingen. Lees meer

Column: Het glas wijn waar ik zin in heb bestaat niet

Het glas wijn waar ik zin in heb bestaat niet

Twee jaar geleden vroeg Eva nog aan een collega waarom ze niet dronk. Inmiddels laat ook zij de alcohol links liggen en is ze zelf degene die wordt bevraagd. Lees meer

(Ont)hechting

(Ont)hechting

Als Aisha op proef intrekt bij haar geliefde en haar eigen gekoesterde plek achterlaat, is het net het alsof ze een onvaste vorm aanneemt. Lees meer

Hypnose

Op een dag breng ik alle wereldleiders onder hypnose

Een betere wereld begint bij een andere gedachte en daarom besluit Marthe van Bronkhorst hypnotiseur te worden. Lees meer

Column 1

Je opnemen in mijn testament

Een lugubere ontdekking tijdens een boswandeling doet Eva nadenken over wat we achterlaten voor onze nabestaanden als we overlijden. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer