Wat doe je als je een boek leest dat totaal schuurt met je wereldbeeld, maar wel goed geschreven is? Dit overkwam boekenblogger Maartje van Tessel, toen ze een berichtje kreeg van een debutant met de vraag of ze zijn boek wilde lezen. Het zet haar aan het denken over wat literatuur kan en mag zijn.
Zo’n vijf jaar run ik een boekenblog op Instagram genaamd @boekentip. Het idee is vrij simpel: ik tip Nederlands- en Engelstalige literatuur door middel van kleurrijke foto’s en beknopte bijschriften aan inmiddels een paar duizend volgers. Toen ik begon met het plaatsen van berichten, liet ik vooral dingen zien die ik uitkoos. Naarmate mijn volgersaantal groeide, kreeg ik meer en meer verzoeken binnen om een specifieke titel te gaan lezen. Aanvankelijk vooral self-publishing auteurs die hun eigen marketing doen, maar uiteindelijk klopten ook uitgeverijen aan met persberichten, recensie-exemplaren en PR-pakketjes. Af en toe zit er ook een auteur zelf bij die mij volgt en het leuk lijkt als ik diens boek bespreek. Aan het meeste geef ik geen gehoor, ik kies immers nog steeds het liefst zelf wat ik lees.
Afgelopen voorjaar zat er wederom zo’n berichtje in mijn inbox, van een debutant wiens boek ik al in mijn vizier had. Ik liet hem daarop simpelweg weten dat ik het van plan was te lezen. Na de zomer berichtte hij me nogmaals. Hij had het nog niet voorbij zien komen en hij was benieuwd of het er nog van ging komen. Ik verzekerde hem dat ik het prioriteit zou geven. Ik lees immers graag literatuur uit Nederland en zeker debuten. Ik houd van de belofte van iets vernieuwends dat een debuut in zich draagt, ook al is soms onvermijdelijk de conclusie dat iemand er nog wat langer op had moeten broeden.
Het boek gaat over een man van rond de dertig die depressief is. In zelfdestructiviteit maakt hij zijn jarenlange relatie met zijn jeugdliefde uit en verliest zich in een relatie met een jonge geile studente. Kortom, een man in de knoop zoals we die wel kennen. Op de achterkant van het boek is een levensloop van de auteur te lezen die overeenkomt met wat van het personage geschetst wordt. We hebben hier dus te maken met autofictie.
Wat er verder precies gebeurt in de roman, is voor mijn betoog niet relevant. Wat daarentegen wel belangrijk is, is de wijze waarop het hoofdpersonage naar vrouwen kijkt. Ze zijn verrukkelijke objecten die hem pijpen waar hij er niet eens om hoeft te vragen, waar hij tussen hun borsten (ja, echt) heerlijk kan uithuilen zodra hij het leven niet meer ziet zitten, die zijn pik begeren om daar overheerlijk van klaar te komen voor zíj́n genot. Nu is het zo dat deze vrouwen niet altijd in de stemming zijn voor die ‘übergeile’ seks. En op verschillende punten in de roman vindt die seks dan toch plaats. De auteur laat zien dat zij het niet willen, en dat hij - pardon, zijn personage - desondanks doorzet. De vrouwen in het boek vochten terug, zorgden ervoor dat deze seks telkens kortstondig van aard bleef. Las ik nu daadwerkelijk een boek vol met verkrachtingen vanuit de dader beschreven?
Naarmate ik vorderde met het lezen, begon ik allerlei redenen te bedenken waarom hij dit schreef
Een goede auteur - en dat voordeel van de twijfel wil ik de schrijver in deze kwestie geven - past het principe toe dat alles in dienst staat van het verhaal. Er zijn genoeg mannen in de literatuur die in seksscènes vakkundig hebben weggepoetst dat de vrouw het op zijn zachtst gezegd niet naar haar zin had, dus in die zin pleit het voor deze auteur dat hij dat niet gedaan heeft. Maar zijn personage neemt ook geen afstand van zijn daden. Hij heeft geen berouw. Weet de hoofdpersoon wat hij doet met die vrouwen, die in zijn leven slechts eendimensionale personages zijn? Ze lijken er in dit boek niet toe te doen, deze gebeurtenissen staan in dienst van de uitdieping van hoe het met het personage gesteld is. Het zijn scènes die telkens opnieuw laten zien hoe verdorven zijn depressieve geest wel niet is.
Voor ik in dit boek begon, las ik een roman waarin bijna vijftig sekswerkers bruut vermoord worden door een man die met het mensenvlees zijn hybride mensen-/koeienkind voedt. (Mocht je nu denken: wat voor goddeloze boeken leest die meid in hemelsnaam?! Ik snap waar je vandaan komt, maar houd nog even vol.) Het personage wordt voor zijn daden veroordeeld tot een levenslange celstraf. Er is vergelding en de gruwel in deze fantasierijke fictie roman staat duidelijk in dienst van het plot. Bovendien past de auteur de onmiskenbare kwetsbaarheid van sekswerkers toe om er een punt over te maken: schrijnend genoeg kijkt in onze maatschappij niemand naar ze om, en zo kon zijn personage makkelijk veel slachtoffers maken.
Terug naar de autofictie. Vanaf pagina één schuurde het boek met mijn wereldbeeld. Direct wordt de male gaze me door de strot geduwd met objectiverende passages over vrouwen. Ik zou kunnen accepteren dat het gewoonweg geen boek voor mij is. Waar voor mij het echte pijnpunt zit, is dat ik het een goed boek vond. De auteur in kwestie kan werkelijk schrijven. Ik waardeer de roman om de opbouw, de zeggingskracht van menig scène, de kwetsbaarheid die op momenten tussen de regels doorschemert. Naarmate ik vorderde met het lezen, begon ik allerlei redenen te bedenken waarom hij dit schreef. Ik wilde mijn initiële weerstand verzachten door aan te voeren dat er scènes zijn waarin je zou kunnen stellen dat hij ook verkracht wordt. Dat hij eveneens lijdt onder het heersende narratief dat de man altijd zin heeft in seks. Ik wilde het lezen als een excuus voor een vorig leven, waarin hij onverbloemd zichzelf in de spiegel aankijkt en met de vinger wijst naar waar het allemaal is misgegaan.
Maar doet hij dat wel? Je fouten onder de loep nemen is niet hetzelfde als afstand nemen van die fouten. Het hoofdpersonage is geen verkrachter omdat hij depressief is en een pornoverslaving heeft, maar omdat zijn wereldbeeld toestaat dat hij kan nemen wat hij wil en precies dat wordt hier niet bevraagd. Ook misogyne mannen lijden onder het patriarchaat en het kapitalisme. Onder een maatschappij waar er geen ruimte is voor mensen die lijden aan depressie. Maar hij maakt die vertaalslag niet. Hij blijft de hele roman vasthouden aan een eenzijdig beeld van een man die weigert te accepteren dat niet alles in dienst staat van zijn leven. Kortom, hij maakt van zijn lijden geen nieuw verhaal. Antiquariaten staan vol met boeken waarin eenzelfde kritiekloze male gaze regeert.
Waar deze roman uiteindelijk in geslaagd is, is dat het mij als kritische lezer erop gewezen heeft nóg iets kritischer te zijn
Stel dat ik accepteer dat verkrachting ook als plotdevice kan functioneren. Dat hij een personage heeft geschapen om te haten, zoals Jörgen Hofmeester in Arnon Grunbergs Tirza, en dit misogyn geweld bijdrage levert aan de literaire kwaliteit van de roman. Dan kan ik toch niet loslaten dat dit geen autonome fictie betreft. Het is een rauwe werkelijkheid, of in elk geval de schijn daarvan. De auteur wil me laten denken dat híj́ een verkrachter is. Het is niet dat ik wens dat literatuur per definitie ethisch of politiek correct is, maar wat moet ik als lezer met het feit dat zulke schrijvers nog steeds een kritiekloos podium krijgen?
Goed, nog even terug naar het begin. De auteur volgt me al een tijd, hij weet welke boeken ik uitkies. Waarom moest ik (lees: jonge vrouw die vooral boeken van vrouwen over vrouwen leest) dit lezen? Wil hij provoceren? Want dat lukt. Dat hij het gore lef heeft dit bij een gerenommeerde uitgeverij te publiceren, maakt me eigenwijs en driftig. Ik wil niet in een discussie belanden over de literaire kwaliteit van een werk als dit. En toch lokt dat het uit. Ik ben in een nare hoek gedreven.
Want als mijn conclusie is dat ik het boek goedkoop effectbejag vind, zegt dat dan dat ik van literatuur wil dat het verzacht? Dat het me een brute realiteit kan voorspiegelen, om die vervolgens zo te ontleden dat het aaibaar wordt? En dat als dat uitblijft, ik het woest in de prullenbak kan werpen? Het voelt alsof ik moet kiezen tussen twee kwaden. Of ik ga mee in een megalomane egotrip van een man die middels autofictie naar bevestiging zoekt. Of ik vervul de rol van de stampvoetende feminist.
Waar deze roman uiteindelijk in geslaagd is, is dat het mij als kritische lezer erop gewezen heeft nóg iets kritischer te zijn. Want hoezeer ik ook probeer deze roman meervoudig te zien, ik betwijfel of het meer in zijn mars heeft dan feministen te provoceren. Als ik nauwkeurig de kaders van mijn literatuuropvatting volg, vinkt het best een hoop punten af. Literaire techniek beheerst hij, maar ik moet mezelf eraan herinneren dat dit geen garantie op kwalitatieve literatuur is. De transcendente laag waarin je geconfronteerd wordt met je wereldbeeld, daar zit de crux. Ik zie dat deze roman te makkelijk vrouwenonderdrukking excuseert, maar het ontbreekt het boek aan kracht om datzelfde effect bij een misogyne man teweeg te brengen.
Soms kan een boek, of het nu literatuur is of niet, een groter doel dienen. Dat het je herinnert aan waar je nu precies voor staat als mens. Dat kan ook in negatieve zin, zo blijkt. In dit geval wist het lezen van deze roman me bij mijn ware boekentip te brengen: lees dit soort boeken vooral niet.
Maartje van Tessel (zij/haar, 1999) is Chef Communicatie bij Hard//Hoofd. Ze studeerde Nederlandse taal en cultuur in Utrecht, waar ze haar liefde voor literatuur vond. Haar grote passie is dan ook boeken tippen aan vrienden en onbekenden, hiervoor vind je haar in Boekhandel Bijleveld en online als @boekentip. Daarnaast doet ze haar best zo veel mogelijk handwerkhobby’s te beoefenen en geliefde kamerplanten in leven te houden.
Anna Boulogne is een illustrator, opgegroeid in Brussel en wonend in Rotterdam. Ze laat zich inspireren door de natuur, mensen, dieren en haar dagelijkse leven. Het liefst tekent ze met imperfecte lijnen en veel kleur.


















