In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander.
Geachte nacht van de verkiezingen,
Beste nacht,
zou je het kabaal zachter kunnen zetten,
dit licht kunnen verstommen,
je bent me oorverdovend fel
vannacht wil ik niets geven
over dat wat ik niet gezegd heb,
of dat wat wel gezegd had moeten worden,
mijn lichaam is het opsporen zat
echt waar
ik beloof je
morgen zal ik de 24-puntige lijst maken
waar ik me aan zal houden;
ik zal hobby’s nemen + veel vrienden maken
ik zal braaf zijn
en pas oversteken bij groen
ik zal geloven dat deze haat geen begin
hoeft te zijn voor meer
dat niemand niemand aan zal geven
geen gevlucht meer en roepen ja! tot leven
de alleraardigste nacht,
erewoord
tijdens mijn koffie met havermelk, morgen
zal ik zwijgen als het graf
over de verdere overlast
en zeggen dat je geweldig was
het is je stille broertje / en zijn leraar die na vier jaar pas vraagt / kan hij überhaupt nederlands
mijn doofheid door de jaren heen
stilte is het kauwen op een appel,
hem niet horen binnenkomen
en stikken in je appel
het zijn de woorden die ze niet uitspreekt
wanneer je hoofdstad in brand staat
het is een pleister op de zere plek
met een uitgeputte dood in het vizier
het is de kleine in bed
met de ongestelde vraag of er
ook checkpoints zijn in de lucht
hoe en wie in en uit moet
wie er wordt gefouilleerd
en wie er wordt teruggekeerd
het is je papa die nooit hoefde te vragen
hoe is je dag
in woorden
(misschien is dat wel wat je het meeste mist)
het is je stille broertje
en zijn leraar die na vier jaar pas vraagt
kan hij überhaupt nederlands
stilte is op een strand liggen
je verliezen in de poëzie ondanks de pubers en hun vieze talen
het is het opvangen van signalen
het indexeren, bewaren voor later en de ontleding
het is zonder context en begrip voor hun talen
het onzegbare willen zeggen
het is het ontwaken
gisteren
in een onbekende wereld
stilte is een leesbevestiging
anticiperen op een schouder en een klop
klop
stilte is het heimelijk omarmen van jouw onderwerp
in mijn poëzie
jammer toch van die grote boezems van je zussen / of die verdomde rollator van je ma / zie, hun ongeschoolde tederheid, / het bewijs van mijn gelijk
waarom ik op de borrel zweeg
onze wetenschappelijk directeur zei;
ik kan de kiezels voelen in je schoen
ik kan hun geknisper horen in mijn oor
ik kan en kan
nog zoveel meer
onze wetenschappelijk directeur oreerde;
ik aanschouw met jouw rechteroog
het lijden, waarover ik publiceer
de pijn, waar je mij in citeert
onze directeur klaagde;
jammer toch van die grote boezems van je zussen
of die verdomde rollator van je ma
zie, hun ongeschoolde tederheid,
het bewijs van mijn gelijk -
ze zijn niet gesneden uit hetzelfde hout
hun kleur, te grof,
te wild
ongewild, zo vlak naast de blonde bomen uit mijn straat
de directeur vrat en spuugde;
jij en ik
komen voort uit mijn vaders buik
Bareez Majid is dichter en onderzoeker. Ze denkt en schrijft in twee talen. Haar gedichten spelen zich voornamelijk af in de randstand, waar ze sinds haar tiende woont. Ook had ze een kat met de naam Monstertje en is ze verliefd op Berlijn.
Elzeline Kooy (1990) is een illustrator en tatoeëerder werkzaam in Schiedam. Haar werk is speels en draait veelal om kleur, geïnspireerd op flora en fauna, met een knipoog naar het surrealistische. Het allerliefst zou ze overal een gezichtje op tekenen.


















